OV-stapper Texel: dag 2

Bertusnol en het verloren labcache-punt

Na een dag fietsen was het weer tijd voor een dag wandelen, etappe 2 van de OV-stapper of ook wel etappe 2 van het streekpad Waddenwandelen. Mijn moeder en ik lieten ons door taxi mijn vader droppen in De Koog, hemelsbreed was dit nog geen 3 kilometer van het vakantiehuisje af, maar vanwege de wegwerkzaamheden aan de weg waar ons huisje was, moesten we omrijden. Ook per fiets hadden we niet dwars door de weilanden gekund, trouwens. We gingen direct via een fietspad het bos in en al snel ging het bos over in de duinen.

We kwamen langs het uitkijkpunt op de Bertusnol en natuurlijk moest ik dat beklimmen. Mijn moeder ging zelfs mee, ondanks haar hoogtevrees. Het was een beetje mistig en bewolkt weer, wat het landschap een mysterieus tintje gaf. Later kwam ik erachter dat het punt van de TV-TAS labcache (op elk waddeneiland een punt) op de Bertusnol lag. Ik had de Slufter in mijn hoofd. Stom natuurlijk, want je moet op dat punt staan om de vraag te kunnen beantwoorden. En de rest van de week is het er niet van gekomen om nog een keer naar de Bertusnol te gaan, dus daarmee ging dit punt verloren.

Galloways in de Muy

De duinen gingen over in het natuurgebied De Muy. De route van deze dag kwam ons meer bekend voor dan die van de eerste etappe. We hebben vroeger (toen kwamen we bijna elk jaar op Texel, omdat familie er een caravan had. Die is allang verkocht en ik was dan ook 7,5 jaar niet op het eiland geweest) ook wel in De Muy en de Slufter gewandeld, terwijl we minder in de Geul kwamen. De Muy was wel veranderd: er liep nu een breed wandelpad, er was meer water en er waren lage bruggen over de waterpartijen. En er waren Galloway-koeien. Persoonlijk ben ik meer van de koeien dan van de schapen, dus de Galloways moesten op de foto: #maartjeskoeienfotos. Bij het infobord van de Muy hielden wij behulpzaam het hekje open voor fietsers en vonden we het antwoord voor het punt van de labcache Mooi Texel. Fietsers moesten hier dus het gebied uit, wandelaars konden verder lopen naar de Slufter.

Regen in de Slufter en de ruigpootbuizerd (wie kent hem niet?)

Helaas kregen we toen een regenbui over ons hoofd heen en was de Slufter niet op z’n mooist. Ook stond er erg veel water op de wandelpaden, omdat er vorige week hoog water was geweest tot ver in het gebied. We hielden droge voeten, maar de regen stopte pas toen we de Slufter alweer bijna uit waren. Het labcachepunt van de Slufter leverde veel problemen op, omdat het infobord was weggehaald. Op deze zelfde plek ontbrak het bankje dat ik nodig had om een punt van de Mythe van Texel (multicache met punten over het hele eiland) te kunnen beantwoorden. We wisten wel dat het antwoord op de vraag een vogel moest zijn, dus begonnen wij allerlei vogels in te typen. Niets was goed. Vogels op Texel gegoogled. Van alles geprobeerd, zonder resultaat. Uiteindelijk ben ik gaan zoeken naar een foto van het infobord. Die vond ik wel, maar de tekst was amper te lezen. Mijn moeder zoemde heel erg in en het moest toch echt een buizerd zijn. Dus ik weer googlen op soorten buizerds. Het was de ruigpootbuizerd. Deze vogelsoort gaan we nooit meer vergeten en de rest van de week was ruigpootbuizerd ons stopwoord. We hebben daar bijna een half uur gestaan denk ik.

De dubbele vuurtoren

Je mag dan niet meer verder wandelen door de Slufter, het grootste gedeelte is ontoegankelijk broedgebied voor vogels. Dus moesten we verder aan de andere kant van de duinovergang. Over het fietspad. Kilometers lang over het slingerende fietspad door de duinen tot aan het Landalpark. We begonnen nu aan de tocht naar de vuurtoren. We gingen een stukje door de duinen en daarna een stuk over het strand, dat was weer een lekker stuk, ook al waaide het nu een stuk harder dan tijdens etappe 1. We hadden de vuurtoren al de hele dag in de verte zien staan en nu kwamen we steeds dichterbij. Ik hoopte dat ik nog op tijd zou zijn om de vuurtoren te kunnen beklimmen, want dat stond op mijn Texel Bucket List. Voor mijn moeder was dit het eindpunt en die hoopte op een lekker hapje in het restaurant bij de vuurtoren. Helaas bleken alle restaurants in die omgeving gesloten te zijn, omdat het maandag was. Dus moesten we het doen met de chocolade uit onze rugzak.

Mijn moeder was klaar met de wandeling en belde mijn vader voor een lift. Ik wilde nog heel graag de knalrode vuurtoren op en reserveerde via internet op mijn telefoon een tijdslot. Dat ging twee minuten later al in, dus liep ik meteen naar de ingang van de vuurtoren. Ik ben in het verleden dus best wel vaak op Texel geweest, maar heb nooit eerder de vuurtoren beklommen. Terwijl ik toch al jarenlang dol ben op allerlei soorten uitkijktorens. De vuurtoren telt verschillende verdiepingen en is meteen ingericht als een museum over de geschiedenis van vuurtorens en deze in het bijzonder. Zo wist ik niet dat de nieuwe, rode vuurtoren om de oude vuurtoren is heen gebouwd. Die liep bomschade op in de tweede wereldoorlog en dus besloot men om een nieuw toren eromheen te bouwen. Op een verdieping kun je tussen de twee vuurtorens heenlopen en de kogelgaten zien zitten.

Ook ging het over de lampen en hingen er overal foto’s van de vuurtoren in alle weersomstandigheden en hoe hij er vroeger en nu uitzag. Ik vond het wel interessant. Op de top was de meldkamer nog precies zo ingericht als in 1989, toen de vuurtoren voor het laatst bemand werd. Compleet met stokoude computers en theepot. Tegenwoordig wordt hij op afstand bediend. Wel zitten er twee reservelampen in die aangaan zodra de hoofdlamp kapot gaat. Want de vuurtoren is nog wel in functie en laat dan ook elke nacht zijn licht over de zeeën schijnen, want de Noordzee en de Waddenzee komen samen zo rond de vuurtoren. Op de top van de vuurtoren waaide het extreem hard, maar ik had wel een superuitzicht. Je kunt as far as your eyes can see over de zee uitkijken. Natuurlijk kon je Vlieland zien liggen, dat is hemelsbreed maar 2,5 kilometer van Texel af. Iemand anders die op de toren stond grapte dat ze best een brug konden slaan tussen Texel en Vlieland. Ik zwaaide ook nog naar mijn moeder, die beneden op mijn vader stond te wachten. Als je onderaan de vuurtoren stond en omhoog keek langs de toren, leek het net of hij bewoog, maar dat kwam vooral door de bewegende wolken. Gezichtsbedrog dus. In de toren zat een winkeltje met allemaal vuurtorenspullen, maar ik heb niets gekocht.

Virtuele picknick zonder eten

De toren werd trouwens druk bezocht, er waren overal mensen. Nou was het natuurlijk wel herfstvakantie en midden op de dag. Na een paar rondjes over de toren ging ik weer naar beneden. De ouders waren ondertussen al doorgereden naar De Cocksdorp, ik ging die drie kilometer nog wandelen, zodat ik de hele wandeling gedaan had. Het eerste stukje ging door een klein duin- en struingebiedje. Daarna moest ik een heel stuk over een verharde dijk tot aan De Cocksdorp lopen. Aan de zeezijde had ik nog wel uitzicht op een vogelgebied en daar kon ik nog de virtuele cache doen. Eigenlijk moest je daarvoor een picknick houden aan een betonnen picknicktafeltje, maar ik had geen eten meer bij (wel honger ondertussen) en het waaide daar best hard, dus alleen maar een foto van mij met het tafeltje gemaakt en de vraag beantwoord. Je kon meteen een mailtje sturen naar zo’n automatisch adres en mijn antwoord werd goedgekeurd. Wel een idyllisch plekje voor vogelaars, er gingen er nog een paar het wad op met gigantische verrekijkers.

Omdat er vrijwel niets open was in De Cocksdorp, verveelden mijn ouders zich, dus op een bepaald moment belde mijn moeder op dat ze mij op kwamen halen, waar ik ook was. Nou was ik toevallig precies op het eindpunt van de etappe, bij het sluisje aan het einde van de hoofdstraat van De Cocksdorp. Dus hoefden ze maar een heel klein stukje te rijden.

Conclusie

Deze etappe is wat minder dan de eerste etappe. Het eerste stuk is wel mooi, langs de Bertusnol, door de Muy en De Slufter. Daarna volgt er echter een vrij saai, verhard stuk. Stukje strand rond de vuurtoren is nog wel leuk (en de beklimming van de vuurtoren is een aanrader), maar daarna is het ook weer veel verharding tot aan het eindpunt in De Cocksdorp. Ook is er nauwelijks horeca onderweg, zeker op maandag is dus alles gesloten.

Wel heb ik tijdens deze dag twee punten van mijn Day Zero Project 2.0. vervuld: een wandeling van de Wandel Bucket List (doel 39) en het beklimmen van een voor mij nieuwe uitkijktoren, de vuurtoren (doel 100).

OV-stapper Texel: dag 1

Texels imaginaire spoorlijn

In oktober verbleef ik met familie een week op Texel en het lopen van de tweedaagse OV-stapper op het eiland stond hoog op mijn Texel Bucket List. Volgens de weersvoorspelling zou het prachtig wandelweer worden op onze eerste volle dag op het eiland, dus mijn moeder en ik besloten ervoor te gaan. Mijn vader is niet zo van het wandelen, dus die kon mooi voor taxi spelen. Want tja, deze OV-stapper begint en eindigt natuurlijk niet op een station, zoals bij normale OV-stappers/NS-wandelingen (OV-stappers zijn de oude NS-wandelingen). Jah, ik vind het dus vrij hilarisch dat Texel een tweedaagse NS-wandeling heeft, want er is geen spoorrails en daaruit volgend ook geen treinstation of trein. Er zijn wel bushaltes, maar er rijden geen grote bussen zoals bij ons in Brabant, meer een soort van taxibusjes.

