Geocachingverhalen uit het verleden: op de fiets rondom d’n Unent

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 27 mei 2012:

Ik maakte een fietstocht rondom buurdorp Udenhout om geocaches op te pikken.

Het verhaal:

Ik ging niet heel ver van huis, want er was een nieuwe serie online gekomen, genaamd Rondom d’n Unent. Toen ik die naam zag, moest ik wel even met mijn ogen knipperen, want er was al ooit eerder een serie met die naam, van de hand van Purk, helemaal aan het begin van onze cachecarrière. Dat waren zes caches en dat waren voor ons found 5 t/m 10. Niet op 1 dag overigens, daar gingen 3 dagen in diverse maanden overheen. Dat was nog echt slow geocaching.

De dichtstbijzijnde cache van dit nieuwe rondje lag op 1,7 km van mijn huis. Ik ben de laatste tijd erg van het fietsen, dus ik ging dit rondje lekker op de fiets doen. Het was vandaag ook weer prachtig weer, dus mezelf eerst even behandeld met zonnebrand en petje op gezet. Bij die eerste cache (nummertje 5 van de serie) stond het vol met auto’s, dus ben ik doorgefietst naar de volgende. Ook daar was het punt drukbezet met Dreuzels en die gingen maar niet weg. Dus ook die overgeslagen. Bij nummertje 3 zaten ook Dreuzels, maar die stonden net op, dus ik pikte vlug hun plek in en kon dan eindelijk de eerste found loggen. Dat was wel een kleine opluchting, want 27 mei was een datum die nog moest voor het kalenderplan. De laatste van de zeven data van mei. Dus hiermee hebben we deze maand compleet.

Hierna vond ik alle caches zonder al te veel moeite. Bij sommige wel even moeten wachten tot de Dreuzels weg waren. Het was natuurlijk zondag en extreem mooi weer, dus het was overal druk met fietsers en wandelaars. Onderweg spotte ik behalve al die caches ook nog twee nieuwe fietsknooppuntborden voor mijn collectie. Misschien krijg ik het netwerk van Midden-Brabant nog wel ooit compleet, haha.

Mijn rondje eindigde weer bij nummertje 4, maar daar moest ik weer eeuwen wachten tot de Dreuzels weg waren en toen kon ik de cache niet vinden. Ondertussen was ik er achter gekomen dat er ook nog een nummer 10 was en dat ik die over het hoofd had gezien en niet had ingeladen. Helaas vormden de hints van nummer 4 en 10 net twee belangrijke cijfers, dus het bonus-coördinaat viel niet te gokken. Dat wordt nog een fietsrondje binnenkort. Op zich ook niet erg, het is vrij dichtbij huis.

Alles bij elkaar haalde ik net de 4100, dus toch de eerste ronde van het nieuwe duizendtal binnen.

En een leuke fietsdag gehad, 30 km gefietst, lekker op m’n gemak, je moet niet stressen met dit weer en vooral veel water drinken, dan is het goed te doen. Helaas wel weer zonne-allergie opgelopen, heel m’n armen staan weer onder de vlekken en bultjes.

Wat ik hier op 27 mei 2021 nog aan toe te voegen heb:

Tja, hier zit duidelijk de transitie van autocacher naar fiets-wandelcacher. Nog geen maand later ging mijn (vrij oude) auto de deur uit vanwege de hoge kosten. En nu – negen jaar later – ga ik nog altijd autoloos door het leven. 2012 was ook het eerste jaar waarin ik mij bezig hield met het Geocaching Datum Project. Ook dat is negen jaar later nog lang niet afgerond, maar dat komt ook omdat de lat qua aantallen caches steeds hoger ging.

Wandelen rondom huis #2: Loonse en Drunense Duinen

Wandelen verder van huis zit er voor mij voorlopig niet in, omdat “funreizen” met het openbaar vervoer wordt afgeraden en ik geen auto heb. Gelukkig valt er in de omgeving waar ik woon ook veel te wandelen, dus de komende tijd ga ik het hebben over routes in de omgeving van mijn woning in Oisterwijk. De regel is dat het startpunt van de wandeling te bereiken moet zijn per fiets of te voet.

