GRADUATED

De titel zegt het al: vandaag kwam er dan eindelijk een einde aan de lange weg naar een hbo-diploma. Het was een hobbelige weg vol met obstakels, maar de aanhouder wint: ik heb het gehaald.

KEEP CALM AND I'M FINALLY A GRADUATE - Keep Calm and Posters Generator,  Maker For Free - KeepCalmAndPosters.com

Binnenkort zal ik nog wel een wat langer en meer gestructureerd stuk hierover schrijven maar voor nu even de eerste gedachten:

Finally! Eindelijk!

Hbo Media, Informatie en Communicatie (MIC) it is.

De studie heet tegenwoordig Creative Business, maar ik vind MIC een betere naam.

Nooit meer “verplicht” die lange treinreis naar Amsterdam: zeker 150x die tocht van zo’n 2 uur enkele reis gemaakt.

De reistijd was soms langer dan de collegetijd.

Doorzetter to the max.

Deeltijdstuderen is geen aanrader.

Zeker niet als je in Noord-Brabant woont en de studie alleen in Amsterdam te volgen is…

Eindelijk al mijn vrije tijd voor mezelf.

Nooit meer iets af hoeven zeggen vanwege school.

Sometimes, the people around you won’t understand your yourney. They don’t need to, it’s not for them.

Je doet dit in de eerste plaats voor jezelf.

Zoveel obstakels overwonnen.

Kampvuur van STARR-formulieren! Competenties branden vast heel goed.

Specialisatie Archivistiek.

Motivatieproblemen to the moon and back

Altijd blijven geloven in jezelf.

Geen collegegeld meer hoeven betalen.

Zeventjesmentaliteit tot het einde

Weet je hoeveel post ik daarvoor bezorgd heb (in regen, wind en zonneschijn)?

Nooit meer hoeven aanhoren dat post bezorgen een minderwaardige hbo-baan is.

Bewezen hbo werk- en denkniveau.

Hopelijk opent een hbo-diploma deuren bij solliciataties die nu gesloten blijven.

It was a very long and bumpy road, but finally I have made it.

I have studied and I have won!

Minor Schrijven in Opdracht. Beste onderdeel van de studie, hoewel als enige deeltijdstudent een voltijdminor met voltijdstudenten volgen een aparte ervaring was.

Volgende grote levensdoel: dat boek echt gaan schrijven.

Your wings already excist, all you have to do is fly!

En een andere baan zoeken.

School voor communicatie, maar die communicatie was door de jaren heen ook meteen de grootste ergernis.

Naast het feit dat je als deeltijdstudent geen recht hebt op gratis OV.

Wat is mooier: dit diploma of die 10.000ste geocache? (het is niet met elkaar te vergelijken)

Nu ben ik ook een “hogeropgeleide”

Ik mag me nu verzekeren bij die nare instelling (P.r.o.m.o.v.e.n.d.u.m.) voor hogeropgeleiden (wat ik natuurlijk niet ga doen, maar ik heb mij destijds dood geërgerd aan die reclame).

Tijd voor een groot feest. Owh nee. Mag niet. Corona. Lockdown. 1,5-meter samenleving. Avondklok. Bezoekbeperkingen. Laat maar.

Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen. Ga ik dat maar doen ;>)

Loesje en visie op school

En dan denk ik aan Brabant…

Sinds ik een deeltijdstudie volg aan de Hogeschool van Amsterdam is mij de vraag al honderden keren gesteld: “Waarom blijf ik in hemelsnaam in mijn kleine Noord-Brabantse dorpje wonen en verhuis ik niet onmiddellijk naar de Randstad?” Ze vragen het op een toon als of er geen leven mogelijk is buiten de randstedelijke habitat. Als of ik dringend gered moet worden uit mijn zuidelijke provincie onder de grote rivieren. Als of wij Brabanders nog ergens onderontwikkeld door de klei liggen te rollen. Als of je leven pas echt begint als je naar de Randstad “emigreert”.

Ik woon in Oisterwijk, een dorp in Midden-Brabant. De naam wordt overal verkeerd uitgesproken. Als de blikkerige NS-stem aankondigt dat we het station in mijn woonplaats bereiken: “Oysterwijk, station Oysterwijk!” zuchten al mijn plaatsgenoten in koor: “Oosterwijk. Je zegt Oosterwijk.” De middeleeuwse spelling is behouden. Oisterwijk kreeg namelijk al in 1212 stadsrechten toegekend door hertog Hendrik van Brabant, terwijl Amsterdam die pas rond 1300 kreeg, wat toch bijna een eeuw later is. Oisterwijk is dan ook geen zielig gehucht, maar een gemeente met ruim 26.000 inwoners, een NS-station, een bibliotheek, een theater, een binnen- en een buitenzwembad en een levendig centrum met bekroonde terrassen en leuke winkels. Oisterwijk ligt precies tussen de Brabantse stedenrij Breda – Tilburg – Den Bosch – Eindhoven in. Wij Oisterwijkers hebben dus het beste van twee werelden; midden in de natuur en toch makkelijk mee kunnen genieten van de privileges van de grote steden.

Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om naar de Randstad te verhuizen en zeker niet naar Amsterdam. Daar zijn verschillende redenen voor. Hier in Brabant heb ik mijn familie, vrienden en kennissen. Daarnaast houd ik van Brabant, in het bijzonder van mijn woonplaats Oisterwijk. Waar je in Amsterdam met een vergrootglas naar een echte boom of struik moet zoeken, waar de paden in de omheinde parken geasfalteerd zijn en bijna niemand een voortuin heeft, kan ik zeggen dat de uitgestrekte Oisterwijkse Bossen en Vennen en de Kampina mijn achtertuin vormen. In mijn woonplaats heeft vrijwel iedereen een voortuin én een achtertuin en als ik het raam open doe, kan ik de dichtstbijzijnde boom aanraken en zie ik er zo nog tien staan. Ik woon op fietsafstand van de Efteling, het beste pretpark van de Benelux en het lekkerste bier van Nederland – La Trappe Tripel –  wordt op een steenworp afstand van mijn huis gebrouwen.

Ok, de lange reistijd (bijna twee uur enkele reis) naar de hoofdstad blijf een ding. Zeker als ik al om 8.30 uur op school moet zijn. Mijn studie is helaas alleen te volgen aan de Hogeschool van Amsterdam en ik ben afhankelijk van het openbaar vervoer. Maar na een aantal jaren studeren vind ik Amsterdam nog steeds een grauwe, veel te drukke stad met te weinig natuur en veel te veel toeristen. Een centrum dat stijf staat van de wietlucht. Al die vreselijke souvenirwinkels, die met tulpen, molens, klompen en Delfts blauw een verkeerd beeld van Nederland voorspiegelen aan toeristen. Amsterdam is prima om af en toe eens een dagje heen te gaan, maar ik zou er in mijn ergste nachtmerries nog niet willen wonen. Zelfs niet tijdelijk, op kamers. Financieel gezien is dat ook niet aantrekkelijk: In Oisterwijk heb ik een sociale huurwoning van 40m2 helemaal van mij alleen, voor de prijs waar mijn Amsterdamse klasgenoten een kamertje van 2 bij 3 meter voor hebben met gedeelde voorzieningen. Van het geld wat ik daardoor overhoud kan ik heel vaak naar Amsterdam reizen. Maar stiekem ben ik altijd opgelucht als de trein de bruggen over de grote rivieren heeft gepasseerd en we binnen rijden in het mooie, groene Brabant. Want daar brandt nog licht.

Day Zero Project: The End – I will study and I will win!

Mijn Day Zero Project is geëindigd op 29 september 2019, dus dit is de laatste keer dat ik ga schrijven over de doelen in de studeer-categorie: I will study and I will win!

I will study and I will win!

15. Afstuderen/mijn hbo-diploma behalen – NOG NIET BEHAALD/MEE BEZIG

Zoals ik al eerder schreef heb ik vertraging opgelopen bij mijn deeltijdstudie Media, Informatie en Communicatie. Ik had heel erg gehoopt om keurig in vier jaar af te studeren, maar soms lopen dingen anders. In ieder geval heb ik wel 150 punten van de bachelorfase binnen en ben ik nu hard bezig met mijn afstudeerproject en eindassessment die samen de resterende 30 studiepunten op moeten gaan leveren. En dan kan ik eindelijk mijn hbo-diploma op gaan halen.

16. 60 studiepunten behalen in het tweede jaar, collegejaar 2016/2017 – GEHAALD
16a. 10 studiepunten behalen met de algemene vakken (10/10)
16b. 30 studiepunten behalen met de specialisatie Archivistiek (30/30)
16c. 20 studiepunten behalen met het onderdeel werkervaring (20/20)

Het tweede studiejaar, het lijkt alweer zo lang geleden. Ik haalde keurig alle 60 studiepunten binnen dit jaar + nog 6 extra studiepunten met extra vakken. Ik had zelfs geen herkansingen dit jaar, omdat ik alles bij de eerste poging al haalde. Ik geloof dat ik alleen een vak een blok later heb ingeleverd.

17. 60 studiepunten behalen in het derde jaar, collegejaar 2017/2018 (60/60) – GEHAALD

Het derde studiejaar vond ik het zwaarste van allemaal. De meeste vakken spraken mij niet of nauwelijks aan, een langdurig groepsproject, vakken zonder inhoud en de combinatie van werken/school/stage bleek toch een beetje te veel te zijn. Dat ik alles zonder herkansingen heb gehaald is een prestatie op zich te noemen.

