Geocachingverhalen uit het verleden: 7 november 2010

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 7 november 2010

Anke en ik waren op vakantie in Drenthe en vandaag wilden we een beetje te veel: we wilden de 2500ste cache vinden, maar we wilden ook naar Noorderdierenpark Emmen (wat nu Wildlands is).

Geocachingverhaal uit het verleden:

  1. Punt #1 – Punties Padtien
  2. Punt #3 – Punties Padtien
  3. Punt #4 – Punties Padtien
  4. Punt #6 – Punties Padtien
  5. Punt #7 – Punties Padtien
  6. Punt #8 – Punties Padtien
  7. Punt #2 – Punties Padtien
  • Maker: Team de Sweeties
  • Type: Traditionals en multi’s
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 7 november 2010
  • Plaats: Emmen

 

  1. Zie Zoo: nano
  • Maker: Myrlot
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 7 november 2010
  • Plaats: Emmen

 

  1. Op Fietse #01: Emmen
  • Maker: Met Skik
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 7 november 2010
  • Plaats: Emmen

 

  1. ECCZN: Eerste Carpool Cache Zonder Naam
  • Maker: Ami2cv
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 7 november 2010
  • Plaats: Emmen

 

  1. VECC: Veenoords Eerste Carpool Cache
  • Maker: Mani Team
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 7 november 2010
  • Plaats: Emmen

 

Toen ik een kleuter was, was ik ooit al eens in Noorderdierenpark Emmen geweest, maar daarna nooit meer; want helemaal aan de andere kant van het land. Wat ik me daar vooral van kon herinneren was de brug over het krokodillenverblijf, waar ik niet overheen durfde te lopen en de vlindertuin. Ik had nu via mijn werk bij het Safaripark gratis kaartjes, dus nu we in de buurt op vakantie waren, wilde ik er graag nog eens naartoe.

Vlakbij de dierentuin lag een geocachingtrail van bijna 20 caches over 12 km en die dacht ik wel even in 2 uur te lopen. Anke waarschuwde me al dat dat niet zou gaan lukken, maar ik had dat nou eenmaal in mijn hoofd gehaald. Het kostte al veel te veel tijd om op de parkeerplaats te komen, omdat er een blokweg lag, dus moesten we een heel eind omrijden en de T.T. wist het ook niet meer. Daarna konden we beginnen aan de wandeling van Punties Padtien. Het Padtien is de naam van het gebied. De eerste cache hadden we zo gevonden, nummertje 2 was een off-set multi en die konden we al niet vinden. Daarna volgde 3 en 4, maar 5 was net als voor velen voor ons, ook voor ons onvindbaar en daar verloren we veel zoektijd. We moesten op sommige punten veel omlopen, omdat er water en bossen lagen, dus het kostte allemaal te veel tijd. Bij nummertje 8 besloten om om te draaien. Verder lopen zou alleen nog maar meer tijd kosten en dan konden we niet meer naar de dierentuin. Op de terugweg zochten we nog even tevergeefs naar nummer 5. We kwamen ook nog een ouder cachersechtpaar tegen, later heb ik gezien dat zij wel de hele serie hebben gevonden. Als troost vonden we toch nog de cache van nummer 2.

Daarna op naar de dierentuin. Die bestaat uit twee gedeelten, het oude gedeelte, dat midden in de stad ligt en het nieuwe, in aanbouw zijnde gedeelte, buiten de stad. De twee delen zijn verbonden met een loopbrug. We kwamen terecht op de parkeerplaats van het nieuwe gedeelte, dus eerst naar het nieuwe gedeelte geweest. Eigenlijk zaten daar alleen nog maar de pinguïns in een gigantisch verblijf waar je helemaal doorheen kon lopen. Na een rondje nieuw stuk over de loopbrug naar het oude gedeelte. Voor het oude gedeelte zou een nano-cache verstopt liggen, maar het was een zondag en dus best druk, dus we zochten niet zo heel lekker. Het oude gedeelte begon al meteen met de souvenirwinkel, dus even een rondje gedaan. Een chaotische winkel, wel met twee penny-smashers voor de deur. Daarna de dierentuin bekeken. Er was veel binnen te doen en bij vrijwel elk gedeelte was een heel museum aan informatie te vinden. Anders dus dan bij het Safaripark. Dat het binnen was, was wel een voordeel betreffende de winter. Van het idee dat dit allemaal verhuisd moest worden, kreeg ik wel de bibbers. Ze hadden lieve giraffen, waaronder een klein schattig baby-girafje. De olifanten waren hier goed te zien, maar de gaafste foto maakte ik toch toen er een aap met jonkie landde op de balustrade voor ons, in een van de overdekte jungle-gedeelten. De enge krokodillen waren er ook nog, ik vind dat creepy dieren, maar ze lagen niet meer onder die stenen brug die ik me kon herinneren van vroeger.