Loonse en Drunense Duinen – Bosch en Duin-route

  • Waar: Udenhout
  • Start- en eindpunt: Parkeerplaats Bosch en Duin, Schoorstraat, Udenhout
  • Afstand: 4,5 kilometer

De duinen

Ik besloot om eindelijk eens te gaan wandelen in de Loonse en Drunense duinen. Omdat de Oisterwijkse bossen en vennen zo dichtbij zijn, ga ik niet vaak naar de duinen, terwijl dat ook een supermooi gebied is. Af en toe fiets ik er wel doorheen, op weg naar de Efteling of een geocache-route, maar het was een hele tijd geleden dat ik echt over het stuifzand gewandeld had.  Ik koos voor een wandeling van Natuurmonumenten, de Bosch en Duin-route, vernoemd naar het gelijknamige restaurant aan de Schoorstraat in Udenhout, tegenover de parkeerplaats. Natuurlijk kwam ik niet met de auto (want ik bezit geen auto), maar op de fiets. Het is vanaf mijn huis een half uurtje fietsen naar het startpunt. Bosch en Duin was natuurlijk gesloten vanwege corona, anders zou je hier na het wandelen een drankje kunnen drinken.

DSC05164
Vanaf het uitzichtpunt

De Brabantse Sahara

De Loonse en Drunense Duinen zijn met een grootte van 3500 hectare, één van de grootste stuifzandgebieden van West-Europa. Sinds 2002 is het gebied zelfs een Nationaal Park. Het grootste gedeelte wordt beheerd door Natuurmonumenten. Het gebied bestaat uit naald- en loofbossen, heide en 465 hectare levend stuifzand. Het grootste zandduin is 24 meter hoog. Het wordt levend genoemd omdat het gebied zo groot is dat de wind vrij spel heeft om het zand in beweging te brengen. Plantloon, de Roestelberg, het Hengstven en De Brand horen ook bij het gebied.

Het stuifzand is in de ijstijd door poolwinden afgezet, maar was eerst begroeid met oerbos. In de late Middeleeuwen werd het bos gekapt en ontstonden er heidevelden. Door het te veel plaggen van de heide en te intensieve begrazing, raakte de bodem uitgeput en kwam het stuifzand weer bloot te liggen. De kleine dorpjes rondom de zandvlakte voerden een strijd tegen het zand om hun akkers te beschermen, maar volgens de legenden is het dorpje Venloon volledig onder het zand verdwenen. De dorpjes kregen echter ook nog te maken met de Tachtigjarige Oorlog, waarbij legers de tactiek van de verschroeide aarde toepasten: alles in een gebied werd dan vernietigd, waarna het gebied afgedankt werd. Waarschijnlijk is het dus een combinatie van oorlog en het oprukkende zand geweest.

Het stuifzand wordt altijd bedreigd door het opkomende bos. De meesten bomen zijn inderdaad ooit aangeplant om het zand te bestrijden. Nu wil men juist het unieke stuifzandgebied behouden. Natuurmonumenten probeert de vlakte open te houden en verbossing tegen te gaan door bomen te kappen. De heide wordt begraasd door schapen.

In het gebied leven dieren zoals dassen, reeën, hagedissen, insecten zoals de zandloopkever en allerlei soorten vogels.

DSC05173
Heide

Uitkijkpunt

Voor ik aan de wandeling begon, ging ik eerst een kijkje nemen bij het uitkijkpunt. Dit is al geopend in 2012, maar ik was er volgens mij nog nooit geweest… Het uitkijkpunt ligt 450 meter van de parkeerplaats af en is te bereiken via een verhard pad, zodat ook rolstoelgebruikers en mensen met wandelwagens of fietsen er kunnen komen. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht over het stuifzand. Vanaf het uitkijkpunt kun je zo het stuifzand oplopen en ik deed dat, omdat ik verderop een Munzee wilde vangen, die op dat moment een special was. Het is altijd de vraag of fysieke Munzee-stickers nog aanwezig zijn en ook nog scanbaar zijn, maar deze was er nog en ik was nog net op tijd voor de special verlopen was. Een Munzee iets verderop zat veel te hoog op een wegwijzer en zelfs met inzoomen lukte het mij niet om hem te scannen. Ik wandelde dus terug naar de start van de Bosch en Duin-route.