18. 30 studiepunten behalen met een minor over schrijven om hier meer over te leren (30/30) – GEHAALD

De voltijdsminor die mijn neus naar een totaal andere richting draaide. Ik schreef er recent nog over, dus ik ga het hier niet nog een keer herhalen.

19. 25 studiepunten behalen met mijn afstudeerscriptie – NOG NIET GEHAALD/MEE BEZIG

Ik ben druk bezig met afstuderen.

20. Vrijwilligerswerk volhouden – HALF GEHAALD

Ik werkte 1,5 als onbetaalde communicatiemedewerker voor de Vegetariërsbond en deed vooral social media in de vorm van facebook en twitter. Ook schreef ik een aantal recensies van kookboeken. Ik stopte hiermee om twee redenen. Het kostte enorm veel tijd en ik kreeg er dus niet voor betaald. En ze gingen overstappen naar een nieuw systeem/platform wat ook weer veel tijd ging kosten en toen heb ik besloten om er op dat moment mee te stoppen, omdat het ten koste ging van mijn studie en sociale leven.

21. Een stage vinden die ertoe doet – GEHAALD

Ik liep een aantal maanden stage bij het Gelders Archief in Arnhem. Was een leuke stage met toffe collega’s. Helaas braken de lange reistijd en de combinatie met studie en werken mij op. Daardoor ben ik korter gebleven dan ik eigenlijk had gewild.

22. In het tweede jaar extra vakken van de andere studierichting (= Digitale Media) volgen voor werkervaring – GEHAALD

In het tweede studiejaar heb ik twee extra vakken gevolgd van de andere studierichting/specialisatie Digitale Media. Zelf deed ik de specialisatie Archivistiek. Ik koos zelf voor Social Media en op aanraden van mijn studieloopbaanbegeleider werd het tweede vak Search & Findability. Ik behaalde allebei de vakken met een 8 afgerond, waardoor ik toch behoorlijk ging twijfelen of ik wel de goede richting had gekozen.

The End

Acht doelen in deze categorie, waarvan ik er vijf heb gehaald, met twee bezig ben en eentje half heb gehaald. Omdat alle doelen met elkaar samenhangen is het logisch dat ik niet alles heb gehaald.

Image result for i will study and i will win

 

Day Zero Project: Done: Doel 18: Minor Schrijven in Opdracht

Doel 18 van mijn Day Zero Project is er eentje uit de categorie I will study and I will win: 30 studiepunten behalen met de minor Schrijven in Opdracht.

Ik wist al halverwege het tweede studiejaar welke minor ik wilde gaan doen, namelijk Schrijven in Opdracht. Schrijven (van hoofdzakelijk fantasy-achtige verhalen) was vroeger altijd mijn hobby, maar ik had mijn pen jaren geleden in de spreekwoordelijke wilgen gehangen en ik was benieuwd of die er uit zou komen als ik deze minor zou volgen. De minor viel binnen de faculteit van mijn studie, dat is Digitale Media en Creatieve Industrie (ik moet altijd opzoeken hoe het ook alweer heet), dus het zou kunnen binnen mijn studie Media, Informatie en Communicatie. Maar er waren wel een paar andere problemen:

  • De minor werd alleen in voltijd gegeven en ik volg een deeltijdstudie. Gelukkig werd hier niet al te moeilijk over gedaan, als ik zelf maar regelde dat ik op school aanwezig kon zijn tijdens colleges. Hier had ik eindelijk eens voordeel van mijn “minderwaardige mbo-baan”, want ik kon vrij gemakkelijk regelen dat ik onbetaald verlof kreeg voor studiedagen en kon werken op de overige dagen. Ook toen het rooster zeer onregelmatig bleek te zijn (ik had eigenlijk verwacht dat het op vaste dagen zou zijn, maar dat bleek dus elke week anders te zijn.)
  • Blijkbaar kiezen er niet veel deeltijdstudenten voor een voltijdminor. Ik was zelfs de eerste deeltijdstudent ooit die deze minor volgde. Maar de minor bestaat in deze vorm pas drie jaar, dus dat wil niet heel veel zeggen.
  • De minor werd alleen in de tweede helft van het schooljaar gegeven en daardoor zou ik in de problemen komen met afstuderen. Dat is dus ook gebeurd, maar achteraf bezien denk ik dat ik nu dankzij de minor op een voor mij betere manier kan afstuderen en is het vooral een financiële domper.

Voltijdminor

Ik kwam dus terecht in een grote klas van 30+ personen, waar ik helemaal niemand van kende. Ik had ook nog van geen enkele docent van deze minor les gehad. Het grootste gedeelte van mijn medestudenten kwam wel van mijn opleiding Media, Informatie en Communicatie, maar dan van de voltijdvariant. Er zaten ook mensen bij van voltijd Communicatie en van de lerarenopleiding Nederlands. En nog een enkeling van hele andere studierichtingen.

Ik was verreweg de oudste van de klas, maar gelukkig zie ik er jonger uit en daardoor viel ik niet extreem op tussen de veel jongere voltijdstudenten. Dat was wel zo prettig.

Zelf vond ik het wel fijn om eens in een lekker grote klas te zitten. Van mijn deeltijdklas waren er nog maar 10 mensen over en als er dan een paar mensen ziek zijn of niet op komen dagen om andere redenen, dan zit je vaak maar met heel weinig mensen in de colleges. Dat is met meer dan 30 studenten toch heel anders.

Wel merkte ik een duidelijk verschil tussen voltijd en deeltijd. Voltijd krijg veel meer begeleiding. Bij deeltijd moeten wij heel erg veel zelf uitzoeken. Hier had elk vak zowaar een modulehandleiding en een inhoud. Dat is bij deeltijd echt heel vaak anders.

Wat het meest irritante is aan voltijd, is dat er regelmatig slechts één of twee colleges op een dag gepland stonden. Als je dan vijf vakken hebt, mag je gemiddeld twee tot drie dagen in de week afreizen naar Amsterdam. Als ik dit – met mijn reistijd van twee uur enkele reis – vier jaar lang had moeten doen, had ik het niet volgehouden. Ik vind de soms lange lesdagen bij deeltijd ook niet altijd fijn, maar het is qua reizen wel veel efficiënter. In het begin moest ik heel erg wennen aan zo vaak naar school moeten, later raakte ik er aan gewend, maar het blijft stom om langer te moeten reizen dan dat je college hebt.

En mocht ik sommige colleges bij deeltijd al inhoudsloos hebben gevonden, dat is bij voltijd evengoed zo. Ik heb echt wel een paar keer gedacht: ben ik hier nou voor om 6 uur uit mijn bed gekomen? Heb ik hier nou vier uur voor in de trein gezeten?

Schrijven in Opdracht

De minor bestond uit vijf vakken. Die liepen allemaal door over twee blokken: blok 3 en blok 4. Vier vakken waren er gesplitst in blok 3 en blok 4, het vijfde vak liep helemaal door. Maar je kreeg de studiepunten pas toegekend als je beide blokken haalde. Persoonlijk had ik liever gehad dat je al de helft kreeg toegekend na blok 3, omdat ik het altijd motiverend vind om mijn studiepunten te zien stijgen. En nu duurde het dus heel lang voor ik resultaat zag.

Argumenteren & Overtuigen

Dit vond ik het leukste en meest nuttige vak. Hier heb ik echt wel wat van geleerd. We hadden voor elk blok een ander docent, maar die waren beiden prima; gaven colleges met inhoud en goede feedback op gemaakte opdrachten. We moesten o.a. argumentenkaarten maken, een nieuwsbericht of persbericht schrijven, een tedtalk en columns. Ik vond vooral een column schrijven echt erg leuk. Mijn column Een leven lang leren werd uiteindelijk ook gepubliceerd in de Metro, dus dat was helemaal mooi.

Contentmarketing

Dit ging echt over marketinggericht schrijven. Ik vond dit ook wel een leerzaam en interessant vak, maar je kon bij beide onderdelen extra punten scoren als je je stuk gepubliceerd kreeg. En dat is mij beide keren niet gelukt, de ene keer omdat het bedrijf niet reageerde en de tweede keer omdat ik mijn longread maar net voor de deadline af had, dus geen tijd meer had om het gepubliceerd te krijgen. Ik vond het jammer dat je daardoor best wel veel punten miste. Het schrijven van een longread vond ik leuk om te doen, dat zou ik wel vaker willen doen, maar dan tegen betaling.

Creatief Schrijven

De colleges waren behoorlijk inhoudsloos, want zoals de docent zelf zei: creatief schrijven kun je niet leren, maar moet je doen. En ik had al heel lang geen verhalen geschreven. Tijdens deze minor merkte ik dat ik verhalen schrijven diep van binnen nog steeds erg leuk vind. Ik schreef vier verhalen. Eentje waarin mijn alterego per ongeluk haar irritante onderbuurman vermoord, een schattig liefdesverhaaltje, een sprookje en een soort van legende. Door het terug vinden van mijn pen veranderde ik van afstudeerrichting en dat is het belangrijkste wat dit vak of deze minor mij gebracht heeft. Overigens kreeg ik voor wat ik zelf mijn beste verhaal vond het laagste cijfer en wat ik het minst gelukte verhaal vond het hoogste cijfer. Smaken kunnen verschillen, zullen we maar zeggen.