Na een paar uur dierentuin hadden we het wel gezien en verlieten we het park. Ik wilde de twee ijzeren informatiezuilen nog even onderzoeken op de nano-cache en Anke vond dat wel best. Ik had geluk, want ik vond de nano ineens best snel. Vanaf de parkeerplaats hoefden we maar een paar 100 meter te lopen naar een trad die het begin van een fiets-serie vormde. Voor die hele fiets-serie hadden we geen tijd en we hadden ook geen fietsen bij, maar ik had gelezen dat heel veel mensen deze meepikten na een bezoekje aan de dierentuin, dus vandaar dat wij dat ook deden.

Hiermee stonden we op 2499, dus we waren het erover eens dat we echt nog een cache moesten doen om ons vakantie-doel, de 2500 te vervullen. We probeerden eerst bij Op een klein stationnetje te komen. Dat vonden we ten eerste een leuke naam voor een cache. Helaas was het station nog in aanbouw en lag de straat open. We hebben er vanaf verschillende kanten proberen bij te komen, maar de kuilen zagen er te diep uit en de hekken waren te hoog.

Zo werd onze 2500ste found een saaie carpoolstrook die in ieder geval nog wel een originele naam had: De Eerste Carpool Cache Zonder Naam. We feliciteerden elkaar van harte met deze milestone, een kwart van het ultieme droomdoel van 10.000.

Omdat de carpoolcache van Veenoord vlakbij lag en we daar toch de snelweg op moesten, hebben we die ook nog maar even gelogd voor we terug reden naar ons vakantie-adres.

Wat ik hier op 7 november 2019 nog aan toe te voegen heb:

Nou, die verhuizing is toch goed gelukt, want in mei 2019 bezocht ik Wildlands. Het is enorm veranderd, ik herkende helemaal niets meer terug, behalve dan dat gedeelte met de pinguïns, wat toen al open was: Nortica. Jungola en Serenga waren nieuw voor mij. Helaas gaat het niet al te best met het park, dus ik hoop dat ze het gaan redden. Toen mijn moeder en ik er waren was het overigens best wel druk, maar de toegangsprijs is echt heel erg hoog en dan hadden wij nog kaartjes met korting.

En tja, ik denk dat ik ondertussen iets minder obsessief ben met geocaching; ik zou er nu voor kiezen om de hele dag naar de dierentuin te gaan en dan alleen de cache bij de ingang te doen. Bij mijn bezoek in mei zijn we dan ook de hele dag daar geweest en heb ik niet eens aan geocaching gedacht.

Ik kan de foto’s niet terug vinden, helaas.

World Giraffe Day

World Giraffe Day!

Maartjes Moves

Het is vandaag niet alleen de langste dag van het jaar en het regenachtige begin van de zomer, maar het is ook World Giraffe Day. Toepasselijk, langste dag van het jaar, het dier met de langste nek. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat de giraf één van mijn vele lievelingsdieren is. Misschien is het wel mijn favoriet. Ik ging op zoek naar giraffenfoto’s in mijn foto-collectie en kwam enorm veel foto’s tegen. Dit wordt dus een lang stukje met heel veel giraffenfoto’s! Alle foto’s in dit stukje heb ik zelf gemaakt, een stukje over elke dierentuin, staat onder de foto’s van de giraffen in dat park.

De Belgische dierentuin Planckendael vraagt op deze dag meteen aandacht voor de Giraffe Conservation Foundation, want de giraffen in het wild worden bedreigd door oorlogen, bomenkap en stroperij. Daardoor worden het er steeds minder en zouden ze op de lange duur…

View original post 745 woorden meer

Freek en Frinn

Op mijn achtste kreeg ik mijn eerste cavia: Pluis. Die werd gevolgd door broertje Pluus en halfzusje Vlekje. Na die eerste ronde cavia heb ik een paar jaar hamsters gehad, maar die vond ik toch minder leuk, omdat ze niet zo oud worden en aan het einde heel erg aftakelen.

Op de dag na mijn vijftiende verjaardag kwam Willie in huis en sindsdien heb ik non-stop cavia’s gehad. Ik kan het niet laten, ik ga even alle namen opnoemen, in volgorde van komst: Willie, Ivy, Fleur, Harry, Frodo, Tijger, Frank, Flint, Figo, Farah, Finne, Fidro, Fabin en Fluff. Je ziet dus waar ik over ben gegaan op F-namen. Even had ik zelfs zeven cavia’s, maar ik moet toegeven dat dat wel erg veel was. Meestal had ik er tussen de twee en de vier tegelijkertijd. Ik heb nooit echt een voorkeur gehad voor mannetjes of vrouwtjes, dus de stand is dan ook zo’n beetje gelijk.

 

fabinfluff5
Fluff en Fabin

 

Toen Fluff en Fabin in de eerste week van juni allebei zijn overleden, was dat het eerste moment in zestien (!) jaar, dat ik helemaal geen cavia’s meer had. De eerste dagen wilde ik even helemaal geen cavia’s. Maar dat veranderde al snel. Ik kon niet wennen aan die lege plek in huis, waar hun hokken hadden gestaan.

