Dierendag: 10 weetjes over mijn cavia’s

Vandaag is het 4 oktober en dat betekent dat het Dierendag is. Daarom leek het mij leuk om vandaag 10 random feitjes te vertellen over mijn cavia’s. Op dit moment heb ik twee cavia’s. Ze heten Fenno en Frido. Fenno is 2 jaar oud (nou ja eigenlijk pas 11 oktober) en Frido is 7 maanden oud.

Kan een afbeelding zijn van binnen
Fenno (links) en Frido

Weetje 1: Varkentjes?

In het Engels heten cavia’s guineapigs. Onze huiscavia’s stammen af van de wilde Zuid-Amerikaanse variant, die door ontdekkingsreizigers mee naar Europa werd gebracht. De naamgever vond blijkbaar dat de beestjes op varkens leken en dus werd het Guinees biggetje… Ook in de Middeleeuwen werden cavia’s al als huisdier gehouden door (rijke) mensen. In Nederland wordt de benaming cavia gebruikt, wat een afkorting is van de Latijnse soortnaam: cavia porcellus. De varkensbenaming komt nog wel terug om het geslacht aan te geven. Beertjes zijn mannetjes en zeugjes zijn vrouwtjes. Net als bij varkens dus. Fenno en Frido zijn beertjes.

Weetje 2: Crazyguineapiglady

Veel bloggers zijn crazycatladys en lopen over van de liefde voor hun kat. Ik besloot dus om als tegengeluid voortaan de hashtag #crazyguineapiglady te gebruiken op mijn social media, maar die bleek al te bestaan. Wereldwijd is de cavia best een populair huisdier en als je een beetje zoekt stikt het op de social media van de schattige caviafoto’s en -filmpjes. Zelf kreeg ik mijn eerste cavia toen ik acht jaar oud was. Dat was Pluis. Samen met Pluus en Vlekje was dat de eerste ronde cavia’s. Daarna had ik even hamsters tot ik voor mijn zestiende verjaardag weer een cavia kreeg (Willie) en sindsdien heb ik non-stop cavia’s gehad op een kleine maand in 2017 na toen twee cavia’s (Fabin en Fluff) in dezelfde week overleden en de opvolgers (Freek en Frinn) nog niet weg mochten bij hun moeder. Ik weet nog van alle cavia’s die ik heb gehad de naam, hoe ze eruit zagen, hun karaktertrekken en hoe oud ze zijn geworden. Ik kan het dus niet nalaten om hier even alle namen op te noemen: Pluis, Pluus, Vlekje, Willie, Ivy, Fleur, Harry, Frodo, Tijger, Frank, Flint, Figo, Farah, Finne, Fidro, Fabin, Fluff, Frinn, Fjord, Freek. Fenno en Frido zijn dus cavia nummer 21 en 22 in mijn leven.

Weetje 3: F-namen

Zoals je hierboven al kan lezen krijgen mijn cavia’s vanaf een bepaald tijdstip altijd een naam die begint met de letter F (en meestal ook nog vijf letters, maar dat is dan weer niet bewust). Dat is ooit als grapje begonnen, maar tegenwoordig is het uitkiezen van een F-naam serious business. De meeste van mijn vrienden en familieleden weten hiervan, dus als ik dan een nieuwe cavia heb is de vraag vaak: En hoe heet de nieuwe F? Je hebt ook mensen die mijn cavia’s standaard aanduiden als F&F, dan zitten ze nooit verkeerd. Nog een grappig extra weetje: Ik koos Fabin (oorspronkelijk Fabian, maar dat vond ik te kakkerig klinken) en Fluff destijds uit in de opvang vanwege de F-namen… (ok, ze waren ook een bloedmooi stel).

Weetje 4: Vegetariër

Cavia’s zijn vegetariër, net als ikzelf dus. We delen vaak dezelfde groente: zij de restjes. Ik noem ze vaak mijn levende groencontainers. Hun favoriete groenten zijn andijvie, paprika (ook de witte stukken en de zaadjes, die je anders weg zou gooien), wortel, komkommer, witlof en de stronk van de broccoli (nooit teveel tegelijk geven, omdat het kool is!) Door hen heb ik van de ene kant minder groenafval, omdat ze zoveel groenterestjes eten. Maar door de bodembedekking uit hun hok zorgen ze meteen ook weer voor heel veel groenafval. Verder eten ze heel erg veel hooi (nee, dat lust ik niet). Het is verbazingwekkend wat voor hoeveelheden hooi ze naar binnen kunnen knabbelen op een dag. Ze krijgen ook nog caviabrokjes, maar dat is niet hun hoofdvoeding. Dat zijn hooi en groenten. Ook krijgen ze soms een stukje hard geworden brood, dat is dan bedoeld als lekkernij.

Weetje 5: Vitamine C

Cavia’s zijn niet voor niets dol op groenten. Ze hebben ze ook dagelijks nodig, omdat ze als een van de weinige diersoorten zelf geen vitamine C aan kunnen maken. Ik ken ook wel mensen die vitamine C druppels in het drinkwater doen of die hun cavia’s vitamine C tabletjes geven, maar ik ben voorstander van groenten voeren. Wel zit er in de ene soort groente meer vitamine C, dan in de andere soort. Dus dat is altijd even opzoeken en vooral afwisselen.