Ondernemen en Publiceren

Dit was een beetje een wazig vak met een docent die er totaal andere ideeën op na hield dan dat ik zelf heb. Zo vond de docent de trein een onbetrouwbaar vervoersmiddel en begreep ze niet waarom wij studenten massaal met de trein naar school kwamen??? Nou, omdat het nogal ver lopen/fietsen is van Oisterwijk naar Amsterdam en ik geen auto heb… Het leek eigenlijk erg op een deeltijdvak, want we moesten zelf maar van alles uitzoeken en doen en veel was onduidelijk. Sommige dingen vond ik leuk om te doen, zoals het verbeteren van mijn blog (helaas zijn er veel functies uit de gratis editie gehaald, dus de helft van de aangebrachte verbeteringen is daarmee weer verpest). Voor dit vak moesten we ook een publicatie regelen en dat deed ik dus met mijn column van Argumenteren en Overtuigen in de Metro. Voor de netwerkopdracht hielp ik een dag als vrijwilliger bij de WikiCon en nam ik deel aan bijeenkomsten van het Wiki Café.

Research en Redactie

De ene helft van dit vak was individueel en daarvoor moest je een interview houden met een markant persoon naar keuze. Ik dacht meteen aan de buurman van mijn ouders (en dus ook lange tijd van mij, toen ik nog thuis woonde) die al zijn hele leven blind is. Hij wilde graag meewerken. Ook moesten we onze visie geven op zelfgekozen nieuwsartikelen, dat vind ik prima. Voor dit onderdeel haalde ik dan ook afgerond een 10.

Maar de andere helft van het vak was de groepsopdracht. En iedere hbo-student weet dat groepsopdrachten ongeveer gelijk staan aan de hel op aarde. Het groepje moest al gevormd worden op de introductiedag, toen ik mijn klasgenoten dus amper een uur kende. Wij werden dan ook een groepje, omdat we toevallig rondom de Quest stonden. Want we moesten dus een eigen editie van de Quest gaan maken (er waren ook nog andere tijdschriften). De mensen van mijn groepje waren verder prima, prettig mee samen gewerkt. Maar we kregen dus een onvoldoende vanwege de taalnorm en daar baalde ik toch wel van. Ik ben namelijk nog nooit gezakt voor de taalnorm en we kregen echt dramatisch lage cijfers. Het hele gebeuren moest dus verbetert worden in de zomervakantie en uiteindelijk haalden we het met het absolute randcijfer. Ik geloof niet dat ik ooit nog met plezier de Quest zal lezen.

Ten slotte

Het belangrijkste wat de minor Schrijven in Opdracht mij heeft gebracht is dat ik mijn pen weer uit de wilgen haalde. Daardoor besloot ik om van afstudeerrichting te veranderen. Ik twijfelde al heel erg over mijn archivistische afstudeervoorstel en heb uiteindelijk besloten om het diploma Archivistiek B te laten gaan (nee, dat ging niet over één nacht ijs) en toch MIC af te studeren met een mediaproduct. Mijn idee is om een boek te gaan schrijven, dat is altijd al een droom van mij geweest en dit is de ideale manier om het ook echt te gaan doen en daar meteen op een voor mij leuke manier mee af te studeren.

DSC04761_LI (47)

 

Waarom uitgeverijen liever niet hebben dat bibliotheken e-books uitlenen

In november 2016 oordeelde het Europese Hof van Justitie dat openbare bibliotheken e-books uit mogen blijven lenen aan hun leden. Het uitlenen van e-books is namelijk niet in strijd met de Europese richtlijn over boekenuitleen. E-books mogen dus op vergelijkbare wijze uitgeleend worden als fysieke boeken. De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOG) hoopt dat het uitlenen van e-books hierdoor makkelijker wordt. Ze hadden de rechtszaak zelf aangespannen tegen de Nederlandse Uitgeversbond en enkele collectieve rechtenorganisaties die de uitbetaling aan o.a. schrijvers regelen (o.a. Lira en Pictoright).

 

ebooks4
E-book tussen de fysieke boeken

 

Auteursrechten

Voor de uitspraak moest de VOG overeenkomsten sluiten met de diverse uitgeverijen om e-books te mogen uitlenen. Per uitgeleend boek moet de bibliotheek dan een bedrag betalen aan de uitgeverij. Volgens dhr. Van Kempen, het afdelingshoofd e-books van de Koninklijke Bibliotheek (beheerder van de Online Bibliotheek), gaat het om 12 tot 60 cent per uitgeleend boek. Dit heeft te maken met de levenscyclus van een boek: net als bij fysieke boeken wordt een titel na verloop van tijd goedkoper.

De bibliotheek is sterk afhankelijk van een door de overheid gesubsidieerd inkomstenmodel. De uitspraak gaat mogelijk wel zorgen voor een verandering in betalingen aan uitgeverijen en schrijvers. Voor uitgeleende fysieke boeken betalen de bibliotheken een vastgesteld bedrag rechtstreeks aan de schrijvers. Voor uitgeleende e-books liepen deze betalingen dus via de uitgeverijen. Er zal daarom een nieuwe betaalconstructie moeten komen, nu bibliotheken rechtstreeks e-books in kunnen kopen, zonder overeenkomst met de uitgeverijen. De Stichting Leenrecht, door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), bevoegd om wettelijke vergoedingen te innen voor auteursrechtelijk beschermde werken (zoals boeken), is het hier mee eens. In juni 2017 is het OCW-rapport Onderzoek naar de ontwikkeling van leenrechtvergoedingen 2006-2015 verschenen, maar volgens de Stichting Leenrecht roept dit rapport meer vragen dan antwoorden op.

Het Europese Hof heeft de bibliotheek nog wel wat restricties opgelegd. Zo mogen ze alleen legaal gekochte e-books uitlenen volgens het one copy, one user-principe: één titel kan slechts tegelijkertijd aan één lezer worden uitgeleend. Volgens dit principe kan een e-book dus ook “uitgeleend” zijn. In de overeenkomst met de uitgeverijen had de bibliotheek hier geen last van, want toen konden ze e-books uitlenen volgens het one copy, multiple users-principe: één titel kon uitgeleend worden aan meerdere lezers tegelijkertijd en was dus nooit “uitgeleend”. Leden kunnen maximaal tien e-books tegelijkertijd lenen, voor een periode van drie weken. Na die periode wordt het boek automatisch verwijderd, via een digitale kopieerbeveiliging. Verlengen kan niet zomaar, dan moet het boek opnieuw geleend en overgezet worden.

Online Bibliotheek versus e-bookabonnementenservices

 

ebooks5
Verschillende aanbieders van e-books

 

E-books lenen bij de Online Bibliotheek is verhoudingsgewijs veel goedkoper dan een abonnement via een e-bookservice zoals Bliyoo (via boekhandel Bruna) of Kobo Plus (die een deal hebben gesloten met Bol.com). Een jaarabonnement op de Online Bibliotheek kost 42 euro en is zelfs gratis als je al een abonnement voor fysieke boeken bij je lokale bibliotheek hebt lopen (abonnementsprijzen van de meeste bibliotheken liggen rond de 60 euro). Zowel Bliyoo als Kobo Plus komen op zo’n 120 euro per jaar. Daar komt nog bij dat boeken via Kobo Plus alleen te lezen zijn op een e-reader van het merk Kobo. E-books van de Online Bibliotheek zijn op verschillende platforms leesbaar, die van Bliyoo alleen op apparaten die Android ondersteunen en daarmee vallen veel gangbare e-readers af. Het gebruiksgemak van Kobo Plus is wel hoger: zij zijn tot nu toe de enige waarbij je de boeken draadloos op je e-reader kan zetten. Bij de Online Bibliotheek en Bliyoo moet je daarvoor een app downloaden en heb je een usb-kabel nodig.

De Nederlandse Uitgeversbond is niet blij met de uitspraak van het Europese Hof. Ze denken dat er vrijwel niemand meer voor e-books gaat betalen, als je ze vrijwel gratis bij de bibliotheek kunt lenen.

Uitgeverijen verdienen meer aan de abonnementen via een e-bookservice. Vermoedelijk gaat het om een bedrag van rond de €2,50 euro per e-book, maar dit is een door NU.nl gemaakte berekening, omdat exacte bedragen niet bekend zijn. Duidelijk is wel dat dit bedrag aanzienlijk hoger ligt dan voor de uitgeleende boeken via de Online Bibliotheek.

Prijsdaling

In 2016 werden er meer e-books geleend of via een abonnement op een e-bookservice gedownload, dan dat ze daadwerkelijk verkocht werden. Veel mensen worden namelijk nog altijd afgeschrikt door de hoge prijzen van e-books, hoewel die prijzen wel steeds verder dalen: In 2012 betaalde je voor een e-book nog ruim 80% van de prijs een fysiek boek, in 2016 was dit al gedaald naar zo’n 60%. Ondanks de prijsdaling vormde de verkoop van e-books in 2015 minder dan 10% van de totale boekenmarkt.

Auteur Maartje van Abeelen is een lezer en altijd op zoek naar manieren om makkelijk meer boeken te kunnen verslinden.

Lees ook mijn andere artikel over e-booksHet uitlenen van e-books; de redding van de Nederlandse bibliotheken?

Het uitlenen van e-books; de redding van de Nederlandse bibliotheken?

2016 was het Jaar van het Boek. Het boek heeft zich door de eeuwen heen steeds aangepast aan de eisen van de tijd: van kleitablet naar papyrusrullen en na de uitvinding van de drukpers richting het boek zoals wij dat nu kennen, tot het digitale boek: het e-book.