Ik liep door de supermarkt en de wortels waren in de aanbieding. Ik had al een zak in mijn mandje liggen, toen ik besefte dat ik helemaal geen cavia’s meer had. En dat ik zelf geen kilo wortels ging opeten. Dus de zak ging terug.

Normaal gesproken volgde er een fluitconcert als de koelkast open ging, maar nu bleef het akelig stil. Ik miste zelfs de herrie van als Fluff aan de tralies van zijn hok ging rammelen.

En ik miste het om iets aaibaars en knuffeligs in huis te hebben.

Helemaal huisdierloos was ik nog niet, want ik had de wandelende takken nog. Er kwamen een heleboel eitjes uit in juni, dus ik heb nu een heleboel mini wandelende takjes (nimfen). Maar ja, die zijn niet aaibaar. Ze zijn zelfs zo klein, dat je ze amper op kan pakken zonder ze fijn te knijpen. Van mijn drie grote wandelende takken gingen er ook nog eens twee dood. Nou is dat wel normaal bij wandelende takken: ze leven niet langer dan ongeveer een jaar. Hun primaire doel in het leven is om zich voort te planten en dat hadden ze gedaan. Er is nu nog 1 laatste grote tak over.

In de eerste week van juni werden er ook weer kleine caafjes geboren bij de cavia’s van mijn nicht. Zij heeft een heleboel cavia’s en wel vaker jonkies, waarvan dan schattige foto’s verschijnen op facebook. Of ik interesse had in 1 of 2 baby-caafjes. Ik kreeg foto’s van drie kleine babycaafjes en tja, je bent een Crazy Cavia Lady of niet, ik was totaal verkocht. Het waren alledrie mannetjes, dus ik kon er twee uitkiezen. Beetje zielig voor nummertje drie, maar het hok is te klein voor drie stuks en ik moest ook nog rekening houden met mijn huisgenoten, die niet allemaal even cavia-minded zijn als mij ;>) Ik zag al aan moeder- en vadercavia dat het grote cavia’s gaan worden.

Grappig detail: Mijn allereerste cavia’s Pluis, Pluus en Vlekje kwamen ook al via dezelfde nicht. En Harry ook trouwens, maar dat was later.

Afgelopen weekend heb ik ze opgehaald. Ze heten Freek en Frinn. Qua vacht en kleurverdeling lijken ze gelukkig helemaal niet op Fabin en Fluff. Dat vind ik eigenlijk wel fijn. Het zijn dus broertjes en ik hoop daarom dat ze wel hun hele leven vreedzaam samen in een hok kunnen wonen. De oude kooi, waar Fabin en Fluff aan het begin samen in woonden is dus weer tevoorschijn gekomen en schoon gemaakt. Twee cavia’s samen in een hok, vind ik toch gezelliger van twee losse hokken. En het is ook wel fijn als je ze tegelijkertijd vast kan houden.

IMG-20170702-WA0005

Freek heeft US-Teddyhaar, dat betekend dat hij een soort langer stekelhaar heeft, wat heel zacht aanvoelt. Ik heb nog nooit eerder een cavia met teddyhaar gehad, dus dat is leuk. Hij is overwegend zwart, maar heeft wat donkerbruine vlekken, waaronder een langwerpige op zijn linkerkant.

IMG-20170702-WA0008

Frinn is kleiner dan zijn broer en ziet er ook totaal anders uit: hij is een borstelcavia met lang punkhaar dat echt alle kanten opsteekt. Als je hem aait, gaat het helemaal door de war. Fluff was ook een ruige borstelcavia, maar Frinn is nog veel ruiger. Op sommige plekken is zijn haar zo lang, dat hij wel een beetje een sheltie lijkt. Ik ben benieuwd hoe hij er uitziet als hij volgroeid is. Nu is het net zwabber met oogjes. Hij heeft drie kleuren: zwart – bruin – wit, maar hij heeft meer van de eerste twee kleuren, dan van het wit.

Mijn achternichtjes hebben ze goed handtam gemaakt, dus ze zijn heel aaibaar en knuffelig. Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe huis, maar dat komt vast wel goed. Ik zou ook even moeten wennen als ik weggerukt wordt uit een hele groep cavia’s en in een doos wordt gestopt en vervoerd moet worden per auto. Ondertussen lopen ze al voorzichtig wat rondjes door het hok en ze kunnen “wieten” (zo noem ik het fluiten) en ze lusten wortel. Dus het zijn echte cavia’s ;>)

Mijn cavialoosheid heeft dus amper vier weken geduurd…waaruit maar weer blijkt: een leven zonder aaibare huisdieren is niets voor mij.

De foto van Fabin en Fluff is door mijzelf gemaakt. Mijn moeder maakte de foto’s van Freek en Frinn, ze heeft ze nog net niet van mij afgepakt…

 

 

 

 

Sweet goodbyes

In een week tijd zijn allebei mijn cavia’s overleden. Op 1 juni vond ik Fluff dood in zijn hok. Op 7 juni moest ik de beslissing nemen om Fabin in te laten slapen.

