NS-wandeling Belmonte

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Belmonte

In de zomer van 2019 wandelde ik de NS-wandeling Belmonte, 16 kilometer van station Ede-Wageningen naar het hoofdbusstation van Wageningen.

 

De wandeling is vernoemd naar arboretum Belmonte; dat ligt op de top van de Wageningse Berg. Ik had deze wandeling heel lang links laten liggen, omdat je eindigt bij een bushalte en ik weinig vertrouwen heb in busdiensten. Daarom wilde ik de wandeling eerst om gaan draaien, zodat ik die busrit al gehad zou hebben. Later dacht ik dat dat niet handig was, omdat ik tot 18.30 uur bezig moest blijven vanwege mijn Dal Vrij abonnement en daarom zou het handiger zijn om die busrit in die tijd te hebben. Ik kwam er via 9292 achter dat het om een heel groot busstation ging en je kon zowel met de bus terug naar station Ede-Wagingen of naar Arnhem. Arnhem zou voor mij beter uitkomen, omdat ik dan in 1x met de trein door naar Tilburg kon. Dus koos ik toch voor de start vanaf station Ede-Wageningen. Daar ben ik al vaker geweest, dus het station kwam mij bekend voor.

 

Ik probeerde een offset-multi op te lossen, maar die lag aan een fietspad aan de overkant van de weg en ik kon daar nergens oversteken. Ik zou dus een heel eind om moeten lopen naar een oversteekplaats en volgens de logjes was de cache slecht onderhouden. Dus uiteindelijk doorgelopen en niet naar de cache gezocht. Via een smal paadje langs het spoor kwam ik al gauw in het bos uit. Ook zat er wat hoogteverschil in deze route. De route liep bijna helemaal door de bossen en over landgoederen. Wel een mooie route. Al vrij snel kwam ik de Celtic Fields tegen, er was zelfs een uitkijkplatform bij gebouwd, zodat je alles goed kon zien. Celtic fields waren vierkante of rechthoekige akkers van ongeveer 30 bij 30 meter, rond het begin van de jaartelling aangelegd door boeren uit die tijd. Elke akker werd omringd door een aarden walletje. Op deze plaats zijn die walletjes dus nog deels te zien, maar het is goed dat er een informatiebord bij stond, anders was ik er zo aan voorbij gelopen. De Lange Afstands Wandeling Romeinse Limes loopt hier ook langs, volgens de bordjes. Die zou ik ook nog wel mooi vinden om te doen. Ooit.

 

Het was niet zo’n mooi weer, met 18 graden zelfs aan de koude kant. Ik heb mijn jas aan het begin wel uit gehad, maar later was ik blij dat ik hem bij had, omdat het een paar keer kort regende.

Midden in de bossen kwam ik een heel oude cache tegen, de MusiCache uit 2002. Het was een offset, maar voor het eerste waypoint moest ik afwijken van de route. Ik hoopte stiekem dat de cache dan weer op de route zou liggen en niet de andere kant op zou gaan. Ik had geluk: de cache lag inderdaad op de route. Het was nog wel even zoeken naar de grote bak, omdat het kompas van Smaug (mijn gps) als een gek rondjes draaide. Tot ik de hint heel letterlijk nam en jawel: bingo.

Ik liep nu verder langs de sprengen, dit zijn de kleine beekjes hier in de bossen. Ik ben ze al vaker tegen gekomen tijdens het geocachen en heb er vorig jaar een heleboel gezien tijdens de Apeldoornse Vierdaagse. Ik zat nu vrij dicht bij dat gebied.

 

Onderweg passeerde ik een boerderij waar ik een foto kon maken voor een virtuele cache. De cache had iets te maken met dat enge verhaal van de Drie Zusters, bedacht door die man die dat boek over GioMan (een moordende geocacher) heeft geschreven: Ina Enssr (Ina is het pseudoniem van een man). Die cache was offline, maar zou ik sowieso overgeslagen hebben. Veel te eng. Meestal heb ik er niet zo’n problemen mee om in mijn eentje te wandelen, maar de horrorverhalen hoeven niet gevoed te worden. Ik heb dat boek wel ooit gelezen, omdat mijn moeder het had gewonnen na een puzzeltocht met haar collega’s, die werd georganiseerd door o.a. de schrijver van het boek.

 

Het laatste stuk van deze wandeling was eigenlijk het mooiste. Na een heel stuk over een landgoed te hebben gelopen kwam ik uit op de Wageningense heuvelrug. Dit was echt een gaaf wandelpad over de heuvel, met een afgrond aan de ene kant. Mijn moeder zou het helemaal niets gevonden hebben, met haar hoogtevrees. En bovenop de heuvelrug lag het arboretum Belmonte. Eerlijk is eerlijk, vroeger dacht ik dat een arboretum een kerkhof was… Later leerde ik dat het een bomentuin is. Het arboretum Belmonte is zelfs al behoorlijk oud. Ik deed een multicache die door de tuin liep, ook al een oudje, uit 2004. Mijn blik viel op een kunstwerk van een roestkleurige plant in de knop. Dat kwam mij erg bekend voor en deed mij aan Pelgrim denken, de mascotte van de Walk of Wisdom. Door het bordje bij het kunstwerk kwam ik erachter dat het inderdaad door dezelfde kunstenaars is gemaakt; Huub en Adelheid Kortekaas. Dit was echter al een verre voorouder van Pelgrim, want dit kunstwerk stond er al sinds 1977.

 

Terwijl ik de cacheroute deed begon het te regenen en het hield niet meer op. Gelukkig geen clusterregenbui, maar heel aangenaam was het niet. Gelukkig maakten de mooie tuin en de verre uitzichten veel goed. Ik vond ook de cache. Ik pakte de wandelroute weer op en liep nog een rondje door de tuin. Daarna mocht ik nog een keer een steile trap afdalen, de heuvelrug af. Dat had ik voor de cache ook al een keertje gedaan. Ik liep nu in de richting van Wageningen, langs de rivier. Het begon steeds harder te regenen, dus aan het einde heb ik een klein stukje afgesneden, omdat ik geen zin had om zeiknat in de trein te zitten.

 

Ik had me niet zo’n zorgen hoeven te maken over die bus, want het bleek een groot busstation te zijn waar zo’n beetje om de 10 minuten een bus vertrok. Ik stapte in de bus naar Arnhem. In de bus stond de airco op standje turbo, maar ik was helemaal nat van de regen, dus ik kreeg het ijskoud. Op het station van Arnhem aangekomen moest ik nog lang wachten op de trein naar huis, dat wist ik nog van mijn stage in Arnhem, die rottrein gaat pas om 18.53 uur. Gelukkig is het station van Arnhem heel groot en overdekt, dus kon ik weer een beetje opwarmen. Toen de trein eindelijk arriveerde kwam ik wel zonder problemen thuis. Ik vond het een mooie wandeling, maar jammer van de regen en de reistijd.

 

Deze slideshow vereist JavaScript.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mij zelf gemaakt.

NS-wandeling Ankeveense Plassen

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Ankeveense Plassen

In de zomer van 2019 wandelde ik de 22 kilometer lange wandelroute Ankeveense Plassen van station Bussum-Zuid naar station Weesp.

De NS-wandeling Ankeveens Plassen staat op de rol voor 22 kilometer, maar ik had al in recensies gelezen dat het er in de praktijk maar 20 zouden zijn en mijn teller kwam ook op zoiets uit. Ik koos eigenlijk vooral voor deze wandeling als vervanger voor de Apeldoornse Vierdaagse, waar ik dit jaar helaas niet aan mee kon doen. De start is bij station Bussum Zuid; een nieuw station voor mijn lijstje. Het was overigens niet zo’n mooi zomerweer: het werd maar maximaal 19 graden, het was bewolkt, ik kreeg een paar keer een korte bui over mij heen en ik droeg een lange broek en heb mijn zomerjas niet uit gehad. Toch vind ik deze weersomstandigheden fijner wandelen dan die 30+ graden. Ik ben dus stiekem blij dat deze zomer wat minder heftig lijkt te worden qua hitte dan die van vorig jaar.

Na het oversteken van de parkeerplaats bij het station ging ik meteen een bos met heidegebied in. In het bos was het rustig, maar in het heidegebied was het erg druk met mensen die hun hond uit aan het laten waren.

Ik stak de weg over en kwam uit op de landgoederen rondom het hoofdkwartier van Natuurmonumenten. Het heet hier ook wel het GeoGamePark, er liggen namelijk heel veel caches, weg gelegd door het VVV om geocaching te promoten. Twee jaar geleden ben ik ook al eens in dit park geweest, ik had toen een sollicitatiegesprek voor een stage bij Natuurmonumenten. De reistijd was echter zo lang, dat ik dat toen af moest wijzen. Op die dag heb ik al een heleboel caches in dit park gelogd. Er waren er echter nog steeds een paar over. Hoe verleidelijk ook: ik heb de landgoederen-serie links laten liggen. Ik moest nog flink wat kilometers lopen en door deze multi’s zou de afstand te ver opgehoogd worden.

Dus koos ik voor de letterbox. De laatste paar letterboxen die ik heb gedaan, waren eigenlijk geen echte letterboxen. Deze was dat wel. Via een verhaaltje werd ik naar de bergplaats van de familie Eekhoorn gestuurd. Hier lag een flinke cache op mij te wachten. Ik kreeg spijt dat ik het speeltje wat ik thuis had klaar gelegd om in een cache te stoppen niet meegenomen had, want dat had hier mooi in gepast. Wel kon ik trackables ruilen. Tot mijn verbazing was de cache al een paar weken niet gelogd. In de zomervakantieperiode verwacht je eigenlijk dat zo’n cache regelmatig gelogd wordt. Ik was wel van de route afgeweken en ging terug naar de track. Het park kwam me echt heel erg bekend voor van twee jaar geleden. Ik had graag een kijkje genomen in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, maar dat bleek op maandag gesloten te zijn. Helaas.

Er volgde een stukje door de bebouwde kom van ’s-Gravenland, om een vaart heen. Vervolgens ging ik een boerenommetjepad in, dwars door een weiland. In de verte zag ik schapen, maar die stonden niet op mijn gedeelte. Het gras was volgens mij ook recent gemaaid, want het liep best wel prettig. Er waren ook erg mooie wolkenluchten en ik zag nog een roofvogel over vliegen (jammer dat ze te snel zijn voor een foto).

Het pad door de weilanden eindigde in Ankeveen. Hier vond ik meteen een cache die praktisch op de route lag, genaamd Frankeveen I. Nummer twee was helaas offline, want daar kwam ik ook langs. Nummer drie lag te ver uit de richting. Na een stukje door Ankeveen te hebben gewandeld, sloeg ik af op een pad dat dwars tussen de Ankeveense Plassen door liep. Dit is waar de route naar vernoemd is. Het was een grasachtig pad en het waaide en beetje, dus natuurlijk kreeg ik hooikoorts, hieperdepiep hoera. Het gras en het riet langs de randen van de plassen was zo hoog opgetrokken, dat ik het water nauwelijks kon zien. Dat vond ik een beetje een tegenvaller. Ook stonden er veel eikenbomen, met waarschuwingslinten erin, want er zouden eikenprocessierupsen in zitten. Gelukkig waren er verder op het lange, brede pad minder eikenbomen en waren er ook zowaar een paar doorkijkjes naar de plassen. Kon ik toch nog een paar foto’s maken van het water en de wolken.

Nadat ik het gebied van de Ankeveense Plassen doorkruist had, kwam ik uit bij het volgende water: de Vecht. Bij de duikclub vond ik nog een cache, die er al sinds 2011 lag, maar die er nog keurig bij hing. Fijn als caches gewoon goed onderhouden worden. Vervolgens moest ik een heel eind over een fietspad lopen tot ik bij een brug aan kwam. En aan de overkant mocht ik weer helemaal terug gaan sjokken, langs allerlei woonbootachtige optrekjes langs de Vecht. Ik vermoed dat ik al eerder op dit stukje ben geweest, toen ik 2,5 jaar geleden een geocachingwandeling heb gemaakt rondom Weesp. Daarvan herinnerde ik mij ook nog het pad door het Aetsveld. Dat was toen een pad vol klei en de hompen klei bleven aan mijn wandelschoenen kleven, waardoor die heel zwaar werden. Ik moest verschillende keren stoppen om de kleihompen van mijn schoenen af te halen, met behulp van een tak. Echt lekker wandelen was dat toen niet, dus ik zag nu op tegen het Aetsveld.

