MaandMoves: juli 2021

Dit jaar ga ik proberen om elke maand op de laatste dag een soort van maandoverzicht te geven. Ik heb dit eerder geprobeerd met weekoverzichten, maar dat heb ik algauw opgegeven; te veel moeite. Een maand is een wat langere periode en ik hoef dan ook wat minder gedetailleerd op zaken in te gaan.

Juli

Juli is normaal de maand van vakantie en zomer, maar omdat ik dit jaar geen vakantie had in juli, de zomervakantie van de scholen hier in Noord-Brabant pas heel laat begon, het gedoe rondom corona en vanwege het regenachtige weer heb ik nog altijd geen sterk zomergevoel. Dat er (nog) geen hittegolf is geweest dit jaar vind ik helemaal niet erg; ik kan daar heel slecht tegen, zowel lichamelijk als geestelijk. Qua temperatuur vind ik dit (rond de 20 graden) echt helemaal prima. Het zou fijn als die vele regen in de avond/nacht zou vallen, maar je kunt niet alles hebben. Ook vind ik het zorgelijk dat de hevige regenval tot overstromingen in Limburg en het buitenland heeft geleid. En dat veel mensen dan nog niet willen geloven dat deze extreme weersomstandigheden toch echt het gevolg zijn van de klimaatproblemen.

Wandelen

Ik deed mee aan de Alternatieve Vierdaagse en wandelde vier avonden achter elkaar 10 kilometer. Ik kon alleen in de avond wandelen, omdat ik overdag moest werken. Vanwege deze korte afstand voelde ik mij maar een wandel-amateur in vergelijking tot de mensen die 40 of 50 kilometer liepen, maar ik heb er wel plezier aan gehad, dus dat is het belangrijkste. Ik wandelde dus gewoon hier in Oisterwijk, dat is het idee achter de Alternatieve Vierdaagse.

Ook deed ik mee aan de Langste Boswandeling van Trees for All, waarbij je voor elke vijf kilometer die je wandelde een boom sponsorde, met een maximum van vijftien kilometer en drie bomen. Ik wandelde 17 kilometer, dus het maximale aantal bomen. Daarvoor wandelde ik voor de derde of vierde keer de NS-wandeling Strabrechtse Heide van Geldrop naar Heeze. Dit is een erg mooie NS-wandeling en voor mij per trein makkelijk te bereiken vanaf Oisterwijk. Dit keer kon ik twee labcaches meepakken, eentje aan het begin in Geldrop en eentje rondom Kasteel Heeze, bijna aan het einde.

Verder waren het vooral geocachingwandelingen. Ik ging eindelijk weer eens een keer op geocachingavontuur met mijn mede-Heideroosjes Anke en we gingen naar Lage Mierde.

Ik had deze maand een Weekend Vrij-abonnement op de trein en reisde naar Gilze-Rijen, Weert, Utrecht en Den Bosch om te stadswandelen, labcaches te doen en Munzees te vangen.

Geocaching en Munzee

In juli vonden we 95 caches. Dat is voor deze maand niet zo veel. Meestal is juli de maand waarin de meeste geocaches worden gevonden, maar dit jaar zal het moeilijk worden om de 222 founds van mei te overtreffen. Wel gingen we in juli over de 555 jaarfounds heen en dat is grappig, omdat we in heel 2020 ook 555 geocaches vonden en we nu nog vijf maanden op te teller hebben staan. Er is wel een verklaring voor deze hogere foundradius en dat zijn de labcaches; bij deze caches telt elke waypoint als een found, terwijl dat bij een gewone multi-cache niet het geval is. Helemaal eerlijk is die puntentelling daardoor niet, maar het uitzetten gaat mij ook weer te ver. Dat kan namelijk wel, maar dat vind ik dan ook weer jammer. Het is tenslotte toch een nieuwe vorm van geocaching.

Met de Munzees ging het dus ook heel lekker. Volgens mij ben ik twee levels gestegen deze maand, dus dat betekent heel veel gevangen Munzees. We hebben zelfs een andere Munzee-jager ontmoet, dat was de eerste keer. Andere geocachers kom je regelmatig tegen, maar er zijn in Nederland relatief weinig mensen die aan Munzee doen, dus Munzee-jagers kom je niet zo snel tegen.

Ook bestond Munzee deze maand 10 jaar en dat werd gevierd met allemaal leuke aanbiedingen. Zo had ik de hele maand een virtuele Munzee-brievenbus voor mijn huis “staan” waarin ik elke dag een virtuele Munzee-brief kreeg. En kon je met korting Munzees kopen…dus binnenkort een mini-Munzee-trail in Oisterwijk.

Spelletjes

Er werden ook weer veel spelletjes gespeeld. Mijn nieuwe top-10-favoriet spel is Meadow, een spel met supermooie tekeningen van diertjes die rondom de weide leven. Het spel is makkelijk te leren, maar best moeilijk om te winnen, omdat je bepaalde combinaties van kaarten moet maken, die elkaar niet altijd lekker opvolgen.

Ook speelden we voor het eerste Keltis, een spel wat ik tweedehands goedkoop op de kop tikte. De doos is heel mooi en het spelletjes is niet zo moeilijk, maar wel best tactisch. It’s a keeper.

Mijn moeder is fan van de dobbelspelletjes, dus in deze categorie kwam Qwinto in huis. Ik ben er helemaal niet goed in, dus moet het nog vaak oefenen.

Kijken

Ook deze maand amper tv gekeken. Wel heb ik een avond “ge-net-flixt” en keek ik de animatiefilm “De Wensdraak” (rip-off van Aladdin en een tikje langdradig), de tranentrekker “Me Before You” (de verfilming van het boek “Voor Jou” van Jojo Moyes) en toen ontdekte ik de serie “Shadow & Bone” en nu zit ik te wachten tot ik een tv met Netflix kan kapen (nope, ik heb dus zelf geen Netflix) om het af te kijken want whoop whoop – ik ben fan! Ik heb de boeken van Leigh Bardugo waarop de serie gebaseerd is niet eens gelezen, wat eigenlijk erg slecht is voor mijn doen, dus deel 1 is nu gereserveerd bij de bibliotheek, maar populair boek dus zal nog wel even duren.