En ondanks dat ik al jaren volwassen ben en dit cavia nummer zestien en zeventien in mijn leven waren, is het einde van een huisdier de ultieme manier om mij keihard aan het janken te krijgen. Ik kan daar heel erg ontzettend niet tegen.

Ruim vier jaar geleden (april 2013) haalde ik ze samen op uit Cavia-opvang Caviaplein. Fabin was toen al twee jaar oud en was door zijn vorige eigenaars naar de opvang gebracht omdat hij eenzaam zou zijn. Bij de opvang kreeg hij een vriendje, in de vorm van Fluff, toen nog een klein baby-beertje, geboren in februari 2013.

Fabin was de driekleurige, gladharige cavia: bruin – zwart – wit. Fluff was de zwarte borstelige cavia, met een lichtbruine streep over zijn neus. Een mooi stelletje samen. In de opvang waren ze Fabian en Fluff gedoopt. Het is al jarenlang traditie om mijn cavia’s een naam te geven die begint met een F. Dat begon ooit als een grapje, maar is nu serious business. Ze konden dus zo blijven heten. In het geval van Fluff bleef dat ook zo. Maar ik vond Fabian een vreselijke kaknaam voor een cavia, dus haalde ik er na een paar dagen een letter tussenuit en werd het Fabin. Ik vond dat wel lekker fantasy-achtig klinken.

Dit waren zo’n beetje de eerste foto’s die ik van hun maakte. Op de rechter is Fluff nog echt een baby-cavia, op de rechter is hij al een stuk gegroeid.

Ik heb mijn huisdieren voor de gezelligheid, het zijn mijn huisgenoten. Cavia’s maken gezellige geluidjes en dat is leuk als je thuis komt. Meestal heb ik vier huisdieren tegelijk. Ik had dan ook al twee andere cavia’s toen Fabin en Fluff kwamen. Zij kwamen in de plaats van konijn Fender en cavia Fidro, die destijds ook vlak na elkaar dood zijn gegaan. Die andere twee cavia’s waren Farah en Finne. Dat waren twee vrouwtjes. Ik hield de mannetjes en de vrouwtjes altijd strikt gescheiden, want jonkies was niet de bedoeling, daarvoor waren de dames al te oud. Daarom heb ik maar 1 foto waar ze allevier tegelijkertijd op staan, samen met de logeerschildpadden van mijn tante en oom. Ze zijn met z’n allen andijvie aan het eten, wat bij mijn jongste broertje deze uitroep ontlokte: fuck segregation! Tja, de zoogdieren en de reptielen aten alle zes andijvie. Best grappig.

fabinflufffarahfinne

Fluff was een heel drukke cavia, terwijl Fabin juist heel rustig en lief was. In het begin was Fluff nog kleiner en banger en verstopte hij zich achter Fabin. Maar toen hij Fabin voorbij gegroeid was en ook nog eens een stuk zwaarder bleek te zijn, vond hij dat de rangorde opnieuw bepaald moest worden. En Fabin, die suffie, liet zich opjagen door de jongere, dominante Fluff en gaf ook al zijn eten af. Dat was dus niet echt een geschikte situatie. Uiteindelijk besloot ik dat het beter was om ze uit elkaar te halen. Vanaf dat moment leefden ze gescheiden, ieder in hun eigen hok. Die hokken stonden wel naast elkaar, dus ze konden elkaar wel horen, zien en ruiken. Echt veel belangstelling hadden ze niet meer voor elkaar, alleen tegen etenstijd gaven ze nog wel eens een gezamenlijk fluitconcert. Alleen hield Fabin zich keurig aan de avond als het aan etenstijd lag. En Fluff vond dat hij altijd honger had en ging ook aan de tralies van zijn hok hangen, want dat maakte lekker veel herrie en dan kon hij fijn veel aandacht trekken. Fabin had niet eens tralies op zijn hok, die kwam nog niet eens op het idee om aan zijn hok te knagen.

Niet dat ze op eetgebied iets te klagen hadden. Ze kregen van alles: diverse groenten, hooi en hard voer. Soms ook nog wel eens een stukje hard brood. Fabin en Fluff waren niet kieskeurig, eigenlijk aten ze allebei alles wat ik hun voorzette. Fabin at alles op zijn gemak op, die genoot echt van zijn eten. Fluff schrokte alles naar binnen, alsof de duizendkoppige hydra-cavia achter hem stond om het af te pakken.

Soms had ik ze nog samen buiten de hokken, meestal als ik een foto-idee had. Meestal was het dan Fluff die Fabin aan wilde vallen. Hij was echt niet meer gesteld op zijn voormalige hokgenootje. Tja, ik vond dat wel jammer. Ik ga in ieder geval nooit meer twee mannetjescavia’s nemen met zo’n groot leeftijdsverschil (van twee jaar).