Hoewel de ingang, dwars over het erf van een rommelige boerenerf en de bordjes van de diverse wandelroutes mij heel erg bekend voor kwamen, was het pad totaal veranderd. Alle klei was nu begroeid met gras en het pad was makkelijk te bewandelen. Geen kleiklompen te bekennen. Of het nu aan het seizoen lag: het was nu juli en toen was het januari of aan de weersomstandigheden; ik weet het niet. Misschien heeft de droge zomer van vorig jaar de klei compleet uitgedroogd. In ieder geval kwam ik nu snel vooruit en voor ik het wist stond ik in Weesp. Hier ben ik een beetje gaan treuzelen, omdat ik pas om 18.30 uur met de trein mee kon vanwege mijn Dal Vrij abonnement.

Een paar winkeltjes in gegaan, maar de meeste waren gesloten op maandag of sloten om 18 uur. Uiteindelijk was ik nog een half uur te vroeg bij het station. Ik wilde iets te drinken gaan halen, maar helaas was de stationswinkel dicht vanwege een verbouwing en er was ook geen supermarkt in de buurt. Lekker dan. Op een bankje gewacht tot het 18.30 uur was en daarna vlug in de trein gestapt. Ondanks dat ik al een paar weken niet echt ver gewandeld had en het toch ruim 20 kilometer was, ging de wandeling mij prima af. Geen zere voeten gehad.

Deze slideshow vereist JavaScript.

NS-wandeling Drentsche Aa

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Drentsche Aa

Vanaf ons vakantiehuisje in Drenthe gingen mijn moeder en ik per auto naar station Beilen (waar je gratis mag parkeren!) en vanaf daar per trein naar station Assen. Dit is maar een kort ritje van 10 minuten. Vanaf station Oisterwijk zou het 3 uur en 10 minuten enkele reis zijn geweest. We gingen voor de rondwandeling Drentsche Aa.

Het lot van de verdwenen reuzenpaddo

Ik wilde mijn moeder dolgraag de reuzenpaddo laten zien, maar station Assen is verbouwd en de reuzenpaddo is verdwenen. Op internet is helemaal niets over de verdwijning van de reusachtige ANWB-paddenstoel terug te vinden. Dat was in mei 2019. Toen ik dit stukje ging schrijven zocht ik nog een keer naar het lot van de reuzenpaddo en RTV Drenthe heeft het uitgezocht voor hun nieuwsrubriek Zoek het uit! Ze hebben hem dus gewoon vernietigd…wat jammer zeg. Gelukkig dat Anke en ik de grote paddenstoel nog gezien hebben in de zomer van 2011.

Er staat nu een ander kunstwerk; een gigantische, stomende hond, genaamd Mannes. Ook vonden we een cache tegenover het station van de Knappe Koppen Serie. Edison zat heel toepasselijk verstopt in een lampenkap. We moesten nu terug door de spoortunnel naar de andere kant van het station om aan de wandeling te beginnen. Via de vogeltjesbuurt (ik vond het leuk dat er ook straten naar exotische vogels waren genoemd, zoals de flamingo) liepen we naar het natuurgebied de Drentsche Aa. Dit landschap heeft trouwens de status van Nationaal Park, wat je eigenlijk niet zou verwachten. Het weer was een stuk grauwer dan een dag eerder, maar het bleef wel droog. En unaniem waren we het erover eens dat dit een mooiere wandeling was dan het Bijvoetpad.

Nationaal Park

Er lagen ook nog enkele caches op de route. Ook kon ik nog een aantal paddo’s spotten. Zo vonden we 1,0 van een Assen-serie, die verder uit mysteries bestaat. Die hadden we niet opgelost, dus het bleef bij deze. We keken eerst nog uit of we toevallig zo’n mysteriecache zagen zitten, maar dat was niet zo. Wel vonden we nog een cache van de Deurzer-trail. Dit is wel grappig, want in 2014 heb ik de Deurzer-trail met Anke gedaan. Leuk dat hij dus nog steeds online is. Ik herkende het gebied ook wel. We liepen naar het plaatsje Rolde. Mijn moeder hoopte op een terras, maar dat viel alweer tegen, dus moest ze het met haar meegenomen broodje doen. Rolde  heeft een mooi, fotogeniek kerkje en we gingen ook even naar binnen. Weet niet of dat als atheïst nog mag, maar ik vind kerken nog steeds wel mooie gebouwen. Deze had bijvoorbeeld bijzonder mooie glas-in-lood-ramen.

Hunebedden van Rolde

Achter het kerkje lag een groot kerkhof en daarachter lagen heel toepasselijk de twee hunebedden van Rolde. Hier was het een komen en gaan van luidruchtige mensengroepen. Best irritant, want wij wilden een cache vinden en dat lukte niet zo. Ik werd heel chagrijnig van al die mensen, maar mijn moeder hield het hoofd koel en vond uiteindelijk de cache. Het lukte ook nog om enkele mensloze foto’s van de hunebedden te maken. De wandeling liep nu weer terug naar Assen, maar dan via de andere kant. Zo kwamen we over de Kampsheide, een interessant stukje bos/heide met veel grafheuvels, een hunebed (helaas niet gezien) en een pingoruïne. Over deze laatste ging een earthcache, maar wij hadden het informatiebord gemist en het was best wel een eindje terug. Uiteindelijk heb ik flink naar het antwoord moeten speuren op internet, maar ik heb het wel gevonden en daarmee kon de earthcache alsnog gelogd worden. Van de pingoruïne; die eruit zag als een gewoon ven, maakte ik een mooie puddlegramfoto. Mijn moeder kan zo’n gemiste earthcache niet zoveel schelen, maar ik kan daar dan best een beetje nijdig om worden.

Poepenveldje

De wandeling ging verder door een gebied met zo’n planken loopbrug, dat vind ik ook altijd wel leuk en zelfs mijn moeder vond dat prima, hoewel die eigenlijk niet zo van wankele dingen zonder leuningen is. We kwamen ook nog langs het Poepenveldje, iets uit een lang vervlogen oorlog. We kwamen weer aan de rand van Assen uit. Eigenlijk moesten we weer door de Vogeltjesbuurt lopen, maar er lag een rand bos omheen en daar bleken twee Pelikaancaches te liggen. Die wilden wij nog wel graag scoren, dus wij liepen door het bosje en vonden twee mooie caches met grote bakken. Het was de paar honderd meter omlopen wel waard. We eindigden in het Valkenstijn-park, ook hier ben ik wel eens eerder geweest, met Anke, maar dan tijdens ons BIL-weekend, in 2011. We zijn toen een weekend in Drenthe geweest om de BIL-serie af te kunnen maken, waar we in 2010 aan begonnen waren. Er was toen een geocaching-event in dit park.

Vlakbij het station wilde ik nog de cache bij het TT-monument doen, maar mijn moeder wilde door naar het station, omdat ik eerder had gemopperd dat ik de trein voor 16 uur wilde halen vanwege mijn Dal Vrij. Mijn moeder boeide dat niet zo voor een ritje van 10 minuten. Uiteindelijk hadden we beter die cache kunnen doen, want nu reed de trein voor onze neus weg en moesten we een half uur wachten op de volgende. We hadden nog wel de laatste trein voor 16 uur. Dat dan weer wel.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mij zelf gemaakt.

NS-wandeling Woldberg

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Woldberg

De NS-wandeling Woldberg is een 17 kilometer lange rondwandeling vanaf station Steenwijk over landgoed de Eese en de bossen op stuwwal de Woldberg. Ook zou er een uitkijktoren op de route zijn en een theehuis.

Te ver weg

Deze route stond dus hoog op mijn verlanglijstje, maar de treinreis van Oisterwijk naar Steenwijk duurt maar liefst drie uur enkele reis, dus dat was geen doen voor één dag.

In april was ik echter een weekje met mijn moeder op vakantie in Drenthe en vanaf daar was het ongeveer drie kwartier met de trein vanaf station Beilen. Dat is wel te doen.

We gingen naar Steenwijk met de trein. Nou ja, eerst reden we met de auto naar het dichtbijzijndste station vanaf ons vakantie-adres: Beilen. Dat was toch nog meer dan tien kilometer rijden. Daar mocht je de auto zowaar gratis parkeren. Dat zie je niet meer zo vaak in Nederland. Het was ongeveer drie kwartier reizen met de trein, met een snelle overstap in Meppel. Zo kon ik twee stations afstrepen waar ik nog nooit eerder was in- of uitgestapt. Voor het station van Steenwijk stond een grote wegwijzer met daarop diverse wandelingen. Vooral lange afstand wandelingen (LAW’s), natuurlijk.

Onze NS-wandeling stond er niet op, maar er waren wel meerdere mensen die hem vandaag gingen lopen. Wij hadden geen haast, ik had deze wandeling bewust ingepland voor de zondag, zodat we geen last zouden hebben van de spitstijden van de NS (Ik heb een Dal Vrij abonnement en mijn moeder heeft een kortingsabonnement voor de daluren). Vlakbij het station ligt een Joodse begraafplaats en hier vonden we onze eerste cache. Hier kun je alles zien door de hekken, in Oisterwijk is ook een oude Joodse begraafplaats, maar die ligt verscholen achter hoge muren en ik heb er nog nooit een glimp van opgevangen. Je kunt je wel aanmelden voor een rondleiding, maar dat heb ik nog nooit gedaan.

Links- of rechtsom?

Wij liepen het eerste stukje over een fietspad door een woonwijk, dit was bedoeld om Steenwijk uit te komen, richting de polder. We passeerden wel een mooie perceeltje met veel bloesem. Hoewel ik vreselijk allergisch ben voor bloesem (hooikoorts), vind ik het wel mooi. Overigens had ik in Drenthe veel minder last van hooikoorts, dan in Noord-Brabant, juist omdat daar weinig bloesembomen zijn.

Aan de rand van de polder was een splitsing: je kon hier kiezen om het rondje linksom of rechtsom te lopen. Ik had gezien dat je rechtsom eerst onder een aantal viaducten door moest lopen en dat leek mij minder mooi, dus daarom wilde ik dat het eerste doen. Het echtpaar dat gelijk met ons uit de trein was gestapt ging linksom. Ook goed, liepen we elkaar niet in de weg. Wij liepen een heel eind langs het kanaal en kwamen toen uit bij de McDonalds naast het Fletcher Hotel. Op de parkeerplaats lag een cache, dus die moest meegepakt worden. Ondertussen was mijn moeder erachter gekomen dat ze al eens eerder in Steenwijk was geweest, zo’n zes jaar geleden, samen met mijn vader en dat ze toen gelogeerd hadden in dat Fletcher Hotel. Gedurende dat weekend hadden ze behoorlijk wat caches gevonden, waaronder de voorganger van deze Fastfood Steenwijk.

Caches en paddo’s

Iets verderop lag ook nog een cache op een verlaten carpoolstrook en daarmee kon ik eindelijk eens een keer een cache scoren die ik nog niet had, maar mijn moeder wel. Meestal is het andersom, omdat ik veel vaker ga geocachen. Dit stukje “snelwegen” leverde dus wel mooi twee founds op. We gingen nu weer het buitengebied in. Bij het bos aangekomen, weken we een stukje af van de route om nog een extra cache te kunnen loggen bij de pingoruïne. Van de pingo zelf was niet veel te zien, volgens mij stond die droog, maar de cache was wel leuk. Je had een magneetstok nodig, maar die zit standaard in mijn geocachingrugzak, dus dat was geen probleem. Echt een van mijn beste aankopen ooit op geocachinggebied en dat voor twee euro.