Weetje 6: Cavia’s slapen nooit

Wat veel mensen niet weten, is dat cavia’s niet echt slapen. Ze slapen nooit uren achter elkaar door, zoals wij mensen en veel andere zoogdieren. In plaats daarvan houden cavia’s een soort van rustpauzes van ongeveer 10 minuten per uur. Dan liggen ze erbij als een soort van theemuts, maar vaak hebben ze wel hun ogen open; ik zie mijn cavia’s zelden tot nooit met hun ogen dicht. Dat ze altijd wakker zijn is ook wel eens maf; dan moet ik ’s nachts naar het toilet en lopen zij vrolijk door hun hok. Of ik kom heel laat thuis en dan vinden zij dat het tijd is voor een middernachtelijk hapje.

Weetje 7: Fluiten

Er is nog iets wat veel mensen niet weten: cavia’s maken geluid. Officieel heet het fluiten; het is een soort gepiep op verschillende toonhoogten. Als kind vond ik het klinken alsof ze wiet, wiet, wiet riepen, dus daarom wordt het bij mij in de familie nog steeds wieten genoemd. Fenno en Frido brabbelen ook tegen elkaar met zachte piepgeluidjes. Het echt luide piepen laten ze vooral horen als ze honger hebben en soms ook als de koelkast open gaat (want daar zitten de groentehapjes in) of als er een zak knispert. Naast het piepen maken ze ook vaak een brommend prr-geluid tegen elkaar, wat ik helicopteren noem. Beertjes maken dit geluid wel veel meer dan zeugjes, want ze doen dat brommen ook als ze ruzie maken. Beertjes maken vaker ruzie dan zeugjes, want af en toe moet de macht even bepaald worden. De mijne maken ook nog een kort prr-geluid als ze iets niet prettig vinden, zo hebben ze een hekel aan het geklik van pennen.

Weetje 8: Cavia-opvang

Eigenlijk ben ik voorstander van dieren uit een opvang/asiel halen. In Amerika gebruiken ze hier de term adopt, don’t shop voor. In het verleden heb ik dan ook een aantal cavia’s uit de opvang gehad. Fenno en Frido komen echter van Marktplaats. Eigenlijk ben ik heel erg tegen dieren van Marktplaats halen, omdat er zoveel zielige beestjes op staan. Maar ja, als je voor beertjes kiest heb je een probleem: als er eentje doodgaat, kun je het overgebleven volwassen beertje alleen maar koppelen met een babybeertje. Twee volwassen beren zijn vrijwel nooit te koppelen: dat wordt vechten. Met volwassen zeugjes lukt het vaak wel.

Fenno en Frido zijn dus beide noodgevallen die met spoed moesten komen om de eenzaamheid van een overgebleven volwassen mannetje op te lossen. Fenno kwam als vriendje voor Freek (die in zeven weken tijd maar liefst twee vriendjes verloor) en Frido kwam dan weer als vriendje voor Fenno (nadat Freek dood ging).

Vanwege het leeftijdsverschil van 1,5 jaar tussen mijn cavia’s zit ik nu waarschijnlijk dus voor altijd met dit probleem. Goed, in de opvang zitten over het algemeen geen babybeertjes en die van oeps-nestjes worden uitgeplaatst via een wachtlijst. Ook fokkers van rascavia’s werken met wachtlijsten en het is natuurlijk niet te voorspellen wanneer er een cavia dood zal gaan. Dus dan blijft Marktplaats over en is het een zoektocht naar een babybeertje in de buurt wat weg mag bij de moeder, en die er gezond en een beetje leuk (het oog wil ook wat) uitziet en waarvan de aanbieder betrouwbaar overkomt.

Met Fenno had ik geluk: die zag ik ’s morgens op Marktplaats en ’s middags was hij al in huis. De zoektocht naar Frido was een stuk problematischer en uiteindelijk heb ik best ver gereden om hem op te halen. Als je zoveel moeite doet om een babybeertje te verkrijgen, dan ben je wel zo blij als ze blijven leven. Zo ging Fjord al na drie weken dood, dus was ik met zowel Fenno als Frido daar ook heel bang voor. Gelukkig zijn zij wel blijven leven en hopelijk nog heel lang.

Een goede cavia-opvang hier in de buurt (Dongen) is Caviaplein. Ze verkopen ook voer en andere caviabenodigdheden. Ik heb nu ook voer van hen. Mijn cavia’s-of-the-past Fabin en Fluff kwamen van deze opvang.

Weetje 9: Leeftijd

Om heel eerlijk te zijn vind ik de leeftijd van cavia’s totaal onvoorspelbaar. Volgens de boekjes zouden ze 4 tot 7 jaar oud moeten worden, maar dat is met drie jaar nogal een flinke marge. Mijn oudste cavia ooit was Frank, die stierf letterlijk een week na zijn 7e verjaardag. Omdat hij ook bij mij geboren was, weet ik zeker dat hij zo oud is geworden. Zijn (half)zusje Rodney (die bij een vriendin van mij woonde) werd met 7 jaar en 3 maanden nog net iets ouder en is daarmee de oudste cavia die ik gekend heb. Op internet gaan wel verhalen rond over cavia’s die 8 of zelfs 9 jaar oud zijn geworden, maar of dat echt waar is, is de vraag. De meeste van mijn cavia’s zijn 4 of 5 jaar oud geworden. Dan zijn er een paar uitschieters naar boven, maar helaas ook een aantal cavia’s die de 4 jaar niet eens gehaald hebben.