Prachtige wandeling

Een prachtige wandeling, vooral ook omdat hij vrijwel helemaal onverhard is. Je steekt een paar keer een verharde weg of fietspad over en moet soms een klein stukje daaroverheen, maar het zijn hoofdzakelijk paadjes door natuurgebieden. Je gaat van duinen, naar het strand en door de bossen en dan weer door de duinen. Onderweg kom je dus genoeg horeca tegen en je eindigt natuurlijk in De Koog, het meest bruisende dorpje van Texel met veel terrassen en souvenirwinkeltjes. Deze wandeling is absoluut een aanrader, met onderweg de meest prachtige uitzichten. Onderweg zie je met een beetje geluk een heleboel vogels, koeien en schapen. De wandeling is trouwens ook terug te vinden als de eerste Texel-etappe van het streekpad Waddenwandelen (dat loopt over zes waddeneilanden, de vijf Nederlandse en het Duitse Borkum). Ik had daar een boekje van geleend bij de bibliotheek, maar alleen gebruikt voor de info. De bordjes van Waddenwandelen vind je wel overal op de route als wegwijzers. Ik gebruikte echter een gpx-track die ik in mijn gps had geladen, want ik ben nou eenmaal een ontzettende gps-addict. Die gps-track downloadde ik op Wandelnet (je betaald ongeveer 15 euro per jaar en kan dan onbeperkt gps-tracks downloaden).

Mistige Mokweg, Munzee, geocaching en Adventure labcache

Officieel start de wandeling bij de haven van de veerboot; ’t Horntje. Maar dan moet je eerst een stuk over een asfaltweg lopen om bij de ingang van natuurgebied de Geul te komen, dus ik besloot dat we dan net zo goed konden starten bij die ingang. Dus navigeerde ik mijn vader daarheen (hij heeft echter niet zoveel vertrouwen in mijn gps, misschien omdat ik die Smaug heb genoemd, naar de draak uit The Hobbit). Als ik ergens goed in ben is het echter wel navigeren, dus natuurlijk reden we gewoon goed. Het was nog amper 10 uur toen mijn moeder en ik uit de auto stapten. De waas van de zonsopkomst hing nog boven de inham aan de zeekant, maar de veerboot was al enkele uren aan het varen. De hele wandeling konden we de veerboot nog zien varen, eerst van dichtbij, later steeds meer in de verte.

Nadat mijn vader vertrokken was, moesten wij eerst op zoek naar het infobord van De Geul. Op Texel ligt namelijk een Adventure labcache met punten verspreid over vijf natuurgebieden aan de westzijde van het eiland: De Geul, de Bollekamer, de Dennen, de Muy en de Slufter. Dat bord bleek nog een parkeerinhammetje verderop te staan, dus we moesten alsnog een stukje over de asfaltweg. En we konden het antwoord op de vraag niet vinden op dit bord. Wel bleek er een Munzee-sticker op het bord te zitten die al vijf jaar niet meer gescand was, maar die het nog prima deed. Als de sticker nu maar van de schok is bekomen om 2x binnen een minuut gescand te worden, haha. Wij googleden het antwoord op de vraag en liepen naar het uitkijkpunt een paar meter verderop. En daar stond dus nog een bord en daar stond het antwoord op de vraag groot op. Altijd verder kijken dan je neus lang is…

Gebrek aan vogelaarskills

We begonnen nu echt aan de wandeling en gingen al snel de Geul in, tussen de Horsmeertjes door. We liepen al snel een paadje in dat naar een uitkijkpunt over de Horsmeertjes ging, want hier was een cache te vinden met de welluidende naam Link 3. Wij zochten veel te moeilijk; ik hing al op mijn kop onder het infobord te gluren, toen de cache gewoon achter het muurtje van houten paaltjes bleek te staan. Was nog best een grote bak ook. Helaas zaten ook hier geen trackables in (uiteindelijk geen enkele trackable gevonden gedurende de hele week). We keken nog even naar de vogels verderop op het meertje, maar bij gebrek aan verrekijker en echte vogelaarskills, besloten we toch maar verder te lopen. Het pad werd steeds smaller en liep van de Geul de duinen in. Hier was het wel even door het zand ploeteren. Andere mensen kwamen ons met een knalrood hoofd tegemoet, maar zo moe waren wij nog niet, zo vlak na de start. Ik krijg op de waddeneilanden altijd een sterk Lord of the Rings-gevoel, alsof ik Aragorn ben die daar met de Fellowship of the Ring door het land trekt.

Het eindeloze strand en belachelijk dure consumpties

Na de ploetertocht door de duinen bereikten we het strand. De eerste blik op de zee voelde erg goed. Gisteren hadden we de zee natuurlijk al gezien, toen we overgingen met de veerboot en vanmorgen ook al bij de start van de wandeling, maar nu we echt op het strand aan kwamen, voelde het pas echt. We mochten een paar kilometer over het strand wandelen en dat was heerlijk. Het was niet te warm, niet te koud, er stond geen harde wind, het was gewoon echt fijn strandwandelweer. De zee was zich terug aan het trekken, dus het natte zand liep lekker door. Er hing ook een prachtige wolkenlucht boven de zee, dus er werden veel foto’s gemaakt. Ook waren we op zoek naar mooie stenen om mee te nemen. En er waren schelpen en kwallen (ik vind dat zulke vieze beesten).

Bij Paal 9 gingen we de duinovergang over en lieten we ons verleiden om koffie/thee met appeltaart te eten. Waar we een absurd hoog bedrag voor af mochten rekenen, maar ja ze kunnen hier op Texel vragen wat ze willen, de mensen kopen toch wel.

De Dennen, Ecomare en Munzees vangen is heel gevaarlijk

Wij weken een stukje van de route af om een punt van de labcache Mooi Texel te kunnen loggen bij het bord van de Bollekamer. Deze vraag was wel goed te beantwoorden en hier gingen we meteen het natuurgebied weer in. Eerst door de duinen, later liepen we het grootste bos van Texel binnen: De Dennen. Hoewel ik duinen en strand ook mooi vind, ben ik toch vooral een bos en heidemeisje. Het bos was nog mooi in herfsttooi, dus heerlijk wandelen. We kwamen langs het Bospaviljoen en mijn moeder streek vast neer op het terras terwijl ik nog naar het uitzichtpunt liep. Dat was verder lopen dan ik dacht, maar het uitzicht was wel de moeite waard.

De lunch was lekker en na het vangen van de Munzees rondom het Bospaviljoen ging de wandeling verder. De paden werden nu wat breder en het gebied weer meer duinachtig. We liepen in de richting van Ecomare en mijn moeder begon er genoeg van te krijgen. Daarom sloegen we het labcache-punt in de Dennen ook over: dat lag te ver uit de richting. Mijn moeder wilde stoppen bij Ecomare, ik wilde nog doorlopen tot aan het eindpunt in De Koog. Ik liep mee naar Ecomare om de Munzees daar te vangen en nog een cache te loggen. Bij een Munzee bleef mijn enkel hangen achter een ijzerdraadje dat vlak boven de grond was gespannen in hoog gras, waardoor ik het niet gezien had. Ging ik lekker op mijn neus en had ik de rest van de week een reusachtige blauwe plek op mijn been. Gelukkig kon ik nog wel lopen. Mijn ouders gingen per auto richting De Koog, ik ging de laatste drie kilometer nog wandelen.

Het laastste stuk van de wandeling liep weer door duingebied en er zat nog wat hoogteverschil in. Aan de ene kant een camping die nu bijna verlaten was, aan de andere kant stukken bos. Binnen het uur kwam ik aan in het centrum van De Koog, waar ik mijn ouders aantrof op een terras.

En achter mij vaarde nog steeds de veerboot heen en weer in de verte.

Day Zero Project 2.0.: doel 38

Deze wandeling stond ook op mijn Wandel Bucket lijst en daarmee heb ik een doel van mijn Day Zero Project 2.0. vervuld.

NS-wandeling Gein en Vecht (DZP2.0. doel 37)

Station Abcoude

Wandelen met de Meeples

De reden waarom ik deze NS-wandeling ging maken was de Carcassonne Fotowedstrijd van spellenuitgeverij 999Games ter ere van het 20-jarig bestaan van het spel Carcassonne. De opdracht was om foto’s te maken met Meeples (de poppetjes uit het spel Carcassonne) en er waren veertien categorieën gebaseerd op thema’s uit het spel Carcassonne.

De echte stad Carcassonne ligt ergens in Zuid-Frankrijk en omdat het een middeleeuwse stad is, is het werelderfgoed. Daarom was één van de categorieën “werelderfgoed” en ik vond dat een lastige categorie. Want mijn eigen provincie Noord-Brabant heeft geen werelderfgoed, dat ligt bijna allemaal rondom Amsterdam. Zo is de grachtengordel van Amsterdam werelderfgoed, maar daar was ik net geweest (om eindelijk mijn diploma op te halen) voor ik wist van deze fotowedstrijd. En dan is er de Stelling van Amsterdam, onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Dat is ook allemaal werelderfgoed.