We wandelden rustig verder door het bos, tot we weer op de route waren. We gingen via Landgoed de Eese de Woldberg op. De Woldberg is de noordelijke punt van een stuwwal die is ontstaan tijdens het Saalien; dat is de voorlaatste ijstijd. Het ijs kwam toen tot de lijn Texel-Gaasterland-Steenwijk-Coevorden. De snelweg A32 is door de Woldberg aangelegd, de vele stenen die toen vrij kwamen liggen nu bij het geologisch monument Wolterholten.

Dit was een mooi stukje, met smalle wandelpaden door de bossen. Ook kwamen we nog een perceel met grafheuvels tegen. Hier kwamen we dat echtpaar uit de trein weer tegen, die liepen duidelijk een stuk sneller dan ons, haha. Die werden vast niet afgeleid door geocaching en waymarking (in Overijssel en Drenthe staan veel ANWB-paddestoelen). Geen caches meer helaas. Er lagen nog wel een paar multi-caches, maar die waren allemaal te lang om in de route op te nemen. Soms zou ik wel eens een tijd op een andere plek willen wonen om rustig alle multi-caches te kunnen wandelen. Rondom Oisterwijk zijn de mooie wandelmulti’s al lang op. En dit was echt een heel mooi gebied om nog vaker in te kunnen wandelen.

Uitkijktoren en Tuk’s Theehuis

Mijn moeder verlangde naar een kop koffie en ik zelf was nieuwsgierig waar de in de routebeschrijving beloofde uitkijktoren nu was. Volgens een informatiebord zou Tuk’s Theehuis na een tijdje opdoemen. Onderweg kwamen we nog een heel mooie bomenlaan tegen. En nadat we die doorgelopen waren kwamen we een bord tegen van het Theehuis. Dat was een schot in de roos. Heel aardige mensen, biologisch eten, veel vegetarisch, veel dieren, een informatiepunt van het Drentsch Landschap en een afbeelding van een mammoet aan de muur. Helemaal geweldig. En vanuit de tuin kon je de uitkijktoren zien. Ik was natuurlijk niet meer te houden, maar at toch eerst mijn salade op en dronk mijn vier koppen thee leeg (ik kreeg een hele pot voor de prijs van een kopje, maar het was eigenlijk bedoeld voor twee personen. Mijn moeder wilde liever koffie). Mijn moeder ging natuurlijk niet mee; die bleef veilig in de theetuin zitten. Ze heeft hoogtevrees. Ik wandelde naar de uitkijktoren en klom naar boven: 131 treden. Ik had het rijk voor mij alleen. Jammer dat alle informatiebordjes bespoten waren met graffiti. Vandalisme. Je had wel een mooi uitzicht; aan de ene kant over de Woldberg en aan de andere kant over Steenwijk. Ik kon ook de theetuin zien liggen.

Ik belde met mijn moeder vanaf de top en toen kwam ze naar mij zwaaien, dat was wel grappig. Na een tijdje ging ik weer naar beneden en pikte ik mijn moeder op bij het Theehuis. We hervatten het laatste stukje van de wandeling. Onderweg hadden we nog een halve earthcache opgelost, maar het was eigenlijk niet helemaal gelukt. Daar baalde ik een beetje van. Terug in Oisterwijk heb ik de boel nog wel op kunnen lossen met behulp van flink wat opzoekwerk. Ik weet nu dus wel alles over het ontstaan van de Woldberg. We kwamen echter wel keurig op tijd aan op station Steenwijk en hoefden maar even te wachten op de trein die ons via Meppel weer terug bracht naar Beilen.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mij zelf gemaakt.

 

Groene Wissel Reuver

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Groene Wissel Reuver

Een 17 kilometer lange rondwandeling vanaf station Reuver, over landwegen, langs de Maas en grensoverschrijdend door het Brachterwald.

Tweede paasdag 2019 stond voor net zo’n mooi, zonnig weer op de rol als de eerste. Dus de keuze om te gaan wandelen in plaats van vooruit werken voor school was snel gemaakt… (het is allemaal goedgekomen met dat schoolwerk hoor). Omdat er nog steeds werkzaamheden waren op het traject Den Bosch-Utrecht, ging ik naar Limburg. Ik koos voor de Groene Wissel Reuver. Ik heb al heel veel NS-wandelingen gedaan, dus het is fijn om te weten dat er ook nog enorm veel Groene Wissels zijn, waarmee ik nog jarenlang vooruit kan. Groene Wissels zijn de oude, “gearchiveerde” NS-wandelingen, ze zijn te vinden op de Wandelzoekpagina.

Ik ben gemeen

Ik was al vaker in Reuver geweest, want in 2017 ben ik een weekje op vakantie geweest in het plaatselijke huisjespark de Lommerbergen. Er lag nu een cache bij het station, die toen nog niet bestond. Mijn 0-punt klopte niet helemaal, dus ik stond eerst op de verkeerde plaats te zoeken en toen kwam er ook nog een ander geocaching-echtpaar aan, die als bulldozers te keer gingen. Ze deden niet echt vriendelijk, dus ik besloot om eerst te gaan wandelen en dan bij terugkomst nog een keer rustig te gaan zoeken. Maar toen ik het paadje afliep, zag ik een vogelhuisje hangen in een boom, gecamoufleerd door struiken. Dat was dus de cache, met een paar meter afwijking. Ik logde in stilte, zag dat de bulldozers nog steeds bezig waren en besloot niets te zeggen. Later voelde ik me daar eigenlijk best gemeen over, maar als andere geocachers zo onvriendelijk doen, dat wekt dat gewoon directe afkeer in mij op.

Ik begon aan de wandeling en maakte nog een kleine omweg om nog een cache van de serie Oppe Ruiver te kunnen loggen. Deze lag op de oprit naar de brandweerkazerne, waar het gelukkig heel rustig was vandaag.

Het mysterie van de Lambertuskapel

De avond ervoor had ik een mysterie opgelost, die niet zo moeilijk was; het ging over Romeinse cijfers. Dus ik besloot die ook nog even op te gaan halen. Hij lag bij de Lambertuskapel, een mooie, goed onderhouden kapel vlakbij de rivier de Maas. Ik denk dat ik die kapel ook al heb gezien toen ik hier op vakantie was, maar toen had ik geen mysteries opgelost. Het was heel druk met oudere Dreuzels bij de kapel, want er liep een of andere paaswandeling langs. Ik moest dus even wachten tot het dreuzelvrij was, voor ik kon loggen.

Daarna zocht ik de wandelroute weer op. Die liep over het pad langs de rivier de Maas, waar ik toen gefietst heb. Alle caches die daar toen lagen, waren nu gearchiveerd. Daarna liep de route een hele tijd over paden, verhard en onverhard tussen boomkwekerijen door. Het was benauwd en het waaide best wel hard, dus ik had vrij veel last van hooikoorts en liep de hele tijd te niezen. Ik vond dat er veel lange, rechte stukken tussen zaten. Op een bepaald moment moest ik best een eind omlopen, omdat er een verboden toegangbordje stond op de route. Dan merk je wel dat Groene Wissels niet zo goed onderhouden worden als NS-wandelingen. Hierna ging ik via een smal bospaadje de grens naar Duitsland over. Op de grens was een café, waar de mensen met de benen buiten hingen. Ik had geen zin om daar in mijn eentje op het terras te gaan zitten, dus liep door.

Brachterwald

Ik ging het Brachterwald in, hier was het heel rustig. Ik kwam alleen een paar mountainbikers tegen, verder niemand.  Helaas geen caches meer, hoewel de omgeving er best geschikt voor was. Ik had gehoopt om langs de earthcache te komen, maar die lang nog zo’n drie kilometer uit de route. Te ver om dus. En omdat er wel wat daling en stijging in zat, had ik ergens een wow-moment verwacht op een mooi uitzichtpunt ofzo. Maar dat kwam niet. Ik twijfelde of ik de extra lus door het bos zou gaan lopen of dat ik een stuk zou afsnijden, maar ik besloot toch te gaan, in de hoop op nog een mooi plekje. Helaas, ook hier niet echt iets bijzonders. Vooral veel dennenbomen en verwilderde akkers. Aan de bosrand moest ik weer een stuk omlopen, omdat er allemaal niet opgeruimde omgehakte bomen op het pad lagen. Ik voelde mijn voeten ondertussen, dus baalde hier een beetje van. Dat werd nog erger toen ik een cache die precies op de route lag (Prinsendijk) niet kon vinden.

Koeienoptocht

Ik begon vermoeid en dorstig aan de laatste kilometers. Die liepen allemaal over verharde wegen door het buitengebied van Reuver. Allemaal lange, rechte, saaie stukken. 600 meter vooruit, de hoek om en weer 700 meter recht vooruit. Het enige leuke was nog de koeienoptocht, van koeien die vanuit het weiland naar de stal liepen om gemolken te worden. Eigenlijk was ik blij toen het station in zicht kwam. Ik moest nog 20 minuten wachten op de trein, dus ging vlug de supermarkt in, die tegenover het station lag, om drinken te kopen. Het schoot niet echt op bij de kassa, maar gelukkig was ik met drinken en al nog op tijd voor de trein. De terugreis verliep voorspoedig en ondertussen konden mijn voeten bijkomen.

Het wandelen was mij zwaarder gevallen dan gisteren. Of dat nou kwam omdat het de tweede achtereenvolgende dag was, door het benauwde weer, de hooikoorts of een mengeling van alles, weet ik niet. Ik vond de wandeling ook gewoon niet zo heel geweldig, maar ik denk dat ik verwend ben na zoveel verschillende NS-wandelingen. Ik miste bij deze wandeling vooral een hoogtepunt qua uitzicht of een echte bezienswaardigheid.

Deze slideshow vereist JavaScript.

NS-wandeling Park Lingezegen

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Park Lingezegen

Park Lingezegen is een groot stadspark tussen Elst en Arnhem. Deze wandeling van 17 kilometer start vanaf station Elst en loopt via Park Lingezegen en uiterwaardpark Meinerswijk naar station Nijmegen. Je kunt de wandeling op verschillende plaatsen inkorten, je passeert halverwege station Arnhem-Zuid, maar ik ging voor de volle 17 kilometer.

Pasen 2019 en de temperaturen waren zomers. Ik wilde eigenlijk de nieuwe NS-wandeling bij Rhenen gaan doen (Blauwe Kamer), maar er werd aan het spoor gewerkt op dat traject, dus moesten de plannen gewijzigd worden en koos ik voor de NS-wandeling Lingezegen.

100.000 paardenbloemen

Ik had deze NS-wandeling tot nu toe niet gedaan, omdat ik bang was dat die door hetzelfde gebied zou lopen, als waar ik in 2017 al eens ben geweest om te geocachen, maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Startstation Elst was nieuw voor mijn lijstje. Al vaak gestopt (ik heb stage gelopen in Arnhem en pakte vaak de sprinter naar Den Bosch, omdat die Dal Vrij tijdstechnisch eerder vertrok dan de intercity), maar nog nooit uitgestapt. Nu dus wel. De wandeling liep eerst een stuk door het dorp heen en daarna slingerde die door verschillende delen van Park Lingezegen. Dit is dus veel groter dan dat stuk waar ik toen ben geweest. De route was bijna helemaal verhard, volgens mij zou die dus ook door rolstoelers gedaan kunnen worden.

Het eerste stuk waren er geen caches, dus liep ik vrij snel door. Bij het begin van het park stond een bordje dat ze bloemzaden hadden verspreid, die in het voorjaar van 2019 in bloei moesten staan…nou, dat was dus niet gelukt, de bermen daar waren op wat gras na helemaal leeg. Verderop waren er wel extreem veel paardenbloemen en madeliefjes. Overal geel, waar je ook maar keek. Het was supermooi weer, dus het was overal best druk met wandelaars en fietsers, maar niet dat ik er last van had. Vooral rondom Landerij de Park waren veel mensen en er werd ook flink gespeeld in de bijbehorende waterspeeltuin. Dat had ik als kind ook wel leuk gevonden. De route slingerde om het spoor, je moest best vaak onder of over het spoor door. In een van de spoortunnels waren leuke tekeningen gemaakt van monsters op fietsen en stepjes.