DSC05184
Levend stuifzand

Bosch en Duin-route

De route wordt aangegeven met groene pijltjes op houten paaltjes. Over de afstand is wat discussie, volgens de folder van Natuurmonumenten is het 4 kilometer, volgens het informatiebord bij Bosch en Duin gaat het om 4,5 kilometer. De werkelijke afstand zal dus ergens in het midden liggen ;>)

In het begin loop je vooral door de bossen. Helaas had ik er geen rekening mee gehouden dat er erg veel muggen zaten. Ik had geen muggenspray bij en moest de insecten letterlijk van mij afslaan. Alle andere wandelaars en ruiters die ik onderweg tegen kwam klaagden hier ook over. Ik vrees dat we die dag allemaal een ernstige bijdrage hebben geleverd aan het uitsterven van de mug.

Ik kwam niet speciaal voor de bossen; zoals eerder gezegd zijn die er genoeg te vinden dichterbij huis. Daarom vond ik de route vooral interessant worden toen ik het stuifzand op mocht. Hier kwam ik er ook weer eens achter waarom het gebied ook wel de Brabantse Sahara wordt genoemd: ondertussen was de zon op z’n heetst en met bijna 20 graden en volle zon op het lichte zand was de gevoelstemperatuur behoorlijk wat hoger. Mijn drinkfles was snel leeg. Het stuifzand loopt ook een stuk zwaarder dan de bosgrond. Goede wandelschoenen zijn hier geen overbodige luxe. Op het zand waren er minder muggen, maar zodra ik het bos weer in ging werd ik weer van alle kanten aangevlogen. Ik controleerde nog even of ik alle Munzees had gevangen en vluchtte toen snel naar mijn fiets om rustig naar huis te fietsen.

DSC05183
Voetstappen

Aanrader?

Jazeker. Voor Nederlandse en zelfs Europese begrippen is dit een uniek gebied waar je zeker een keer geweest moet zijn. De route is echter vrij kort en vanuit Natuurmonumenten worden er geen routes aangeboden die langer zijn dan 5 kilometer. Hoewel ik nu in de folder zie dat je De Zwarte Berg-route (4 km) en de Kapucijnenroute (3,5 km) aan elkaar kan koppelen. Dat gaat dus mijn volgende wandelproject in de duinen worden.

Het is aan te raden om de Bosch en Duin-route uit te breiden met een bezoek aan het uitkijkpunt, wat zeker de moeite waard is; het uitzicht wordt met recht panoramisch genoemd. Vind het mooi dat dat ook bereikbaar is voor minder valide mensen. Een volgende keer zou ik echter wel een wat langere route willen lopen, dus ik zal Wandelnet eens gaan bekijken. Ook wil ik dan gaan als de temperaturen wat lager zijn of het zelfs bewolkt is, want ik ga met mijn lichte zonne-allergie niet zo goed op dat zand in de felle zon. Verder hoop ik dat ook de muggen niet actief zijn bij een lagere temperatuur. Dus het zal wel herfst worden voor ik weer een keer de kant van de duinen opga.

Deze slideshow vereist JavaScript.

 

 

Wandelen rondom huis #1: De Leemputten

Wandelen verder van huis zit er voor mij voorlopig niet in, omdat “funreizen” met het openbaar vervoer wordt afgeraden en ik geen auto heb. Gelukkig valt er in de omgeving waar ik woon ook veel te wandelen, dus de komende tijd ga ik het hebben over routes in de omgeving van mijn woning in Oisterwijk. De regel is dat het startpunt van de wandeling te bereiken moet zijn per fiets of te voet.