Uitzicht onderweg

NS-wandeling Gein en Vecht

Dus besloot ik uiteindelijk om dan maar eens de NS-wandeling van Abcoude naar Weesp te gaan maken. Het is een NS-wandeling van 14 kilometer die ik nog nooit eerder heb gedaan. Het trok mij eerst niet zo, omdat het een onhandige, lange treinreis is met veel overstappen. Daarnaast ben ik in Weesp al een paar keer geweest, dus dat was ook niet meer nieuw. Maar die wandeling gaat dus wel langs een aantal forten van de Stelling van Amsterdam. Vandaag dus afgereisd naar Abcoude. Een nieuw station voor mijn lijstje, ook al heb ik die opdracht dit keer niet meer op mijn Day Zero Project-lijst staan, omdat ik al zoveel stations gehad heb en bang ben dat het niet meer zal lukken.

Molen in de polder

Slecht weer en Munzees

Helaas was de weersvoorspelling niet al te best, maar ik had ook geen zin om de hele dag binnen te zitten en dit was de laatste zondag die binnen de wedstrijdtermijn valt en waarop ik Weekend Vrij kon reizen. Nadat ik onderweg in de trein al wel een heleboel Munzees had gevangen, kwam ik aan in Abcoude in een flinke regenbui. Het plaatsje zag er dus maar troosteloos uit. Omdat er in Abcoude een rondje Munzees lag, had ik mij voorgenomen om eerst wat Munzees te gaan vangen. Nu het zo hard regende heb ik overwogen om het Munzee vangen te skippen en meteen aan de wandeling te gaan beginnen, maar er waren twee special Munzees, waarvan eentje van een type wat ik nog nooit eerder gevangen had. En er waren ook nog “echte” geocaches. Dus regenbroek aan en gaan. Er waren inderdaad Munzees, zowel virtuele als fysieke stickers. Ondanks dat de stickers al lange tijd niet meer gescand waren, waren de meeste nog wel heel.

Volg de rivier

Omdat ik tegenwoordig bijna alleen nog maar labcaches doe, worden normale geocaches een beetje speciaal. De Schat van Abcoude was een echte cache en lag verstopt in een parkje in Abcoude. Een grappige cache waarvan het deurtje open moest “pinnen” met een pasje. Ik gebruikte overigens niet mijn pinpas, maar mijn identiteitskaart, omdat die in het hoesje van mijn telefoon gestoken zat. Er zat een travelbug in, dus meteen wat geruild. Ik was te lui geweest om een query met geocaches te maken voor in mijn gps, maar daar kreeg ik spijt van, want het is superirritant om op de telefoon de hele tijd te moeten schakelen tussen de geocaching-app en de Munzee-app, vooral als het regent en de touchscreen het niet goed doet. En dan slurpen die apps ook nog batterijen. Ik vrees dat ik een externe accu met meer vermogen aan moet schaffen, want nu is het iedere keer net aan.

Maartjes Koeienfoto’s

Het onzichtbare Fort bij Abcoude

Ik wandelde door naar het Fort bij Abcoude. Helaas kon je hier helemaal niets van zien vanaf het wandelpad. Vrijwel al die forten liggen op een eiland omringd door water en dit eiland was helemaal begroeid en je zag nog geen glimp van het fort. Dus alleen een gesloten toegangspoort en een kanon gezien en geen foto kunnen maken. Ondertussen had ik zoveel Munzees gevangen, dat ik door was naar een volgend level, nummer 109. Ik schiet dit jaar snel door de levels heen, maar ik ben dan ook wel extreem veel met Munzee bezig geweest.

Het was nu tijd om de wandeling weer op te pakken, gelukkig was dat niet al te ver van het Fort van Abcoude af. De wandeling liep zoals de naam – Gein en Vecht – al zegt voor het grootste gedeelte langs het riviertje de Vecht. In de beschrijving werd gewaarschuwd voor de vele fietsers, maar die waren binnen gebleven op deze regenachtige dag. Alleen een aantal wielrenners gezien. Auto’s waren er ook niet zoveel. Het landschap zag er maar troosteloos uit in de regen. Grijze luchten, zwaar van de regen. Weilanden, koeien en af toe een gebouw. Omdat het wel 21 graden was, kreeg ik het op een bepaald moment benauwd in mijn regenbroek, dus heb ik die uitgetrokken. Dat liep toch lekkerder, het was op dat moment ook even droog. Bij de molen die al op informatieborden in Abcoude stond, kon ik nog een heel oud Munzee-hotel scannen, wat mij veel punten opleverde.

Fort Nigtevecht

Het tegenvallende Fort Nigtevecht

Ik kwam nu in de buurt van Fort Nigtevecht, ik hoopte dat ik hier wel iets van kon zien en een foto kon maken met de Munzees. Het officiële wandelpad richting het Fort Nigtevecht was afgezet vanwege begrazing. Jammer, want dat pad zag er wel leuk uit, met bunkers en een roestig kunstwerk. Nu moest ik omlopen. Je kon wel wat zien van Fort Nigtevecht en je mocht er zelfs binnen omdat er een café in zat. Ik ging er stiekem even naar het toilet, maar dat leek wel vijftig jaar oud, haha. Eerlijk gezegd vond ik het Fort nogal tegenvallen. Voor al die moeite die ik ervoor had gedaan om er te komen, had ik er meer van verwacht en op de foto met de Meeples zie je amper om welke bunker het gaat. Het zou net zo goed een bunker hier in de buurt kunnen zijn. Helaas verwacht ik ook niet om binnen de looptijd van de fotowedstrijd nog iets beters tegen te komen, dus de Meeples zullen het met Fort Nigtevecht moeten doen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_4800.jpg

Ik moest over een hek heen klimmen om verder te kunnen wandelen, want het oorspronkelijke pad was afgezet vanwege de dreiging van vallende boomtakken. Leuk hoor, dat Fort bezoeken aan elke kant versperringen of moeilijkheden. Of het zijn de moderne verdedigingstactieken…

Ik vond in de koeienweide nog wel een echte cache. Van het GeoToer-project nog wel, daar ben ik jaren geleden ooit vol goede moed aan begonnen, maar ik was nooit verder gekomen dan vier caches ofzo. Nu dus vijf. Het stond ook in mijn vorige DZP-lijst, maar vanwege het lastige bereik heb ik dat nu niet gedaan. Toch kriebelt het nu wel weer om de hele tocht eens te gaan fietsen. Het hele project van de GeoToer is wel weer nieuw leven ingeblazen, het stond zelfs in de Kampioen, dus misschien toch nog wel leuk. Braaf het codewoord opgeschreven, maar geen idee waar die overige codewoorden zijn.

Fiets- en voetgangersbrug over het Amsterdam-Rijn kanaal

Amsterdam-Rijn kanaal

Tussen de koeien en de paarden die hier gezamenlijk stonden te grazen bereikte ik het fietspad langs het Amsterdam-Rijn kanaal. Ook hier amper een fiets te bekennen. Wel was er nog een echte cache, de vierde van vandaag alweer. En eigenlijk allemaal leuke caches die droog waren en op leuke plekjes lagen enzo. Over het Amsterdam-Rijn kanaal ligt een brug die alleen toegankelijk is voor fietsers en voetgangers. Het is een waar kunstwerk en aan elke kant zou er een cache op de brug verstopt liggen. Helaas begon het alweer te regenen en kon ik de beide caches niet vinden. Vooral omdat ik geen idee had wat ik aan het zoeken was. Een nano? Een micro? En de zestiende bout, van onder, van boven, van opzij, van de leuning, van het brugdek? Geen idee. Ik werd zeiknat en had er na een tijdje gewoon geen zin meer in, dus ben ik maar doorgelopen. Toch baalde ik er wel een beetje van, je weet gewoon dat je rakelings langs twee caches bent gelopen en dat je hier niet meer zo snel terug zal komen. Dat steekt dan toch even. Ook omdat ik graag zeven caches had willen vinden, omdat ik dan meteen op de eerste dag van augustus over de 1000 maandfounds voor de maand augustus door de jaren heen was gegaan. Dat is nu dus – mede door deze twee not-founds – niet gelukt.

Laatste stukje

Aetveldsche polder

Het bleef maar regenen, dus mijn wandelmotivatie nam sterk af. Alles zag er hier hetzelfde uit. Ik moest een stuk door het plaatsje Nigtevecht lopen, in het zonnetje vast een enorm gezellig plaatsje met oude huisjes enzo, nu was het erg troosteloos en uitgestorven. Het stuk daarna was nog saaier, eindeloos het riviertje volgen tussen Hollandse landschappen door. Af en toe nog een aardig landhuis en ergens was nog een stukje met mooie bomenlaan, maar ik had er vooral genoeg van. Uiteindelijk kwam ik dan weer uit bij de Aetveldsche polder. Het grappige is dat ik hier al 2x eerder heb gewandeld en dat was in 2017 en 2019. En nu dus weer in 2021, dus ik kom hier om de twee jaar. Ik kon hier een Munzee vangen die het nog deed, maar die voor het laatst was gevangen in 2014. Deze sticker zat er dus ook al tijdens mijn eerste twee bezoeken aan Weesp, maar toen deed ik nog niet aan Munzee. Ik besloot om mijn regenbroek maar weer aan te trekken, want het gras stond hoog in de polder. Ik was bang dat het pad erg modderig zou zijn, maar dat ging wel. Op sommige plekken wel, maar ik werd vooral nat van het hoge gras. Voor zover ze dat nog niet waren van alle regen, raakten mijn sokken en schoenen nu dus echt doorweekt. Ik kon niet echt meer genieten van het weidse landschap om mij heen en van de koeien. Eigenlijk wilde ik gewoon naar de lekker warme en vooral droge trein.