De cache met de schroefjes

De eerste cache die ik op de route vond, was er eentje van een serie rondom Arnhem-Zuid.  Het 0-punt klopte niet, dus ik moest even zoeken, terwijl de cache best een grote bak was en op een logische locatie lag. De cache zat ook nog leuk verstopt, maar omdat deze cache nog gewoon online is, zal ik niet spoilen.

Halverwege de route kwam ik langs station Arnhem-Zuid. Zo kom je er nooit, zo kom je er 2x per week (ik was daar eerder die week geweest om een marktplaats-aankoop op te halen). Ook wel weer grappig.

De andere cache lag ergens in een park. Twee caches dus maar, ik had eigenlijk ingezet op een stuk of vijf, maar uiteindelijk had ik geen in de multi’s. Dit was een van de vier data in april die nog onder de 10 zaten. Deze datum stond dus op 8 en nu precies op 10, dus een krappe save, maar voorlopig ruim voldoende.

Meinerswijk

Eigenlijk vond ik het laatste stuk van de route het interessantste. Dit liep namelijk door uiterwaardpark de Meinerswijk, een gebied met veel waterplassen. Deze waterplassen zijn ontstaan door afgravingen voor zand- en kleiwinning. In dit gebied waren maar liefst drie steenfabrieken gevestigd, van Steenfabriek Meinerswijk staan nog enkele gebouwen overeind.

Dit is ook een stuk van de Romeinse Limes-route en er waren hier veel Romeinse resten te vinden, mooie wegwijzers in Romeinse stijl en de nagebouwde contouren van een Romeins fort. Dit castellum lag aan de weg tussen Noviomagus (Nijmegen) en Carvo (Kesteren).  Het houten grensfort werd waarschijnlijk gebouwd tussen het jaar 10 en 20 en was bedoeld om de Romeinse scheepvaart over de Rijn te beschermen. In de 400 jaar daarna is het castellum verschillende keren verstevigd, vergroot, vernield en weer opnieuw opgebouwd.  Rond het jaar 400 is het fort verlaten door de Romeinen. Men heeft een tijd gedacht dat dit castellum het Castra Herculis was, maar dit moet groter zijn geweest en stond waarschijnlijk op de plek waar nu Elst ligt.

Op ongeveer dezelfde locatie is later het Huys Meinerswijk gebouwd, wat ook wel het Kasteel van Arnhem werd genoemd. Hier heeft o.a. de Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum gewoond. Het kasteel is in 1853 afgebroken en er is niets meer van terug te zien.

Doorlaatbrug

Ook kon ik nu eindelijk over die (nep)dam lopen, die ik al zo vaak vanuit de trein heb zien liggen. Aan de ene kant zie je het dal richting Oosterbeek en aan de andere kant zie je dus Meinerswijk. Ik kwam er later achter dat het geen dam is, maar de doorlaatbrug Meinerswijk; een voormalige brug en waterkering. De doorlaatbrug is niet meer in gebruik, maar heeft de status van rijksmonument, omdat men lange tijd dacht dat de brug deel uit maakte van de IJssellinie. Dit is echter niet zo, want de doorlaatbrug is pas in 1966 gebouwd en toen was de IJssellinie al voor een groot deel ontmanteld. De gedachte was niet eens zo gek, want in Meinerswijk lag wel degelijk een deel van de IJssellinie, zo zijn er nog enkele kazematten te zien, die de stuwen en doorlaatwerken moesten beschermen. Deze kazematten zijn begin jaren ’50 van de vorige eeuw aangelegd, omdat men bang was voor de dreiging vanuit Rusland. De IJssellinie liep van Zwolle naar Nijmegen en men kon er een gebied van 120 vierkante kilometer mee onder water zetten. Persoonlijk vraag ik me af of die hele IJssellinie nog wel zin had, want er waren in die tijd ook al lang vliegtuigen die over dat water heen konden vliegen.

Konikpaarden en de Eusebiuskerk

In Meinerswijk kwam ik ook nog de kudde wilde Koninpaarden tegen, die echter zo tam waren dat je ze gewoon kon aaien. Ze stonden midden op het fiets/wandelpad en veel mensen stopten dan ook om de paarden te “knuffelen”.

Ik heb deze maand heel veel last van hooikoorts, maar gelukkig ging het vandaag redelijk. Blijkbaar ben ik toch allergischer voor (bloesem)bomen, dan voor grassen. En op deze route waren meer grassen dan bomen. Ik had ook nog graag in die glazen lift van de Eusebiuskerk gewild, maar de kerk bleek gesloten te zijn op deze heilige eerste paasdag. Ik kwam ook niet meer in het centrum van Arnhem, want eigenlijk stond ik al tegenover het station, toen ik van de Nelson Mandela brug af kwam.

In de trein naar huis was het heel rustig, wat ik niet zo erg vond. Ondanks dat ik er vandaag niet op hoefde te letten (op feestdagen mag je de hele dag Dal Vrij reizen, dus geen last van spitstijden), had ik de trein van voor 16 uur. Grappig eigenlijk, als ik er op let kost het vaak veel moeite en nu had ik er helemaal niet opgelet en lukte het gewoon precies.

Alles bij elkaar best een afwisselende NS-route met veel (aangelegde) natuur en cultuurhistorie. En het was echt heerlijk wandelweer vandaag.

Deze slideshow vereist JavaScript.

NS-wandeling Krickenbecker Seen

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen.

Krickenbecker Seen

Je ziet al aan de naam van deze route dat die niet Nederlands is. De route start dan ook vanaf het Duitse station Kaldenkirchen en loopt voor een groot gedeelte door Duitsland. De wandeling eindigt wel weer in Nederland, bij station Venlo. De route is 16,5 kilometer lang. Ik wandelde deze route in april 2019 en vond onderweg ook nog zeven caches; vijf in Duitsland en twee in Nederland.

In de laatste week van maart kwamen de vier nieuwe NS-wandelingen voor 2019 online en natuurlijk stond ik te trappelen om die te gaan wandelen. Maar ja, ik was druk met mijn voltijdminor bezig, had een onregelmatig lesrooster en moest ook nog werken om mijn huur en andere vaste lasten te kunnen betalen. Dus het was even wachten op een geschikte vrije dag voor deze wandeling en dat werd een dag in april.

De maand april valt buiten het Geocaching Data Project, want alle data staan al op 6 founds of hoger. Met slechts vier data onder de 10 caches, staat april zelfs op de nominatie om de tweede maand te worden met alle data boven de 10 founds. Deze dag was toevallig één van die vier data, dus dat was een extra trigger om vandaag te gaan. Ik had de gpx-route al in mijn gps geladen en gezien dat er enkele caches op de route lagen.

De voorspelling was dat het mooi weer zou worden vandaag, maar toen ik in de ochtend naar het station fietste, vond ik het nog erg koud in mijn zomerjasje en wenste ik zelfs handschoenen.

Het ritje van Venlo naar het Duitse station Kaldenkirchen duurt slechts vier minuten, maar het lukte mij niet om online een kaartje te bemachtigen. Blijkbaar verkopen ze die niet voor zulke korte trajecten ofzo? Ik besloot om dan maar een kaartje op het station te kopen, want voor Nederland heb ik Dal Vrij. Maar op Venlo had ik maar 7 minuten om over te stappen, die trein naar Duitsland reed maar 1x per uur – dus ik wilde hem niet missen – en ik kon de Duitse kaartautomaat niet vinden. Dus heb ik uiteindelijk zwart gereisd…. Het waren vier zenuwslopende minuten die wel een uur leken te duren. In de trein hingen allemaal bordjes dat zwartrijden bestraft werd met een boete van 60 euro. Ik zag het al helemaal gebeuren dat ik – die de NS met een driecijferig bedrag per maand sponsort –  nu dik moest gaan betalen aan de Deutsche Bahn, gedurende mijn eerste tripje ooit met de Duitse spoorwegmaatschappij.

Ik zat eerst op een stoel en keek de hele tijd beide kanten op of er een conducteur uit kwam. Overigens geen enkele conducteur gezien. In Nederland stapt er altijd minstens één conducteur mee uit om het in- en uitstappen in de gaten te houden en de trein af te fluiten. Hier niemand gezien, noch in Venlo, noch in Kaldenkirchen. Tegenover mij zat een man mij aan te staren, dus ik besloot na twee minuten om me op te sluiten in het toilet en er dan pas uit te komen vlak voor Kaldenkirchen. Het toilet was echter bezet, dus bleef ik maar in het gangpad staan. Pfft, ik was echt heel blij toen die trein stopte in Kaldenkirchen en ik eruit kon. Het was een oud en een beetje vervallen station. Volgens mij stapten er nog meer zwartrijders uit, want een jong stelletje ging op de kaartjesautomaat aldaar kijken wat een kaartje had gekost. Ik kom nu op 1,60 euro uit, nou dat had ik best willen betalen om dat zenuwslopende gedoe te vermijden.

Ik startte Smaug (mijn gps) op. Langs het spoor lag een hele serie caches, genaamd Turberkel. Er stond wel bij dat ze geniepig verstopt waren. Ik heb er vier geprobeerd te vinden en er slechts eentje gevonden. Nou moet ik wel eerlijk zeggen dat ik niet langer dan vijf minuten per cache heb gezocht, omdat ik op de tijd moest letten. En dat ik het niet echt prettig zoeken vond, zonder hint en in het buitenland. Wel een beetje jammer, want ik wilde natuurlijk wel graag minstens vier caches vinden om die datum op tien te krijgen. En ik zou het ook best leuk vinden om nog ooit Kilocacher in Duitsland te worden, hoewel dat nog heel erg ver weg is. Toch is Duitsland met ongeveer 260 founds wel het derde land op ons lijstje, na Nederland en België. Met een holle weg, in het Duits hohlweg ging ik onder een snelweg door en hier vond ik een cache in een boom. Deze had gewoon een goede hint en was snel gevonden.

Via een soort van fietspad op een voormalig spoortraject (net zoiets als het Bels Lijntje), boog ik af naar een landelijk gebied waar struiken en boompjes in bepaalde vormen werden gekweekt. Voor je onder landschapsarchitectuur aangelegde tuin. Mij deed het erg denken aan het veelvuldig door mij gespeelde spel Roller Coaster Tycoon. Stiekem zou ik dat best nog wel een keertje willen spelen, maar ik weet dat het verslavend is, dus ik mag dat pas als ik afgestudeerd ben. En als mijn laptop het oude spel nog kan draaien.

Tussen de boomkwekerijen vond ik wel een cache; die zat met een touwtje in een paal. Ik ben niet zo groot en kon er maar net bij. Daarna kwam ik uit in het Duitse dorpje Leuth. Hier week ik een klein beetje van de route af, via een oud steegje met klinkerstenen om een cache te kunnen loggen bij een oude boerderij, genaamd Der Neyenhof. Leuke locatie en goed verzorgde cache. Houd ik van.

De route ging langs het riviertje de Nette verder naar de Wittsee. Hier kronkelde het wandelpad door het water van de Wittsee heen. Dit vond ik een erg mooi stukje. Het was ook het drukste stuk van de route, er waren vooral veel vogelaars, die grote camera’s met zich mee sleepten. Ik heb heel veel vogels gehoord, maar bijna geen gevleugelden gezien. Maar ik ben dan ook geen vogelaar; ik heb niet het geduld om urenlang in zo’n vogelkijkhut te gaan zitten.

Na de Wittsee kwam ik via wat geasfalteerde wegen en een bospad dan uit bij het punt waar de route naar vernoemd is: de Krickenbecker Seen. De meren van Krickenbeck dus. Hier kon ik een earthcache doen en dat kwam goed uit, want ik moest nog een laatste earthcache voor mijn Day Zero Project. Het beantwoorden van de vraag werkte met zo’n automatisch mailadres, maar dan valt dat Duits toch nog tegen, want ik had de vraag aanvankelijk verkeerd begrepen; europäischen Schutzgebietssystem, jawohl?