De Leemputten

  • Waar: Udenhout
  • Start- en eindpunt: Wandelknooppunt 72
  • Afstand: 6,5 kilometer

Hondenrondje

Het was al een hele tijd geleden dat ik had gewandeld bij de Leemputten en dat terwijl ze toch heel dichtbij huis zijn. Toen ik nog een kind was, gingen we hier regelmatig nog een avondrondje wandelen met de hond, omdat die hier kon zwemmen. Die hond – Bruce – werd helaas niet zo heel oud en daarna kregen we een andere hond – Indy – die niet van zwemmen hield, dus daarmee waren de uitstapjes naar de Leemputten voorbij.

Ik ben donateur van Brabants Landschap en in de herfst van 2019 werd er aandacht besteed aan de Leemputten in hun tijdschrift (nummer 203). Er was een nieuwe wandelroute geopend en het terrein speelde een hoofdrol bij de Week van het Landschap van 2019. Zo maakte ik die week een kanotocht over de Leemputten. Mijn belangstelling voor het gebied was weer aangewakkerd en ik wilde die wandeling ook eens gaan maken. Toch duurde het nog een half jaar voor het zover was.

Geschiedenis

De Leemputten is een van de eerste voorbeelden van natuurbouw in Noord-Brabant. Al eeuwenlang werd er op de Kreitenhei bij Udenhout op kleine schaal leem gewonnen voor eigen gebruik, dit omdat het leem zich hier dichtbij de oppervlakte bevond. Rond 1889/1890 besloten twee aannemers (Weijers en de Rooij) uit Tilburg om een eigen steenfabriek te beginnen in Udenhout, omdat ze niet tevreden waren met de kwaliteit van de bakstenen, die ze tot dan toe uit België lieten komen. Ze kochten een lap grond van enkele hectaren aan, langs de spoorlijn van Tilburg naar Den Bosch. De fabriek heette eerst Steenfabriek Weijers, maar later werd de naam Steenfabriek Udenhout. In de volksmond werd de fabriek echter D’n Oven genoemd. De Rooij had nog een tijdje zijn eigen steenfabriek – genaamd Sint Joseph – op het terrein, maar die werd in 1929 opgekocht door de grotere Steenfabriek Udenhout.

DSC05236
Nog meer Lost Place

Vader en zoon Weijers waren technische mannen; de zoon ging in Duitsland studeren om daar de nieuwste technieken te leren, want onze oosterburen waren op dat gebied verder dan wij. Het terrein was vooral zo groot, omdat er veel plaats nodig was om de bakstenen te drogen in de zon, voor ze de oven in konden. Daardoor kon er alleen in het zomerseizoen gewerkt worden. Maar Weijers junior kwam op het idee om de natte stenen te drogen met de restwarmte van de ovens, die werd opgevangen en via buizen naar droogtunnels vol natte stenen werd geleid. Deze uitvinding betekende dat er voortaan het hele jaar door stenen geproduceerd konden worden. Het topjaar was 1965, toen werden er zo’n 28 miljoen stenen geproduceerd en werd 1 op de 50 huizen in Nederland met stenen uit Udenhout gebouwd. Het was de grootste steenfabriek van het land. De stenen werden over het terrein vervoerd over een smalspoor, er was een aftakking naar de spoorlijn Tilburg – Den Bosch, ter hoogte van het station Udenhout, wat nu niet meer bestaat.

Udenhout was een agrarische omgeving, dus de arbeiders kwamen van verder weg, met name uit de omgeving Etten-Leur, Velddriel en de Achterhoek. Voor hen werden arbeiderswoningen bij de fabriek gebouwd, die uitgroeiden tot de buurtschappen De Zestien, Klein Duitsland en Piekenhoek.

In 1993 werd de Steenfabriek Udenhout gesloten, het gevolg van saneringen, overnames en een afnemende vraag naar bakstenen. Het terrein van 20 hectaren kwam in handen van de gemeente Tilburg, die het toe wilde voegen aan het aangrenzende industrieterrein van Udenhout.