Ik had mij eerst nog voorgenomen om de enige labcache van Weesp te gaan doen. Maar die had een verplichte volgorde en de punten lagen best ver uit elkaar. Uiteindelijk het eerste punt nog meegepakt, maar vanaf daar moest ik dan weer meer dan 600 meter terug naar het tweede punt en vanaf daar waarschijnlijk meer dan een kilometer de andere kant op voor punt drie. Daar had ik geen zin meer in. Het was dan wel weer droog geworden, maar mijn zeiknatte voeten waren in protest en het was ook al half 5 geweest. Dus besloot ik de labcache en het idee van zeven caches te laten gaan en naar het station te lopen. Daar hoefde ik niet zo lang te wachten op de trein en rondom het station kon ik nog een aantal virtuele Munzees vangen. Ook in de trein richting Utrecht kon ik nog een aantal Munzees vangen, dus de terugreis was wel lang, maar niet zo heel erg vervelend. Toch was ik blij toen ik na bijna twee uur reizen weer terug in Oisterwijk was. Toen scheen trouwens de zon…

Ondanks de treinsafari en het rotweer was het toch wel een aardige wandeling met in ieder geval een paar mooie geocaches, heel erg veel Munzees en natuurlijk de Meeple-foto’s waar het allemaal om begonnen was.

Day Zero Project 2.0. Doel 37

Doel 37 tot en met doel 46 zijn tien wandelingen van mijn Wandel Bucket List. Daarop staan ook alle NS-wandelingen die ik nooit eerder deed. Dat zijn er niet zo heel veel, want voor mijn vorige Day Zero Project liep ik er meer dan twintig. Daar zat de NS-wandeling Gein en Vecht niet bij, dus daarmee is de eerste van deze tien wandelingen volbracht.

NS-wandeling Land van Ravenstein

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling liep ik in september 2019.

Land van Ravenstein

Deze zondag was de temperatuur een stuk gedaald (het was die week van de hitterecords van 2019), maar wel een lekkere wandeltemperatuur. Ik besloot eindelijk eens de NS-rondwandeling Ravenstein te gaan doen. Deze heeft een lengte van 16 kilometer. Ravenstein is in Noord-Brabant, dus het is voor mij niet zo’n heel lange treinreis. Ik ben al een paar keer eerder in Ravenstein geweest, waarvan die keer dat het het eindpunt was van een etappe van de Walk of Wisdom het meest memorabel is. Mijn moeder bleef het maar hebben over de “poort van Ravenstein”, maar het duurde zo lang voor die poort opdoemde, dat ik dacht dat het om een fata morgana ging.

Rustig

Het was een rustige wandeling. Het eerste stuk is een beetje saai, over lange, rechte landweggetjes. Je passeert ook nog een klein dorpje met een naambord dat bijna groter is dan het dorp: Deursen-Dennenburg. Maar het was wel lekker om even uit te waaien en ik liep in een flink tempo door. De route werd leuker toen ik door de uiterwaarden van de Maas mocht gaan lopen. Daar vond ik een cache, genaamd Zoek en vind! Ik had hem binnen een halve minuut gevonden, terwijl het volgens de omschrijving erg moeilijk moest zijn. Het zal de cache-ervaring wel zijn.

Prikkeldraad

Het struinpad door de uiterwaarden langs de Maas liep op een bepaald moment dood op prikkeldraad. Werd blijkbaar privaat terrein ofzo, er was ook een maisveld. Ik liep langs het maisveld terug naar de dijk. Helaas was daar geen uitgang. De keuze was een heel stuk terug lopen of onder het prikkeldraad door kruipen. Ik koos voor het laatste, maar het was niet echt prettig, ik kroop door de brandnetels en greep in de distels, dus lekker jeuk de rest van de dag. Ik wandelde over de dijk verder en zag in de verte nog de Branderode-runderen. Waarschijnlijk lag het aan deze koeien dat de struinroute afgesloten was, omdat de stier bij hen stond en die zou wandelaars aanvallen. Ik kon de stier eerlijk gezegd niet onderscheiden van de rest.

Stadscache Ravenstein

Ravenstein kwam in zicht, ik had behoorlijk snel gelopen voor mijn doen, dus er was nog tijd voor de stadscache van Ravenstein die al heel lang op mijn verlanglijstje stond. Helaas was de route echt heel vaag en had ik het gevoel dat ik op en neer bleef lopen. Ook waren de vragen op meerdere manieren te interpreteren en dat werkte niet lekker. De eindberekening was een heel lange som en kwam niet echt op een logisch punt uit, dus ik voelde de bui al hangen: ik kon de eindcache niet vinden. Ik vind het altijd vervelend om de eindcache van een multi niet te kunnen vinden, omdat je er vaak toch een stuk meer voor moet doen, dan voor een traditional. Jammer, maar helaas. Ik liep dus maar naar het station en stapte op de trein naar huis.

Deze diashow vereist JavaScript.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mij zelf gemaakt.

NS-wandeling Beukenburg

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling vond dan ook al plaats in augustus 2019.

Beukenburg

De NS-wandelingen die ik nog niet gedaan heb zijn bijna op en ik wilde voor de spits weer in te trein zitten (vanwege mijn Dal Vrij-abonnement) dus werd het een korte wandeling: 14 kilometer van Utrecht naar Bilthoven. De wandeling begon middenin Utrecht en alles rondom het station ligt daar nog steeds open vanwege een in mijn ogen eeuwig durende renovatie. Smaug had veel moeite met satellieten vangen en de route bepalen.

Kanoën op de singels

Toen ik eindelijk begreep welke kant ik op moest, liep ik een heel eind langs de Utrechtse singels. Omdat ik recent over de Breda singels heb gevaren met mijn kano (een tocht georganiseerd door Kanovereniging Breda), lijkt het mij ook wel leuk om een keer de Utrechtse singels te doen. Maar ja, kano in de trein is niet echt een optie en Utrecht is een stuk verder weg. Dus dat zal er niet snel van komen. En waar ik wandelen of geocachen in mijn eentje prima vind, vind ik kanoën in mijn uppie weinig aan. Dat doe ik liever in een groepje. Alle historie ten spijt, was het bloedheet en stonk het op veel plekken sterk naar hondenpoep. Dus eigenlijk was ik blij toen ik de stad uit was.

Eindeloze stadsparken

Via een heleboel stadsparken, een mooie rozentuin en een apart natuurgebiedje/volkstuinachtig iets genaamd Bloeyendael liep ik richting Fort Voordorp. Ik vond het nog wel grappig dat ik het Spoorwegmuseum passeerde, ik vond dat een gaaf museum, maar het was natuurlijk gesloten op maandag, dus ik kwam niet in de verleiding om er naar binnen te gaan. Ook kwam ik nog over de Maliebaan, hier werd in 1885 het eerste fietspad van Nederland aangelegd.

Fort Voordorp en de Streak Week

Ik naderde Fort Voordorp via fietspaden door het buitengebied, vooral weilanden. Bij Fort Voordorp vond ik de enige cache op de route, vernoemd naar het Fort, maar verstopt in het theepotje dat reclame was voor het nabijgelegen rustpunt. Hiermee vervulde ik de tweede dag van de Streak Week, dit was een actie van Groundspeak, de organisatie achter geocaching. Als je een week lang elke dag een cache logde, kreeg je een souvenir. Uiteindelijk is het mij gelukt om het souvenir binnen te halen, wat best lastig was in een week waarin ook gewoon gewerkt moest worden.

Helaas hadden ze de logrol los in dat theepotje gestopt en niet de moeite gedaan om het in een kokertje te stoppen. Dus waarschijnlijk is het boekje veelvuldig nat geweest en daardoor lieten de pagina’s nu los. Beetje jammer, maar goed. Het Fort was ook gesloten op maandag (maandag is echt met stip de allersaaiste dag van de week om vrij te zijn, maar helaas heb ik daar geen keuze in), dus wandelde ik verder langs het water.

Beukenburg

Ik kwam uit op landgoed Beukenburg, waar de wandeling naar vernoemd is. Ik denk dat ik hier al eerder geweest ben bij de andere NS-wandeling die eindigt in Bilthoven, deze heet Beerschoten, maar volgens mij wandelde ik toen aan de andere kant. Toen liep ik door mooie bossen. Nu ging de route meer over brede bomenlanen met zandpaden. Dat was niet helemaal wat ik er van verwacht had, hoewel het wel mooie lanen waren. Op deze route was het best druk met mensen, zowel in de stad Utrecht als op landgoed Beukenburg. Heel anders dan mijn vorige NS-wandeling Cortenoever, toen ik bijna niemand tegen kwam.

Bilthoven

In Bilthoven vond ik nog een fietspaddestoel voor waymarking, dat had ik niet meer verwacht. Helaas was de paddestoel al geclaimd sinds 2006, ik was wel de eerste die hem “gevisit” heeft. Ik was al om kwart over twee op station Bilthoven, ondanks dat ik aan het einde nog een eindje om moest lopen vanwege wegwerkzaamheden in de straat naar het station toe. Om de treintijden hoefde ik me vandaag dus niet druk te maken. Met krap veertien kilometer was het ook geen heel lange wandeling en ik had hem dus ook heel snel volbracht. Ik vond het zeker niet de mooiste NS-wandeling die ik ooit heb gemaakt, dat kwam deels doordat er zo’n beetje overal werkzaamheden waren, maar ik denk dat ik met zoveel gelopen NS-wandelingen ook een beetje verwend ben geworden.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt.

NS-wandeling Cortenoever

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling liep ik in augustus 2019.

NS-wandeling Cortenoever

De NS-wandeling Cortenoever stond al een tijdje op mijn verlanglijstje, maar het broedseizoen moest voorbij zijn, omdat je anders een gedeelte van de route niet kon lopen. De route is met 12 kilometer niet zo heel erg lang, maar je kon het uitbreiden door een rondje laarzenpad erbij te doen van 4 kilometer, wat de stand op 16 kilometer zou brengen. Officieel zou je in Brummen moeten starten en dan naar Zutphen moeten lopen, maar ik besloot om de route om treintijdtechnische reden om te draaien en in Zutphen te beginnen.