Verder

Mocht ik bijna een half jaar na mijn afstuderen dan eindelijk mijn hbo-diploma op gaan halen. Nee, dat sturen ze dus niet op, omdat je het persoonlijk moet ondertekenen. En de school is lang dicht geweest vanwege corona. Daarnaast is de Hogeschool van Amsterdam twee uur reizen…enkele reis. En die reis heb ik dus gedurende mijn studiejaren zo’n 150x gemaakt… Als deeltijdstudent heb je geen recht op gratis openbaar vervoer, wat ik nog steeds heel erg oneerlijk vind. Voltijdstudenten die in Amsterdam om de hoek bij de school wonen krijgen het wel en ik heb dus duizenden euro’s aan trein- en metrokosten af mogen dokken. Maar, ik heb het gehaald. Als deze studie iets bewezen heeft dan is het wel dat ik een doorzetter ben. Mijn moeder ging mee en we maakten er een dagje Amsterdam van met stadswandelen, labcaches, Munzees, lunchen en shoppen. Ik zag er dus vast een beetje verhit uit bij die diploma-uitreiking en droeg ook geen hip jurkje (ik heb niet eens een hip jurkje), maar whatever, ze moeten mij maar nemen zoals ik ben en ik zet hoogstwaarschijnlijk toch nooit meer een voet binnen die school. Cum laude was het ook niet, maar ik heb uitgerekend dat ik wel een dikke 7 gemiddeld heb, dus ik heb mijn zeventjesmentaliteit heel hard waargemaakt.

Hoe Cialdini de website van de gemeente Oisterwijk positief kan beïnvloeden

Dit is een blog die ik heb geschreven als opdracht voor het schoolvak MIC Design. Dit vak ging hoofdzakelijk over de invloed van persuasive design op websites. Deze blog verscheen eerder op MICwatching, de blog van de Hogeschool van Amsterdam. Deze website gaat binnenkort het archief in en daarom leek het mij leuk om mijn blogs nog eens te publiceren op Maartjes Moves onder de categorie “Back to School”.

Op twee jaar na, ben ik al mijn hele leven inwoner van de gemeente Oisterwijk. Helaas ben ik niet zo te spreken over de gemeentelijke website. In dit artikel wil ik enkele tips geven om de website aantrekkelijker en duidelijker te maken met behulp van enkele beïnvloedingstechnieken van Cialdini:

1. Wederkerigheid
2. Consistentie
3. Bevestiging
4. Schaarste
5. Autoriteit
6. Sympathie
7. Eenheid

Meer hierover valt er te lezen in mijn andere stuk over dit onderwerp: Persuasive design bij een gemeentelijke website

Omdat de gemeente Oisterwijk een overheidsinstantie is, die niet gericht is op het maken van winst, zijn niet alle technieken toepasbaar op de website. Daarom heb ik besloten om me te richten op de drie technieken die in mijn ogen het meeste bruikbaar zijn voor een gemeentelijke website, namelijk wederkerigheid, sympathie en eenheid. Daarnaast zal ook autoriteit kort aangestipt worden.

gemeente_oisterwijk

Gemeente Oisterwijk

Oisterwijk is een gemeente, bestaande uit drie kernen – de dorpen Oisterwijk en Moergestel en het buurtschap Heukelom – in de provincie Noord-Brabant. Geografisch gezien ligt het vlakbij de stad Tilburg. De gemeente is landelijk vooral bekend vanwege de vele natuurgebieden: de Oisterwijkse bossen en vennen en het heidegebied de Kampina.

kaartje oisterwijk
Kaartje van de omgeving met de kern Oisterwijk in het midden, daaronder de kern Moergestel en linksboven (tussen Oisterwijk en Berkel-Enschot) het buurtschap Heukelom.

Op 1 januari 2018 heeft de gemeente 26.175 inwoners, waarvan er bijna 20.000 in de kern Oisterwijk wonen, ongeveer 6000 in de kern Moergestel en ruim 300 in het buurtschap Heukelom.

Oisterwijk is een sterk vergrijzende gemeente: zo’n 20% van de inwoners zijn 65-plussers. Daarnaast is 30% van de inwoners tussen de 45 en de 65 jaar oud.

 

2016-11-04 (11)
Leeftijdsopbouw inwoners gemeente Oisterwijk, eigen grafiek, gebaseerd op gegevens uit het plaatselijke krantje de Nieuwsklok (2016)

 

Autoriteit

Een gemeente is, na de Rijksoverheid en de provincies, de derde bestuurslaag in het Nederlandse staatsbestel en heeft daardoor autoriteit als overheidsorgaan. Inrichting en bestuur van een gemeente zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Het bestuur van een gemeente is o.a. verantwoordelijk voor:
– Stadsontwikkeling
– Verkeer en vervoer
– Onderwijs
– Welzijn en sociale zaken
– Belastingheffing

Een gemeente heeft dus de autoriteit om als enige instantie diverse officiële documenten en diensten te mogen uitgeven aan de inwoners van de gemeente. Maar een gemeente kan en mag haar autoriteit nooit als marketingmiddel gebruiken om meer documenten of diensten te verkopen, omdat ze een overheidsorganisatie zijn.

Gemeentelijke website

Natuurlijk heeft de gemeente Oisterwijk een website.
Deze website is helaas erg onoverzichtelijk, heeft een onaantrekkelijk design, is onduidelijk in gebruik en er blijkt veel informatie te ontbreken. Daardoor straalt de website weinig sympathie of eenheid uit. Met behulp van voorbeelden van andere gemeentelijke websites, zou ik graag enkele handvaten willen geven hoe de gemeente Oisterwijk hun website zou kunnen verbeteren. Deze voorbeelden blijven dichtbij huis, want ze zijn allemaal afkomstig van andere Noord-Brabantse gemeenten.