Ik bracht ook nog een bezoekje aan het bezoekerscentrum, maar het winkeltje was zowat leeg en de tentoonstelling niet erg inspirerend. Het personeel zat zich duidelijk stierlijk te vervelen. Beetje jammer, want in Nederland vind ik bezoekerscentra van natuurorganisaties meestal heel erg leuk. Ik vond de Krickenbecker Seen best mooi, maar eigenlijk leken ze best wel erg op de Oisterwijkse vennen, alleen nog wat groter. Tot mijn verrassing was er ook nog een kasteel in het gebied: Schloss Krickenbeck. Helaas kon je er vanaf de route niet echt een mooie foto van maken, het lag verscholen in het groen. Het oudste gedeelte van het kasteel stamt al uit de tweede helft van de dertiende eeuw. Later zijn er nog allerlei zogenoemde voorburchten aan vast gemaakt. Nog eerder stond er twee kilometer verderop een nog oudere burcht met dezelfde naam, maar die bestaat niet meer. Heb nog even opgezocht of het kasteel te bezichtigen is, maar blijkbaar is het een conferentiecentrum en zit er een hotel in gevestigd. Kost maar 360 euro per nacht…

Ik lees nu dat er ook nog een supergave uitkijktoren in het gebied is, ongeveer een kilometer van de route af. Dan vind ik het dus jammer dat de route niet daar langs loopt. Ik had het vandaag niet gered in verband met de tijd, maar misschien sleep ik mama nog wel een keertje mee en dan ga ik die toren in!

Het nadeel van doordeweeks wandelen kwam weer om de hoek kijken: de tijd. Eigenlijk wilde ik wel voor 16 uur op station Venlo zijn, want anders moest ik tot 18.30 uur wachten om Dal Vrij te kunnen reizen. Daardoor moest ik er de laatste kilometers flink de pas inzetten en dat vond mijn rug niet zo leuk. Smaug was trouwens weer zuinig met de kilometers, maar ik kwam erachter dat hij ook de nog te lopen afstand van de gpx-track aangeeft en die bleek minder ver te zijn. De grens tussen Duitsland en Nederland was maar een smal weggetje, een soort van fietspad tussen twee bospercelen in. In mijn eigen land wandelde ik verder door allerlei bossen op de Fliegerhorst Venlo. Ik pikte nog een cache mee die precies op de route lag, die ging over teken.

Daarna “marcheerde” ik Venlo binnen. Via een nog vrij nieuwe buitenwijk kwam ik via allerlei stadsparken uiteindelijk uit langs het spoor. Ik had nog een klein beetje tijd over en kon daardoor nog de cache Draaischijf meepakken, die ligt langs het spoor, vlakbij het station, bij een oude draaischijf dus. Uiteindelijk checkte ik om 15.53 uur in, dus ik had zelfs nog twaalf minuten over (Dal Vrij inchecken geldt tot 16.05 uur). Pfft, ik voelde het wel. Ik pakte meteen de eerste de beste trein naar Eindhoven, maar kon daar nauwelijks meer lopen door de spierpijn. Gelukkig waren er geen treinproblemen meer en was ik rond 17.30 uur thuis. Toch blij dat ik doorgelopen ben en niet de hele spitstijd heb moeten wachten.

Deze NS-wandeling is wel een aanrader, ik had nog nooit van de Krickenberger Seen gehoord, maar het is dus onderdeel van Naturpark Schwalm-Nette, waar ook de Meinweg deel van uitmaakt. Ik vond het leuk om dat te zien op de kaart, omdat ik vorig jaar in de Meinweg heb gewandeld.

 

Deze slideshow vereist JavaScript.

Alle foto’s zijn door mij zelf gemaakt in april 2019.

Throwback Thursday: 2 mei 2016/NS-wandeling Mariënwaerdt-Linge

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 2 mei 2016:

Dit is het verslag van een Throwback Thursday en een NS-wandeling ineen. Deze NS-wandeling telt niet mee voor mijn Day Zero Project, omdat deze plaats vond voor de start van dit project (1 januari 2017). Maar ook toen deed ik dus al NS-wandelingen. In dit geval gaat het om de (inmiddels oude) NS-wandeling Mariënwaerdt-Linge en dan het tweede stuk: van station Beesd naar station Leerdam. Dit is 16,5 kilometer, maar mijn moeder en ik hebben het nog een beetje verlengd, omdat we eerst wat caches in Beesd op hebben gepikt.

Het verslag:

6342. LdL – Toegang tot Mariënwaerdt
6343. LdL – bij Marie
Maker: Collectief: Langs de Linge
Type: Traditionals
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Beesd

6344. Kungsträdgården
Maker: Beesd
Type: Traditional
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Beesd

6345. Zonnewijzer 4 – Zelfde tijd, andere tijdsgeest
Maker: Riwa
Type: Traditional
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Beesd

6346. LdL – Het hart van Beesd
6347. LdL – Molen De Vrijheid
6348. LdL – Post Beesd
Maker: Collectief: Langs de Linge
Type: Traditionals
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Beesd

6349. Ruil Boek
Maker: Mes
Type: Traditional
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Beesd

6350. LdL – Het lijkt misschien makkelijker dan het is
Maker: Collectief: Langs de Linge
Type: Traditional
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Beesd

6351. Rhenoijschepad – Zicht op Gellicum
Maker: Lingezicht
Type: Traditional
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Rhenoy

6352. De Asperensche Poschtbode Loterij
Maker: Geo Pold
Type: Letterbox
Heideroosjes: Maartje
HaJaMaToJo: Hannie
Gevonden op: 2 mei 2016
Plaats: Asperen

Het zou vandaag prachtig lente-weer worden, dus besloten we om de NS-wandeling langs de Linge te gaan doen, die al een tijdje op het verlanglijstje stond. Vreemd hoe erg het weer kan veranderen in een week tijd. Vorige week liep ik dus met mijn winterjas tot aan de hoogste stand dichtgetrokken en een trui eronder. Nu liep ik ’s middags in mijn T-shirt.

Goed, we gingen 16 kilometer wandelen van Beesd naar Leerdam. Ik begon de dag al sportief, door op de fiets naar Tilburg te gaan. Dit omdat ik mijn bibliotheekboeken in moest leveren en ik geen zin had om van het station naar de bibliotheek en weer terug te lopen, dat is namelijk best wel ver als je daarna ook nog een wandeling gaat doen. Dus nu fietste ik naar de bibliotheek, leverde mijn boeken in en fietste door naar het station, waar ik mijn moeder ontmoette.

We gingen naar Geldermalsen en stapten daar over op de Arriva-trein naar Beesd. Dat station is echt alleen maar een perron in de middle-of-nowhere, een heel stuk van het dorp af. Goed, al bijna meteen waren we op Landgoed Mariënwaerdt, het strijdtoneel van de mislukte, niet-gevonden 3000ste multi-cache van de Heideroosjes. Die multi hebben we dus nooit meer gevonden en is nu zelfs gearchiveerd. Wel lagen er nu twee caches van een nieuwe serie Langs de Linge op het terrein. Die hebben we allebei wel gevonden. Wel vreemd dat ik die ene niet in Smaug had gezet. Gelukkig had mijn moeder hem wel.

We weken nu een stukje van de route af, omdat er ook een heleboek traditionals in Beesd zelf lagen en die wilden wij meepakken, voor we echt aan de NS-wandeling begonnen. Het waren echter 7 caches, dus we waren hier wel even mee bezig. Wel werd alles vrij snel gevonden. Via een pad achter een bloesemboomgaard door, bereikten we het fietspad onder de snelweg door en daarmee Beesd.

Eerst vonden we de traditional met de Zweedse naam, volgens mij is Kungsträdgården een wijk in Stockholm en ook de naam van een halte van de metro. Ik ben daar dus geweest tijdens onze vakantie in Zweden, in 2008. Grappig dus om deze cache in het lijstje te hebben, de maker van de cache was ook in Stockholm geweest.

Bij de school – eigenlijk waren het drie scholen rondom een plein gegroepeerd – vonden we een cache bij de bijzondere zonnewijzer. Het was heel rustig bij de scholen, want de kinderen hadden natuurlijk meivakantie. Ook het Hart van Beesd, in een oude boom werd snel gespot. We gingen nu via een straatje langs het water naar de molen de Vrijheid, op een idyllische locatie met een wijds uitzicht. We vonden de cache en konden hem meteen doorgeven aan de volgende geocachers: een oudere dame met (dachten wij) haar zoon, die haar mee op haar eerste geocache-jacht had meegenomen.

Vanaf de molen liep er een pad over een dijk en precies aan de andere kant van die dijk zou de volgende cache liggen. Dus leek het mij leuk om over die dijk te gaan lopen. In het begin was dat ook daadwerkelijk een wandelpad, een laarzenpad. Maar ongeveer halverwege stuitten we op een versperring van schrikdraad. Waarschijnlijk stonden er verderop dus schapen, maar die konden we toen nog niet zien. Mijn moeder wilde omdraaien en terug gaan lopen, maar ik had daar niet zo’n trek in, want dat zou behoorlijk ver omlopen zijn, algauw goed voor 2 kilometer. Er hing geen verbodsbordje op de versperring, dus besloten we er brutaal overheen te stappen, in de hoop dat er aan de andere kant niet nog een hek zou zijn. Het zag er gelukkig wel goed uit en we kregen ook geen boze boer op ons dak. Pas helemaal op het einde kwamen we een kleine kudde schapen tegen, die enthousiast op ons afliepen, in de hoop dat wij eten kwamen brengen. Toen ze merkten dat we niets bij ons hadden, liepen ze ons gewoon voorbij. Aan het einde van het pad was nog wel een hek, maar daar konden we makkelijk overheen klimmen.

Nu stonden we voor de brandweerpost van Beesd en konden we gaan zoeken naar de nepsteen in een ‘tuin’ vol stenen. Hier hebben we dus het langste naar moeten zoeken, ik zat al op de grond tussen de stenen te zoeken, maar het was mijn moeder die hem uiteindelijk vond.

Voor we Beesd konden verlaten liepen we nog een stukje om, voor de in onze ogen leukste cache van de dag: een minibibliotheek in een oude telefooncel, genaamd Ruil Boek. Dit was zeker de moeite waard: het was een heel mooi onderhouden geheel met een groot logboek en een grote keuze aan boeken. Wij lieten twee boekjes achter, maar namen niets mee, want we moesten nog een heel eind gaan lopen. De moeder van de maker van de bieb stond op de oprit en vertelde ons dat de telefooncel uit Limburg kwam. Haar zoon had hem opgehaald en verbouwd tot de minibieb. Echt heel gaaf, ik gaf deze cache een favorite.

Het was tijd om Beesd te verlaten en dat deden we via een brug. Onder deze brug lag ook nog een cache, die cache werd snel gespot door mijn moeder, maar de logrol zat in zo’n puzzelkistje en daar zijn we wel een paar minuten mee bezig geweest. Het is wel gelukt. We hadden dus al 9 caches gevonden en daarmee had ik de 6350 bereikt, dat was stiekem mijn doel van de dag.

20160502_162742
Linge

Nu kwam er een lang stuk zonder caches, dus we zetten er even de pas in. Het was echt prachtig weer, dus het was druk op de route met fietsers en andere wandelaars. Sommige andere wandelaars zijn we verschillende keren tegengekomen of we zaten er mee in de trein. Wel grappig eigenlijk. De route liep langs de slingerende Linge en ik kreeg ook wel zin om te kanoën, maar ja het kan niet allemaal tegelijk: wandelen/geocachen/kanoën/fietsen. Mijn moeder hoopte vooral op veel mooie bloesembomen, maar er was twijfel of er nog wel bloesem zou zijn, vanwege het weer. De boom in onze tuin was binnen een week al z’n bloemetjes weer kwijt. Begin april was het namelijk even mooi weer en kwam alles in bloei en toen ging het ’s nachts weer vriezen, dus was het weer over met de lentepracht. Gelukkig was er nog wel wat bloesem over, dus moest ik regelmatig halt houden, omdat mijn moeder weer een foto-moment had. Zelf heb ik dat met meer met dieren, maar de koeien stonden steeds te ver weg.