Zutphen

Ik ben al regelmatig op station Zutphen geweest en vorig jaar wandelde ik van Zutphen naar Deventer, maar toen ben ik niet in de stad geweest. Dit keer liep de route wel door de stad zelf. In maart 2011 was ik al eens met mijn moeder in Zutphen geweest, tijdens een vakantie. Toen hebben we ook een paar caches gedaan, maar de cache bij de middeleeuwse (ze zijn begonnen met bouwen in de 11e eeuw) Walburgkerk was toen geript. Ik besloot om het vandaag nog een keer te proberen en dit keer vond ik de cache wel. Dat de cache al zo lang bestaat is een wonder, want het is een papiertje in een kapot plastic zakje. Hij zit verstopt achter een regenpijp en de hint is pluvia, maar zodra het gaat regenen is deze cache eraan. Het is trouwens wel een mooie kerk, ik vroeg me af of je de toren ook mag beklimmen, maar vast niet op maandagmorgen rond 11 uur, haha. Ik heb het even opgezocht en het kan wel, maar alleen op bepaalde dagen en tijdstippen en op maandag is de hele kerk sowieso gesloten. Is weer iets voor mijn bucketlist, haha; #maartjebeklimtkerktorens.

IJssel

Ik ging Zwolle uit en liep een hele tijd langs de IJssel. In het begin stond er een mooi muurtje langs. Ik ging nog even via een paadje een woonwijk in om een voortuincache te loggen die Woody Woodpecker heette. Was wel grappig gemaakt. Daarna weer verder langs de IJssel, tot aan de Cortenoeversebrug, dit is een brug over de IJssel van zo’n 800 meter lang. Hier moest ik de rivier oversteken. Aan de overkant van de brug lag een cache precies op de route. Deze cache was ook naar de brug vernoemd. Via een trap daalde ik weer af naar de oever en de wandeling ging verder langs de andere kant van de rivier. Het was ondertussen zo warm en zonnig geworden dat ik mijn zomerjas uit kon trekken en verder kon lopen in mijn T-shirt. Er hingen wel erg dreigende zwarte wolken in de verte, maar gelukkig is het de hele wandeling droog gebleven.

Geocaching

Onderweg passeerde ik enkele caches van de Lekker Fietsen met Wil&Pet serie. Vorig jaar, toen ik meedeed aan de Apeldoornse Vierdaagse, heb ik ook al een aantal caches van deze serie (meer dan 160 caches!) gevonden, dus het was leuk om er nu weer een paar te vinden, vijf stuks om precies te zijn. Ze zijn niet moeilijk verstopt, maar hebben wel allemaal droge logrollen en zijn dus prima verzorgd. Dat vind ik wel zo prettig. Overigens was het heel rustig op de route, weinig andere mensen gezien. Zal wel komen omdat het maandag was.

Laarzenpad

Ongeveer halverwege moest ik beslissen of ik de extra lus over het laarzenpad van 4 kilometer ging lopen. Qua tijd lag ik goed op schema (ik wilde vanwege mijn Dal Vrij voor 16 uur ingecheckt zijn) en er lagen ook nog twee caches op de lus, dus ik ging ervoor. Ze beloofden mij ook een mooi gebied, maar dat vond ik een beetje tegenvallen. Het waren vooral weilanden met hoog gras en veel bosjes (lekker hooikoorts dus voor mij) en een paar kleine plassen. Er graasden een paar koeien en een paar paarden. Je kon een struinroute volgen via paaltjes. En er waren veel vogels, maar ik ben geen echte vogelaar en had geen verrekijker bij, dus ik kan je geen soortnamen geven. Eigenlijk vond ik deze extra lus niet echt de moeite. Het schijnt wel een biodiversiteitshotspot te zijn qua planten. Je moest ook over dezelfde weg heen en terug lopen. Verder vond ik allebei de caches niet. De ene cache was gewoon onvindbaar, hij zou ergens in de bosjes moeten liggen, maar die waren dicht begroeit in dit jaargetijde, dus ik kon het niet vinden. In de winter is deze cache misschien makkelijker te vinden. De andere cache leek geript te zijn, ik vond op ground zero wel een houdertje, maar geen kokertje of logrol. Jammer, maar helaas.

Verder langs de IJssel

Ik pakte de route weer op en maakte en klein omweggetje voor een extra cache. Daarna ging mijn route langs de IJssel weer verder. Dit gebied is bijna helemaal leeg, zonder bebouwing, dus je kon heel ver kijken. Verder waren er prachtige Hollandse luchten. Ik zag zelfs nog een kano voorbij komen op de rivier en kreeg zelf ook zin om hier te kanoën, maar het is best een eind van Oisterwijk af en ik zit altijd met het vervoer van mijn boot, omdat ik zelf geen auto heb. Ik vond nog een paar caches langs de IJssel en voor ik het wist wandelde ik Brummen al binnen. Hier was ik nog nooit geweest, maar ik heb een tijdje een penvriendin gehad die hier woonde, dus ik kende de plaatsnaam wel. Ik liep nog even een supermarkt binnen om een flesje water te kopen, want ik had dorst en het meegenomen water was al op. Ook nog even rondgekeken in de boekhandel, maar niets gekocht. Wel een mooie winkel.

Brummen

Daarna liep ik via een mooie bomenlaan naar het kleine station van Brummen. Een nieuw station voor mijn lijstje. Ik moest een kwartier wachten op de trein en besloot met deze sprinter door te gaan naar station Arnhem. Daar kon ik overstappen op de intercity. Deze wandeling is trouwens volledig verhard, op de extra lus over het laarzenpad na. Ik vond het wel een mooie wandeling, hoewel het wel een pokke-eind reizen is voor zo weinig kilometers. Gelukkig kwam ik vandaag mooi tussen de spitstijden uit en heb ik Dal Vrij, dus dan is het wel om te doen. Ik kies er natuurlijk ook zelf voor. Er waren trouwens geen paddo’s op de route, maar ik heb wel een paar fietsknooppunten borden gewaymarkt, omdat ik anders nooit aan die volgende waymarking-medaille ga komen.

NS-wandeling Vuursche

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling liep ik in augustus 2019.

NS-wandeling Vuursche

Ik vond zowaar een NS-wandeling die ik nog nooit gedaan had: NS-wandeling Vuursche; 14 kilometer van station Baarn naar station Hollandsche Rading. Die laatste zou een nieuw station voor mijn lijstje worden.

Op station Baarn ben ik ondertussen al vaker geweest. Dit keer ging de wandeling echter de andere kant op. Al tegenover het station begon een park, volgens mij een warandepark met lange bomenlanen, een soort van doolhof met struiken aan weerszijden, een spiegelvijver en veel beelden, die o.a. wandelaars in verschillende tijdperken uitbeeldden. Het was hier behoorlijk druk, maar wat wil je op een zonnige zondag midden in de zomer. Eigenlijk was het op de hele route druk met fietsers, wandelaars en andere vervoersmiddelen.

Paleis Soestdijk

Aan de andere kant van het park kwam ik uit bij Paleis Soestdijk. Ik had het al vaak op tv gezien of op afbeeldingen, maar volgens mij nog nooit eerder in het echt. Het gebouw is niet mijn smaak, maar ik kan niet ontkennen dat het een leuk optrekje is. Hoewel je door het park rondom het paleis mocht wandelen, stonden er enorm veel mensen foto’s te maken buiten het hek. Ook veel toeristen. Ik maakte ook een foto, niet omdat ik het nou zo’n geweldige locatie vond, maar meer omdat het wel een trekpleister is op de route.

Utrechtse Heuvelrug

Mijn wandelroute ging verder door de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Ik was hier ooit al eerder geweest tijdens de cachewandeling van Den Dolder naar Baarn en ook een keer tijdens het Geocaching Multi Event (GME). Toen probeerden Anke en ik een Drakencache te vinden, maar die konden we niet vinden. Nu zit deze cache in het archief. Ik probeerde nog een andere, oude multi op te lossen, maar dat is mij uiteindelijk niet gelukt. Volgens mij ontbrak er een paddenstoel. Jammer, maar helaas. Ik verloor hier veel tijd mee.

Lage Vuursche

Ik pakte de route weer op en kwam uit in Lage Vuursche. Hier was het echt supertoeristisch, de mensen hingen letterlijk met de benen buiten. Ik maakte een omweggetje om een cache te loggen: Met stip op de kaart…Lage Vuursche. Ik weet niet of het mij gelukt is om de cache ongezien te loggen, want jeetje wat een drukte hier. Anderzijds zijn mensen vooral geïnteresseerd in zichzelf, dus wat dat betreft viel ik niet zo op. Ik keek nog even rond in een winkeltje, maar ik moet echt minderen in spullen, dus niets gekocht. Ik pakte de route weer op en ging weer het bos in. Ik maakte nog een omweg voor de cache Boswandeling. Hier was het juist heel erg rustig, was vast meer dan een kilometer van een horeca-gelegenheid af…

Waymarking

Na het loggen van de cache pakte ik de route weer op, die liep een heel eind over een fietsroute en ik kwam een aantal paddo’s tegen. Een paar daarvan bleken nog niet geclaimd te zijn, dus die zijn nu van mij, net als een paar fietsknooppuntborden. Ik werd een paar keer bijna omver gefietst door groepjes bejaarden. Voor ik het wist stond ik al op station Hollandsche Rading. De route was dan ook maar 14 kilometer, dus dat is niet zo heel lang. De trein kwam al na vijf minuten aan, dus ik hoefde niet lang te wachten en moest zelfs haasten met mijn foto van het stationsbordje en mijn OV-kaart opgraven uit mijn rugzak om in te kunnen checken.

Op zich vond ik het wel een leuke wandeling, alleen jammer dat het zo druk was. Misschien ooit in de winter nog eens doen, dan zal het wel rustiger zijn. En ik blijf het heerlijk vinden dat je op een zondag geen rekening hoeft te houden met de spitstijden.

Deze diashow vereist JavaScript.

NS-wandeling Warnsborn

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling liep ik in de zomer van 2019.