Fluff en vooral Fabin waren erg fotogenieke cavia’s. Fabin ging er ook echt voor zitten. Mijn social media wemelde door de jaren heen dan ook van de caviafoto’s. Tja, andere mensen zijn Crazy Cat Ladies. Ik ben een Crazy Cavia Fan. Met sinterklaas maakte ik altijd de wortel-in-de-schoen-foto. Altijd succes.

Tja, op de dag dat je cavia’s in huis haalt denk je er niet aan dat ze ook ooit weer dood gaan. Dat is maar goed ook. Iedere keer als er eentje doodgaat denk ik: ik wil er nooit meer een, want ik vind dit zo vreselijk. Waarbij ik dan vergeet dat ze wel een goed leven hebben gehad. En dat ik er ook jarenlang plezier van heb gehad. In het geval van Fabin en Fluff dus ruim vier jaar.

fluff

 

Fluff had begin mei last gehad van een verstopping. Ik dacht eigenlijk dat hij daar toen niet doorheen zou komen, maar hij heeft dat toch gered, na een massage en het wondermiddel paardenbloem. Het ging eigenlijk weer heel goed met hem: hij at en dronk weer goed, hij poepte weer en hij hing weer als vanouds aan de tralies. Toch vond ik hem dus een paar weken na zijn ziekte dood in zijn hok. Of er was dus meer aan de hand of de verstopping had hem toch te erg verzwakt. Hij is vier jaar en drie maanden oud geworden.

 

DSC04179

Fabin was dus heel even de enige cavia in huis en hij leek ondanks zijn zes jaar nog prima in orde. Helaas kreeg hij een beroerte, dat is iets wat je niet aan kan zien komen. Hij was er zo zielig en slecht aan toe, dat ik hem in heb laten slapen.

Cavia’s zijn prooidieren met een heel hoge pijngrens. Als wij ontdekken dat ze ziek zijn, zijn ze vaak al te ver heen om er nog iets aan te doen. Dat is iets wat altijd moeilijk zal blijven. En zo twee binnen een week tijd is wel even heftig.

Fabin en Fluff kwamen dus tegelijkertijd in huis en zijn nu ook zowat samen gegaan. Ondanks dat ze dus niet de beste vrienden waren en gescheiden woonden, zullen ze daardoor ook altijd samen in herinnering blijven.

Fluff en Fabin, sweet goodbeyes!

20160920_100910

Alle foto’s bij deze blog zijn door de jaren door mij zelf gemaakt. Starring Fabin en Fluff natuurlijk. De woorden “sweet goodbyes” komen uit het afscheidsliedje van de band Krezip.

“Tears in your eyes, sweet goodbyes”

 

 

Word ik dan toch een Crazy Cat Lady?

20161106_092848

Dit is Jip. Het is de kitten van mijn vriendinnen Stephanie en Angela. Grijs met witte sokjes en een witte bef. Hij komt uit het asiel (nou ja, een gastgezin) en woont dus nog niet zo heel lang bij hen. Ze hadden echter al een weekendje weg gepland, dus werd ik gevraagd om op hun huisdier te passen. Is wel grappig, want vroeger paste ik ook altijd al op de huisdieren van Stephanie, maar toen waren het cavia’s en hamsters. Die kwamen met kooi en al naar mij toe. Jip bleef gewoon in zijn eigen huis.

Ondanks dat Jip nog klein is, eet hij best een heleboel. Hij moet ook vers water, want hij heeft de gewoonte om zijn brokjes in zijn waterbak te gooien. En hij wil het liefste de hele dag spelen (als hij niet slaapt, tenminste). Verder was hij nog nooit zo lang alleen geweest, dus Stephanie en Angela maakten zich best een beetje zorgen over hem.

Nou, volgens mij gaat het best goed met hem. Hij zal zich best een beetje eenzaam voelen en ik heb geen idee waar hij slaapt (hij is iedere keer als ik kom, heel erg wakker ;>), maar hij eet als een tijger, is totaal niet bang van mij en wil ook heel graag met mij spelen. Als ik er ben, loopt hij ook de hele tijd achter mij aan.

Bij een volgende keer zal hij trouwens ook niet meer eenzaam zijn, want als alles goed gaat, halen Stephanie en Angela volgende week nog een kitten op. Dan heeft Jip een vriendje om mee te spelen.

20161106_165230

Eigenlijk ben ik niet zo’n kattenmens. Ik zou mezelf eerder een hondenmens noemen. Dat komt omdat ik opgegroeid ben met honden, eerst Bruce en daarna Indy. Die honden waren van het hele gezin. Van mezelf heb ik al vanaf jonge leeftijd allerlei knaagdieren gehad: cavia’s, konijnen, hamsters en muizen. Ook heb ik nog vissen gehad en wandelende takken. Nu heb ik nog twee cavia’s over en sinds kort heb ik opnieuw wandelende takken. Ik heb ook op allerlei soorten knaagdieren gepast, op honden (Dixie!) en op de schildpadden natuurlijk. Maar ik paste nooit eerder op een kat.