Halverwege de route lag er nog een cache, op het Rhenoijschepad, dit week wel af van de NS-route die saai over het fietspad liep, dus onze keuze was snel gemaakt: wij gingen over het pad door de weilanden. We vonden de cache en verdwaalden daarna op het boerenommetje, want de bewegwijzering was niet zo goed. Ook kreeg ik natuurlijk hooikoorts in deze graslanden, maar dat heb ik er wel voor over. Uiteindelijk zijn we over een hekje naar een breder pad geklommen en zo kwamen we uiteindelijk weer bij de Linge uit. Er lag ook nog een multi, maar daar hadden we geen tijd meer voor en de afstand was ook te groot.

We kwamen door Rhenoy en Aquoy, beiden plaatsjes zonder geocaches.  In Asperen, een iets grotere plaats, lagen wel weer geocaches. Die konden we niet allemaal doen, hoewel die bij het GeoFort nog wel op mijn verlanglijstje staat, we zagen een deel van het Fort, wat hoort bij de Hollandse Waterlinie en ik houd van zulke bouwwerken. Ik nam me voor om hier nog eens te gaan fietsen, ooit. In Asperen lag een letterbox over postbodes en brievenbussen, dus ook dat wekte mijn belangstelling. Ik ben tenslotte zelf een postbode. Asperen is best een mooi plaatsje, maar we hadden al ver gelopen en onze voeten waren best moe. Er stond geen afstand in de cachebeschrijving en het leek wel alsof we eindeloos rondjes moesten sjokken door Asperen, voor we alle opdrachten vervuld hadden. Mooie huisjes hoor, mooie deuren en mooie brievenbussen. En in de cachebox een echte stempel, zoals het hoort bij letterboxen. Onderweg hadden we nog blikjes drinken gescoord bij de bakker, want we hadden dorst en het water in onze Doppers was al ver op. Op maandag lijken alle terrassen in deze streek wel gesloten te zijn.

Eigenlijk hadden we ondertussen ook wel honger gekregen en de tijd begon te dringen. Mijn moeder zocht op wat de uiterste trein zou zijn en dat was half 10. We hoopten het een uur eerder te kunnen bereiken. We besloten dus met een iets hoger tempo naar Leerdam te stappen, langs de wielen van de Linge. Helaas lag de earthcache aan de verkeerde kant van de rivier. Er was geen brug en onze voeten protesteerden tegen het idee van een kilometer heen en ook weer terug, dus helaas over moeten slaan.

Aangekomen in Leerdam liepen we bijna meteen tegen een op het oog gezellig eettentje aan, op de vestingwal. Het leek wel een Fata Morgana. En ze hadden me daar toch lekker eten!
Na het eten was het nog maar een klein stukje naar het station. Hier lag nog een cache, maar die konden we zo snel niet vinden. De trein kwam al aanrijden en ik had geen zin om een half uur te wachten, dus zei ik tegen mijn moeder: “Kom, we springen snel in deze trein.” Meestal ben ik niet de gene die het eerste opgeeft, maar eenmaal in de trein was mijn moeder het wel eens met de beslissing. Op de terugweg sloten de treinen beter aan dan op de heenweg, we hoefden nu maar 7 minuten te wachten in Geldermalsen en mijn moeder kon ook binnen 10 minuten overstappen in Tilburg. In haalde mijn fiets op en fietste terug naar Oisterwijk. Qua beweging heb ik ruimschoots genoeg gehaald, vandaag, haha.

We hebben heerlijk gewandeld, ik was zelfs verbrand, we vonden 11 caches. Tja, dat NS-wandelen combineren met geocachen smaakt naar meer. Gelukkig zijn er nog mogelijkheden genoeg.

Wat ik hier op 2 mei 2019 nog aan toe te voegen heb:

Ha, ondertussen heb ik al heel wat NS-wandelingen gelopen. En ja, bij de meesten vallen er onderweg wel wat geocaches op te pakken.

En ondertussen heeft mijn moeder – samen met de buurvrouw – haar eigen minibibliotheek. Niet zo groot als die telefooncel, maar wel een zeer mooi exemplaar, gemaakt door mijn vader.

De foto bij deze blog is door mijzelf gemaakt. Met mijn telefoon, dus de kwaliteit is niet al te best. Zo lijkt de lucht loodgrijs, terwijl het echt heel mooi weer was. Blijkbaar had ik mijn echte fototoestel niet bij op deze dag. 

 

NS-wandeling Mastbos (23)

Ik had mezelf maar liefst 20 NS-wandelingen die ik nog niet eerder heb gedaan ten doel gesteld in mijn Day Zero Project-lijst. Ondertussen heb ik dit doel vervuld, maar ik blijf doorgaan met NS-wandelen en ga de verslagen tot aan het einde van de looptijd van mijn DZP doornummeren. Dit was dus NS-wandeling nummer 23, gelopen in november 2018.

Mastbos

Een rondwandeling van 14 kilometer, die dus begint en eindigt op station Breda. Geen geocaches op de route, dus de enige uitbreiding die ik heb gedaan was naar de voorkant van kasteel Bouvigne wandelen en weer terug. Dit ging om een paar honderd meter.

 

De NS-wandeling Mastbos is een rondwandeling die start en dus ook eindigt op station Breda, voor mij amper een half uur reizen met de trein. En toch had ik deze NS-wandeling, zo dichtbij huis, nog nooit gedaan. Dat had eigenlijk twee redenen. De eerste was dat er geen caches (meer) op de route lagen.  De tweede reden was dat dit meer een stadswandeling dan een natuurwandeling is. Zo’n driekwart van de wandeling loopt door de stad en dan blijft er een kwart over wat door de natuur loopt. Het Mastbos dus, waar de wandeling naar vernoemd is. Een stukje langs de Kogelvanger en een stukje door het Markdal. Het natuurgedeelte is in mijn opinie ook meteen het mooiste stukje van de route.

DSC02401
Spanjaardsgat, verdedigingswerk behorende bij het Kasteel van Breda

Maar terug naar het begin. Het was al even geleden dat ik op station Breda was uitgestapt en het station is eindelijk klaar, de verbouwing heeft in mijn beleving echt jarenlang geduurd. De vorige keer dat ik hier uitstapte moest ik nog over een steiger heen om het station te verlaten, nu kon ik gewoon via een trap het station verlaten. Je komt dan uit op een soort van boulevard (Willemstraat) die naar het stadspark Valkenberg leidt. Opvallend zijn hier de tegels met daarop afbeeldingen van rode mieren. Ik heb het even opgezocht en ze zijn bedoeld als kunst (ontworpen door kunstenaar Florentijn Hofman) en om mensen de weg naar het station te wijzen (uhm, dat stationsgebouw zie je al van verre staan, maar verder een leuk idee hoor). Uit het bijbehorende nieuwsbericht: “De mieren symboliseren Breda als garnizoensstad met een rijke historie.”

DSC02403
Toren van de Grote Kerk in het zonnetje

Aan het einde van de boulevard kun je kiezen of je de rondwandeling links- of rechtsom gaat lopen. Ik koos voor rechtsom. Je komt dan vrij snel langs het Kasteel van Breda. De oudste delen van dit kasteel stammen al uit de eerste helft van de veertiende eeuw. De beroemdste bewoner van het kasteel is natuurlijk Willem van Oranje, die in 1552 werd ingehuldigd als baron van Breda. In het Kasteel van Breda is sinds 1826 de Koninklijke Militaire Academie gevestigd en daardoor is het kasteel niet open voor bezichtigingen (uitzonderingen daargelaten). Wikipedia: “Veel van de oorspronkelijke versterkingen zijn niet langer aanwezig; slechts aan het Spanjaardsgat zijn nog twee zevenhoekige torens zichtbaar.” Ook deze torens kun je zien tijdens de NS-wandeling. Ik kreeg ook spontaan zin om met mijn kano over de Mark te varen, maar daarmee kom ik het terrein van het kasteel niet op, want er was een groot valhek.

DSC02406

Iets verderop scheen de zon heel mooi op de toren van de Grote Kerk (ook wel de Onze Lieve Vrouw Kerk). Ook deze kerk is verbonden met de familie van Oranje-Nassau. De wandeling gaat dan verder dwars door de stad. Dit vond ik een vrij saai stuk, ik houd meer van natuurwandeling dan van stadswandelingen en hier is voor mij weinig boeiends te zien.

DSC02412

DSC02413

Uiteindelijk kom je dan uit in het Mastbos. Verrassend was ook dat ik hier nog aantal ANWB-paddestoelen tegen kwam. Dus geen geocaches op de route dit keer, maar ik kon onverwacht nog wel aan waymarking doen. Ook leuk – voor mij als archivistiek-student – was dat er overal bordjes in het Mastbos stonden met oude foto’s of tekeningen die op die plek waren gemaakt en dan een historische verhaaltje erbij. Ik houd wel van dit soort levende geschiedenis.

DSC02425

DSC02420

Het Mastbos was nog mooi herfstgekleurd, een voordeel van de Indian Summer. Het was nu in november evengoed nog 14 graden, dus koud heb ik het niet gehad. In het Mastbos werd de wandeling eindelijk de moeite waard, een wandeling door de natuur is toch maar het mij het liefste om te doen is. Het was hier aardig druk met andere wandelaars. Ook waren er veel honden. Niet storend overigens.

DSC02429
Uitzicht over de Kogelvanger

Je komt langs het uitkijkpunt op de Kogelvanger, hier was een voormalig schietterrein en er is een aarden wal aangelegd die gebruikt werd om de kogels op te vangen. De Kogelvanger is nu een nat natuurgebied en is niet toegankelijk voor publiek. Vanaf het uitkijkpunt kun je er toch een blik op werpen. De wandeling loopt daarna verder aan de andere kant van de aarden wal.

DSC02432

DSC02433
Veel te snel naar mijn zin was ik het Mastbos alweer uit. Er volgde nog wel een ander mooi stukje, door het Markdal, langs het riviertje de Mark. Aan de overkant zie je de wijk Ginneken liggen.

DSC02446

DSC02449
Zicht op Ginneken

DSC02450

Aan het einde van het Markdal zou je langs Kasteel Bouvigne komen. Ik had in het verslag van een andere wandelaar gelezen dat hij het kasteel totaal gemist had. Dat mocht mij – als liefhebber van kastelen – natuurlijk niet overkomen. Gelukkig gaf Smaug (mijn gps) heel keurig aan dat ik aan de achterkant van het kasteelterrein liep, dus vervolgens ben ik even van de route afgeweken om naar de voorkant van het kasteeltje te lopen. Want ik wilde het nu wel zien.

DSC02456
Kasteel Bouvigne

De tuinen op het kleine landgoed rondom het kasteeltje bleken gratis toegankelijk te zijn (alleen op doordeweekse dagen, in het weekend zijn ze gesloten), dus even er doorheen gelopen. Ze waren in november natuurlijk niet op hun mooist, maar leuk om even gezien te hebben. Het is jammer dat aan de andere kant van de tuinen het spuuglelijke kantoor van het Waterschap Brabantse Delta is gebouwd, zij zijn tegenwoordig eigenaar van het Landgoed Bouvigne. Dat gebouw is totaal niet in stijl met het kasteel. Ook Kasteel Bouvigne is niet opengesteld voor bezoekers. Het stamt vermoedelijk al uit de zestiende eeuw, maar is in de loop der tijden vaak verbouwd en uitgebreid. Het kasteel is bewoond geweest door diverse prinsen van Oranje.

DSC02417

Ik liep weer terug naar de achterzijde van het landgoed, om de NS-route weer op te pakken. Die slingerde nu weer terug de stad in leverde verder niet veel boeiende zaken meer op, hoewel ik het gebouw van het Stadsarchief van Breda nog wel interessant vond.

DSC02423

Ik bracht nog een bezoek aan het Stedelijk Museum van Breda (ik heb een museumkaart) en bereikte daarna via het stadspark Valkenberg weer het station van Breda.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt tijdens de NS-wandeling Mastbos.