Bibliotheekuitleningen dalen; lezen is geen populaire vrijetijdsbesteding

Ondanks de groei van de Nederlandse bevolking (van grofweg 14 miljoen mensen in 1980 naar ruim 17 miljoen inwoners in 2017) is het lenen van bibliotheekboeken in de afgelopen dertig jaar met 100 miljoen boeken afgenomen. Deze afname hangt samen met de trend dat het lezen van boeken steeds minder populair is geworden als vrijetijdsbesteding. De meeste vrije uren worden tegenwoordig besteed aan “mediagebruik”. Het gebruik van computer en internet is sterk toegenomen sinds begin jaren ’90 van de vorige eeuw en in diezelfde tijd is de populariteit van het lezen van gedrukte media sterk gedaald.

Leden-en-fysieke-uitleningen-van-bibliotheken-17-09-19

De openbare Nederlandse bibliotheken vormen sinds 2003 samen de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOG). De VOG zal dus iets moeten ondernemen om de mensen weer naar de bibliotheken te krijgen, nu de uitleen van papieren boeken steeds verder daalt. Opvallend is dat dat de daling onder de uitleen van boeken voor volwassenen hoger is, dan de daling van de uitleen van jeugdboeken. Vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat kinderen tot hun 18e verjaardag gratis boeken mogen lenen bij de openbare bibliotheek en er verschillende campagnes zijn geweest om de jeugd weer aan het lezen te krijgen, zoals BoekStart en Bibliotheek op School. Ondanks het feit dat bibliotheekwerk grotendeels wordt gefinancierd vanuit openbare middelen, betalen volwassen in Nederland contributie voor hun lidmaatschap. In het buitenland is het vaak gebruikelijk dat iedereen gratis boeken kan lenen, dus Nederland heeft hierin een uitzonderingspositie.

Digitalisering van de bibliotheek

Sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw, zijn openbare bibliotheken zich steeds meer gaan richting op digitale dienstverlening. Zo wordt er sinds die tijd in vrijwel alle bibliotheken het gebruik van internet aangeboden. Ook de organisatie zelf ging steeds verder online, met een landelijke catalogus, digitale nieuwsbrieven per mail en een digitaal uitleensysteem. En sinds 2014 is er de Online Bibliotheek, in beheer bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Online Bibliotheek

De Online Bibliotheek richt zich op de uitleen van luisterboeken en e-books. Ook worden er online cursussen aangeboden. De uitleen van e-books zit sterk in de lift: in 2016 werden er 2,8 miljoen e-books uitgeleend, een stijging van maar liefst 74% met het jaar ervoor! In onderstaande grafiek staan ook de resultaten van de VakantieBieb, in de zomermaanden kunnen leden en niet-leden van de Online Bibliotheek een verzameling van 60 e-booktitels downloaden met daarin titels voor het hele gezin.

Uitleningen-e-books-online-Bibliotheek-en-VakantieBieb-17-09-19

Toch hebben nog altijd slechts 344.000 van de in totaal 3,7 miljoen bibliotheekleden een gebruikersaccount voor de Online Bibliotheek. Dit is dus nog maar 9,2% van de leden. En slechts zes van de tien online leden maakt hier ook daadwerkelijk gebruik van. Als je deze cijfers uit 2016 zo eens bekijkt, dan zie je meteen dat er nog een grote groei mogelijk moet zijn. Eén van de voordelen voor lokale bibliotheken is dat ze zelf geen collectie op hoeven te zetten met digitale boeken, omdat de Online Bibliotheek landelijk is.

Hoe komt het dan dat die groei er nog niet is?

Persoonlijk denk ik dat onwetendheid van de mensen het grootste probleem is: mensen zijn simpelweg niet op de hoogte van het bestaan van de Online Bibliotheek. Zo ben ik zelf een vrij fanatieke boeklezer en al jarenlang lid van de lokale bibliotheek. Toch had ik nog nooit gehoord van de Online Bibliotheek, omdat ik aanvankelijk niet zo geïnteresseerd was in e-books. Nu je e-books echter op steeds meer media-apparatuur kunt lezen – en geen speciale e-reader meer hoeft aan te schaffen – zijn ze voor mij wel aantrekkelijker geworden. De landelijke campagne “E-books: leen ze bij de bibliotheek!” die in 2016 is gehouden was een goed begin, maar ik denk dat een vervolg hierop wenselijk zou zijn, bijvoorbeeld in 2018, zodat nog meer mensen op de hoogte worden gebracht van het bestaan van de Online Bibliotheek.

 

ebooks2
E-books lezen kan tegenwoordig op vele media-apparaten

 

Een ander nadeel is dat er veel minder e-booktitels beschikbaar zijn (zo’n 15.000 titels, wat ongeveer 1/3 is van het totale aanbod aan titels dat is uitgegeven als e-book) tegen 100.000 titels die beschikbaar zijn als fysiek boek (bij een middelgrote bibliotheek). Vanwege afspraken met uitgeverijen, zijn bijvoorbeeld bestsellers vaak pas relatief laat te leen als e-book. Ook oudere (populaire) literatuur is nog niet altijd uitgegeven als e-book. Ook is er een gebrek aan de beschikbaarheid van studieboeken in e-bookvorm. Het goede nieuws voor de jeugd is dat Young Adult-titels vaak wel snel te lenen zijn als e-book.

Daarnaast is de manier waarop je een geleend e-book op je media-apparaat te krijgen nog altijd omslachtig: je wordt heen- en weer gestuurd tussen een website en een app. Daar staat tegenover dat je wel 24/7 boeken kan lenen bij de Online Bibliotheek en dat je voor de fysieke bibliotheek nog altijd afhankelijk bent van de openingstijden. Op het gebied van het online uitleensysteem is zeker nog een verbeteringsslag te halen.

Lidmaatschap

Een lidmaatschap van de Online Bibliotheek kost 42 euro per jaar (tarief 2017): je kunt dan maximaal 10 e-books tegelijkertijd lenen voor een periode van drie weken. Maar als je al lid bent van een lokale bibliotheek, dan kun je gratis een lenersaccount aanmaken voor de Online Bibliotheek. De kosten van een abonnement verschillen per lokale bibliotheek, maar liggen gemiddeld rond de 50 euro per jaar. Voor die paar euro meer per jaar is mijn advies: kies voor een abonnement bij een lokale bibliotheek, aangevuld met een gratis account voor de Online Bibliotheek, dan heb je het beste van zowel de papieren als de digitale boekenwereld.

Auteur Maartje van Abeelen is een lezer en altijd op zoek naar manieren om makkelijk meer boeken te kunnen verslinden.

Lees ook mijn andere artikel over e-booksWaarom uitgeverijen liever niet hebben dat bibliotheken e-books uitlenen

Hoe Cialdini de website van de gemeente Oisterwijk positief kan beïnvloeden

Dit is een blog die ik heb geschreven als opdracht voor het schoolvak MIC Design. Dit vak ging hoofdzakelijk over de invloed van persuasive design op websites. Deze blog verscheen eerder op MICwatching, de blog van de Hogeschool van Amsterdam. Deze website gaat binnenkort het archief in en daarom leek het mij leuk om mijn blogs nog eens te publiceren op Maartjes Moves onder de categorie “Back to School”.

Op twee jaar na, ben ik al mijn hele leven inwoner van de gemeente Oisterwijk. Helaas ben ik niet zo te spreken over de gemeentelijke website. In dit artikel wil ik enkele tips geven om de website aantrekkelijker en duidelijker te maken met behulp van enkele beïnvloedingstechnieken van Cialdini:

1. Wederkerigheid
2. Consistentie
3. Bevestiging
4. Schaarste
5. Autoriteit
6. Sympathie
7. Eenheid

Meer hierover valt er te lezen in mijn andere stuk over dit onderwerp: Persuasive design bij een gemeentelijke website

Omdat de gemeente Oisterwijk een overheidsinstantie is, die niet gericht is op het maken van winst, zijn niet alle technieken toepasbaar op de website. Daarom heb ik besloten om me te richten op de drie technieken die in mijn ogen het meeste bruikbaar zijn voor een gemeentelijke website, namelijk wederkerigheid, sympathie en eenheid. Daarnaast zal ook autoriteit kort aangestipt worden.

gemeente_oisterwijk

Gemeente Oisterwijk

Oisterwijk is een gemeente, bestaande uit drie kernen – de dorpen Oisterwijk en Moergestel en het buurtschap Heukelom – in de provincie Noord-Brabant. Geografisch gezien ligt het vlakbij de stad Tilburg. De gemeente is landelijk vooral bekend vanwege de vele natuurgebieden: de Oisterwijkse bossen en vennen en het heidegebied de Kampina.

kaartje oisterwijk
Kaartje van de omgeving met de kern Oisterwijk in het midden, daaronder de kern Moergestel en linksboven (tussen Oisterwijk en Berkel-Enschot) het buurtschap Heukelom.

Op 1 januari 2018 heeft de gemeente 26.175 inwoners, waarvan er bijna 20.000 in de kern Oisterwijk wonen, ongeveer 6000 in de kern Moergestel en ruim 300 in het buurtschap Heukelom.

Oisterwijk is een sterk vergrijzende gemeente: zo’n 20% van de inwoners zijn 65-plussers. Daarnaast is 30% van de inwoners tussen de 45 en de 65 jaar oud.