Brabants Landschap

Brabants Landschap kocht al het eerste stukje terrein aan in 1967 en bemoeide zich toen al met het graven van de leemputten, zodat die na gebruik omgevormd konden worden tot natuur. Na de leemwinning werden de 1,5 meter diepe putten weer dichtgegooid met zand, maar na vele jaren gebruik was er toch minder grond en daarom ligt het hele gebied lager dan de rest van de omgeving, wat je goed kan zien als je over de N65 rijdt. Brabants Landschap wilde ook graag de rest van het terrein hebben, om het om te vormen tot een ecologische verbindingszone die de Oisterwijkse Bossen en Vennen, De Brand en de Loonse- en Drunense Duinen moest verbinden. Na vele onderhandelingen konden ze het gebied in 2007 aankopen.

DSC05261
Witte g’ijt?

Sindsdien is 13 hectare omgevormd naar een kleinschalig agrarisch cultuurlandschap met houtwallen, struwelen, akkertjes en poelen. Hier leven dassen, boomkikkers en kamsalamanders. Het fabrieksgebouw zelf is gesloopt, maar over een oppervlakte van 1,5 hectare is de betonnen fabrieksvloer blijven liggen, met resten fabrieksmuur van een halve meter hoog eromheen. Hier is ook een poel gemaakt van opgehoogd leem, die gebruikt wordt door boomkikkers. Die mogen met een verrekijker bekeken worden door de natuurliefhebbers, vanaf het transformatorhuisje, wat een uitkijkpunt wordt. Ook het Heerkenshuis is blijven staan; dit is de voormalige showroom van het bedrijf, opgetrokken uit de zelf geproduceerde bakstenen in verschillende metselverbanden en ontworpen door en vernoemd naar de Tilburgse architect Noud Heerkens. Het Heerkenshuis wordt nu o.a. gebruikt als infopunt. Er zijn nog bewust enkele sporen van de steenfabriek achtergelaten als eerbetoon aan het industriële verleden: een oude locomotief, enkele delen smalspoor en enkele spantvoeten. Op dit soort terreinen groeien ruderale planten, die goed groeien op grond die arm is aan humus, maar rijk is aan kalk. Ruderaal komt van het Latijnse woord rudera, wat ruïne betekent. Het is niet de bedoeling dat het terrein gaat verbossen en daarom grazen er Nederlandse landgeiten.

DSC05216
Weerspiegeling

De grote plas – genaamd Brabandshoek – ten noorden van de Heusdensebaan is overigens geen leemput, maar hier is na 1970 op grote schaal zand gewonnen voor woning- en wegenbouw.

De wandeling

Je kunt de wandeling beginnen bij het Heerkenshuis en het voormalige fabrieksterrein, maar ik koos ervoor om te beginnen bij wandelknooppunt 72, op de kruising van de Haarensebaan met de Heiweg en de Heusdensebaan. Hier is plaats voor aan aantal auto’s. Maar ik kwam op de fiets, het is een klein kwartiertje fietsen vanaf mijn huis. Verwar de wandelknooppunten niet met de fietsknooppunten, want dat deed ik eerst wel en dan fiets je het startpunt zo voorbij. Ik stak de Heusdensebaan over (hier wordt hard gereden, dus kijk uit) en begon met een rondje om de voormalige zandwinningsplas. Dit is een smal struinpad, met aan de ene kant boomkwekerijen en aan de andere kant de plas. Omdat alles nu vol in bloei stond, was van de plas nu niet veel te zien. Aan het einde van dit pad sla je linksaf richting Landpark Assisië. Dit is een half verhard pad met aan weerszijden bomen. Halverwege kun je nog afslaan naar het vogelkijkscherm: een aanrader, want hier heb je wel een goed zicht op de zandwinningsplas. De plas is groot en diep en er leven vooral visetende vogels zoals de aalscholver en de fuut. Er is ook een oeverzwaluwwand aangelegd voor ijsvogels.