NS-wandeling Maasheggen (22)

Ik had mezelf maar liefst 20 NS-wandelingen die ik nog niet eerder heb gedaan ten doel gesteld in mijn Day Zero Project-lijst. Ondertussen heb ik dit doel vervuld, maar ik blijf doorgaan met NS-wandelen en ga de verslagen tot aan het einde van de looptijd van mijn DZP doornummeren. Dit was NS-wandeling nummer 22, gelopen in september 2018.

Maasheggen

15 kilometer, van station Boxmeer naar station Vierlingsbeek. Het gaat hier om een oude NS-wandeling, die niet meer op hun eigen website staat, maar nog wel wordt aangeboden via andere wandelwebsites. Ik liep – zoals altijd – met de gpx-route in mijn gps. Maar de rood/witte markeringen op deze route leken nog recent te zijn bijgewerkt.

 

Uiteindelijk ging ik op zoek naar oude NS-wandelingen binnen Noord-Brabant en vond uit de oude doos, de wandeling Maasheggen: van Boxmeer naar Vierlingsbeek. Eigenlijk wilde ik die al eerder gaan doen, maar toen viel de regen ’s morgens met bakken uit de lucht en ben ik niet gegaan. Vandaag was het aanzienlijk beter weer. Binnen Brabant zegt overigens weinig over de reistijd, want die was evengoed nog bijna 2 uur enkele reis, vooral omdat ik lang op station Eindhoven moest wachten op mijn overstap. Uiteindelijk was ik rond 11 uur in Boxmeer. Een nieuw station voor mijn lijst. Ik kende de plaats alleen van naam, omdat er in groep 5 van de basisschool een nieuw meisje bij ons in de klas kwam, die verhuist was naar Oisterwijk vanuit Boxmeer.

DSC01913
End of the world?

Op internet had ik wat reacties op deze wandeling gelezen, waarin o.a. stond dat Boxmeer een lelijk plaatsje zou zijn, maar ik vond het wel meevallen. De wandeling ging dwars door de winkelstraat heen en hoewel het er vroeg op de ochtend nog heel rustig was, zag het er best gezellig uit. Dit deel van Brabant schijnt nog heel gelovig te zijn en het stikte dan ook van de religieuze gebouwen in en rondom Boxmeer. Mijn eerste cache op de route was dan ook de Reli-cache, tussen twee van dit soort gebouwen in, bij een boom. De cachebak was heel groot, maar er zat een mini-amnoboxje in.

DSC01920

Hierna liep de wandeling verder langs de rivier de Maas, waar ik prachtige wolkenfoto’s kon maken. Overigens moest ik 15 kilometer afleggen en het idee was om uiterlijk 16 uur op het eindstation te zijn, zodat ik voor de spits in kon checken. Kon ik mooi het snelwandelen oefenen, want het kriebelt heel erg om volgend jaar weer mee te doen aan de Apeldoornse Vierdaagse, maar dan de 30 km (in 2018 deed ik de 20 km). En daarvoor zal ik moeten trainen op afstand en op snelheid, want anders ga ik dat niet vier dagen achter elkaar redden. De afspraak met mezelf was dan ook om niet voor caches af te gaan wijken van de route, 100 meter was de maximale afstand. Hierdoor moest ik dus wel een paar caches laten liggen.

DSC01921

De wandelroute was vernoemd naar de Maasheggen, dit zijn “heggen” van in elkaar gevlochten takken, bomen en struiken om de weilanden en akkers van elkaar te scheiden en het vee binnen de omheiningen te houden. Het waren dus veel zandpaden omringd door van dit soort heggen, maar de route liep ook een paar keer door stukjes bos, die best mooi waren.

 

 

Ik was nog nooit echt in dit gedeelte van Noord-Brabant geweest en vond het eigenlijk best een verrassende wandeling. Onderweg passeerde ik een Pieterpad-cache, want aan de markeringen te zien was dit ook een gedeelte van het Pieterpad. Ook kwam ik nog een replica van een Romeins straatnaambordje tegen, blijkbaar heeft de Via Valentiniana ook hier gelopen. Wat op zich wel kan, want dit gebied is niet heel ver van Noviamagus (Nijmegen) af.

DSC01928

En ondanks dat dit een oude NS-wandeling was, waren de markeringen prima onderhouden. Het leek zelfs wel alsof ze recent opnieuw opgeschilderd waren. Blijkbaar heeft Wandelnet (een wandelwebsite) de oude, populaire NS-wandelingen geadopteerd. Ik zal er de komende jaren nog wel vaker routes van gaan lopen, gok ik zomaar.

DSC01930

Het ging best goed met het snelwandelen en voor ik het wist wandelde ik Vierlingsbeek al binnen. Hier week ik een klein stukje van de route af om een cache van de Maasdorpentrail te loggen. Ondertussen zat ik in mijn hoofd met het probleem van Dal Vrij en overchecken van Arriva naar NS. Want zowel Boxmeer als Vierlingsbeek ligt dus aan een traject van Arriva. En hoewel ik ook Dal Vrij reis bij Arriva, vroeg ik me af of ze dan zouden rekenen met een nieuwe inchecktijd. Uiteindelijk was ik ruim op tijd op het station om binnen de tijd over te kunnen checken naar de NS en kon ik ook nog een andere Maasdorpencache meepakken. Die was heel leuk, want je vond een sleutel in een onthoofd paaltje en moest op zoek naar een object waar de sleutel op zou passen. Met mijn oplettende postbode-oog had ik natuurlijk al een brievenbus gezien op een vreemde locatie en jawel hoor: dichtgelaste klep en de cache zat erin. Tegenover de brievenbus stond ook nog een paddo, die wel een behoorlijk gehavend was.

DSC01935

DSC01938
Met die Maasdorpentrail zou ik nog wel verder willen, het is eigenlijk een fietstocht, die bijvoorbeeld ook door Arcen loopt. Maar dat is iets voor de toekomst.
Ik was ruim op tijd op het station van Vierlingsbeek. Weer een nieuw bordje voor mijn lijst, om precies te zijn het vijftigste bordje sinds ik met mijn Day Zero Project begonnen ben. De eis was 25 borden, dus ik heb dit doel nu al voor de tweede keer vervuld. Zou het ook nog een derde keer gaan lukken? Het wordt natuurlijk steeds moeilijker om op stations te komen die ik nog nooit gehad heb. Maar we zullen zien. Vind het wel grappig dat dit doel nu al 2x gelukt is, terwijl andere doelen nog altijd niet vervuld zijn.

DSC01922

Alle foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt, tijdens de (oude) NS-wandeling Maasheggen.

Day Zero Project: Done: Doel #27

Doel #27, qua doelen in de categorie vrijetijdsbesteding toch wel mijn lievelingsdoel van mijn Day Zero Project (ik kan dat natuurlijk niet hoger stellen dan serieuze dingen zoals mijn hbo-diploma). De afgelopen jaren, maanden en weken gaf ik alle NS-wandelverslagen netjes een nummertje, dus waarschijnlijk weet iedereen wel over welk doel het gaat…”Het lopen van 20 NS-wandelingen die ik nog niet eerder heb gedaan.”

Al vrij snel na de start van mijn Day Zero Project kwam ik erachter dat ik behoorlijk veel doelen wel heel erg hoog/ambitieus had ingezet. Vooral als ik het ging vergelijken met de lijsten van andere mensen. Sommige doelen heb ik daarom terug gezet of ietsje veranderd. Maar dit doel is gelijk gebleven. Waar andere mensen dan in zouden zetten op drie wandelingen ofzoiets, ging ik dus voor 20 NS-wandelingen. Omdat het mijn lievelingsdoel werd, heb ik er flink aan gewerkt, vooral in de “zomervakanties” (vakantie van school, niet van werk) van 2017 en 2018. En daardoor is dit doel dan ook gelukt. Ondertussen zit ik zelfs al aan de 23 NS-wandelingen! En ik had er ook al een aantal gelopen voor de start van mijn Day Zero Project. Voor iemand zonder auto en met een treinabonnement (momenteel heb ik Dal Vrij, daarvoor Weekend Vrij en Dal Voordeel) zijn het ideale wandelingen.

De meeste wandelingen heb ik alleen gelopen. Maar bij nummer 15 (Holterberg) en nummer 20 (en 21) (Meinweg) heeft mijn moeder mee gewandeld.

Hieronder nog 1x de lijst met alle gelopen NS-wandeling voor DZP en de links naar de blogs die ik erover geschreven heb:

– 1. Limburgs Plateau: Spaubeek – Sittard (april 2017)
– 2. Waterlinie Culemborg: Houten Castellum – Culemborg  (mei 2017)
– 3. Hemelse Berg: Oosterbeek – Arnhem Centraal (mei 2017)
– 4. IJsselvallei (dag 1): Zutphen – Deventer (juli 2017)
– 5. Hierdense Poort: Nunspeet – Harderwijk (juli 2017)
– 6. De Horsten: Den Haag – Voorschoten (augustus 2017)
– 7. Heiligenbergerbeek: Woudenberg – Amersfoort (augustus 2017)
– 8. Utrechtse Heuvelrug: Driebergen-Zeist – Maarn (augustus 2017)
– 9. Nijenhuis: Wijhe – Heino (augustus 2017)
– 10. Elsterberg: Rhenen – Veenendaal-West (augustus 2017)
– 11. Beerschoten: Bunnik – Bilthoven (augustus 2017)
– 12. Kennemerduinen: Santpoort-Noord – Overveen (september 2017)
– 13. Hart van het Groene Woud: Boxtel – Best (maart 2018)
– 14. Hollandse Kade: Woerden – Breukelen (april 2018)
– 15. Holterberg: Nijverdal – Holten (mei 2018)
– 16. IJsselvallei (dag 2): Deventer – Olst (juli 2018)
– 17. Landgoed Groeneveld: Baarn – Hilversum Media Park (juli 2018)
– 18. Noord-Hollands Duinreservaat: Castricum – Egmond aan Zee (bus) (augustus 2018)
– 19. Overijsselse Buitenplaatsen: Dalfsen – Zwolle (augustus 2018)
– 20. Meinweg (dag 1): Herkenbosch (bus) – Brüggen (D) (augustus 2018)

En vraag me niet naar de mooiste wandeling, want dat weet ik echt niet. Het is ook een beetje appels met peren vergelijken, natuurlijk. Of bos met heide met duinen en zandverstuivingen, enz. De reistijd en de treinproblemen kunnen meespelen in mijn beoordeling. Ook vind ik het minder aantrekkelijk als ik met de bus moet, zoals bij wandeling 7, 18 en 20 het geval is. Of de weersomstandigheden. De kwaliteit van de caches op de route speelt ook mee, want ik combineer heel graag met geocaching. Het gaat niet per se om de aantallen caches, want die leiden ook wel erg af van de route. Maar bij wandeling nummer 18 vond ik, als enige van dit lijstje, helemaal geen caches en dat vind ik dan toch minder leuk, omdat ik graag mijn geocaching-voetstappen achterlaat.

Wel houd ik meer van de wandelingen met veel natuur, dan van stadswandelingen. Als ik echt met het mes op de keel moest kiezen, dan ga ik voor een NS-wandeling die buiten dit lijstje valt, omdat ik die in 2016 al gedaan heb en dat is…NS-wandeling Savelsbos, van Eijsden naar Maastricht.

DSC04761_LI (28)

 

 

 

 

NS-wandeling Meinweg, dag 2 (21)

Ik heb mezelf maar liefst 20 NS-wandelingen die ik nog niet eerder heb gedaan ten doel gesteld in mijn Day Zero Project-lijst…what the hell was I thinking when I wrote that…? Het doel is ondertussen vervuld, maar ik heb besloten om de verslagen door te nummeren gedurende de looptijd van mijn DZP.

Meinweg, dag 2

Zo’n 25 kilometer van het stadspark van Brüggen (Duitsland) naar station Swalmen. De officiële route is ongeveer 18 kilometer, maar wij hebben een flink stuk omgelopen voor meer Duitse caches. Later op de dag kregen we daar een beetje spijt van.