 

2018-04-10
Homepage website gemeente Oisterwijk

 

Toptaken

Minister Plasterk stelde al in 2013, dat alle gemeentelijke producten in 2017 digitaal aan te vragen zouden moeten zijn. Volgens mij is dit niet gelukt: bij alle gemeentelijke websites die ik heb bekeken moet je nog altijd een fysieke afspraak maken. Het maken van die afspraak kan wel overal online.
De laatste jaren kiezen veel gemeenten ervoor om hun websites in te richten via de toptaken-methode van Gerry McGovern. In het kort komt dat hier op neer: een klein gedeelte van de inhoud van je website, genereert een groot gedeelte van het verkeer. Als je dat gedeelte dus goed kan inrichten, stel je al een groot gedeelte van je bezoekers tevreden. Een toptaken-website toont dus aan de bezoeker de belangrijkste taken waarvoor hij of zij naar de website komt. Een gemeentewebsite zou dan dus de meest gevraagde transacties op hun homepage moeten zetten.
Het lijkt erop dat de gemeente Oisterwijk dit ook heeft geprobeerd, maar dat het niet zo goed gelukt is. Als je naar de homepage van bijvoorbeeld de naastgelegen gemeente Tilburg kijkt zijn ze iets vergeten:

 

2018-04-06 (3)
Homepage website gemeente Tilburg

 

Namelijk een balk bovenaan met de indeling in de belangrijkste klantgroepen van een gemeente. Dit zijn:
– Burgers
– Ondernemers (bedrijven)
– Het maatschappelijke middenveld (organisaties)

Door de gemeente Tilburg zijn deze klantgroepen samengevat onder de kopjes “Inwoners”, “Ondernemers” en “Stad en Bestuur”. Als je zo’n kopje aanklikt krijg je de meest aangevraagde taken voor de betreffende groep te zien. Ik mis hier dan nog wel een kopje “maatschappelijke organisaties”, waar dan bijvoorbeeld scholen en kinderopvang onder zouden vallen (iets wat bij de gemeente Oisterwijk ergens tussendoor zwerft, waar het helemaal niet hoort):

2018-04-10 (6)
Onsamenhangende onderwerpen onder een nietszeggende kop op de website van de gemeente Oisterwijk

Terug naar de homepage van de gemeente Tilburg: onder de balk staan de vier grootste toptaken in gekleurde blokjes. Door dit kleurgebruik ziet de pagina er ook al vele malen aantrekkelijker uit, dan die van de gemeente Oisterwijk en toch is de homepage van de grotere buurgemeente nog altijd overzichtelijk.
Onder de vier grootste toptaken volgen dan nog vijftien andere veelvoorkomende taken in een kleiner lettertype.

Nog een pluspunt van de website van de gemeente Tilburg is dat ze een voorleesknop (zie screenshot, onderaan in het midden) hebben. Dit zou zeker voor alle oudere mensen in de sterk vergrijzende gemeente Oisterwijk een aanrader zijn. Eventueel in combinatie met een “vergrootglas” om het lettertype groter en daardoor beter leesbaar te maken.
Voor buitenlandse inwoners staan de belangrijkste toptaken ook nog in het Engels genoemd. Dit zou voor Oisterwijk, waar al bijna twintig jaar een asielzoekerscentrum gevestigd is, ook een goede optie zijn.

Verder heeft de gemeente Tilburg het onderdeel “Mijn gemeente”. Hier kun je zowel als burger of als ondernemer inloggen met je DigiD-code om jouw transacties met de gemeente te bekijken, zodat je niet iedere keer al je gegevens opnieuw hoeft in te vullen. Omdat ik geen inwoner van de gemeente Tilburg ben, kan ik hier niet inloggen, maar ik neem aan dat het ook linkt met “Mijn Overheid”.

 

2018-04-10 (1)
Het onderdeel “Mijn Gemeente” op de website van de gemeente Tilburg

 

Wederkerigheid

Overheidsorganisatie mogen in principe geen winst maken. Daardoor wordt het ook moeilijk om zoiets als korting te geven op hun diensten. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) mogen gemeenten winst maken binnen bepaalde grenzen en als ze de burgers inzicht geven over de spreiding van de kosten over de verschillende diensten: “Gemeenten mogen winst maken op afzonderlijke diensten zoals de uitgifte van paspoorten of bouwverordeningen, zolang de inkomsten van hun totale dienstenpakket niet boven de kosten uitkomen.” (NRC, 2005, Gemeenten mogen winst maken op uitgifte paspoort). De Rijksoverheid stelt wel maximumprijzen vast voor paspoort, identiteitskaart en rijbewijs. Een gemeente mag dus ook minder geld voor deze documenten vragen. Een gemeente moet altijd een sluitende begroting hebben: er mag nooit meer geld uitgegeven worden, dan er binnen komt.

Wat ook bij wederkerigheid hoort zijn kleine cadeautjes, zoals een kopje koffie. Dit laatste is online een beetje lastig weg te geven, maar het zou zeker wel op de website beloofd kunnen worden bij het maken van de afspraak: “Gratis kopje koffie bij de aanvraag van je nieuwe paspoort!” Dan wordt het bezoek aan het gemeentehuis meteen een stuk gezelliger.

Nieuwsbrief

De gemeente Oisterwijk heeft een krantje met gemeentelijk nieuws wat wekelijks huis-aan-huis wordt verspreid: de Nieuwsklok. Hoewel dit krantje ongetwijfeld hoog gewaardeerd wordt door de oudere inwoners en daarom voorlopig nog niet mag verdwijnen, zou ik als papier besparende jongere met een nee-nee sticker op mijn brievenbus, meer geïnteresseerd zijn in een digitale nieuwsbrief. De gemeente Sint-Michielsgestel pakt dit bijvoorbeeld heel goed aan met diverse nieuwsbrieven voor verschillende doelgroepen:

2018-04-06 (2)

Ook interessant is de mogelijkheid om de gemeentegids digitaal in te kunnen zien, dit is o.a. mogelijk bij de gemeente Vught.

Social Media en nieuwsberichten

Volgens G. van Dijk (10 succesfactoren voor toptaken op je site) is het niet meer van belang om nieuws prominent op je homepage te zetten. Mensen pikken nieuws veel sneller op via social media. Daarom hebben diverse Noord-Brabantse gemeenten de social media-knoppen heel slim bij de contactgegevens op hun homepage gezet. Zo genereren ze meteen extra conversie.