DSC05209
Uitzicht op de zandwinningsplas

Landpark Assisië

De wandeling loopt vervolgens in een lus over het terrein van Landpark Assisië; hier wonen en werken mensen met een verstandelijke beperking. Je zou hier een pauze kunnen houden bij Lokaal 12. Hier werd ik echter weer met mijn neus op de corona-feiten gedrukt: voorlopig is Landpark Assisië verboden terrein voor mensen van buitenaf. Dus moet je de wandeling voorlopig vervolgen over de Hooghoutseweg. Hier volgt dan een stuk over het asfalt, minder leuk want ook toegankelijk voor auto’s en landbouwwerktuigen, maar ik begrijp dat de route niet echt anders kan. Na nog een klein stukje langs de drukke Heusdensebaan, kom je uit in het Molenbaantje en hier is dan eindelijk de lost place waar het mij omging: het voormalig fabrieksterrein van de Steenfabriek Udenhout.

DSC05232
Lost Place

Lost Place

Er is een toegangspoort met daarop de oude naam D’n Oven. Het Heerkenshuis was ook gesloten, eveneens vanwege corona natuurlijk. Maar je mag wel gewoon rondstruinen over het voormalige fabrieksterrien. Leuk om alle hierboven beschreven kenmerken terug te zien. De oude, verroeste locomotief heeft een nieuwe machinist gekregen: een landgeit. Toen ik dichterbij gekomen was, bleek er achter de locomotief een kleine kudde landgeiten te liggen, lekker in de schaduw. Ze waren erg nieuwsgierig, niet bang aangelegd en lieten zich gewillig op de foto zetten. Ik moest denken aan de Bokkenrijders, haha. Op een bepaald moment wilde een geit te dichtbij komen, dus zette ik verschrikt een stap achteruit…

DSC05247
Kleine kudde

Dat had ik beter niet kunnen doen, want ik struikelde achterover over – hoe ironisch – een losliggende baksteen (je ziet hem liggen op de foto). Ik voelde meteen een scherpe pijn in mijn linkerknie, toch al mijn zwakke plek nadat ik bijna zeven jaar geleden in een Sloveense put viel (toen stapte ik ook al achterover, is dus niet goed voor je). Nadat ik een paar minuten sterretjes zag, werd mijn zicht weer normaal en probeerde ik of ik op kon staan en kon lopen. Dat lukte met enige moeite, dus ik heb ook de laatste pakweg twee kilometer van de wandeling nog afgestrompeld. Dit was nog wel een mooi stukje, dwars door de daadwerkelijke leemputten heen, dit zijn nu allemaal kleine waterplassen met bomen en struiken eromheen (dit pad heeft zelfs een naam; Haarensebaan). Toch was ik blij toen mijn fiets in zicht kwam, die braaf bij wandelknooppunt 72 op mij stond te wachten. Langs de andere kant van de Leemputten fietste ik over de verharde weg (Heideweg) weer terug naar Oisterwijk. Hier kun je inderdaad goed zien dat de Leemputten lager liggen dan de rest van de omgeving.

DSC05269
Doorkijkje Leemputten

Aanrader?

Het is natuurlijk niet zo’n lange wandeling en er zit ook een flink stuk asfalt in. Verder valt er niet echt te komen met het openbaar vervoer. Je moet twee keer de Heusdensebaan oversteken en er zelfs een stukje langs lopen.  Maar als je in de buurt bent en van industrieel erfgoed en natuurbouw houdt, dan is het zeker een aanrader. Ook voor vogelliefhebbers lijkt het mij een leuke spottersplek. Overigens wordt de route aangegeven met paaltjes met oranje koppen en omdat het een rondwandeling is, kun je overal starten. Als mijn knie weer beter is en de lus over landpark Assisië weer toegankelijk is, lijkt het mij leuk om nog een keer te gaan lopen. Waarschijnlijk is het dan herfst en ziet alle natuur er ook weer anders uit.

IMG_0876
Leemputten gezien vanaf de Heideweg

Bronnen: informatieborden onderweg en het tijdschrift van Brabants Landschap, herfst 2019, nummer 203.

Deze slideshow vereist JavaScript.