Cavia’s zijn eigenlijk prooidieren en bevattelijk voor allerlei ziektes. Een cavia zal niet gauw laten merken dat hij/zij ziek is. Vaak is het als je erachter komt al te laat.

Met goed voer, en veel groenten en hooi en op tijd een schoon hok hoop ik ze gezond te houden. Maar ja, je kunt er niet inkijken en ze kunnen niet zelf vertellen wat er aan de hand is. En er zijn helaas maar weinig dierenartsen gespecialiseerd in cavia’s.

Weetje 10: De vachtstructuur en de kleurtjes

Ik heb cavia’s in alle kleuren van de cavia-regenboog gehad. De kleuren zijn zwart, wit en alle tinten bruin en grijs. Ook heb je nog agouti-tinten, dan hebben de haren twee kleuren.

Qua vacht kan er ook nog van alles. Je hebt gladharige cavia’s en ruwharige cavia’s. In ruwhaar heb je nog allerlei benamingen, zoals teddy, rex, coronet, sheltie, gekruind of met verschillende soorten borstels. Bij rascavia’s die meedoen aan shows (ik vind dat eigenlijk heel zielig) zijn de beharing en de kleurverdeling heel belangrijk.

Mijn cavia’s zijn gewone huis-tuin-en-keukencavia’s. Ze zijn allebei driekleurig en het is de eerste keer dat ik twee driekleurige cavia’s tegelijkertijd heb. Wit en zwart is natuurlijk hetzelfde, maar de bruintint is verschillend: Frido heeft een veel lichtere bruintint dan Fenno. Op hun kont is hun kleurverdeling bijna hetzelfde, maar de koppen zijn heel verschillend. Fenno heeft een zwarte kop met een witte streep tussen zijn ogen en over zijn neus (ik heb een enorme zwak voor cavia’s met zo’n streep). Frido heeft een lichtbuine kop en het is net of hij een ooglapje op heeft, omdat hij een zwart vlekje rond zijn ene oog heeft. Zijn bijnaam is dan ook de Piraatcavia.

Frido is gladharig, maar Fenno is ruwharig. Hij heeft niet echt heel ruige borstels, maar zijn haarstructuur is wel een beetje gegolfd. Ook heeft hij een soort van weerborstel bij zijn kont, die ik af en toe bij moeten knippen, omdat zijn haar blijft groeien. Frido’s haar groeit niet (of tenminste niet zichtbaar, ze ruien wel een klein beetje bij de overgang van winter naar lente).

Ze zijn dus verschillend genoeg om ze makkelijk uit elkaar te houden, nog los van de karakters, haha (Fenno is een watje, terwijl Frido stoerder is en vooral heel nieuwsgierig).

MaandMoves: maart 2021

Dit jaar ga ik proberen om elke maand op de laatste dag een soort van maandoverzicht te geven. Ik heb dit eerder geprobeerd met weekoverzichten, maar dat heb ik algauw opgegeven; te veel moeite. Een maand is een wat langere periode en ik hoef dan ook wat minder gedetailleerd op zaken in te gaan.

Maart

Maart is de maand die bijna net zo heet als ik ;>) De maand waarin ik geboren ben. De maand waarin de lente begint. De maand waarin het zowel ijskoud als lekker warm kan zijn. De maand waarin de klok wordt verzet en het eindelijk weer lang genoeg licht is om ’s avonds naar het bos te gaan voor een wandeling. Je zou maart ook de maand van een nieuw begin kunnen noemen.

Natuurlijk mochten we weer stemmen deze maand. Ik stemde – zoals altijd – op een linkse partij en helaas verloren die flink. Ik vrees dus dat we kunnen fluiten naar de bouw van meer betaalbare sociale huurwoningen, verhoging van het minimumloon, concrete oplossingen voor het klimaatprobleem en nog wat andere zaken die ik belangrijk vind.

Wandelen, geocaching en Munzee

Het was in maart aanzienlijk beter weer dan in februari en er werden dan ook veel geocaches gevonden; 73 in totaal. Daar moet wel bijgezegd worden dat er heel veel labcaches bij zaten en daar telt elk waypoint als een apart punt, dus dat tikt nogal door.

Ook werden er voor het eerst sinds oktober 2020 weer een paar korte treinritjes gemaakt om op de geocachingplaats van bestemming te komen. Zo wandelde ik (ik geloof al voor de derde keer) de NS-wandeling Edelhertenroute van station Boxtel naar station Best; helaas zagen we weer geen edelherten, maar we vonden wel een aantal geocaches. De week erop gingen we weer naar Best, dit keer voor een geocachingwandeling over de Nieuwe Heide. In Breda logden we maar liefst vier labcaches via een stadswandeling die eindigde met storm en regen (dat was minder leuk).

Verder was er nog een zeer modderige wandeling door de Mortelen (we doopten het om tot de Modderen) bij Boxtel/Oirschot. En tijdens een geocachingwandeling door de Boswachterij Dorst (bij Rijen) vond mijn moeder haar 3000ste geocache. Met mijn mede-Heideroosjes Anke maakte ik ons geocaching Project bij Diessen af: de laatste Staycation-wandeling ging door de bossen bij Esbeek, langs uitkijktoren de Flaestoren (natuurlijk zijn we daar in geweest, hoewel ik er al eens eerder op geweest was) en het gelijknamige water de Flaes.