Ik heb dus nooit een kat gehad. Ook in mijn enorm grote familie, heeft er volgens mij vrijwel niemand een kat.

In de blogwereld lijkt het echter verplicht om een kat te hebben. Bijna alle bloggers schijnen één of meerdere katten te hebben en schrijven daar geregeld over. De term “Crazy Cat Lady” kwam ik dan ook tegen op een andere blog. Het klinkt leuk en daarom heb ik het onthouden.

20161106_092818

Het zou zomaar eens kunnen dat Jip mij ook in een Crazy Cat Lady gaat veranderen. Hij is echt een übercute beestje. Natuurlijk is hij nu nog een kitten en jonge dieren zijn altijd schattig, maar ik verwacht dat ik hem ook nog leuk vind als hij volwassen is.

Owh en kattenspeelgoed! Weet je hoe leuk kattenspeeltjes zijn? Ik zou bijna zelf een dagje een kat willen zijn om te kunnen spelen met al die rinkelende balletjes en regenboogmuisjes en die geweldige vishengel! En dan wil ik ook overal op klimmen en over al het meubilair heen lopen en heel stoer op de grond springen. En dan net doen of ik een tijger ben en vervolgens midden op de bank gaan slapen, zodat er niemand meer fatsoenlijk kan zitten.

Het enige nadeel aan een kat vind ik het natvoer dat hij krijgt. Met de brokjes zou ik wel kunnen leven. Maar dat natvoer is iets heel ranzigs met veel vlees/vis in een zakje. Dat staat mij als vegetariër een beetje tegen. Op de VeggieFair was daar een interessante lezing over. Nou denk ik niet dat je een vleesetend huisdier volledig vegetarisch moet maken, maar ik zou daar zeker wel wat meer over willen weten, voor ik zelf een kat aan zou schaffen.

Voorlopig komt er echter geen kat. En geen hond. En geen konijn. En ook niet die hele imaginaire dierentuin uit mijn dromen. Eerst maar eens afstuderen, een fatsoenlijke baan vinden en andere woonruimte (hoeft niet persé in die volgorde). En dan kan ik eens aan al die huisdieren gaan denken.

Gelukkig woont Jip heel dichtbij en kan ik die heel vaak gaan aaien. Want zeg nou zelf, dat beestje is toch echt te schattig voor woorden?

20161106_164755

De foto’s bij deze blog heb ik gemaakt met mijn telefoon. Mijn telefoon is een soort van prehistorisch fossiel (aldus mijn broertje) en de kwaliteit van de foto’s is dus niet al te best.      Verder is stil zitten niet echt een hobby van Jip ;>)

Angela heeft zelf heel mooie foto’s van Jip gemaakt, met haar professionele camera, maar die ga ik niet zonder toestemming gebruiken.

 

 

 

Dierendag

Vandaag is het dierendag, dus zet ik mijn huisdieren in het zonnetje.

20160920_100910

Over mijn caviabeesten schreef ik een tijdje terug al een hele blog. Fabin (de driekleurige) en Fluff (de zwarte borstelhaar) zijn nog niets veranderd. Ze vinden elkaar nog steeds niet aardig, ze wonen nog steeds apart en ze zijn nog steeds dol op wortel. Ondertussen wonen ze bijna 3,5 jaar bij mij. Ik vind cavia’s gewoon heel schattige beestjes, ik denk dat ik de rest van mijn leven cavia’s als huisdier zal hebben. Ze maken schattige geluidjes en zijn gewoon heel lief.

20160929_175749

Naast de cavia’s heb ik ook wandelende takken. Ze zijn pas in juli uit hun ei gekropen en zijn dus nog vrij klein. Op de foto zie je er een paar aan de rechterkant. Het is lastig om een goede foto van ze te maken. Er zijn er nog zes in leven en die zijn nu wel zo groot dat ze in leven zullen blijven. Wandelende takken leven maar ruim een jaar. Ze zijn onzijdig van geslacht en aan het einde van hun leven leggen ze eitjes. Als die eitjes een paar maanden later uitkomen, zijn de ouders meestal al overleden. Ze heten wandelende takken, omdat ze als ze bang zijn, hun poten tegen hun lijf aanvouwen en daardoor op een takje lijken. Vroeger heb ik ook wandelende takken gehad, dus ik vind het leuk dat ik ze nu weer heb. Ze eten alleen maar klim-op, dus ze zijn heel makkelijk te verzorgen. Ik vind het rustgevend om te kijken hoe ze rondklimmen tussen de klim-op en de wanden van de glazen bak waarin ze wonen.