 

2016-11-04 (11)
Leeftijdsopbouw inwoners gemeente Oisterwijk, eigen grafiek, gebaseerd op gegevens uit het plaatselijke krantje de Nieuwsklok (2016)

 

Autoriteit

Een gemeente is, na de Rijksoverheid en de provincies, de derde bestuurslaag in het Nederlandse staatsbestel en heeft daardoor autoriteit als overheidsorgaan. Inrichting en bestuur van een gemeente zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Het bestuur van een gemeente is o.a. verantwoordelijk voor:
– Stadsontwikkeling
– Verkeer en vervoer
– Onderwijs
– Welzijn en sociale zaken
– Belastingheffing

Een gemeente heeft dus de autoriteit om als enige instantie diverse officiële documenten en diensten te mogen uitgeven aan de inwoners van de gemeente. Maar een gemeente kan en mag haar autoriteit nooit als marketingmiddel gebruiken om meer documenten of diensten te verkopen, omdat ze een overheidsorganisatie zijn.

Gemeentelijke website

Natuurlijk heeft de gemeente Oisterwijk een website.
Deze website is helaas erg onoverzichtelijk, heeft een onaantrekkelijk design, is onduidelijk in gebruik en er blijkt veel informatie te ontbreken. Daardoor straalt de website weinig sympathie of eenheid uit. Met behulp van voorbeelden van andere gemeentelijke websites, zou ik graag enkele handvaten willen geven hoe de gemeente Oisterwijk hun website zou kunnen verbeteren. Deze voorbeelden blijven dichtbij huis, want ze zijn allemaal afkomstig van andere Noord-Brabantse gemeenten.

 

2018-04-10
Homepage website gemeente Oisterwijk

 

Toptaken

Minister Plasterk stelde al in 2013, dat alle gemeentelijke producten in 2017 digitaal aan te vragen zouden moeten zijn. Volgens mij is dit niet gelukt: bij alle gemeentelijke websites die ik heb bekeken moet je nog altijd een fysieke afspraak maken. Het maken van die afspraak kan wel overal online.
De laatste jaren kiezen veel gemeenten ervoor om hun websites in te richten via de toptaken-methode van Gerry McGovern. In het kort komt dat hier op neer: een klein gedeelte van de inhoud van je website, genereert een groot gedeelte van het verkeer. Als je dat gedeelte dus goed kan inrichten, stel je al een groot gedeelte van je bezoekers tevreden. Een toptaken-website toont dus aan de bezoeker de belangrijkste taken waarvoor hij of zij naar de website komt. Een gemeentewebsite zou dan dus de meest gevraagde transacties op hun homepage moeten zetten.
Het lijkt erop dat de gemeente Oisterwijk dit ook heeft geprobeerd, maar dat het niet zo goed gelukt is. Als je naar de homepage van bijvoorbeeld de naastgelegen gemeente Tilburg kijkt zijn ze iets vergeten:

 

2018-04-06 (3)
Homepage website gemeente Tilburg

 

Namelijk een balk bovenaan met de indeling in de belangrijkste klantgroepen van een gemeente. Dit zijn:
– Burgers
– Ondernemers (bedrijven)
– Het maatschappelijke middenveld (organisaties)

Door de gemeente Tilburg zijn deze klantgroepen samengevat onder de kopjes “Inwoners”, “Ondernemers” en “Stad en Bestuur”. Als je zo’n kopje aanklikt krijg je de meest aangevraagde taken voor de betreffende groep te zien. Ik mis hier dan nog wel een kopje “maatschappelijke organisaties”, waar dan bijvoorbeeld scholen en kinderopvang onder zouden vallen (iets wat bij de gemeente Oisterwijk ergens tussendoor zwerft, waar het helemaal niet hoort):

2018-04-10 (6)
Onsamenhangende onderwerpen onder een nietszeggende kop op de website van de gemeente Oisterwijk

Terug naar de homepage van de gemeente Tilburg: onder de balk staan de vier grootste toptaken in gekleurde blokjes. Door dit kleurgebruik ziet de pagina er ook al vele malen aantrekkelijker uit, dan die van de gemeente Oisterwijk en toch is de homepage van de grotere buurgemeente nog altijd overzichtelijk.
Onder de vier grootste toptaken volgen dan nog vijftien andere veelvoorkomende taken in een kleiner lettertype.

Nog een pluspunt van de website van de gemeente Tilburg is dat ze een voorleesknop (zie screenshot, onderaan in het midden) hebben. Dit zou zeker voor alle oudere mensen in de sterk vergrijzende gemeente Oisterwijk een aanrader zijn. Eventueel in combinatie met een “vergrootglas” om het lettertype groter en daardoor beter leesbaar te maken.
Voor buitenlandse inwoners staan de belangrijkste toptaken ook nog in het Engels genoemd. Dit zou voor Oisterwijk, waar al bijna twintig jaar een asielzoekerscentrum gevestigd is, ook een goede optie zijn.

Verder heeft de gemeente Tilburg het onderdeel “Mijn gemeente”. Hier kun je zowel als burger of als ondernemer inloggen met je DigiD-code om jouw transacties met de gemeente te bekijken, zodat je niet iedere keer al je gegevens opnieuw hoeft in te vullen. Omdat ik geen inwoner van de gemeente Tilburg ben, kan ik hier niet inloggen, maar ik neem aan dat het ook linkt met “Mijn Overheid”.

 

2018-04-10 (1)
Het onderdeel “Mijn Gemeente” op de website van de gemeente Tilburg

 

Wederkerigheid

Overheidsorganisatie mogen in principe geen winst maken. Daardoor wordt het ook moeilijk om zoiets als korting te geven op hun diensten. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) mogen gemeenten winst maken binnen bepaalde grenzen en als ze de burgers inzicht geven over de spreiding van de kosten over de verschillende diensten: “Gemeenten mogen winst maken op afzonderlijke diensten zoals de uitgifte van paspoorten of bouwverordeningen, zolang de inkomsten van hun totale dienstenpakket niet boven de kosten uitkomen.” (NRC, 2005, Gemeenten mogen winst maken op uitgifte paspoort). De Rijksoverheid stelt wel maximumprijzen vast voor paspoort, identiteitskaart en rijbewijs. Een gemeente mag dus ook minder geld voor deze documenten vragen. Een gemeente moet altijd een sluitende begroting hebben: er mag nooit meer geld uitgegeven worden, dan er binnen komt.

Wat ook bij wederkerigheid hoort zijn kleine cadeautjes, zoals een kopje koffie. Dit laatste is online een beetje lastig weg te geven, maar het zou zeker wel op de website beloofd kunnen worden bij het maken van de afspraak: “Gratis kopje koffie bij de aanvraag van je nieuwe paspoort!” Dan wordt het bezoek aan het gemeentehuis meteen een stuk gezelliger.

Nieuwsbrief

De gemeente Oisterwijk heeft een krantje met gemeentelijk nieuws wat wekelijks huis-aan-huis wordt verspreid: de Nieuwsklok. Hoewel dit krantje ongetwijfeld hoog gewaardeerd wordt door de oudere inwoners en daarom voorlopig nog niet mag verdwijnen, zou ik als papier besparende jongere met een nee-nee sticker op mijn brievenbus, meer geïnteresseerd zijn in een digitale nieuwsbrief. De gemeente Sint-Michielsgestel pakt dit bijvoorbeeld heel goed aan met diverse nieuwsbrieven voor verschillende doelgroepen:

2018-04-06 (2)

Ook interessant is de mogelijkheid om de gemeentegids digitaal in te kunnen zien, dit is o.a. mogelijk bij de gemeente Vught.

Social Media en nieuwsberichten

Volgens G. van Dijk (10 succesfactoren voor toptaken op je site) is het niet meer van belang om nieuws prominent op je homepage te zetten. Mensen pikken nieuws veel sneller op via social media. Daarom hebben diverse Noord-Brabantse gemeenten de social media-knoppen heel slim bij de contactgegevens op hun homepage gezet. Zo genereren ze meteen extra conversie.

Nieuws staat bij de Gemeente Oisterwijk inderdaad pas onderaan de homepage. Opvallend is dat de overgang heel raar is, vanwege die blauwe balk over de vage achtergrondfoto. Eigenlijk ziet het blok met nieuws er qua opmaak aantrekkelijker uit, dan het onderdeel met toptaken. Maar die toptaken zijn het eerste wat je ziet, om het nieuws te zien moet je naar beneden scrollen. De gemeente Oisterwijk is o.a. actief op facebook, twitter en LinkedIn, maar bij de contactgegevens wordt er over social media niets vermeld.

Een optie om wel nieuws op de homepage te brengen, maar met minder ruimte-inname is een nieuwsslide, zoals bij de Gemeente Best. De homepage wordt daar direct actiever en aantrekkelijker door. In zo’n slidebalk zouden dan eventueel ook foto’s en/of filmpjes kunnen worden geplaatst (dit mis ik nog wel bij de gemeente Best):

 

2018-04-10 (4)
Homepage gemeente Best: Het blok rechtsonder is een bewegende nieuwsslide. En zie rechtsonder ook de social media knoppen. 

 

Visueel

Een eerste oplossing zou zijn om te kiezen voor een ander lettertype. De gemeente Oisterwijk gebruikt nu een witte letter met een schaduw, op een blauwe achtergrond. Deze blauwe achtergrond is in de vorm van een brede balk, die over een lelijke, onduidelijke (vaak te veel ingezoomd) foto (waarschijnlijk een standaard stockfoto) is geplaatst, waar de foto dan nog half doorheen schijnt. Dit ziet er lelijk uit en de teksten worden hierdoor lastiger leesbaar. Ook de foto’s vallen hierdoor voor een groot gedeelte weg, waardoor ze er vreemd afgesneden uitzien:

 

2018-04-10 (3)
Voorbeeld van lelijke visualisatie met blauwe balk, onduidelijke foto en onduidelijke lettertype met schaduw op de website van de gemeente Oisterwijk.