Wat betreft het Geocaching Datum Project ging het niet al te best: van de zes data werd er slechts eentje opgevuld: een datum die dit jaar op een zondag viel. Alle andere data vielen op werkdagen in de winterhelft van de maand en dan is het gewoon niet te doen om ’s avonds nog te gaan geocachen. Dus blijven er nog vijf data staan voor volgende jaren. Naast al deze geocachingwandelingen maakte ik ook nog wat niet-geocaching wandelingen in mijn “achtertuin”: de Oisterwijkse bossen en vennen en de Kampina. Tijdens de wandelingen in Best, Breda en Rijen werden er ook nog flink wat Munzees gevangen: zowel virtuele als fysieke. Daardoor ging ik over naar een hoger level: level 106 it is.

Ook ging ik nog (virtueel) naar Mars om een bijzonder trackable-code te scoren die op een onderzoeksvoertuig op de Rode Planeet gegraveerd staat. Dit leverde een souvenir op. Later in de maand scoorden we ook nog een Wonder Souvenir, maar daar krijg ik altijd een lachbui van, omdat ze net doen alsof je allemaal natuurlijke wereldwonderen hebt bezocht, zoals bijvoorbeeld de Grand Canyon, terwijl ik midden-Brabant niet uit ben geweest. Maar als Groundspeak (de organisatie achter geocaching en waymarking) de Flaes de Grand Canyon wil noemen: mij best.

Spelletjes

Tja, het spelen van spelletjes heeft nog steeds te lijden onder die irritante avondklok. Er werd wel wat gespeeld zowel online op Bordspelarena, als fysiek maar lang niet genoeg. Wel heb ik een nieuwe verslaving: CuBirds. Het begon online en toen heb ik het spel ook in het echt gekocht. Het is een heel verslavend spelletjes en die verslaving is heel besmettelijk, want iedereen wil steeds doorspelen tot ze een potje gewonnen hebben. Hoewel de spellen helemaal niet op elkaar lijken is het qua verslaving wel vergelijkbaar met een andere favoriet: Splendor. De avondklok gaat nu naar 22 uur, dus ik hoop dat er daardoor ruimte komt om weer vaker fysiek spellen te kunnen spelen.

Lezen en kijken

Ik las iets minder boeken dan in de eerste twee maanden van het jaar, namelijk maar acht. Zes romans van vrouwelijke schrijvers. Ik vond de Weesmeisje-trilogie van Anne Jacobs wel lekker weglezen (wel stomme titels, maar dat is vaker bij romans). Er schijnt ook nog een vierde boek te zijn, maar de bibliotheek heeft dat niet: bummer! Het geheime kistje van Elle vond ik ook wel aardig, hoewel ik het geschiedenisgedeelte veel beter vond dan het gedeelte in onze tijd (ik vond met name de hoofdpersoon Janna een vrij ergerlijke vrouw). Wel een triest stukje oorlogsgeschiedenis. De Ierse erfenis van Karen Swan las heel lekker weg, in tegenstelling tot een andere boek van haar, De Spaanse belofte waarik heel moeizaam doorheen kwam vanwege de vreemde keuze voor de hoofdpersoon. En het tot nu toe eerste en enige boek wat geschreven is door een man, te weten Confettiregen van Splinter Chabot. Hij was ook kandidaat van Wie is de Mol? dit jaar en dat was een van de redenen waarom ik dit boek leende bij de bibliotheek. De andere reden was dat het een van de leestips was van de boekenkaartjesswap waar ik deze maand aan meedeed. En dan las ik nog de nieuwste Sarah J. Maas; fantasy van de bovenste plank. Hof van Zilveren Vlammen dus, deel 6 in deze serie. Ik was de eerste lener, dus las een hagelnieuwe biebboek. Tja, het lijkt wel alsof Maas steeds langdradiger gaat schrijven. Blij vlagen vond ik het een fijn boek, maar het had makkelijk 200 pagina’s korter gekund. En misschien begin ik Young Adult toch te ontgroeien…

Goed de finale van Wie is de Mol? was natuurlijk begin maart en het was dan toch Renée; om heel eerlijk te zijn vond ik haar niet de beste Mol ooit. Toch zat ik eerst heel lang op Marije en werd Rocky ook nog flink geframed als Mol. Wel fijn dat de finale door de omstandigheden weer zonder publiek was; lekker veel tijd voor molacties (niet zoveel echt goede dit jaar) en napraten met de kandidaten.

Daarna begon De Verraders waar de makers van WIDM ook een vinger in de pap hebben. Het programma is een soort kruising tussen het spelletje Weerwolven van Wakkerdam, Wie is de Mol?, de eilandraad van Expeditie Robinson en een legende over een zilverschat. Tja, hoewel ik dit seizoen nu wel af ga kijken vind ik dat er een paar missers in het programma zitten. Ten eerste dat de kijker al meteen weet wie de verraders zijn. Het was veel spannender geweest als wij hadden moeten raden wie de verraders zijn, dat hele zoekspel is nou juist het leukste aan WIDM. Ze hadden dat best op kunnen lossen met alleen op de Verraders te filmen als ze die mantels aanhebben en stemvervorming te gebruiken tijdens de vergaderingen. Of die vergaderingen pas te laten zien na de ontknoping. Verder vind ik het ook wel jammer dat de Verraders die opdrachten niet hoeven te saboteren, omdat ze zelf het zilver kunnen winnen. En dat zilver is ook zoiets: wat is de waarde van dat zilver? Moeten ze dat nog om gaan smelten tot munten? Naar een juwelier brengen? Ik wil de waarde weten van waar ze voor strijden. Wel grappig is dat ze in een kasteel in Limburg zitten (Kasteel Erenstein in Kerkrade) en dat veel plaatsen herkenbaar zijn, omdat ik vorig jaar ook een paar dagen in Kerkrade ben geweest. Ik heb toen ook de trappen van de Wilhelminaberg beklommen.