Mr. de Rooy en Mr. de Bruin zijn niet mijn eigen huisdieren, maar ze komen wel regelmatig voorbij op mijn facebook en instagram. Het zijn de schildpadden van mijn oom en tante. Zij gaan regelmatig op vakantie en dan zorg ik voor hun huisdieren.Schildpadden kunnen zo’n 95 jaar oud worden (ze zijn pas zo’n 10 jaar oud), dus heb ik gezegd dat ze in hun testament op moeten laten nemen dat ik de schildpadden erf. Het zijn landschildpadden en ze blijven hun hele leven groeien. Ze zijn vegetariër en eten net als de cavia’s graag andijvie. Ik vind het cool om te zien, hoe ze de andijvie als het ware naar binnen zuigen. Daarnaast vind ik schildpadden echte oerdieren, ze leefden waarschijnlijk al op aarde, ten tijde van de dinosaurussen!

 

 

Varkens

Er zijn heel veel dieren die ik als huisdier zou willen hebben. Het allerliefste zou ik een kleine dierentuin beginnen. Varkens staan echter niet op mijn huisdieren-wishlist. Om heel eerlijk te zijn, heb ik weinig tot niets met varkens.

Dat komt omdat ik heel weinig van varkens weet. Het gemiddelde Nederlandse varken zit ergens opgesloten in een loods waar nauwelijks daglicht binnen komt, opgepropt met een heleboel soortgenoten. Als ze dan eindelijk naar buiten mogen, is dat rechtstreeks de veewagen in, die ze naar het slachthuis brengt.

Ik heb medelijden met de varkens. Ze worden niet als levende dieren gezien, maar als stukken vlees. In Boer zoekt Vrouw wist een van de vrouwen die bij een varkensboer logeerde dat treffend te verwoorden: “Ik heb net een karbonaadje geboren zien worden.” Mijn vader vond het een geweldige uitspraak, ik vond de beeldvorming vreselijk. Het was verdorie een levend biggetje, geen stuk dood vlees. Maar dat zou dat biggetje wel snel worden.

Bij datzelfde Boer zoekt Vrouw doet dit jaar een boer mee, die als droomwens heeft om loodsen vol met varkens te stoppen in Roemenië. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat je dat als droom kan hebben. En dat je daar als boer dan achter staat.

Een zelfde soort woede roept zo’n veewagen gevuld met varkens bij mij op. Die dan hun neuzen tussen de schotten door naar buiten steken. Er vallen nu vast een heleboel mensen over mij heen, maar ik vind het lijken op de beelden van de treinen richting de concentratiekampen in de tweede wereldoorlog. Het is ook frustrerend: ik kan die varkens niet redden, daar heb ik de middelen niet voor.

Ik woon in de buurt van Boxtel, daar zit Vion, een enorme vleesbedrijf. Daar staan de veewagens gevuld met levende varkens in de rij. Als je dat ziet, dat keert je hart om. Persoonlijk kan ik er niet tegen. Als ik daar langs moet, ben ik blij dat ik vegetarisch eet en dat die varkens niet voor mij hoeven te sterven.

Een paar weken geleden ging ik geocachen. Er bleek ook een cache te liggen op Boerderij Den Elshorst in Baarschot. Hier proberen ze te boeren zoals het vroeger ging. Dus niet met megastallen, maar met weidevarkens. Die wonen in plaggenhutten en die in de modder kunnen liggen. Natuurlijk worden ze uiteindelijk alsnog geslacht. En dat vind ik nog steeds jammer. Maar deze varkens hebben wel een aanzienlijk beter leven dan hun soortgenoten in zo’n donker stallencomplex.

Weet je, ik had nog nooit een varken in de modder zien liggen. Zelf niet in de dierentuin. Alleen op plaatjes in prentenboeken. Nooit in het echt. Ik vond het spontaan ineens veel leukere dieren. Ze deden me een beetje denken aan nijlpaarden. En zoals ze in het modderige zand lagen te zonnen, een beetje aan mijn cavia’s (die worden niet voor niets in het Engels Guinea pigs genoemd, natuurlijk). En ondanks de modder, bleven hun roze neuzen schoon. Ze lagen een beetje tevreden te knorren.

Aan mijn toekomstige, denkbeeldige dierentuin werd meteen een vijver met modder toegevoegd. Met daarin enkele tevreden varkens, die nooit naar de slacht hoeven, maar daar gewoon hun hele leven in mogen liggen.

De foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt.

 

World Giraffe Day

Het is vandaag niet alleen de langste dag van het jaar en het regenachtige begin van de zomer, maar het is ook World Giraffe Day. Toepasselijk, langste dag van het jaar, het dier met de langste nek. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat de giraf één van mijn vele lievelingsdieren is. Misschien is het wel mijn favoriet. Ik ging op zoek naar giraffenfoto’s in mijn foto-collectie en kwam enorm veel foto’s tegen. Dit wordt dus een lang stukje met heel veel giraffenfoto’s! Alle foto’s in dit stukje heb ik zelf gemaakt, een stukje over elke dierentuin, staat onder de foto’s van de giraffen in dat park.

De Belgische dierentuin Planckendael vraagt op deze dag meteen aandacht voor de Giraffe Conservation Foundation, want de giraffen in het wild worden bedreigd door oorlogen, bomenkap en stroperij. Daardoor worden het er steeds minder en zouden ze op de lange duur zelfs uitsterven.