Nieuws staat bij de Gemeente Oisterwijk inderdaad pas onderaan de homepage. Opvallend is dat de overgang heel raar is, vanwege die blauwe balk over de vage achtergrondfoto. Eigenlijk ziet het blok met nieuws er qua opmaak aantrekkelijker uit, dan het onderdeel met toptaken. Maar die toptaken zijn het eerste wat je ziet, om het nieuws te zien moet je naar beneden scrollen. De gemeente Oisterwijk is o.a. actief op facebook, twitter en LinkedIn, maar bij de contactgegevens wordt er over social media niets vermeld.

Een optie om wel nieuws op de homepage te brengen, maar met minder ruimte-inname is een nieuwsslide, zoals bij de Gemeente Best. De homepage wordt daar direct actiever en aantrekkelijker door. In zo’n slidebalk zouden dan eventueel ook foto’s en/of filmpjes kunnen worden geplaatst (dit mis ik nog wel bij de gemeente Best):

 

2018-04-10 (4)
Homepage gemeente Best: Het blok rechtsonder is een bewegende nieuwsslide. En zie rechtsonder ook de social media knoppen. 

 

Visueel

Een eerste oplossing zou zijn om te kiezen voor een ander lettertype. De gemeente Oisterwijk gebruikt nu een witte letter met een schaduw, op een blauwe achtergrond. Deze blauwe achtergrond is in de vorm van een brede balk, die over een lelijke, onduidelijke (vaak te veel ingezoomd) foto (waarschijnlijk een standaard stockfoto) is geplaatst, waar de foto dan nog half doorheen schijnt. Dit ziet er lelijk uit en de teksten worden hierdoor lastiger leesbaar. Ook de foto’s vallen hierdoor voor een groot gedeelte weg, waardoor ze er vreemd afgesneden uitzien:

 

2018-04-10 (3)
Voorbeeld van lelijke visualisatie met blauwe balk, onduidelijke foto en onduidelijke lettertype met schaduw op de website van de gemeente Oisterwijk.

Ook gebruikt de gemeente Oisterwijk op hun homepage te veel tekst. Prima om een kopje “Geboorte, Trouwen en Overlijden” te noemen, maar dan hoef je daaronder niet ook al alle voorbeelden te gaan noemen, doe dat dan op de subpagina die verschijnt als je doorklikt. In plaats van te veel tekst zouden eventueel pictogrammen kunnen worden gebruikt. De gemeente Someren doet dit bijvoorbeeld:

 

2018-04-10 (2)
Gebruik van pictogrammen op de website van de gemeente Someren

 

De gemeente Loon op Zand heeft hun Paspoort, Rijbewijs en Uittrekselpagina (volgens C. Lustig toptaak nummer 1: ‘De klant centraal?’ Combineer toptaken met customer journey) in mijn ogen het mooiste op orde. Nette indeling, rustig en duidelijk lettertype en bij elk onderdeel staat keurig vermeld wat het precies voor een document is, wat je mee moet brengen bij de afspraak, de kosten van het document, hoe lang de aanvraag duurt, enz. Ook kun je meteen doorklikken om een afspraak te maken.

 

2018-04-06 (1)
Pagina van de website van de gemeente Loon op Zand

 

Foto’s en/of korte filmpjes zouden de website in mijn ogen zeker aantrekkelijker maken, maar gebruik dan goede foto’s. De gemeente Oisterwijk staat bekend om de meest prachtige bossen en vennen: plaats daar dan een foto van. Binnen de gemeente zijn meer dan vijftig rijksmonumenten: zet daar dan een foto bij. En waarom van die lelijke stockfoto’s? Met ruim 25.000 inwoners zullen er genoeg goede amateur-fotografen zijn, die het heel leuk vinden om hun foto tegen een kleine vergoeding en/of naamsvermelding terug te zien op de gemeentelijke website!

Betrekken van de burger

Mocht de gemeente Oisterwijk overgaan op een nieuwe indeling/verandering van de website, homepage in het bijzonder, dan zouden ze sowieso de klant – in dit geval dus de burger – bij dit proces moeten betrekken. Volgens C. Lustig (‘De klant centraal?’ Combineer toptaken met customer journey) denken veel organisaties (ook gemeenten) vanuit het perspectief van de organisatie. En vanuit een organisatie wordt vaak heel anders gedacht over wat de klant wil, dan wat de klant zelf zou willen. De burgers moeten dus bij het ontwerpproces betrokken worden.

X. Selier (Nieuwe gemeentesite? Geef inwoners de leiding!) van de gemeente Lansingerland is het hier helemaal mee eens. In haar artikel stelt ze vragen als: “Aan welke informatie heeft de burger nou echt behoefte?” en is “de taal van onze website niet veel te ambtelijk?” De doelgroep van de website: zowel burgers als ondernemers zijn betrokken geweest bij het proces.

G. van Dijk (10 succesfactoren voor toptaken op je site) stelt dat gemeentelijke websites eigenlijk een soort van groot archief zijn: er staat (te) veel informatie op, die lastig is om snel te beoordelen of bij te houden. Hij vindt dat de inhoud van een website vooral praktisch moet zijn en niet juridisch.

Eenheid

Al in 1997 vond de gemeentelijke herindeling plaats en werden Oisterwijk, Moergestel en Heukelom één gemeente. Na 21 jaar wordt er echter nog steeds gesproken over de drie afzonderlijke woonkernen. Voor de eenheid van de gemeente zouden we misschien eens van dit denkbeeld af moeten.
Anderzijds stelt X. Selier (Nieuwe gemeentesite? Geef inwoners de leiding!) dat mensen zich in de eerste plaats inwoner voelen van een wijk of buurt en daarna pas van een woonkern of gemeente. Dus dan zou je informatie op de gemeentelijke website moeten gaan ontsluiten per wijk. Persoonlijk lijkt me dit bijzonder onhandig en iets wat pas in een latere fase zou moeten gebeuren. Zorg maar dat je het eerst op gemeenteniveau in orde hebt. Bovendien gelden veel zaken toch gemeentebreed hetzelfde, dus het heeft geen prioriteit.