Ondertussen is ook de Belgische editie van De Mol begonnen en ondanks dat er pas twee afleveringen zijn geweest, waren die allebei superspannend. Tot nu toe wint De Mol het dit jaar ruim van Wie is de Mol? en het verplettert De Verraders zonder meer.

En ja, uit nostalgie kijk ik ook Op zoek naar Maria, ondanks dat ik de Sound of Music niet echt een geweldige musical vind en die al ik weet niet hoe vaak is opgevoerd in Nederland. Wat mij betreft mag Nandi winnen, hoewel Natascha wel de ontdekking van het programma is. Derde finalist Tessa heeft al een paar hoofdrollen gehad en ik vind haar ook niet zo het type voor Maria.

Ook nog naar de aflevering van Ik Vertrek gekeken met de mensen uit Berkel-Enschot; de plaats waar ik werk. Ik ken de mensen verder niet. Wel leuk om straten uit B-E te herkennen in de aflevering.

Cavia-switch

Er was ook nog verdriet deze maand; op de eerste dag van de lente moest ik afscheid nemen van mijn oudste cavia Freek. Hij was al een paar weken niet helemaal “goed” en leek een soort van beroerte te hebben gehad. Omdat hij nog wel at en een beetje rondliep, hoopte ik dat het nog goed zou komen, maar helaas heeft hij het toch opgegeven. Met drie jaar en tien maanden was hij niet extreem oud voor een cavia. Freek was een heel erg lief beestje (zowel naar mensen toe, als naar andere cavia’s toe), misschien wel de allerliefste cavia die ik ooit heb gehad (hij was nummer 18, dus ik heb er veel gehad). Freek heeft drie vriendjes gehad: eerst zijn broer Frinn, die onverwacht en jong stierf, daarna Fjord die slechts zeven weken oud werd en daarna kwam Fenno. Fenno bleef dus alleen achter en vertoonde meteen eenzaam gedrag: klagelijk gepiep, zoeken naar Freek die er niet meer was, zielig in een hoekje zitten. Het was dus snel duidelijk dat er een nieuw vriendje voor Fenno moest komen en het liefst zo snel mogelijk. Fenno is ook amper 1,5 jaar oud, dus ook nog vrij jong.

Het probleem met beertjes (mannetjes) is dat je ze alleen kan koppelen aan een babybeertje. Een koppeling tussen twee oudere beertjes loopt vrijwel uit op vechten. Dus begon mijn zoektocht naar een babybeertje. Die vond ik uiteindelijk en zo kwam vijf dagen na Freeks dood zijn opvolger al in huis. De mini-cavia heet Frido (mijn cavia’s krijgen al jarenlang een naam die begint met een F) en is- net als Fenno zelf – een driekleurige cavia. Wel is Frido een echte gladhaar en is Fenno wat ik “golvend borstelig” noem ;>) Van achteren zijn hun kleuren bijna gelijk, maar op hun kop is het anders; Fenno heeft een zwarte kop met een witte streep over zijn neus; Frido heeft een bruine kop met een soort van zwarte bliksemschichtstreep over zijn oog; zijn bijnamen zijn dan ook al Piraat en Zorro. De bruintint van Frido is ook net iets lichter dan die van Fenno. Goed, ik kan dus uren over cavia’s – Frido is de 22e cavia in mijn leven – praten, want ik ben nou eenmaal een #crazyguineapiglady maar ik zal er nu mee stoppen. Wel hoop ik dat Fenno en Frido allebei heel oud gaan worden in goede gezondheid.

Verder

Ben ik vandaag – op de laatste dag van maart – jarig. Mijn tweede lockdown-verjaardag, dus weer zonder een echt feestje. Ik had graag mijn verjaardag en het feit dat ik eindelijk geslaagd ben met een feest willen vieren. Vorig jaar dacht iedereen nog dat de hele corona-crisis maar een paar weken zou duren, ondertussen zijn we dik een jaar verder en is het op de tijdelijke versoepelingen in de zomer na eigenlijk alleen maar erger geworden. Ik vrees dat we er voorlopig nog niet vanaf zijn. In ieder geval ben ik wel heel blij met het verzetten van de klok en langer daglicht. En dat de limiet van de avondklok van 21 uur naar 22 uur gaat. Dat schept voor mij wel weer wat mogelijkheden, hopelijk voor andere mensen ook. Ik heb in ieder geval zin in het lekkere lenteweer van april. Ook al weet ik nu ook al dat ik dan veel last zal hebben van hooikoorts (dat is nu al begonnen), want ik ben vreselijk allergisch voor alles wat bloesem en katjes heeft…

Mijn nieuwe cavia: Fjord

It’s a boy

Hij is vijf weken oud, maar eet al groentehapjes en ander vast voedsel. Heeft ook al een flinke bos haar. Slapen doet hij niet zoveel, maar hij huilt ook niet. Hij hoeft ook niet naar de opvang, hij kan rustig een paar uurtjes alleen thuis blijven. Ik heb het natuurlijk niet over een mensenbaby, maar over mijn nieuwe huisdier; babybeertje Fjord. Een nieuwe cavia zat niet echt in mijn planning – ik had op nog minstens drie jaar met Freek en Frinn gerekend – maar het lot besloot anders.