NS-wandeling Warnsborn

18 kilometer van station Wolfheze, naar station Arnhem. Het was een doordeweekse dag en omdat ik graag voor 16 uur weer in de trein wilde zitten, vanwege mijn Dal Vrij abonnement, besloot ik al om 6 uur op te staan, zodat ik de trein van 6.45 uur kon pakken, dan kon ik net inchecken voor de spits (dat kan dus tot 6.35 uur en dan kun je nog steeds Dal Vrij reizen, ondanks dat je reis helemaal in de spits plaats vind.) Eigenlijk heb ik een hekel aan zou vroeg op staan, maar in de zomer als het al licht is en als het voor iets leuks is, dan lukt het wel.

Dwars door Gelderland

Het zou vandaag met 28 graden best wel warm worden en ’s morgens vroeg was het al zo warm dat ik geen jas mee hoefde te nemen. Helaas waren er problemen met de trein, waardoor ik alsnog een half uur later dan gepland aan de start van de wandeling stond, in Wolfheze. Ik was al eens eerder op station Wolfheze geweest – dus geen nieuw station voor mijn lijstje – om van daaruit te wandelen en later bleek dat deze NS-wandeling vrijwel helemaal gelijk liep met enkele etappes van Dwars door Gelderland, die ik in de zomer van 2016 heb gelopen. Ik had dan ook heel veel herkenningsmomenten op de route. Vanaf het station ga je vrijwel meteen de bossen in en je loopt dan meteen door een aantal mooie bomenlanen.

Ecoduct Wolfhezerheide

Het eerste stuk loopt over de Wolfhezerheide, dit is wel een mooi gebied om te wandelen.  Afwisselend met bossen, heide en smalle waterstroompjes. Je steekt de snelweg over via het ecoduct Wolfhezerheide, dit is een van de weinige ecoducten in Nederland waar je als wandelaar ook overheen mag; de meesten zijn alleen als oversteekplaats voor dieren bedoeld. Het ecoduct verbindt beide delen van de Wolfhezerheide, waardoor de populaties van dieren aan weerszijden elkaar kunnen ontmoeten. O.a. de ringslang en de zandhagedis maken hier gebruik van.

Wodanseiken

Vervolgens passeer je op de heide de Middeleeuwse landweren. Dit zijn twee evenwijdig lopende, aarden wallen, bedoeld als grensmarkering of omheining. De wallen waren vroeger hoger en begroeid met doornige struiken, zodat het de enige doorgang was voor wagens. Op deze plek werd dan waarschijnlijk tol geëist. Je zou hier ook nog oude karrensporen moeten kunnen zien. Deze weg werd ook wel de Schelmseweg genoemd, omdat boeven (schelmen) via deze weg naar het gerecht in Arnhem werden gebracht.

Op een bepaald moment ga je het bos weer in en kom je langs de Wodanseiken, een paar bomen die al 450 tot 500 jaar oud zouden zijn. Ze kregen hun naam van een aantal romantische landschapsschilders van de Oosterbeekse School, die de bomen schilderden rond 1850. Wodan is ook een Germaanse god en de naam woensdag is van zijn naam afgeleid. Bijzonder, zulke oude bomen, maar eigenlijk waren de imposante bomen eromheen mooier om te zien. Want die Wodanseiken zijn dus niet zo heel groot.

De Duizendjarige Den

Iets verderop vind je nog een markante boom op de route, ook al staat deze niet meer overeind. Het zijn de resten van de Duizendjarige Den. Deze den is niet echt 1000 jaar uit, maar onderzoek heeft uitgewezen dat hij wel zo’n 400 jaar oud is geworden, wat ook een respectabele leeftijd is, die wij mensen nooit zullen bereiken. En ook voor een dennenboom is het een behoorlijke leeftijd. De den is waarschijnlijk rond 1600 gekiemd, midden in de Tachtigjarige Oorlog. In 2006 is hij omgewaaid en nu blijft de stam liggen als voedselbron voor planten en insecten. Het duurt enkele tientallen jaren voor de boom helemaal verteerd zal zijn.

Airborne Oorlogbegraafplaats Oosterbeek

Er waren geen caches meer op de route (die heb ik in 2016 allemaal al gevonden), dus ik kon flink doorlopen. Voor mijn doen dan, want ik ben geen snelwandelaar. Ik had de gpx-track natuurlijk ingeladen, maar de route was ook vrij goed gemarkeerd met pijltjes, dus ik kon bijna niet verkeerd lopen. Voor ik het wist stond ik al bij station Oosterbeek, ongeveer op de helft van de route. Je moet dan door een heel lange straat door het dorp lopen, wat een beetje een saai stukje is. Daarna ga je weer de bossen in en kom je langs de Airborne oorlogbegraafplaats in Oosterbeek. Hier liggen zo’n 1750 geallieerde militairen begraven, die sneuvelden bij de Slag om Arnhem. Ik heb ondertussen al verschillende oorlogsbegraafplaatsen gezien, maar het blijft moeilijk te bevatten hoeveel levens de Tweede Wereldoorlog heeft geëist.

Ondertussen was het een stuk warmer geworden en hoe heter, hoe minder fijn ik loop. Ook nu begon ik last te krijgen van de hitte. Mijn water was op en mijn eten was ook op en er waren geen punten om water bij te krijgen onderweg.

Park Sonsbeek

Uiteindelijk kwam ik via de bomenlanen van Landgoed Lichtenbeek en Landgoed Warnsborn weer uit in de parken bij Zypendaal en Sonsbeek. Hier lagen nog twee caches die ik mee zou kunnen pakken, als ik af zou wijken van de route. Omdat ik de “onderroute” vorige week al drie keer had gelopen (toen bezocht ik in dit park Huize Zypendaal en het Watermuseum en deed ik een multi-cache over het Mannetje van de Zyp), besloot ik nu de “bovenroute” te nemen voor de caches. Infiltratie werd na even zoeken gevonden. Ik had een beetje afwijking op ground zero en er waren veel hint-objecten aanwezig. Maar als beloning wel een grote munitiekist.

Daarna was het nog 2 kilometer naar de ABC-cache van Sonsbeek. Het was een “zware” wandeling met flinke hoogteverschillen en ik kwam nog langs de oude brandtoren in het park en toen ik eindelijk op ground zero was…kon ik de cache niet vinden. Jammer de bammer. Het was best wel druk daar en er waren overal netelige planten en ik had een korte broek aan.

Daarnaast begon de tijd te dringen voor de trein. Ik had eerst nog wilde plannen om ook nog de Eusebiuskerk te gaan beklimmen, omdat ik nieuwsgierig ben naar de glazen balkons en er ook een virtuele cache te doen is, maar uiteindelijk zat ik pas om 15.23 uur in de trein, dus dat was nooit meer gelukt. Moet ik nog eens terug naar Arnhem; wat vervelend nou toch.

Deze diashow vereist JavaScript.

NS-wandeling Vechtdal (dag 2)

De tweede dag van de NS-wandeling Vechtdal, 16 kilometer van station Ommen naar station Dalfsen.

Tweede etappe

Om 9 uur verlieten we het hotel – nadat we ontbeten hadden – om te beginnen aan de tweede etappe: van Ommen naar Dalfsen. We gingen meteen een landgoed op en maakten een kleine omweg voor een tweede cache van de Darde klokke serie, dit keer 8 uur. Deze cache zat in een soort van kabouterhuisje, maar helaas had de kabouter geen leuke huisdieren: muggen. En muggen vinden mij heel lekker, ik was de vorige dag ook al een paar keer geprikt.

We liepen een hele tijd over dit landgoed, kwamen een ijskelder tegen en kwamen door een Droomvlucht-achtig bos met hele mooie bomen.

We kwamen door het gehucht Vilsteren en kwamen langs een groot sluizencomplex met stuwen. We zagen hoe een bootje door de sluis ging en maakten foto’s op de “tronen” van de watergraaf. Dit was eigenlijk een kunstwerk, maar je mocht er gewoon op zitten.

Daarna moesten we heel lang over/naast een fietspad lopen, dat druk werd befietst door allerlei fietsers. Aan de ene kant van het fietspad lag een vogelbroedgebied, bestaande uit weilanden vol gras, tot aan de rivier de Vecht. En aan de andere kant lagen bossen. Er lagen nog een paar caches op deze route en ook spotte ik weer een hoop paddestoelen.

Uitkijktoren Vechtdal

Mijn moeder zat mij al de hele tijd lekker te maken met een uitkijktoren en toen las ik ineens in de cachebeschrijving van de volgende cache dat er echt een uitkijktoren was. Uitkijktoren Vechtdal, om precies te zijn. Mijn moeder heeft hoogtevrees en ging natuurlijk niet mee naar boven. Dus nam ik haar telefoon mee voor de broodnodige spoilerfoto en stuurde haar naar de cache Frankenweg, een paar honderd meter verderop. Ze protesteerde een beetje, maar de wil voor een extra found won het, haha. De spoilerfoto was – waarschijnlijk expres – genomen vanuit een rare hoek, maar ik had de cache toch vrij snel gevonden. Daarna even genoten van het uitzicht over het Vechtdal.

Ondertussen was mijn moeder terug van haar cache en zwaaide ze naar mij van onderaf. Na een tijdje weer naar beneden gegaan om verder te gaan met de wandeling. We wilden eigenlijk uiterlijk 15.30 uur op het station zijn, omdat we voor de spits in de trein wilden zitten vanwege onze treinabonnementen. Maar het eerste stukje van Dalfsen naar Zwolle was met Blauwnet, dus we moesten ook nog voor 16 uur overchecken naar de NS op station Zwolle. Dus vandaar die trein van 15.30 uur. We hadden echter snel gelopen, dus Dalfsen was al in zicht.

We liepen door een soort van landschapspark dat Bellingeweer heette en vonden nog drie van de vier caches van een mini-serie. De vierde sloegen we over omdat die te ver uit de richting lag. We hadden het bloedheet en hadden daardoor ook veel dorst. Dus besloten we om in Dalfsen een terras uit te zoeken voor een drankje. Dat kon nog mooi binnen het tijdsbestek. De keuze viel op het allerlaatste terras van de straat en we konden het station al zien liggen in de verte. Op het terras zaten verschillende mensen die we al eerder die dag tegen waren gekomen. We waren best een beetje moe, de tweede dag was in lengte korter (16 tegen 18 kilometer), maar het was veel warmer dan voorspeld, dus daarom viel het ons zwaarder. Ik had ook niet erg goed geslapen.