Ook gebruikt de gemeente Oisterwijk op hun homepage te veel tekst. Prima om een kopje “Geboorte, Trouwen en Overlijden” te noemen, maar dan hoef je daaronder niet ook al alle voorbeelden te gaan noemen, doe dat dan op de subpagina die verschijnt als je doorklikt. In plaats van te veel tekst zouden eventueel pictogrammen kunnen worden gebruikt. De gemeente Someren doet dit bijvoorbeeld:

 

2018-04-10 (2)
Gebruik van pictogrammen op de website van de gemeente Someren

 

De gemeente Loon op Zand heeft hun Paspoort, Rijbewijs en Uittrekselpagina (volgens C. Lustig toptaak nummer 1: ‘De klant centraal?’ Combineer toptaken met customer journey) in mijn ogen het mooiste op orde. Nette indeling, rustig en duidelijk lettertype en bij elk onderdeel staat keurig vermeld wat het precies voor een document is, wat je mee moet brengen bij de afspraak, de kosten van het document, hoe lang de aanvraag duurt, enz. Ook kun je meteen doorklikken om een afspraak te maken.

 

2018-04-06 (1)
Pagina van de website van de gemeente Loon op Zand

 

Foto’s en/of korte filmpjes zouden de website in mijn ogen zeker aantrekkelijker maken, maar gebruik dan goede foto’s. De gemeente Oisterwijk staat bekend om de meest prachtige bossen en vennen: plaats daar dan een foto van. Binnen de gemeente zijn meer dan vijftig rijksmonumenten: zet daar dan een foto bij. En waarom van die lelijke stockfoto’s? Met ruim 25.000 inwoners zullen er genoeg goede amateur-fotografen zijn, die het heel leuk vinden om hun foto tegen een kleine vergoeding en/of naamsvermelding terug te zien op de gemeentelijke website!

Betrekken van de burger

Mocht de gemeente Oisterwijk overgaan op een nieuwe indeling/verandering van de website, homepage in het bijzonder, dan zouden ze sowieso de klant – in dit geval dus de burger – bij dit proces moeten betrekken. Volgens C. Lustig (‘De klant centraal?’ Combineer toptaken met customer journey) denken veel organisaties (ook gemeenten) vanuit het perspectief van de organisatie. En vanuit een organisatie wordt vaak heel anders gedacht over wat de klant wil, dan wat de klant zelf zou willen. De burgers moeten dus bij het ontwerpproces betrokken worden.

X. Selier (Nieuwe gemeentesite? Geef inwoners de leiding!) van de gemeente Lansingerland is het hier helemaal mee eens. In haar artikel stelt ze vragen als: “Aan welke informatie heeft de burger nou echt behoefte?” en is “de taal van onze website niet veel te ambtelijk?” De doelgroep van de website: zowel burgers als ondernemers zijn betrokken geweest bij het proces.

G. van Dijk (10 succesfactoren voor toptaken op je site) stelt dat gemeentelijke websites eigenlijk een soort van groot archief zijn: er staat (te) veel informatie op, die lastig is om snel te beoordelen of bij te houden. Hij vindt dat de inhoud van een website vooral praktisch moet zijn en niet juridisch.

Eenheid

Al in 1997 vond de gemeentelijke herindeling plaats en werden Oisterwijk, Moergestel en Heukelom één gemeente. Na 21 jaar wordt er echter nog steeds gesproken over de drie afzonderlijke woonkernen. Voor de eenheid van de gemeente zouden we misschien eens van dit denkbeeld af moeten.
Anderzijds stelt X. Selier (Nieuwe gemeentesite? Geef inwoners de leiding!) dat mensen zich in de eerste plaats inwoner voelen van een wijk of buurt en daarna pas van een woonkern of gemeente. Dus dan zou je informatie op de gemeentelijke website moeten gaan ontsluiten per wijk. Persoonlijk lijkt me dit bijzonder onhandig en iets wat pas in een latere fase zou moeten gebeuren. Zorg maar dat je het eerst op gemeenteniveau in orde hebt. Bovendien gelden veel zaken toch gemeentebreed hetzelfde, dus het heeft geen prioriteit.

Conclusie

Voor meer sympathie, eenheid, wederkerigheid en om hun autoriteit te versterken, zou de gemeentelijke website verbeterd moeten worden.
De gemeente Oisterwijk zou eens rond kunnen kijken op andere gemeentelijke websites om inspiratie op te doen voor de vormgeving en de indeling. Mochten ze de website daadwerkelijk gaan aanpassen, dan zou het heel verstandig zijn om daarbij hun klanten – de burger, de ondernemer en de maatschappelijke organisaties – te betrekken: waarvoor hebben zij de gemeentelijke website nodig?

Enkele tips:
– Krijg met behulp van je klanten – burgers, ondernemers en organisaties – helder wat de belangrijkste toptaken zijn voor de gemeente Oisterwijk en neem dit mee in de nieuwe indeling van de website, homepage in het bijzonder.
– Maak de homepage visueel aantrekkelijker door het gebruik van andere (achtergrond)kleuren (haal die lelijke blauwe balk onmiddellijk weg!) of betere achtergrondfoto’s, een duidelijker lettertype, minder tekst en icoontjes. Plaats dan meteen een voorleeshulp en een “vergrootglas” voor de verouderende inwoners.
– Gebruik een keuzebalk bovenaan de homepage met de kopjes “inwoners”, “ondernemers”, “maatschappelijke organisaties” en “gemeentebestuur”.
– Denk erover om “Mijn Gemeente” te gaan gebruiken voor de aanvraag van gemeentelijke uittreksels, gekoppeld aan “Mijn Overheid”.
– Kies voor de hele website voor mooiere foto’s; betrek hier bijvoorbeeld amateurfotografen uit de gemeente bij. Foto’s mogen ook minder prominent aanwezig zijn: niet per se als achtergrond, wel kleiner op de juiste pagina’s. Een goed voorbeeld is de plaats van deze foto op de website van de gemeente Vught:

2018-04-10 (7)
Website gemeente Vught: Voorbeeld van een goed geplaatste en mooie foto.

– Kies ervoor om nieuws via de social media te communiceren of vat de nieuwsitems samen in een slidebalk, zodat het minder ruimte in beslag neemt.
– Plaats de social media-knoppen ook bij de contactgegevens.
– Zorg voor een digitale nieuwsbrief.
– Maak de gemeentegids digitaal zichtbaar op de website.

Met minder tekst in de toptaken, het gebruik van een keuzebalk met klantgroepen, een duidelijker lettertype en kleinere, mooiere en anders geplaatste foto’s, zou de gemeente Oisterwijk al veel winnen.

Auteur Maartje van Abeelen is inwoner van de gemeente Oisterwijk en ergert zich aan de gemeentelijke website.

Lees ook mijn andere artikel over het gebruik van persuasive design bij een gemeentelijke website: Persuasive design bij een gemeentelijke website

 

 

“Een leven lang leren”

Als het goed is staat deze column vandaag in de Metro, maar natuurlijk publiceer ik het ook op mijn eigen blog. Ik schreef deze column als opdracht voor het vak Argumenteren en Overtuigen, onderdeel van de minor Schrijven in Opdracht. 

“Een leven lang leren”

Rijksoverheid en de Onderwijsraad hebben beiden hun mond vol over “een leven lang leren”. Je zou dus denken dat mensen die op latere leeftijd gaan studeren enorm aangemoedigd worden door deze instanties. Helaas is dat niet zo.

Ik ben zo’n late student; op mijn 29ste begon ik met de deeltijdopleiding Media, Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam.

Ik wist dat je na je 30ste geen recht meer had op studiefinanciering, maar ik was net 29 geworden, dus ik dacht dat het wel goed zat. Mooi niet dus. Na de havo was ik namelijk ook al begonnen aan een hbo-opleiding, maar daar ben ik al binnen twee maanden mee gestopt. Toch ging daardoor de studietermijn van tien jaar wel tellen en die termijn was ondertussen voorbij. Dat betekende dat ik in het toenmalige stelsel geen recht had op studiefinanciering en ook niet op het daaraan gekoppelde studentenreisproduct, waarmee je gratis kan reizen.

Slik. Ik had me net aangemeld voor een studie die alleen te volgen is in Amsterdam. En ik woon in Noord-Brabant. Een retourtje Oisterwijk – Amsterdam Amstel kost 36,60 euro. Daardoor betaal ik nu 102 euro per maand voor een treinabonnement en ben ik gebonden aan de daluren van de NS.

Dan komt er nog bij dat mensen een deeltijdstudie niet voor vol aan zien. Dit is volslagen onzin: een deeltijdstudent moet evenveel studiepunten halen als een voltijdstudent, volgt vrijwel dezelfde vakken, moet evenveel studie-uren maken en betaalt net zoveel collegegeld. Het enige verschil is dat alle colleges op één dag vallen. Maar in tegenstelling tot voltijdstudenten moet ik mijn studiekeuzes altijd overal verdedigen, de studiecoördinator noemde mijn huidige baan een “minderwaardige mbo-baan”, voor sommige vakken bleek bij het eerste college nog niet eens een inhoud te zijn en de begeleiding is vaak waardeloos; ik zit al aan studieloopbaanbegeleider nummer drie.