Conclusie

Voor meer sympathie, eenheid, wederkerigheid en om hun autoriteit te versterken, zou de gemeentelijke website verbeterd moeten worden.
De gemeente Oisterwijk zou eens rond kunnen kijken op andere gemeentelijke websites om inspiratie op te doen voor de vormgeving en de indeling. Mochten ze de website daadwerkelijk gaan aanpassen, dan zou het heel verstandig zijn om daarbij hun klanten – de burger, de ondernemer en de maatschappelijke organisaties – te betrekken: waarvoor hebben zij de gemeentelijke website nodig?

Enkele tips:
– Krijg met behulp van je klanten – burgers, ondernemers en organisaties – helder wat de belangrijkste toptaken zijn voor de gemeente Oisterwijk en neem dit mee in de nieuwe indeling van de website, homepage in het bijzonder.
– Maak de homepage visueel aantrekkelijker door het gebruik van andere (achtergrond)kleuren (haal die lelijke blauwe balk onmiddellijk weg!) of betere achtergrondfoto’s, een duidelijker lettertype, minder tekst en icoontjes. Plaats dan meteen een voorleeshulp en een “vergrootglas” voor de verouderende inwoners.
– Gebruik een keuzebalk bovenaan de homepage met de kopjes “inwoners”, “ondernemers”, “maatschappelijke organisaties” en “gemeentebestuur”.
– Denk erover om “Mijn Gemeente” te gaan gebruiken voor de aanvraag van gemeentelijke uittreksels, gekoppeld aan “Mijn Overheid”.
– Kies voor de hele website voor mooiere foto’s; betrek hier bijvoorbeeld amateurfotografen uit de gemeente bij. Foto’s mogen ook minder prominent aanwezig zijn: niet per se als achtergrond, wel kleiner op de juiste pagina’s. Een goed voorbeeld is de plaats van deze foto op de website van de gemeente Vught:

2018-04-10 (7)
Website gemeente Vught: Voorbeeld van een goed geplaatste en mooie foto.

– Kies ervoor om nieuws via de social media te communiceren of vat de nieuwsitems samen in een slidebalk, zodat het minder ruimte in beslag neemt.
– Plaats de social media-knoppen ook bij de contactgegevens.
– Zorg voor een digitale nieuwsbrief.
– Maak de gemeentegids digitaal zichtbaar op de website.

Met minder tekst in de toptaken, het gebruik van een keuzebalk met klantgroepen, een duidelijker lettertype en kleinere, mooiere en anders geplaatste foto’s, zou de gemeente Oisterwijk al veel winnen.

Auteur Maartje van Abeelen is inwoner van de gemeente Oisterwijk en ergert zich aan de gemeentelijke website.

Lees ook mijn andere artikel over het gebruik van persuasive design bij een gemeentelijke website: Persuasive design bij een gemeentelijke website

 

 

Tuesday TAG: Studentenleven

Je komt ze heel vaak tegen op blogs: TAGS. Vragenlijstje over een bepaald onderwerp die dan ingevuld worden. Stiekem vind ik ze best leuk en daarom ga ik voorlopig om de twee weken een TAG invullen en op mijn blog plaatsen. Mocht je nog een leuke TAG voor mij weten, dan hoor ik dat graag in de comments.

De TAG van vandaag gaat over studeren. Zoals bekend ben ik pas op latere leeftijd gaan studeren en ben ik nu bezig aan mijn laatste jaar.

Wat studeer je?

Ik ben vierdejaars deeltijdstudent van de hbo-opleiding Media, Informatie & Communicatie (afgekort MIC). Om precies te zijn ben ik nu bezig met mijn afstudeervoorstel, zodat ik in blok 3 kan beginnen met afstuderen. Ik heb het afstuderen (te) lang uitgesteld: moeizaam verhaal, ga ik hier niet helemaal uitleggen.

Na het afstuderen (deels tegelijkertijd) moet ik nog een minor doen, maar die wordt alleen gegeven in tweede helft van het schooljaar. Vandaar dus dat de minor en afstuderen nu deels overlappen. De gekozen minor heet trouwens Schrijven in Opdracht.

Waar studeer je?

Je kunt deze opleiding alleen volgen aan de Hogeschool van Amsterdam, zowel in voltijd als in deeltijd. Ik reis dus steeds naar Amsterdam, want ik zou voor geen goud in de hoofdstad willen wonen. Het voordeel van een deeltijdstudie is dat alle colleges op een vaste dag in de week worden gegeven, dus ik hoef er maar één dag in de week heen. Hoewel dat bij de voltijdsminor gaat veranderen…

Als je nog een keer een studie mocht doen, zou je dan hetzelfde gaan studeren?

Om heel eerlijk te zijn: nee. Als ik alles van tevoren had geweten, was ik toch voor een andere optie gegaan. Eigenlijk waren er dan twee mogelijkheden geweest. Of ik was Cultureel Erfgoed gaan doen, hbo-voltijd, ook in Amsterdam, aan de Reinwardt Academie. Of ik was na het behalen van mijn propedeuse MIC overgestapt naar de bachelor Geschiedenis aan de universiteit (dat zou dan waarschijnlijk Nijmegen zijn geworden). Ook dat was dan voltijd geweest.

Studentenhuis of thuis?

Ik ben dus pas op latere leeftijd gaan studeren en een studentenhuis leek me niet zo leuk, ik was al gewend om alleen te wonen met alles (toilet, douche, keuken) van mezelf. Maar ja, ik zat met de financiering, want als deeltijdstudent heb je geen recht op studiefinanciering (het systeem is nu helemaal veranderd natuurlijk) en ook niet op een gratis OV-kaart. De reizen van en naar school zijn dus voor eigen rekening en een retourtje Oisterwijk – Amsterdam Amstel is best prijzig, kan ik je vertellen. Ik heb het uiteindelijk opgelost met een treinabonnement, waardoor het iets goedkoper werd, maar leuk is anders.

Toen ik startte met deze opleiding woonde ik tijdelijk terug bij mijn ouders in huis. Dat heeft uiteindelijk te lang geduurd, hoofdzakelijk vanwege de lengte van de wachtlijst voor sociale huurwoningen in mijn woonplaats e.o. Ondertussen heb ik wel een sociale huurwoning (nou ja appartementje) waar ik nu dus woon en voorlopig nog zal wonen, omdat ik te weinig inkomen heb voor een particuliere huurwoning of een koopwoning. Ik noem het wel mijn studentenwoning, maar als ik het vergelijk met de prijzen van een kamer huren in Amsterdam heb ik het luxe, want heel deze bovenwoning van ongeveer 40m2  is voor mij alleen en ik heb een eigen keuken en badkamer/toilet.