 

Eerste foto’s van Fjord. Deze komen dus van Marja’s Caafjes. Fjord kwam uit een nest van vijf en is toen bij zijn tante en halfbroertje/neefje (zelfde vader) geplaatst, omdat vijf jonkies wel erg veel is voor een zeugje en zijn tante er maar eentje had.

Dierendag

Zoals bekend had ik twee cavia’s, de gebroeders Freek en Frinn. Pas twee jaar en vier maanden oud, dus het was de bedoeling dat ze nog een aantal jaren zouden leven. Op dierendag – 4 oktober – ging Frinn echter zomaar ineens dood. Waaraan? Geen idee. ’s Morgens was hij nog springlevend en stond hij nog met zijn voorpoten tegen de tralies van het hok aan te piepen om lekkere hapjes. Ik aaide Freek en hem nog over hun neuzen. Daarna ging ik werken en toen ik tegen de avond thuis kwam hoorde ik onder aan de trap al gepiep. “Ze zullen wel honger hebben,” dacht ik – nog in meervoud. Boven aangekomen zag ik wel dat Freek op het dak van het huisje zat, maar ik zag Frinn niet. Dus ik liep naar het hok toe en zag al meteen dat Frinn slapjes in het hok lag, op zijn zijkant. Foute boel en hij bleek inderdaad morsdood te zijn. Onbegrijpelijk; hij was niet ziek of zwak. Hij was nog nooit ziek geweest. Maar cavia’s blijven prooidieren met een hoge pijngrens, dus hij zal toch iets onzichtbaars onder de leden hebben gehad. Of een hartaanval. Ik zal het nooit weten. Ik kon niet meer voor hem doen dan hem te gaan begraven. Ik heb zelf geen tuin en in de groencontainer vind ik niets. Gelukkig mag het altijd bij mijn ouders die een paar straten verderop wonen en wel een grote tuin hebben. Achter in hun tuin is een waar kerkhof van al mijn overleden huisdieren. Ik ben altijd een beetje bang dat ik een andere tegen kom als ik een nieuw gat graaf, maar dat gebeurde nu gelukkig niet.

DSC04431
Freek en Frinn

Freek

Freek was helemaal hyper en begreep er helemaal niets van. Ik wilde Frinn eerst nog een dagje laten liggen, zodat hij afscheid kon nemen, maar Freek draaide helemaal door, dus daarom heb ik Frinn die dag toch al weg gehaald. Freek bleef maar piepen op een paniekerige toon. Hij sprong steeds op het huisje om aandacht te vragen en ging dan weer naar het lichaam van Frinn toe. Toen ik kwam was hij even opgelucht: baasje kon Frinn vast weer “goed” maken. Baasje beschikt tenslotte ook over de toegang tot de magische koelkast vol groentehapjes. Helaas behoort cavia’s tot leven wekken niet tot mijn superkrachten, wat ongetwijfeld een teleurstelling was voor Freek. De hele week keek hij iedere keer als ik de kamer binnen kwam vol verwachting op of ik Frinn bij mij had. Wat nooit zo was.

Caviaans

Tja, wat moest ik nu met Freek? Zou ik er goed aan doen om er een andere cavia bij te zetten? Helaas heb ik daar zeer slechte ervaringen mee gehad met Fabin en Fluff. Freek is echter niet zo’n drukke terrorcavia als Fluff was. En ook niet zo’n softie als dat Fabin dat was. Meneer is geboren in een grote caviagroep, ging daarna met Frinn bij mij wonen en is nooit alleen geweest. Hij leek eenzaam in het grote hok en brabbelde tegen mij in het Caviaans, waar ik weinig van begrijp. En tegen wie moest hij nou “prrr” doen? En met zijn kont schudden? En ruzie maken om het lekkerste stukje van de andijvie? Hij zocht de hele tijd naar een caviavriendje dat er niet meer was. Dus ik besloot dat het een nieuw vriendje het beste voor hem zou zijn. Dat moest dus een babybeertje zijn, want een minicavia zou makkelijker geaccepteerd worden, dan een volwassen beer.

 

Fjord van beide kanten

Zoektocht

Mijn zoektocht naar een babybeertje dat het liefst al geboren was en binnen een paar weken hier kon zijn begon. Marktplaats is eigenlijk niet zo’n goed idee. Er staan veel verlopen advertenties op en veel zielige situaties als het om dieren gaat. Er was ook geen babybeertje in de omgeving te vinden op deze marktsite. Maar op facebook volgde ik al een tijdje Cavia Adviesbureau Marja’s Caafjes.  Marja had vroeger een cavia-opvang en in 2011 haalde ik daar mijn cavias from the past Farah en Finne op. Nu heeft ze geen opvang meer, maar wel af en toe een nestje. En laten er nou net twee nestjes geboren zijn. Eentje met maar liefst vijf jonkies en eentje met een jong. En er zaten nog beertjes bij. Dus mailde ik dat ik wel een beertje wilde reserveren. Het punt was echter dat ze de twee overgebleven beertjes het liefste samen geplaatst wilde zien. Dus dan zou ik moeten wachten op een volgend nestje, wat voor Freek niet ideaal zou zijn. Een week later kwam echter het bericht dat het andere babybeertje ook naar iemand zou gaan met een eenzame volwassen beer. Dus eind oktober zou ik een babybeertje op mogen halen.