Eigenlijk is het heel ironisch: Ik begon aan een studie met de hoop op een betere baan en daarmee een beter inkomen. De studie zelf blijkt echter een flinke financiële aderlating te zijn. Misschien moet ik naar Zweden emigreren. Studenten hoeven daar geen collegegeld te betalen, krijgen ook nog eens een basisbeurs en leeftijd doet er niet toe. Ik kan alleen maar hopen dat de diepte-investering die ik in mijn studie heb gedaan zich uiteindelijk in de toekomst terug zal betalen.

 

 

Day Zero Project: Hoe gaat het ermee? – I will study and I will win!

En dan is er natuurlijk nog mijn Day Zero Project. Ondertussen ben ik twee jaar bezig – 1000 dagen zijn niet zomaar voorbij – maar het eindigt op 29 september 2019. Het grootste gedeelte van de tijd is dus ondertussen voorbij.

In 2017 en 2018 heb ik best wel wat doelen vervuld, zijn er nog veel doelen lopende en zijn er ook een paar doelen die niet meer gaan lukken.

Net als in 2017, heb ik in 2018 te weinig updates over mijn Day Zero Project geschreven. Daarom de komende weken per categorie een update over het hoe en wat. Daarnaast komen er de komende maanden nog enkele blogs naar aanleiding van vervulde doelen online.

Vandaag de categorie I will study and I will win!

Deze categorie gaat over doel 15 t/m 22, acht doelen die allemaal te maken hebben met mijn hbo-deeltijdstudie Media, Infomatie & Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam. Ik zit nu in mijn laatste studiejaar en heb nog een half jaar te gaan, waarin ik een minor ga volgen (Schrijven in Opdracht) en moet afstuderen. Deze doelen hangen natuurlijk samen met de planning van de studie, dus het is logisch dat ik nog niet alles heb kunnen vervullen.

Maar met vier doelen behaald, ben ik in ieder geval aardig op weg.

I will study and I will win!

  • Afstuderen/mijn diploma behalen in het collegejaar 2018/2019
  • 60 studiepunten behalen in het tweede jaar, collegejaar 2016/2017
  • 60 studiepunten behalen in het derde jaar, collegejaar 2017/2018 
  • 30 studiepunten behalen met de minor Schrijven in Opdracht 
  • 30 studiepunten behalen met mijn afstudeerscriptie
  • Vrijwilligerswerk volhouden
  • Een stage vinden die ertoe doet 
  • In het tweede jaar extra vakken van de andere studierichting (= Digitale Media) volgen voor werkervaring.

Eigenlijk lig ik nog goed op koers om dit deze categorie vrijwel compleet te krijgen. Ik ben alleen gestopt met mijn vrijwilligerswerk voor de Vegetariërsbond. Ergens zo rond maart 2018. Ik had daar verschillende redenen voor. In de eerste plaats zaten bijna alle andere vrijwilligers minstens een dagdeel op het kantoor in Amsterdam. Omdat ik in Brabant woon en ook nog werk en studeer, had ik daar geen tijd voor. Daardoor had ik het idee dat ik veel communicatie miste. Verder begonnen ze met een nieuw project, een soort van Vegetariërsbond 2.0. Dit nieuwe plan in de markt zetten, ging natuurlijk veel vrijwillige tijd kosten en die had ik op dat moment niet (nu nog steeds niet). Het zou ten koste gaan van mijn studie. Dus daarom leek me dat een mooi moment om er mee te stoppen, wat toch nog wel een beetje abrupt was.

Wat wel gelukt is, is het behalen van alle studiepunten van studiejaar 3. En geloof me, dat heeft heel wat bloed, zweet, tranen en vooral stress gekost (veel meer dan jaar 2, wat mij redelijk gemakkelijk is afgegaan en zelfs meer dan het propedeusejaar, wat ook best heftig was). Dit omdat de vakken van dit studiejaar voor geen meter aansloten op wat ik had gehad tijdens de specialisatie Archivistiek in studiejaar 2. Verder hadden we hoofdzakelijk (ik noem geen namen en een enkeling uitgezonderd) moeilijke docenten, inhoudsloze vakken, een waardeloze begeleiding en bleek er voor enkele vakken geen fatsoenlijke invulling te zijn. Dan was er nog een langdurig (half schooljaar) samenwerkingsproject voor een bepaald vak en iedere student weet dat samenwerken moeizaam gaat, laat staan als het over deeltijdstudenten gaat, die verspreid door het hele land wonen. Maar we hebben ons er doorheen geslagen en uiteindelijk haalden we zelfs een 7,5 en een 8 voor de twee helften van het project.

Goed, ik kan hier nog wel even door zeuren over de Hogeschool van Amsterdam, maar ik denk dat deze blog daar niet de juiste plaats voor is. Laten we het er op houden dat ik van harte hoop dat ik de deur van deze instelling over een half jaar voorgoed achter me dicht kan trekken. Ik zal er niet rouwig om zijn.

iwillstudyandiwillwin

 

 

1 januari 2019

Een nieuw jaar met nieuwe kansen en nieuwe prijzen. 365 dagen liggen als een blanco boek voor ons uitgestrekt. Wat zal het nieuwe jaar mij brengen?

Om te beginnen wil ik mijn lezers een heel goed 2019 wensen! Dat al je dromen uit mogen komen dit jaar.

2019

Dromen voor 2019 heb ik ook wel een paar. Of zal ik het toch maar gewoon goede voornemens noemen? Of dingen waar ik mij dit jaar hoofdzakelijk mee bezig zal gaan houden.

Afstuderen

Dit staat met grote letters in mijn agenda. Drieënhalf jaar geleden begon ik aan het grote hbo-deeltijd-studie-avontuur. Ik wilde in ieder geval een propedeuse behalen. Dat lukte, maar ik ging door. En nu is de eindstreep in zicht, maar er moet nog wel een hoop gebeuren: een afstudeeronderzoek en de minor Schrijven in Opdracht. Eigenlijk heel jaar 4, dus. En dat valt dus uiteindelijk gelijktijdig. Moet op zich lukken, maar ik geloof het allemaal pas als ik die diploma’s (als alles goed gaat krijg ik er twee) in mijn handen heb.

graduatedalien1
Dit is een “Toy Story Alien Graduation Plush” en die mag dus pas bij mijn Toy Story Alien verzameling als ik afgestudeerd ben.

Day Zero Project

Op 1 januari 2016 begon ik met mijn Day Zero Project. Het idee is dat je 101 doelen voor jezelf bedenkt en daar zoveel mogelijk van probeert te behalen in 1001 dagen.  De laatste dag van mijn Day Zero Project is 29 september 2019. De tijd begint dus te dringen en ik wil nog wel een aantal doelen behalen. Alle 101 de doelen gaat nooit meer lukken, omdat ik mezelf behoorlijke pittige en grote doelen heb gesteld (in vergelijking met andere mensen met een DZP-lijst) en ook omdat afstuderen de eerste helft van 2019 op gaat slokken. Gelukkig is het behalen van mijn hbo-diploma ook een doel op de lijst. En ik hoop heel erg dat dat doel in ieder geval gaat lukken.
101-in-1001

De keuze: Master of Werken?

In een ideale wereld, waarin er geen beperkingen waren, zou ik nog een master gaan doen. En wel de master Kunst, Cultuur & Erfgoed aan Maastricht University. Helaas leef ik niet in een droomwereld, maar is er een keiharde realiteit. En die stelt de volgende beperkingen:

  • Mijn leeftijd: ik ben pas op latere leeftijd een deeltijdstudie gaan doen en nog twee jaar studeren maakt mij er niet jonger op voor de arbeidsmarkt.
  • De master zelf duurt maar een jaar, maar ik moet eerst een schakeljaar doen, omdat ik niet rechtstreeks toelaatbaar ben. Dus duurt het alles bij elkaar nog twee jaar.
  • Het is een voltijdstudie, dus werk zoeken wordt weer op de lange baan geschoven, wat niet gunstig is voor mijn financiële situatie en mijn positie op de arbeidsmarkt.
  • Het financiële plaatje. Dan heb ik het niet eens over collegegeld (ik zit nog niet aan instellingstarief, want dan hield het meteen op), dat is nog te doen. Maar over hoe ik de rest van mijn leven moet betalen, als in huur en andere vaste lasten, verzekeringen, reiskosten en zoiets als eten.

Als je dat zo hierboven ziet, klinkt het allemaal heel negatief. Toch ga ik nog wel de mogelijkheden onderzoeken. Het grootste positieve punt is dat ik Maastricht een veel leukere stad vind dan Amsterdam. Ook ben ik veel meer fan van Limburg, dan van de Randstad. Wellicht omdat Limburgers en Brabanders, als zogenaamde “nep-Nederlanders” van onder de rivieren meer aan elkaar verwant zijn ;>)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Goede voornemens 2018: wat kwam er van terecht?

Ik begon dit jaar met een blog over mijn goede voornemens voor 2018. Het lijkt me leuk om vandaag eens te kijken wat er van terecht is gekomen.

afval

Afvalkalender

Nou, mijn schuur is niet dicht gegroeid met afval en beide fietsen staan er nu keurig in. Ik printte de afvalkalender voor 2018 en hing die met magneten op mijn koelkast. Zo kon ik voor het hele jaar zien wanneer er wat voor afval opgehaald zou worden.