Het was wel weer een mooie route. Na een drankje en een stokbroodje gingen we naar het station van Dalfsen, waar we de trein van 15 uur hadden. Dus we waren ook nog op tijd in Zwolle en de treinen hadden geen problemen dus waren we rond 18 uur in Oisterwijk, waar we nog een hapje gingen eten. We waren vooral verbaasd dat we geen drupje regen hebben gehad, op al ons andere tweedaagse wandelingen hebben we flinke regenbuien gehad. Maar nu hadden we echt perfect wandelweer gehad.

Deze diashow vereist JavaScript.

NS-wandeling Vechtdal (dag 1)

In juli 2019 liep ik samen met mijn moeder de 2-daagse NS-wandeling Vechtdal in Overijssel. De eerste dag loop je 18 kilometer, van station Mariënberg naar station Ommen. Omdat de reistijd vanaf Oisterwijk maar liefst 3 uur is, boekten wij een hotel in Ommen, waar we gingen overnachten.

Heel erg vroeg

Vanwege de lange reistijd zaten we al om 6.45 uur in de trein, zodat we op tijd daar zouden zijn en op ons gemak konden lopen. Ik heb een hekel aan vroeg op staan, maar voor iets leuks als wandelen gaat het me wel goed af. Om 9.45 uur stapten we uit de trein op station Mariënberg, een nieuwe plaats voor mijn lijstje. We konden meteen een cache op het station loggen, dus dat ging lekker.

Processierupsen

De wandeling ging bijna meteen de natuur in en we lazen wat informatieborden in de “informatiekapel” een houten huisje met informatieborden in de vorm van een kapel. Hier lazen we ook wat over de verdwenen watermolen en iets verderop vonden we een cache die zo heette. We liepen een eind langs de Vecht, o.a. midden over het terrein van een grote camping en door bossen en bogen af naar landgoed Junne.

Hier lag een hele serie caches, de Grommelsteen-serie. Omdat de wandeling zelf al 18 kilometer was, konden we niet de hele serie doen, maar we liepen een klein stukje om voor nummertje 10. Die zat verstopt in een boom. Ik trok het lapje waarin de cache verstopt zat uit de behuizing, maar niet alleen de cache viel eruit, maar ook twee dikke processierupsen. Gelukkig had ik er niet ingegrepen. We logden de cache en verwijderden de rupsen met een tak. In Overijssel bleek een ware processierupsenplaag te zijn, overal kwamen we afgespannen eikenbomen tegen en je zag de rupsen soms gewoon zitten. Gelukkig zijn we niet ernstig aangevallen.

 

Cirkels in het graan

Iets verderop vonden we nog een cache van de Grommelsteen-serie, die lag wel precies op de route. Er waren ook veel graanvelden, dus ik maakte een foto van mijn drieoogalien die dacht dat hij cirkels in het graan zag. Te veel fantasie, ik weet het.

Tussen de graanvelden op het landgoed was het erg warm, dus we waren blij toen we het bos in ging, hier was het wat koeler. We kwamen de wandelaars tegen die tegelijkertijd met ons uit de trein waren gestapt, maar die een andere route liepen. Misschien wel het Pieterpad, want wij vonden alweer een cache van het Pieterpad. Volgens mij heb ik die nu al vijf gevonden ofzo. Stiekem kruist het Pieterpad dus veel andere routes. Toch zou ik het heel graag nog ooit gaan wandelen. Lijkt me echt leuk, maar dan wel achter elkaar door of in ieder geval in twee of drie sessies.

Vlak voor we in Ommen aankwamen nog even een zandpad ingeschoten om een cache te loggen van de Darde klokke-serie. Die liggen in de vorm van een klok rondom Ommen, maar te ver uit elkaar om allemaal te doen. Deze lag wel bijna op de route. Onderweg zijn we ook een heleboel paddo’s tegengekomen, dus flink aan waymarking gedaan. In Overijssel zijn niet veel waymarkers actief, dus wie weet zit er nog wat voor mij bij. Zou leuk zijn.

One night in Ommen

We waren ook al een keer het spoor overgestoken, maar nu kwamen we aan bij het station van Ommen. In de ochtend waren we al gestopt op dit station en hadden we uitgekeken naar het hotel, maar dat konden we niet zien. Nu begrepen we niet hoe we eroverheen hadden gekeken. Voor de deur stond een boom vol processierupsen. Lekker dan. We checkten in en het meisje van de receptie probeerde ons nog een hoteldiner aan te smeren. Ik was die week ook al bestookt met mailtjes voor extra dingen in het hotel. Zo geweldig was het hotel echter niet.  De kamer was klein en de vloerbedekking heel smerig. Het bed zag er wel ok uit en het beddengoed was in ieder geval schoon. We besloten nog richting het centrum van Ommen te gaan.

Ik wilde eigenlijk naar het tinnenfigurenmuseum, maar dan zou mijn moeder niet mee kunnen, want die heeft geen museumkaart. En er waren ook nog caches. Uiteindelijk konden we het museum niet vinden en logden we nog vier caches in het dorp, waaronder eentje in de molen, waar je ook in rond mocht kijken. In het centrum van Ommen was een zomerfeest aan de gang met een markt, dus ook nog een stukje over die markt gelopen (de zelfde troep als op elke jaarmarkt) en nog wat winkels ingegaan en daarna een restaurant uitgezocht om een hapje te eten.

Op de terugweg naar het hotel logden we nog een cache langs de rivier de Vecht. Mijn moeder bleef die avond in het hotel, ik ben nog terug gelopen naar het centrum voor het optreden van de coverband Broadway.

Deze diashow vereist JavaScript.

NS-wandeling Belmonte

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Belmonte

In de zomer van 2019 wandelde ik de NS-wandeling Belmonte, 16 kilometer van station Ede-Wageningen naar het hoofdbusstation van Wageningen.

 

De wandeling is vernoemd naar arboretum Belmonte; dat ligt op de top van de Wageningse Berg. Ik had deze wandeling heel lang links laten liggen, omdat je eindigt bij een bushalte en ik weinig vertrouwen heb in busdiensten. Daarom wilde ik de wandeling eerst om gaan draaien, zodat ik die busrit al gehad zou hebben. Later dacht ik dat dat niet handig was, omdat ik tot 18.30 uur bezig moest blijven vanwege mijn Dal Vrij abonnement en daarom zou het handiger zijn om die busrit in die tijd te hebben. Ik kwam er via 9292 achter dat het om een heel groot busstation ging en je kon zowel met de bus terug naar station Ede-Wagingen of naar Arnhem. Arnhem zou voor mij beter uitkomen, omdat ik dan in 1x met de trein door naar Tilburg kon. Dus koos ik toch voor de start vanaf station Ede-Wageningen. Daar ben ik al vaker geweest, dus het station kwam mij bekend voor.

 

Ik probeerde een offset-multi op te lossen, maar die lag aan een fietspad aan de overkant van de weg en ik kon daar nergens oversteken. Ik zou dus een heel eind om moeten lopen naar een oversteekplaats en volgens de logjes was de cache slecht onderhouden. Dus uiteindelijk doorgelopen en niet naar de cache gezocht. Via een smal paadje langs het spoor kwam ik al gauw in het bos uit. Ook zat er wat hoogteverschil in deze route. De route liep bijna helemaal door de bossen en over landgoederen. Wel een mooie route. Al vrij snel kwam ik de Celtic Fields tegen, er was zelfs een uitkijkplatform bij gebouwd, zodat je alles goed kon zien. Celtic fields waren vierkante of rechthoekige akkers van ongeveer 30 bij 30 meter, rond het begin van de jaartelling aangelegd door boeren uit die tijd. Elke akker werd omringd door een aarden walletje. Op deze plaats zijn die walletjes dus nog deels te zien, maar het is goed dat er een informatiebord bij stond, anders was ik er zo aan voorbij gelopen. De Lange Afstands Wandeling Romeinse Limes loopt hier ook langs, volgens de bordjes. Die zou ik ook nog wel mooi vinden om te doen. Ooit.

 

Het was niet zo’n mooi weer, met 18 graden zelfs aan de koude kant. Ik heb mijn jas aan het begin wel uit gehad, maar later was ik blij dat ik hem bij had, omdat het een paar keer kort regende.

Midden in de bossen kwam ik een heel oude cache tegen, de MusiCache uit 2002. Het was een offset, maar voor het eerste waypoint moest ik afwijken van de route. Ik hoopte stiekem dat de cache dan weer op de route zou liggen en niet de andere kant op zou gaan. Ik had geluk: de cache lag inderdaad op de route. Het was nog wel even zoeken naar de grote bak, omdat het kompas van Smaug (mijn gps) als een gek rondjes draaide. Tot ik de hint heel letterlijk nam en jawel: bingo.

Ik liep nu verder langs de sprengen, dit zijn de kleine beekjes hier in de bossen. Ik ben ze al vaker tegen gekomen tijdens het geocachen en heb er vorig jaar een heleboel gezien tijdens de Apeldoornse Vierdaagse. Ik zat nu vrij dicht bij dat gebied.

 

Onderweg passeerde ik een boerderij waar ik een foto kon maken voor een virtuele cache. De cache had iets te maken met dat enge verhaal van de Drie Zusters, bedacht door die man die dat boek over GioMan (een moordende geocacher) heeft geschreven: Ina Enssr (Ina is het pseudoniem van een man). Die cache was offline, maar zou ik sowieso overgeslagen hebben. Veel te eng. Meestal heb ik er niet zo’n problemen mee om in mijn eentje te wandelen, maar de horrorverhalen hoeven niet gevoed te worden. Ik heb dat boek wel ooit gelezen, omdat mijn moeder het had gewonnen na een puzzeltocht met haar collega’s, die werd georganiseerd door o.a. de schrijver van het boek.