Deze foto’s zijn al in 2009 gemaakt in GaiaPark in Limburg. Er was toen net een baby-girafje geboren, dus die vond ik erg schattig. Hem zie je op de eerste twee foto’s. De giraffen staan daar in een kuil, dus je staat op ooghoogte met ze, dat zie je op foto 4. Er hing ook een skelet van een giraf, ze hebben namelijk maar zeven nekwervels, dat is evenveel als de mens… En dan toch zo’n lange nek! In de souvenirwinkel stonden supergrote girafknuffels ter decoratie. Ook kocht ik een knuffelgiraf voor mijn eigen kudde, die heb ik nu nog steeds. Je ziet hem op de laatste foto, met zijn nek uit mijn rugzak steken, want hij paste er niet helemaal in.

Blijdorp, in Rotterdam, heb ik 2x bezocht. De eerste keer was een soort van bedrijfsuitje met collega’s, toen maakte ik de foto rechtsboven. De andere twee foto’s maakte ik ruim drie jaar later, bij mijn tweede bezoek aan deze dierentuin. De giraffen waren toen gezellig met z’n allen aan het eten. Ze hadden ze in alle soorten en maten. De giraffenstal is daar heel mooi, het lijkt op een soort ui en je kunt er doorheen lopen over een brug, zodat je oog in oog staat met de giraffen.

Artis, in Amsterdam, is de oudste dierentuin van Nederland. Het is midden in de stad en de dieren hebben er minder riante leefruimte dan in andere dierenparken. Ik vond het wel grappig dat alle giraffen op de grond lagen. Ook de afbeelding van de rennende giraffen op het informatiebord spreekt mij aan.

Deze twee foto’s zijn gemaakt in het Ouwehands Dierenpark, in Rhenen. Ze hadden hier niet zoveel giraffen, maar ze hadden wel een mooi verblijf. De giraf op de eerste foto was heel bezeten van een kale tak aan het eten. Dat manische eten deed mij aan mijn cavia Fluff denken, die doet dat ook zo. Ze hebben ook hele, lange wimpers, dat zie je op die foto ook heel goed.

drenthe 130

In Noorderdierenpark Emmen (wat nu Wildlife nogwat heet) maakte ik deze foto. Ook hier stonden de giraffen in een kuil, maar ze leken heel gestresst, toen wij er waren. Het was al laat in de middag en ze wilden naar binnen in hun gesloten stal. Waarschijnlijk hadden ze honger ofzo.

Met mijn (ex)-collega’s bezocht ik Dierenpark Amersfoort. De giraffen waren hier druk met eten uit grote ballen vol hooi. Ook dat deed mij aan mijn cavia’s denken, want die hebben ook zo’n bal, maar dan in het klein.

Ik heb ruim 5,5 jaar in de souvenirwinkels van het Safaripark gewerkt. De grote winkel – waar ik het meeste heb gestaan – was achterin het park. Toen ik nog een auto had, moest je daar dus over de autosafari naar toe rijden. De giraffen willen altijd de auto’s aflikken of de bladeren ervan af eten. Als er een safaribus voorbij komt, worden ze helemaal happy. Zo maakte ik dus op een ochtend deze geweldige foto van een giraf die mijn auto “wast”. Ze kregen ook ’s morgens altijd hooi uit een soort van baskets. En die laatste foto vind ik echt zo’n vrijheidsgevoel geven: “Look up through the sky and see…”

2012 - Safaripark 105raffi 0082012 - Safaripark 103

Deze zijn ook allemaal in het Safaripark gemaakt, maar dan vanaf de wandelsafari. De middelste is wel vanuit mijn auto, die is van mijn travelbug Raffi. Deze reist ondertussen al ruim zeven jaar rond en is nog niet verloren gegaan.

Deze twee foto’s heb ik ’s morgens vroeg gemaakt, op mijn allerlaatste werkdag, toen we in de mist naar de winkel fietsten. Het was een mistroostige dag, in meerdere opzichten. Ik had nog één kleine wens en dat was de baby-giraffe zien, die de week daarvoor geboren was. Op de eerste foto komen de giraffen vanuit de stal de vlakte op gelopen en op de tweede foto zie je het baby-girafje een beetje zielig bij de grote volwassen staan, omdat zij natuurlijk nog niet bij die basket kan.

DSC05034

Mijn laatste bezoek aan een dierentuin, was aan Antwerpen Zoo. Helaas waren de giraffen daar niet te zien, wegens verbouwingen. Ik heb slechts een drietal nekken voorbij zien komen in de verte, toen ik bij het olifantenverblijf was. Als troost waren de okapi’s wel goed zichtbaar. Okapi’s zijn ook een soort giraffen, namelijk bosgiraffen.

De meeste giraffen in dierentuinen zijn trouwens Rothschild-giraffen, maar in totaal zijn er negen ondersoorten.

Ik hoop dat de giraf niet uit zal sterven, want ik vind het een prachtig dier.