Wat voor bijbaantjes heb je gehad?

Tja, ik werk dus nog steeds bij mijn bijbaantje: postbesteller bij PostNL. Dat doe ik vier dagen in de week (nu tijdelijk meestal zelfs vijf dagen) en ik draai ongeveer tussen de 18 en de 28 uur per week, afhankelijk van de hoeveelheid post. Ondertussen houd ik de vacatures wel in de gaten, maar ja er volgt nog een voltijdminor en afstuderen en dat lijkt me vrij lastig combineren met een baan van 32 uur, zeker ook omdat naar school gaan mij een hele dag kost, vanwege de lange reistijd (bijna 2 uur enkele reis).

Wat is je favoriete snelle maaltijd?

Noodles, vegetarisch. Men neme zo’n blokje noodles en gooit die 2 minuten in kokend water tot ze gaar zijn. Ondertussen roerbak je 100 gram tofustukjes (kant-en-klaar) en een zak voorgesneden Chinese roerbakgroenten. Voeg hier een kant-en-klare (vegetarische) sojasaus aan toe en eventueel nog een theelepel sambal als je van pittig houdt. Als je de tofustukjes, roerbakgroenten en noodles mengt, gooi je er nog wat sesamzaad (of een klein handje cashewnoten) doorheen en smakelijk eten maar! Als ik heel veel honger heb, doe ik er ook nog wel eens een miniblikje kikkererwten doorheen. Dit is voor 2 personen of je kunt er twee dagen van eten.

Ben je lid van een studentenvereniging?

Nope. Volgens mij is dat meer iets voor de universiteit? Of voor voltijd, als je ook in de betreffende plaats woont? Ik heb me er eerlijk gezegd nooit in verdiept. Was al dolblij dat je geen introductiekamp of iets in die richting hebt bij een deeltijdopleiding, want daar zat ik echt niet op te wachen. Wij hadden gewoon een kennismakingsochtend waarbij de slb-groepen werden ingedeeld en met uitleg over de opleiding, de school en het rooster enzo en dat was prima.

Wat is jouw beste krap-bij-kas oplossing?

Zelf koken. Gelukkig vind ik koken leuk. Ik heb werkelijk nog nooit iets laten komen aan eten sinds ik hier woon (nu meer dan een jaar). En ik ga ook niet zo vaak uit eten of op een terras zitten, hoofdzakelijk vanwege de kosten (want ik vind het wel gezellig).

Verder probeer ik wel altijd op de aanbiedingen in de supermarkt te letten en op kortingstickers voor producten die bijna over de datum zijn.

En ik eet ook wel vrij regelmatig bij mijn ouders, ze wonen vlakbij en het is gezelliger dan altijd alleen eten.

Waaraan heb je als deeltijdstudent een hekel?

Nou, heb je even? Ik vind het ergste dat veel mensen een deeltijdstudent niet als volwaardig zien. Maar deeltijd betekend alleen dat alle colleges op één dag geroosterd geworden. Verder moet je er evenveel voor doen als voor een voltijdstudie. Je moet evenveel studiepunten halen, je volgt vrijwel dezelfde vakken als de voltijdstudenten. Als je werk niet voldoet (zoals bij mij), moet je zelf een stage regelen en maar zien hoe je het dan allemaal redt met je tijd (…).

Ook een grote ergernis is dat je als deeltijdstudent geen recht hebt op een vorm van studiefinanciering (ja ok, je schijnt nu het leven lang leren krediet te hebben). En dus ook niet op de gratis OV-kaart, dat was voor mij echt een uitkomst geweest. Ik heb nu wel een Dal Vrij-abonnement, maar dan moet je wel reizen buiten de spitstijden. Je wilt niet weten hoe vaak ik op een absurd vroeg tijdstip ben opgestaan om vóór de spits in te kunnen checken en om op tijd op school te zijn. En hoe vaak ik tot 18.30 uur in Amsterdam heb rond gehangen, tot de spits dus voorbij was.

Ik vind het ook bloedirritant als docenten cijfers van een tentamen niet online willen zetten, omdat ze dat gelijk willen doen met de cijfers van de voltijdstudenten. En dan moeten wij – klein klasje – dus een eeuw wachten. Verder worden cijfers vaak verkeerd ingevoerd in het online studiepuntensysteem, waardoor ze (nog) niet officieel meetellen voor je studievoortgang en dat heeft mij en klasgenoten ook al een paar keer problemen opgeleverd.

En ik vind de begeleiding gewoon heel erg slecht. Zo heb ik ondertussen al studieloopbaanbegeleider nummertje 3, want het verloop in docenten is nogal groot op mijn school. Ze verwijzen je altijd maar door naar “mijn HvA”, want daar staat alles op. Ja, maar dan moet je het nog wel weten te vinden in het doolhof aan informatie. Eigen verantwoording op deze leeftijd ok, maar even vijf minuten van het slb-uur (of werkervarings-uur) besteden aan waar je informatie over bijvoorbeeld afstuderen kunt vinden was best fijn geweest.

Goed, zo kan ik nog wel even doorgaan. Nog een schooljaar en dan ben ik hopelijk afgestudeerd.

Welke irritante vraag wil je als student niet horen?