Daarnaast abonneerde ik mij op de afvalstoffendienstkalender, die mij steeds een reminder mailde op de dag voor er iets van afval opgehaald zou worden. Heel handig, die reminder, behalve dan dat hij pas om 20 uur ’s avonds kwam. Ik zit dan wel eens op de bank, zonder schoenen en in kleding waarmee ik buiten niet gezien wil worden en dan moest ik dus nog, naar beneden, naar mijn schuur om een of andere container naar het containerpunt aan de overzijde van de (drukke) straat gaan slepen. Daar had ik dan dus geen zin in.

Officieel mag het afval pas na 20 uur naar buiten, maar veel mensen houden zich daar niet aan. Die mail zou dus een paar uur eerder moeten komen, dan zou ik er meer aan hebben. Mijn papieren kalender werkte uiteindelijk beter.

Verder heb ik ook nog een hoop spullen verkocht, weggegeven of weggegooid. Maar ja, er zijn ook weer andere dingen voor in de plaats gekomen, dus ik weet niet of dit echt in volume gaat schelen bij een volgende verhuizing, haha.

afstudeerscriptie

Een onderwerp vinden voor mijn afstudeerscriptie

Bloed, zweet, tranen en shitloads aan stress, maar het ziet er naar uit dat ik nu eindelijk een goedgekeurd, archivistisch onderwerp heb. Verder zal ik er geen woorden meer aan vuil maken, maar dit was frustratie-onderwerp numero uno gedurende het grootste gedeelte van 2018.

nieuwe-baan

Een betaalde baan of stage vinden

Ik zal het maar meteen zeggen: dit is niet gelukt. Ik werk nog altijd bij PostNL als postbesteller van de wijken 56A en 56X en ook nog wel eens iets anders (56S staat op plaats drie als het om meeste bezorgrondes gaat).

In het begin van het jaar heb ik nog wel gesolliciteerd en mocht ik zelfs bij een archiefinstelling op gesprek komen. Helaas kozen ze toch weer voor de kandidaat met meer werkervaring (en ik had mijn studie natuurlijk nog niet af, dat speelde ook mee).

Toen wilde ik eigenlijk twee studies tegelijkertijd gaan doen in het schooljaar 2018/2019 en dan zou ik het zo druk hebben met studeren, dat ik er niet meer bij kon werken (ja, een bijbaantje op zaterdag). Dus stopte ik eigenlijk met solliciteren, hoewel ik de vacatures wel in de gaten blijf houden.

De tweede studie ging vooralsnog niet door (blijft een optie voor komende schooljaar, maar eerst MIC maar eens afmaken), maar ja, toen koos ik voor een voltijdminor, daarvoor moet ik twee dagen per week naar school. Met de lange reistijd naar Amsterdam erbij, is daarbij werken ook lastig. Dus besloot ik om dan maar bij PostNL te blijven, tot in ieder geval het einde van mijn studie MIC. Dit omdat ik hier een vast contract heb, het in de buurt is (ik heb geen auto en ben afhankelijk van het OV) en ik er vooralsnog genoeg uren kan maken. Het blijft wel lichamelijk sjouwwerk, het is onderbetaald, ik moet altijd op zaterdag werken en bij slecht weer (regen, extreme kou, extreme hitte en het allerergste: sneeuw) haat ik het uit de grond van mijn hart. Verder is mijn postfiets ontelbaar vaak kapot geweest dit jaar (al die kilo’s post zijn niet echt bevorderlijk voor de gezondheid van je fiets). En dan heb ik nog het geluk dat ik hem steeds bij mijn handige vader kan brengen, want anders was ik ondertussen failliet gegaan aan de fietsenmaker. Ook komt er volgend jaar een nieuwe manier van werken, waarbij wij geacht worden om de post op straat te gaan staan sorteren, met behulp van een maf vest, wat onder de postbestellers “het kangoeroe-vest” wordt genoemd. Ik ben geen fan van Plan Kangoeroe, dus we zullen zien hoe dat weer gaat lopen.

Het is dus afhankelijk van of ik nog een master ga doen hoe fanatiek het solliciteren komend jaar zal zijn, maar ik houd de vacatures wel in de gaten.

 

 

Throwback Thursday: 6 december 2017

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 6 december 2017:

Ik ging in het donker geocachen in Arnhem na een stage lopen, om de datum te “redden” voor het Datum Project.

Het verslag:

8281. ABC van Arnhem – Trolleybus
8282. ABC van Arnhem – John Frostbrug
8283. ABC van Arnhem – Sabelspoort
8284. ABC van Arnhem – Eusebiuskerk – Walburgiskerk
Maker: NiMa&theBlackdog
Type: Traditionals
Heideroosjes: Maartje
Gevonden op: 6 december 2017
Plaats: Arnhem

8285. Geological Treasure
Maker: Petra-Bayo
Type: Traditional
Heideroosjes: Maartje
Gevonden op: 6 december 2017
Plaats: Arnhem

Ik loop ondertussen alweer zo’n vier maanden stage in Arnhem, bij het Gelders Archief. Ik dacht eigenlijk dat er niet echt caches in het centrum lagen, dat had ik in juli eens een keer gekeken. Jammer, maar helaas. Tot ik een week of twee geleden toch nog eens mijn Google Maps cursor naar Arnhem liet glijden en zag dat er eind juli een hele serie caches was geplaatst in Arnhem: een compleet ABC. En daarvan lagen er een aantal in het centrum en ook twee op de Westervoortsedijk, de straat waar het archief zit gevestigd.

Omdat ik toch tot 18.25 uur moet wachten, voor ik met mijn Dal Vrij-abonnement kan reizen, wandel ik altijd van het archief naar het station, om de tijd te overbruggen en ook omdat ik niet zo dol ben op de bus. In deze tijd van het jaar is het natuurlijk al vroeg donker, dus die wandeling vindt ook in het donker plaats. En in het donker is het lastiger geocaches zoeken. Toch besloot ik om het een keertje te gaan proberen, ten slotte was ik daar toch en als het niet zou lukken, jammer dan. En dan maar meteen op een 3-cache-datum, dan zouden het een in ieder geval nuttige founds zijn.

Dus Smaug een query vol Arnhemse caches opgevoerd, magneetstok en extra batterijen mee en aangezet toen ik wegliep bij het archief. De eerste cache werd een not-found, vooral omdat mijn 0-punt in het water van de Rijn zou liggen en ik het niet zag zitten om daar in het donker halsbrekende toeren uit te gaan halen. De cache bij het Trolleybusmuseum, verderop aan de Westervoortsedijk lukte wel en nog snel ook. Ik ben hier dus al zo’n 20x  vlak langs gelopen…

Nu ik de verstopmethode gezien had, kreeg ik de smaak te pakken, dus wandelde ik een stukje om voor de cache bij de John Frostbrug. Die zat in dat kunstwerk, wat ik de Gevleugelde Kop noem, ook hier was ik al vaker langs gekomen. De cache werd redelijk snel gevonden en mijn wandeling ging verder naar de Sabelspoort, dit is de enige van de vier Middeleeuwse stadspoorten van Arnhem die intact is gebleven. Ook hier was ik al eens eerder onderdoor gelopen, niet wetende dat er een cache was. Deze cache had ik dankzij de hint snel te pakken. Ik denk dat het hier best een voordeel was, dat ik er in het donker was, want nu had ik geen Dreuzel-pottekijkers.

Onder de Sabelspoort door, ging ik naar het Stadskantoor. Hier loop ik dus normaal gesproken altijd langs, ook hier dus weer een cache op de route. Ook weer snel te pakken, met dank aan de hint. Whoppa, ik had er dus al vier ondertussen. Mijn doel was in ieder geval twee founds, om de datum op 5 founds te krijgen, maar nu had ik hem dus al op 7.

Er was nog één cache op de route, niet van het ABC, maar een losse traditional, die Geological Treasure heette en die bij een stenenwinkel verstopt zou liggen. Ik had al wel zo’n vermoeden waar dat dan zou zijn. Ja, hoor, het stenenwinkeltje aan het Velperplein. Hier zou ik nog wel eens binnen willen snuffelen, maar de winkel is altijd al gesloten als ik er langs kom. Als ik straks klaar ben met stage en ooit weer een dag vrij heb, dan ga ik nog een keertje terug naar Arnhem, om er te winkelen en voor de glazen torenlift in de Eusebiuskerk.

De cache had als hint dat hij magnetisch was, dus hij moest eigenlijk wel op het stalen hekje bij de ingang van de winkel zitten en jawel hoor: cache numero vijf ook in the pocket. Een voorbijganger vroeg nog of ik toevallig werkzaam was in de winkel. Haha, nee!

Op het station zou ook nog een cache van het ABC liggen, een offset-multi. Ik heb de vraag wel beantwoord en het eindpunt berekend, maar ik wilde ook wel graag de eerste intercity na 18.25 halen, dus ik besloot die cache te bewaren voor een andere gelegenheid en nu lekker naar huis te gaan. Met vijf founds en het saven van de 3-cache-datum was ik zeer tevreden met mezelf. Vooral omdat dit dus een datum was, die ik niet verwacht had te kunnen oplossen dit jaar.

Wat ik hier op 6 december 2018 nog aan toe te voegen heb:

Ha ja, mijn cachewandeling in het donker. Het verliep eigenlijk nog best goed. De offset-multi bij het station heb ik later nog gevonden. Maar ik moet nog wel een keertje terug voor die glazen lift in de Eusebiuskerk, want dat lijkt me mooi EN je kunt dan meteen een virtual cache loggen dus win-win.