 

De volgende ochtend startte met een ontbijt in het hotel. Ik was een beetje bang dat wij de enige gasten waren en dat dan alle aandacht op ons gericht was. Gelukkig was dat niet zo. Het ontbijt was prima, we kregen zo’n beetje het hele levensverhaal van de Duitse vrouw te horen. Die soms vergat dat wij Nederlanders waren en dan zo snel ging sprechen dat wij het niet meer konden volgen. Want op zich lijken Nederlands en Duits best erg op elkaar, beide talen komen van dezelfde Germaanse grondtaal, geloof ik.

 

Na het ontbijt gingen wij weer op pad. We liepen terug naar het park om de NS-route weer op te pakken. Hier zou nog een boomklimcache zijn, maar we konden de bewuste boom niet vinden, dus besloten we door te lopen. Al vrij snel maakten we een omweg voor twee caches. Dit waren allebei grote bakken. Eentje met als thema Kerstmis – speciaal voor mijn moeder – en een eentje met als thema paarden, die lag dan ook op de oprit van een manege.

DSC01832

Daarna namen we de beslissing om een eind om te lopen naar het voormalige munitiedepot. Hier zouden we vijf caches kunnen loggen. Het bleek een behoorlijk eind omlopen te zijn, verder dan we van tevoren berekend hadden. Het was een heel apart terrein, teruggegeven aan de natuur, maar je zag nog wel de tankpaden liggen en overal waren “verdedigingswallen” en resten van betonnen bunkers en putten. Heel apart. We kwamen bijna niemand tegen op het terrein. Misschien omdat het maandagochtend was, maar het voelde best wel aan als een desolated wasteland.

DSC01831

Na een heel eind wandelen vonden we de eerste cache in een boom. De tweede lag bij de laatste rails van een spoorlijntje, wat dus erg op het Bels Lijntje of het Halve Zolen lijntje leek. Hier was nog minder van over. Misschien had het ooit in verbinding gestaan met het spoor dat we gisteren passeerden op de Meinweg, maar dat heb ik nog niet kunnen achterhalen. De volgende cache lag bij een put en die had de reputatie om lastig te zijn. Helaas konden wij deze mölchfinger ook niet vinden. We hebben best wel lang staan zoeken, maar die put was best een beetje eng en het hek wat er omheen stond was totaal vervallen.

DSC01828

Er waren nog twee caches over op het terrein. Die lagen aan twee parallelle paden. Vanwege de tijd en de afstand zag ik het niet zo zitten om samen beide paden af te gaan lopen. Het leek mij efficiënter als ik het ene pad zou doen en mijn moeder het andere. Dan zouden we elkaar weer ontmoeten bij de in/uitgang van het munitiedepot, waar de paden samen kwamen. Mijn moeder werd niet heel enthousiast van het idee, maar toen ik de voordelen opnoemde stemde ze toch toe. “Mijn” cache zou in een bunker liggen en mijn moeder zou “Möttis Cache” gaan doen, wat ik had vertaald als Moeders Cache (wat niet klopt). Daarom vond ik dat zij die moest doen. En ook omdat mijn moeder niet in een bunker rond gaat kruipen. Nah, echt gezellig was het niet om alleen over dat desolate terrein te lopen. Ik vroeg me af hoe diep ik die bunker in zou moeten. Nou, dat werd de grap van de eeuw. Er was dus helemaal geen bunker! Blijkbaar was die er wel ooit geweest, maar er was niets meer van te zien of hij zat diep onder de grond en was overgroeid met planten. De cache lag gewoon bij de wortels van een boom. Easy peasy log dus.

DSC01833

Ik beende door naar het einde van het pad. Ik dacht dat daar een bankje stond bij het informatiebord en hoopte daar even te kunnen zitten voor mijn moeder kwam. Helaas was dat bankje een fata morgana, dus ging ik maar op de grond zitten. Binnen 10 minuten kwam mijn moeder al aan lopen. Ook zij had haar cache gevonden, maar dat was een heel avontuur geweest, omdat ze een steil heuveltje moest beklimmen. Ik vond haar een heldin, ook omdat haar pad langer was dan het mijne (zij moest ook nog de hoekjes lopen).

DSC01840

Goed, nu moesten we weer terug naar de NS-route. Die liep langs het riviertje de Schwalm. Daar aangekomen, rustten we even uit op een bankje. Toen scheen de zon nog en dachten we dat de weersvoorspelling met onweer en regen wel los zou lopen. Hadden wij het mooi verkeerd! We liepen verder langs de Schwalm. Het water stond heel laag, dus begon ik voorzichtig over de onder-de-brug cache Durf jij? Die precies op de route lag. Ik had daar zelfs mijn kanosokken voor meegenomen. Mijn moeder had zoiets van: dat zien we daar dan wel.

DSC01836

We liepen door het gebied de Venekoter See. Dit zijn allemaal behoorlijk grote, langgerekte vennen. Ze lijken een beetje op onze Oisterwijkse vennen, maar waren allemaal heel groot, terwijl wij meer kleinere vennen hebben. En toen barstte opeens de regen los. We hadden al een paar keer eerder onze regenjas (mijn moeder) en poncho (ik) aangetrokken, maar dan bleek het iedere keer loos alarm te zijn. Dit keer was het echter ernst. We kregen een complete clusterregenbui over onze hoofden. En dan sta je daar in de facking middle of nowhere met niets in de buurt. Geen schuilmogelijkheden. Geen bushalte of treinstation. Geen café. Schuilend onder een boom zag ik het even helemaal niet meer zitten. Het enige wat je nog kon zeggen, was dat het in ieder geval niet koud was. Omdat de boom niet echt hielp, besloten we maar verder te lopen.

DSC01837

Na verloop van tijd leek de regen minder te worden. We zagen toen een grote schaapskudde, dat was nog wel leuk. En opeens was er de uitkijktoren, die ons beloofd was door de gps’sen (de kaart in de gps geeft dit soms aan). Pas toen ik daar voor stond, beseften we dat we in een gebied waren, waar we vorig jaar november ook waren geweest: het Elmpter Schwalmbruch. Voor de trails van Weg mit dem Speck en Der Mensch bracht Bewegung. Toen vond ik het jammer dat ik het pad niet verder het gebied in kon volgen, vanwege de tijd. Nou, van dat pad kwamen we nu dus af. Het was er regenachtig… Zielig detail is dat in het november ook al regende, toen wij hier waren. Blijkbaar rust er een regenvloek op dit gebied ofzo.

DSC01842

Ik besloot toch de uitkijktoren nog eens te beklimmen. Mijn moeder is in november meegeweest, maar besloot nu om op de grond te blijven. Het was ondertussen min of meer droog geworden, dus we liepen iets vrolijker verder. Ik maakte nog wat foto’s. Met mijn gewone camera. Ik ben beide dagen vergeten om instagramfoto’s te maken met mijn telefoon. De tweede dag ook wel omdat ik geen zin om dat ding op te graven uit mijn rugzak, die onder mijn poncho zat.

DSC01843

Helaas begon het iets verderop weer te regenen. Mijn moeder begon er genoeg van te krijgen en vond dat de route nog eindeloos lang leek. Ik was na mijn klim op de toren juist weer wat opgepept, dus probeerde uit te vogelen hoe lang de route nog was. Toch nog wel een kilometer of vijf/zes. We ploeterden door.

DSC01846

Ondanks dat de afstand ongeveer even lang was, hadden we vandaag veel meer last van onze voeten. Het weer speelde daar vast in mee, mijn schoenen en sokken waren half nat geworden en mijn broek ook. En het was natuurlijk de tweede achtereenvolgende dag van inspanning. Toen de gpx-route ergens niet klopte en we een hele punt extra moesten lopen, baalden we daar allebei nogal van. We waren toe aan even zitten, liefst in een warm café. Misschien hadden we de omweg naar het munitiedepot niet moeten doen. Maar ja, dan hadden we ook die vier extra Duitse founds niet gehad. En we hadden het nu toch al achter de rug. We wisten vantevoren dat er geen escape op deze route zou zijn in de vorm van een bushalte. Eenmaal begonnen, moesten we het afmaken, tot minstens in Swalmen.

 

Op een bepaald moment liepen we over bomenlanen tussen weilanden en ik dacht daar al eerder gefietst te hebben, toen ik in november een beetje verdwaald was. En we kwamen hier een man met een hond tegen die ons met een vet Limburgs accent aansprak. We waren dus ongemerkt ons eigen land weer binnen gelopen. Dat was toch wel een ding, omdat we nu ons eindpunt gingen naderen.

DSC01849

Maar eerst kwam nog de brugcache. Daar aangekomen begon de zon ineens te schijnen. Omdat ik toch al helemaal nat en klammig was, was mijn enthousiasme om het riviertje in te springen alleen maar toegenomen. Ook hier stond het water niet al te hoog. Mijn moeder vond het wel best. Waarschijnlijk vond ze dit minder eng, dan mijn boomklimactie van een dag eerder. Tenslotte lig ik wel vaker in rivieren met mijn kano. En het spannendste wat er kon gebeuren was dat ik languit in het water zou vallen, maar dat zou eigenlijk alleen maar lachwekkend zijn. Ik trok mijn kanosokken aan (dat zijn een soort slappe schoentjes van neopreen, die meer op sokken lijken, vandaar dat ik ze zo noem. Ik draag deze kanosokken in mijn freestylekano, omdat schoentjes met zolen daar niet in passen), deed de poncho uit, rolde mijn broekspijpen op en stapte de rivier in. Er lagen veel stenen in, dus het liep niet zo lekker met die kanosokken. Onder de brug was de ondergrond wel vlak, dus dat liep wel fijner. Hier was het alleen iets dieper, dus ik hield angstvallig mijn broekspijpen omhoog. De stroming was best stevig, ondanks de lage waterstand. En het water best wel koud. Ik logde de cache en moest toen nog even blijven staan, omdat mijn moeder nog foto’s wilde maken. Ik klom er nu al eerder uit, langs de brugreling omhoog, zodat ik niet weer over al die stenen hoefde te stappen. Mijn moeder had een hele fotoreportage gemaakt en vond mij een held. Ik vond het eigenlijk heel erg grappig en was weer helemaal opgepept. Ik droogde mijn voeten af met mijn T-shirt van de vorige dag en trok wandelsokken en – schoenen weer aan.

 

Op naar de laatste etappe. Die slingerde nog door een bos, waar het ontzettend modderig was na de regenbui. Daarna kwamen we op een pad langs de buitenwijk van Swalmen. En toen opeens stonden we midden in het centrum van Swalmen. Dat was een beetje onverwacht, want we voelden ons echt alsof we rechtstreeks uit de bush kwamen. En er bleek een eetcafé te zijn, wat open was. Wij zakten neer op het terras en bestelden al het drinken en eten waar we al de hele dag zin in hadden gehad. We aten en dronken alles op, terwijl er een nieuwe regenbui neerkletterde op het afdak van het terras. Er zaten nog meer verregende wandelaars op het terras. Die hadden een etappe van het Pieterpad gelopen. Dus wij waren toch niet de enige gekken vandaag.

Nadat we er weer tegen konden liepen we het allerlaatste stukje naar het station van Swalmen. Dat stelt dus niets voor. En wat ik heel raar vond, was dat er twee perrons waren, maar dat de treinen in beide richtingen stopten op hetzelfde perron. Dat is heel verwarrend. En owh, wat ben ik altijd blij, na zo’n tocht als die van vandaag, dat de trein dan echt opdoemt in de verte. Want ondertussen had ik het heel koud gekregen en ik had alleen die zeiknatte poncho bij. De Arriva-trein bracht ons in een paar minuten naar Roermond, we grapten nog dat we daar te voet toch een stuk langer over zouden hebben gedaan. De aansluiting naar Eindhoven kwam ook vrij snel en daarmee kwamen we ook steeds dichter bij die welverdiende, warme douche.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt, behalve die waar ik zelf op sta, die werd natuurlijk gemaakt door mijn moeder.