“Wat wil je eigenlijk bereiken met deze studie?” of “Wat kun je eigenlijk met die studie?” En als je dan zegt dat je mogelijk de archiefwereld in zou willen: “Daar zit toch geen toekomst in, dat is allemaal oud en stoffig.” En ook een topper: “Waarom heb je dan nog steeds geen baan in die richting?” (Nou, omdat ze meestal voltijdmensen willen, omdat ze 100.000 jaar werkervaring vragen, omdat ze vaak om vaardigheden vragen of kennis van programma’s die in de studie MIC nog nooit aan bod zijn gekomen, omdat ik ‘toch niet helemaal het juiste type ben’ – ondanks dat ze me nog nooit ontmoet hebben en dat dus helemaal niet kunnen weten -, omdat ik al een paar keer ben afgevallen als een-na-laatste kandidaat, omdat de andere kandidaat toch net iets leuker lachte, omdat ze iemand met een diploma willen, omdat het in een uithoek is waar je niet met het OV kan komen en ik momenteel geen geld heb voor een auto, omdat het om een tijdelijke baan gaat, omdat ik een voltijdsminor ga doen en die veel (reis)tijd gaat kosten, omdat ik lange tijd nog een voltijdsmaster wilde gaan doen – maar daar nu sterk aan twijfel vanwege de financiën en mijn leeftijd,…,…,…)

Is de studententijd de leukste tijd van je leven?

Volmondig: NEE! Dat zou misschien anders zijn geweest als ik jonger was geweest en meteen na de Havo was gaan studeren, voltijd, in een studentenhuis was gaan wonen en lid van een studentenvereniging was geworden.

Ik zou niemand een deeltijdstudie aanraden, want het heeft een behoorlijke impact op je leven. Zowel ten goede, want het levert natuurlijk uiteindelijk het felbegeerde hbo-diploma op, als ten kwade: want het slurpt heel veel van je vrije tijd op. Dan heb ik nog niet eens een partner of kinderen of een baan van 32 uur, dus ik mag niet eens zo hard roepen, maar ik hecht wel behoorlijk veel waarde aan mijn vrije tijd, hobbies en sociale contacten. En dat botst nog al eens behoorlijk, ja.

Als ik alles van tevoren had geweten, was ik gewoon meteen na de havo naar het hbo gegaan of na maximaal één tussenjaar. Dan was ik nu waarschijnlijk op veel vlakken veel verder geweest. Maar goed, het is niet zo, verkeerde keuzes en nu moet ik roeien met de riemen die ik heb.

Voel je jezelf wel eens eenzaam in je studie?

Ja. Ik ben de enig overgebleven student van mijn mini-klasje van twee die in het tweede jaar de specialisatie Archivistiek heeft gevolgd. Mijn enige mede-student is helaas gestopt na het tweede jaar. Alle overige klasgenoten deden de specialisatie Digitale Media. Het derde jaar kwam ik gezellig weer bij hun in de klas, maar het programma van het derde jaar sloot volledig aan op de richting Digitale Media. Het woord “archief” is nauwelijks genoemd in het derde jaar. Ik had dus het één en ander gemist op het gebied van Digitale Media, wat ik zelf maar uit moest gaan zoeken.

En ik liep stage bij een archiefinstelling, waar ze steeds vroegen wat ik nu eigenlijk op school aan het doen was, terwijl ik dus vakken volgde die nauwelijks raakvlakken hadden met de wereld van de archivistiek.

Uiteindelijk heb ik niet heel de stagetijd volgemaakt. Niet omdat de stage niet leuk was: die was leuk, met allemaal prima collega’s en er hing een goede sfeer daar. Maar ik werd genekt door de lange reistijd, de lage stagevergoeding (waardoor ik dus ook nog bij de post moest werken om inkomsten te hebben) en een enorm tijdsgebrek, waardoor ik achter ging lopen met mijn studie. Ik voelde me best wel rot in die tijd en eigenlijk was er niemand met wie ik daar over kon praten of iemand die het volledig begreep.

Goed, het is me uiteindelijk gelukt om het derde schooljaar te volbrengen, maar ik heb de manier waarop als vreselijk ervaren.

Ondertussen heb ik wel contact met enkele archiefstudenten (oorspronkelijk uit de jaren boven mij), die ook nog af moeten studeren. Dat leverde een hoop herkenbare studieverhalen op en hopelijk gaan we nu allemaal de eindstreep bereiken dit schooljaar.

Wat vond je het moeilijkste vak van je studie?

Organisatiekunde, dat was al in het propedeusejaar. De docent vond dat we het hele boek van 500 pagina’s vol marketing maar uit ons hoofd moesten leren. Het tentamen bestond dan ook uit inhoudelijke, open vragen. De halve klas zakte, ik ook. Voor de herkansing heb ik me letterlijk doodgeleerd en toen haalde ik gelukkig wel.

NimaB, in het derde jaar, leek erg op dit vak. Met het verschil dat dit een open boek tentamen was en er dus een stukje herhaling in zat van Organisatiekunde. Hierdoor heb ik dit tentamen wel in 1x gehaald, hoewel het cijfer op het randje was.

Verder vind ik momenteel het vinden van een archivistisch afstudeerproject echt heel lastig.

Heb je iets aan je studie gehad?

Aangezien ik nog bezig ben, kan ik hier nog niet echt antwoord op geven. Maar ik denk dat een hbo-diploma sowieso al heel veel deuren opent, ze vragen nou eenmaal heel vaak om hbo werk- en denkniveau in vacatures en een hbo-diploma is daarvan het beste bewijs.

Ik denk dat het afronden van een deeltijdstudie ook bewijst dat je een doorzetter bent. Meer dan de helft van de klasgenoten met wie ik startte in het propedeusejaar, is afgevallen gedurende de studie. Dat is best wel veel. Maar ik ben er ook nog niet, dus zeg hier nog niet teveel over.

Qua inhoud vind ik de studie trouwens vaak tegenvallen, met name dus het afgelopen derde studiejaar. Dat verschilt nog wel per vak en ook wel per docent. Maar sommige vakken slaan echt helemaal nergens op. En voor het ene vak moet je echt veel meer doen, dan voor het andere vak, terwijl het evenveel studiepunten oplevert. In het propedeusejaar heb ik wel een paar goede vakken gehad en ook de specialisatie Archivistiek was heel leerzaam, omdat ik vrijwel niets van die wereld wist. Ik heb van andere studenten gehoord dat de minors ook een goede inhoud hebben, dus ik verwacht veel van de door mij gekozen minor Schrijven in Opdracht.

Ten slotte:

Dit is een behoorlijk lang en ook wel persoonlijk stuk geworden. Bedankt voor het lezen.

 

 

 

 

 

 

 

Media, Informatie & Communicatie

Zoals bekend volg ik een hbo deeltijdstudie: Media, Informatie & Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam.