image-30-10-19-07-03
Fjord

Fjord

Dat babybeertje werd dus Fjord. Yup, natuurlijk weer een naam met een F en deze naam stond ook al op de shortlist voor Freek en Frinn. Het is ook omdat ik ooit nog naar Noorwegen hoop te reizen om de fjorden te zien. Ik vind het grappig dat hij best wel op Freek lijkt. Ze zijn allebei overwegend zwart en hebben allebei een bruine streep op hun zijkant. Alleen zit die streep bij de ene rechts en bij de andere links. Verder heeft Fjord een wit vlekje op zijn neus, net zoals Frinn dat had. Bij Frinn was het wit wel groter, bij hem liep het als een streep omhoog, bij Fjord is het echt een klein vlekje. Hoewel ik niet meer kon kiezen (hij was als enige over), was dat witte vlekje wel waar ik voor zou zijn gevallen, haha. De beharing is ook anders. Freek heeft US-teddyhaar. Fjord heeft gewone beharing, maar is wel een beetje borstelig. Gekruind, heet dat officieel. Niet zo ruig als Frinn, die qua beharing een soort van ontploftie sheltie/borstelcavia was.

IMG_9056
Freek en Fjord (let niet op de zooi op de achtergrond en het huisje is hier uit het hok)

Vriendjes

De arme Fjord werd in een paar uur tijd van zijn moeder weg gerukt (hij was de laatste die weg ging, zijn broertjes en zusjes waren al opgehaald), in een doosje gestopt (dat vond hij overigens heel leuk, hij wilde er niet meer uit), in een auto vervoerd, door de mest van Freek geduwd en bij Freek – een reus vergeleken bij de babycavia – in het hok geplaatst. Ik had van alles verwacht, maar ze negeerden elkaar volkomen: Fjord ging in het huis zitten en Freek ging andijvie eten. Toen Fjord ook een hapje wilde eten werd er even flink ge-prrt. Freek keek naar mij met een blik van: “Hallo, wat moet ik met dit mormel? Waar is Frinn???” Maar toen begon Fjord tegen hem te piepen en blijkbaar was dat de doorbraak. Fjord sprak – in tegenstelling tot mij – Caviaans! Blijkbaar vond Freek dat erg fijn en hij begon meteen een heel “gesprek” met de minicavia. Als ik Frinn dan niet terug bracht, dan was dit mormel wel een goede tweede keus. Het kleine wezen sprak in ieder geval zijn taal. Nog die avond maakte Freek allemaal geluiden tegen Fjord die hij al een paar weken niet had laten horen.

Kortom, zonder echt gedoe kon ik Fjord bij Freek achter laten. Ik sliep die nacht wel met de deur tussen de woonkamer en de slaapkamer open om het in de gaten te houden, maar er gebeurde niets spannends. (Cavia’s slapen niet, ze houden elk uur ongeveer 10 minuten “rust”, meestal met de ogen open. Dat gaat 24/7 zo door). De volgende ochtend zaten ze samen hooi te eten. Ik vond het toch een beetje spannend om ze samen achter te laten toen ik ging werken, maar ik hield maar in mijn achterhoofd dat cavia’s vreedzame en sociale dieren zijn. Ze zouden elkaar vast niets ernstigs aan gaan doen. ’s Avonds ging het inderdaad nog steeds goed. Af en toe “snauwt” Freek een keer tegen de kleine cavia. En Fjord is nog een beetje schrikachtig, maar hij is natuurlijk van een heel rustige buurt naar een zeer gehorige buurt gegaan. Bij de eerste trein (ik woon 100 meter van de spoorlijn) sprong hij de lucht in van schrik. En tussen de spoorlijn en mijn huis ligt ook nog een doorgaande weg.

Toekomst

Garantie of het in de toekomst ook nog goed blijft gaan is het niet. Ik weet niet wat er gebeurt als Fjord volwassen is. Fabin en Fluff hebben ook bijna twee jaar samen gewoond voor het helemaal mis ging. Daarbij moet ik wel opmerken dat Fluff al een kleine terror was toen hij nog niet volgroeid was en dat het nooit echt goed boterde tussen de rustige, lieve Fabin en hem. Fjord lijkt echter een stuk rustiger en vriendelijker te zijn dan Fluff was. En ik wist het met Freek en Frinn in het begin ook niet of het goed zou gaan als ze groter werden. Dat bleek wel heel goed te gaan, gelukkig. Maar voor nu ben ik blij dat ik een vriendje voor Freek heb gevonden en dat hij weer gezellige caviageluidjes maakt.

Dierendag

Dierendag 2019 was de raarste dierendag ooit. ’s Ochtends aaide ik mijn springlevende en zeer actieve cavia’s nog voor ik naar mijn werk vertrok. Toen ik thuis kwam vond ik Frinn dood in het hok. Waar hij aan overleden is; geen idee. Hij was nog jong en was niet ziek of ziek geweest. Het moet erg snel zijn gegaan. Sweet goodbyes, lieve zwabber!