 

Het laatste stuk van deze wandeling was eigenlijk het mooiste. Na een heel stuk over een landgoed te hebben gelopen kwam ik uit op de Wageningense heuvelrug. Dit was echt een gaaf wandelpad over de heuvel, met een afgrond aan de ene kant. Mijn moeder zou het helemaal niets gevonden hebben, met haar hoogtevrees. En bovenop de heuvelrug lag het arboretum Belmonte. Eerlijk is eerlijk, vroeger dacht ik dat een arboretum een kerkhof was… Later leerde ik dat het een bomentuin is. Het arboretum Belmonte is zelfs al behoorlijk oud. Ik deed een multicache die door de tuin liep, ook al een oudje, uit 2004. Mijn blik viel op een kunstwerk van een roestkleurige plant in de knop. Dat kwam mij erg bekend voor en deed mij aan Pelgrim denken, de mascotte van de Walk of Wisdom. Door het bordje bij het kunstwerk kwam ik erachter dat het inderdaad door dezelfde kunstenaars is gemaakt; Huub en Adelheid Kortekaas. Dit was echter al een verre voorouder van Pelgrim, want dit kunstwerk stond er al sinds 1977.

 

Terwijl ik de cacheroute deed begon het te regenen en het hield niet meer op. Gelukkig geen clusterregenbui, maar heel aangenaam was het niet. Gelukkig maakten de mooie tuin en de verre uitzichten veel goed. Ik vond ook de cache. Ik pakte de wandelroute weer op en liep nog een rondje door de tuin. Daarna mocht ik nog een keer een steile trap afdalen, de heuvelrug af. Dat had ik voor de cache ook al een keertje gedaan. Ik liep nu in de richting van Wageningen, langs de rivier. Het begon steeds harder te regenen, dus aan het einde heb ik een klein stukje afgesneden, omdat ik geen zin had om zeiknat in de trein te zitten.

 

Ik had me niet zo’n zorgen hoeven te maken over die bus, want het bleek een groot busstation te zijn waar zo’n beetje om de 10 minuten een bus vertrok. Ik stapte in de bus naar Arnhem. In de bus stond de airco op standje turbo, maar ik was helemaal nat van de regen, dus ik kreeg het ijskoud. Op het station van Arnhem aangekomen moest ik nog lang wachten op de trein naar huis, dat wist ik nog van mijn stage in Arnhem, die rottrein gaat pas om 18.53 uur. Gelukkig is het station van Arnhem heel groot en overdekt, dus kon ik weer een beetje opwarmen. Toen de trein eindelijk arriveerde kwam ik wel zonder problemen thuis. Ik vond het een mooie wandeling, maar jammer van de regen en de reistijd.

 

Deze diashow vereist JavaScript.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mij zelf gemaakt.

NS-wandeling Ankeveense Plassen

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Ankeveense Plassen

In de zomer van 2019 wandelde ik de 22 kilometer lange wandelroute Ankeveense Plassen van station Bussum-Zuid naar station Weesp.

De NS-wandeling Ankeveens Plassen staat op de rol voor 22 kilometer, maar ik had al in recensies gelezen dat het er in de praktijk maar 20 zouden zijn en mijn teller kwam ook op zoiets uit. Ik koos eigenlijk vooral voor deze wandeling als vervanger voor de Apeldoornse Vierdaagse, waar ik dit jaar helaas niet aan mee kon doen. De start is bij station Bussum Zuid; een nieuw station voor mijn lijstje. Het was overigens niet zo’n mooi zomerweer: het werd maar maximaal 19 graden, het was bewolkt, ik kreeg een paar keer een korte bui over mij heen en ik droeg een lange broek en heb mijn zomerjas niet uit gehad. Toch vind ik deze weersomstandigheden fijner wandelen dan die 30+ graden. Ik ben dus stiekem blij dat deze zomer wat minder heftig lijkt te worden qua hitte dan die van vorig jaar.

Na het oversteken van de parkeerplaats bij het station ging ik meteen een bos met heidegebied in. In het bos was het rustig, maar in het heidegebied was het erg druk met mensen die hun hond uit aan het laten waren.

Ik stak de weg over en kwam uit op de landgoederen rondom het hoofdkwartier van Natuurmonumenten. Het heet hier ook wel het GeoGamePark, er liggen namelijk heel veel caches, weg gelegd door het VVV om geocaching te promoten. Twee jaar geleden ben ik ook al eens in dit park geweest, ik had toen een sollicitatiegesprek voor een stage bij Natuurmonumenten. De reistijd was echter zo lang, dat ik dat toen af moest wijzen. Op die dag heb ik al een heleboel caches in dit park gelogd. Er waren er echter nog steeds een paar over. Hoe verleidelijk ook: ik heb de landgoederen-serie links laten liggen. Ik moest nog flink wat kilometers lopen en door deze multi’s zou de afstand te ver opgehoogd worden.

Dus koos ik voor de letterbox. De laatste paar letterboxen die ik heb gedaan, waren eigenlijk geen echte letterboxen. Deze was dat wel. Via een verhaaltje werd ik naar de bergplaats van de familie Eekhoorn gestuurd. Hier lag een flinke cache op mij te wachten. Ik kreeg spijt dat ik het speeltje wat ik thuis had klaar gelegd om in een cache te stoppen niet meegenomen had, want dat had hier mooi in gepast. Wel kon ik trackables ruilen. Tot mijn verbazing was de cache al een paar weken niet gelogd. In de zomervakantieperiode verwacht je eigenlijk dat zo’n cache regelmatig gelogd wordt. Ik was wel van de route afgeweken en ging terug naar de track. Het park kwam me echt heel erg bekend voor van twee jaar geleden. Ik had graag een kijkje genomen in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, maar dat bleek op maandag gesloten te zijn. Helaas.

Er volgde een stukje door de bebouwde kom van ’s-Gravenland, om een vaart heen. Vervolgens ging ik een boerenommetjepad in, dwars door een weiland. In de verte zag ik schapen, maar die stonden niet op mijn gedeelte. Het gras was volgens mij ook recent gemaaid, want het liep best wel prettig. Er waren ook erg mooie wolkenluchten en ik zag nog een roofvogel over vliegen (jammer dat ze te snel zijn voor een foto).

Het pad door de weilanden eindigde in Ankeveen. Hier vond ik meteen een cache die praktisch op de route lag, genaamd Frankeveen I. Nummer twee was helaas offline, want daar kwam ik ook langs. Nummer drie lag te ver uit de richting. Na een stukje door Ankeveen te hebben gewandeld, sloeg ik af op een pad dat dwars tussen de Ankeveense Plassen door liep. Dit is waar de route naar vernoemd is. Het was een grasachtig pad en het waaide en beetje, dus natuurlijk kreeg ik hooikoorts, hieperdepiep hoera. Het gras en het riet langs de randen van de plassen was zo hoog opgetrokken, dat ik het water nauwelijks kon zien. Dat vond ik een beetje een tegenvaller. Ook stonden er veel eikenbomen, met waarschuwingslinten erin, want er zouden eikenprocessierupsen in zitten. Gelukkig waren er verder op het lange, brede pad minder eikenbomen en waren er ook zowaar een paar doorkijkjes naar de plassen. Kon ik toch nog een paar foto’s maken van het water en de wolken.

Nadat ik het gebied van de Ankeveense Plassen doorkruist had, kwam ik uit bij het volgende water: de Vecht. Bij de duikclub vond ik nog een cache, die er al sinds 2011 lag, maar die er nog keurig bij hing. Fijn als caches gewoon goed onderhouden worden. Vervolgens moest ik een heel eind over een fietspad lopen tot ik bij een brug aan kwam. En aan de overkant mocht ik weer helemaal terug gaan sjokken, langs allerlei woonbootachtige optrekjes langs de Vecht. Ik vermoed dat ik al eerder op dit stukje ben geweest, toen ik 2,5 jaar geleden een geocachingwandeling heb gemaakt rondom Weesp. Daarvan herinnerde ik mij ook nog het pad door het Aetsveld. Dat was toen een pad vol klei en de hompen klei bleven aan mijn wandelschoenen kleven, waardoor die heel zwaar werden. Ik moest verschillende keren stoppen om de kleihompen van mijn schoenen af te halen, met behulp van een tak. Echt lekker wandelen was dat toen niet, dus ik zag nu op tegen het Aetsveld.

Hoewel de ingang, dwars over het erf van een rommelige boerenerf en de bordjes van de diverse wandelroutes mij heel erg bekend voor kwamen, was het pad totaal veranderd. Alle klei was nu begroeid met gras en het pad was makkelijk te bewandelen. Geen kleiklompen te bekennen. Of het nu aan het seizoen lag: het was nu juli en toen was het januari of aan de weersomstandigheden; ik weet het niet. Misschien heeft de droge zomer van vorig jaar de klei compleet uitgedroogd. In ieder geval kwam ik nu snel vooruit en voor ik het wist stond ik in Weesp. Hier ben ik een beetje gaan treuzelen, omdat ik pas om 18.30 uur met de trein mee kon vanwege mijn Dal Vrij abonnement.

Een paar winkeltjes in gegaan, maar de meeste waren gesloten op maandag of sloten om 18 uur. Uiteindelijk was ik nog een half uur te vroeg bij het station. Ik wilde iets te drinken gaan halen, maar helaas was de stationswinkel dicht vanwege een verbouwing en er was ook geen supermarkt in de buurt. Lekker dan. Op een bankje gewacht tot het 18.30 uur was en daarna vlug in de trein gestapt. Ondanks dat ik al een paar weken niet echt ver gewandeld had en het toch ruim 20 kilometer was, ging de wandeling mij prima af. Geen zere voeten gehad.

Deze diashow vereist JavaScript.