Vandaag is het 4 oktober en dat betekent dat het dierendag is. Daarom zet ik vandaag mijn huisdieren in het zonnetje.

Het zal ondertussen wel bekend zijn dat ik twee cavia’s heb: Freek en Frinn. Het zijn broertjes uit hetzelfde nestje en ze zijn begin juni 2017 geboren. Een maand later zijn ze bij mij komen wonen. En dat maakt hen nu twee jaar en vier maanden oud.

Freek is de overwegend zwarte cavia met met bruine vlekken en Teddy US haar. Soms noem ik hem ook wel Punky, vanwege zijn piekhaar. Of Niffler, omdat hij een beetje op een niffler lijkt.

Frinn was de driekleurige (eigenlijk zelfs vier, want hij had twee tinten bruin) borstel/sheltie/mengelmoes cavia en ik noemde hem bijna altijd Zwabber. Ik denk dat het arme beest eigenlijk niet meer wist dat hij officieel Frinn heette. Soms noemde ik hem mijn Wookie, omdat hij net zo harig was als dit wezen uit Star Wars en ik erachter kwam dat de naam Frinn ook voorkomt in de boekenserie over het Star Wars universum.

Freek is de baas, hij is iets groter, dikker en steviger dan zijn broer, die er vooral indrukwekkend uitzag vanwege zijn ruige haardos.

DSC04431

Op de foto zitten ze in de lege voerzak. Vorig jaar had ik een grote zak voer ingekocht van 15 kilo en het was hun goede voornemen om deze zak in 2019 helemaal leeg te eten. Zelf denken ze dat dat al gelukt is, maar er zit nog een paar kilo in de voorraademmer. Nu Freek alleen over is gebleven zal hij daarmee het einde van 2019 wel gaan halen.

Crazy Guinea Pig Lady

Veel bloggers hebben katten en noemen zich Crazy Cat Lady’s. Ik vind katten ook best leuk en pas soms op Jip en Milo, de cats van mijn vriendinnen. In mijn huidige huurwoning mag ik echter geen honden of katten houden en eerlijk is eerlijk: het lijkt mij ook te klein voor een hond of een binnenkat (en een buitenkat is met langs het huis een doorgaande weg en de spoorlijn geen optie). Maar ik heb al bijna mijn hele leven cavia’s, dus ik was blij dat ik die wel mee mocht nemen. Toen ik deze woning toegewezen kreeg had ik Freek en Frinn amper drie weken, dus het zou ook wel triest zijn geweest als cavia’s ook verboden waren geweest. Daarom bedacht ik voor mezelf de titel Crazy Guinea Pig Lady, maar die hashtag bleek op instagram zowaar al te bestaan, dus ik was niet de eerste die dat idee had.

Wat is er leuk aan cavia’s?

  • Ze maken schattige geluidjes: *wiet* en *prr*
  • Het zijn zachtaardige, vriendelijke dieren. Ze zullen niet zo gauw agressief gedrag vertonen, zolang jij hen geen pijn doet.
  • Het zijn echte knuffelbeesten
  • Ze zijn van nature vegetariër, dus ik hoef me niet bezig te houden met de kwestie dat ik geen vlees/vis eet, maar mijn huisdier wel (dat zou met een kat of hond wel moeten).
  • Cavia’s zijn makkelijk te verzorgen, je hoeft ze niet 3x per dag uit te laten en je kunt ze makkelijk een dagje alleen thuis laten
  • Cavia’s zijn sociale dieren, dus je moet er eigenlijk wel minstens twee hebben

Wat is er minder leuk aan cavia’s?

  • Je kunt cavia’s niet zindelijk maken; ze poepen en plassen overal. Ook op jou als je ze te lang op schoot hebt. En als je goed kijkt zie je op de foto dat ze ook al in de lege voerzak hebben gepist. En Frinn met zijn lange haren, ging er dan ook nog doodleuk doorheen lopen.
  • Mijn huidige cavia’s drinken best wel veel en plassen daardoor ook veel, waardoor ik het hok behoorlijk vaak schoon moet maken, vooral in de zomer.
  • Freek en Frinn kunnen samen heel erg hard piepen (officieel heet het fluiten, ik noem het “wieten”), het is dan net of er een alarm afgaat en dat kunnen ze heel lang volhouden, als ze menen dat ze uitgehongerd zijn (dat vinden ze vrij vaak)
  • Ze lopen de vulling van houtvezel uit hun kooi, dus ik moet vaak stofzuigen
  • Een langharige cavia, zoals Frinn, moet af en toe bijgeknipt worden en dan deed hij net alsof hij geslacht wordt, wat het allemaal nog veel vervelender maakt
  • Twee mannetjes samen gaat niet altijd goed. Freek en Frinn gaat gelukkig heel goed samen, waarschijnlijk omdat ze broertjes zijn en dus hun hele leven al samen zitten. Maar mijn vorige mannetjes (Fabin en Fluff) hadden een leeftijdsverschil van bijna twee jaar en op een bepaald moment vocht de jongere cavia de oudere cavia het hok uit. Op een bepaald moment was het niet meer leefbaar voor de oudere Fabin en heb ik ze voorgoed uit elkaar gehaald. Ik was dus een klein beetje huiverig toen ik weer met twee mannetjes begon.