Deeltijd wil niet zeggen dat je er minder voor hoeft te doen dan voor voltijd. Het wil eigenlijk alleen zeggen dat alle colleges op een vaste dag in de week worden gepland. In mijn geval op de vrijdag, wat absoluut geen ideale dag is. Als ik had mogen kiezen was het maandag of woensdag geweest. Sommige klasgenoten zouden ook liever op twee avonden les hebben, maar dat zou voor mij reistechnisch niet te doen zijn. Als de opleiding dichterbij was geweest, zou ik waarschijnlijk ook een voorkeur voor de avonden hebben.

Omdat mijn Day Zero Project voor een gedeelte uit studie-gerelateerde doelen bestaat, zal ik wat meer over mijn opleiding vertellen.

dsc04761_li-kopie-2

 

 

I will study and I will win!

  •  

 

  • Afstuderen/mijn diploma behalen in het collegejaar 2018/2019
  • 60 studiepunten behalen in het tweede jaar, collegejaar 2016/2017
  • 10 studiepunten behalen met de algemene vakken (6/10)
  • 30 studiepunten behalen met de specialisatie Archivistiek (0/30)
  • 20 studiepunten behalen met het onderdeel werkervaring (0/20)
  • 60 studiepunten behalen in het derde jaar, collegejaar 2017/2018
  • 30 studiepunten behalen met een minor
  • 30 studiepunten behalen met mijn afstudeerscriptie
  • Vrijwilligerswerk volhouden/een stage vinden die ertoe doet
  • In het tweede jaar extra vakken van de andere studierichting (= Digitale Media) volgen voor werkervaring: Social Media, Webredactie, Search & Findability

MIC logo

Ik zit nu bijna halverwege het tweede jaar. Het eerste jaar van de driejarige bachelorfase. In het eerste jaar behaalde ik mijn propedeuse, maar daar heb ik al eerder over geschreven. Over hoe ik het propedeuse-jaar heb ervaren, schreef ik al hier, hier, hier en hier.

Voor aanvang van het tweede jaar kon je kiezen uit twee specialisaties, te weten Archivistiek of Digitale Media.

Ik ben niet heel erg kapot van Digitale Media in zijn algemeenheid, hoewel er zeker wel interessante vakken bij zitten.

Omdat ik eerst eigenlijk Geschiedenis wilde gaan studeren (maar dat is universiteit, dus dat leverde toelatingsproblemen op) en zelfs op de studiecheckdag van Cultureel Erfgoed ben geweest (die afschuwelijk was), koos ik voor Archivistiek. Ten eerste omdat die specialisatie dus het dichtste bij de eerder genoemde studies staat. Ten tweede omdat Archivistiek me meer aanspreekt dan het grootste gedeelte van Digitale Media.

Maar ja, onze klas bestaat slechts uit 13 personen en daarvan kozen er maar 2 voor de specialisatie Archivistiek. Andere student en ik samen zijn dus niet eens een klas te noemen, eerder een ienie-minie studiegroepje. Dit leverde de nodige problemen op met het volgen van de vakken. Het komt er nu op neer dat ik een relatief rustig eerste helft van het jaar heb gehad en dat het tweede half jaar waarschijnlijk een stuk drukker gaat worden. In het tweede half jaar zijn we niet meer met z’n tweeën, want dan komen er studenten van de opleiding Cultureel Erfgoed  (CU) bij, die deze specialisatie volgen als minor. Ja, die studenten van CU vind ik dus wel interessant! Ook komen er nog contractstudenten bij, die de vakken van Archivistiek volgen als een soort van cursus. Dus ik ben zeer benieuwd naar al deze nieuwe klasgenoten. Helaas is er nog altijd geen rooster voor de tweede helft van het schooljaar verschenen (ze hebben nog tot het einde van de maand), dat is best vervelend.

Of ik echt een baan zou willen in de Archivistiek, weet ik nog steeds niet. Dat moet de rest van de vakken nog uit gaan wijzen. Verder liggen de banen in deze sector niet echt voor het oprapen.

Ook vind ik schrijven heel erg leuk. Vroeger heb ik veel geschreven, de laatste jaren is dat op een zeer laag pitje komen te staan. Het zou goed zijn om dat weer op te pakken, want ik heb er altijd veel plezier aan beleefd. Dus de kans is groot dat ik een “schrijfminor” ga doen. Dat levert dan wel weer het probleem op, dat die voltijd zijn. Problem, problem. Als ik geluk heb, kan ik zo’n schrijfminor volgen bij een andere hogeschool, die dichterbij mijn woonplaats is. Dat zou een hoop van de problemen oplossen. Maar zover is het nog niet. Eerst moet ik het tweede jaar af zien te ronden.

iwillstudyandiwillwin

Het tweede jaar levert 60 studiepunten op. Dit is onderverdeeld in drie onderdelen:

  1. De algemene vakken. Dit zijn drie vakken en die leveren samen 10 studiepunten op. Twee hiervan heb ik al gehaald, dus er zijn al 6 studiepunten binnen. Het derde van deze vakken hoop ik dit blok te halen, dat zorgt dan voor de overige 4 studiepunten.
  2. De specialisatie Archivistiek. Dit zijn vijf vakken en die leveren samen 30 studiepunten. Hiervan moet het grootste gedeelte behaald worden in de tweede helft van het schooljaar. Twee vakken kan ik nu al halen.
  3. Werkervaring. Dit levert 20 studiepunten op. Vorig jaar noemde ik dit onderdeel het “gewraakte werkervaring”. Wat een problemen heb ik me daarmee op de hals gehaald. Dit jaar ziet het er allemaal veel rooskleuriger uit, omdat ik nu diverse dingen doe om wel aan de werkervaringsuren te komen. Waaronder deze blog en de dingen die ik voor de Vegetariërsbond doe. De studiepunten worden echter pas aan het einde van het schooljaar toegekend.

studienerd

Verder is mijn plan om enkele vakken van de specialisatie Digitale Media te volgen. Dit zou dan ook meetellen voor Werkervaring. De coördinator MIC en mijn slb’er vonden dit een prima idee, mits het in te passen is in mijn rooster. En dat rooster is dus nog altijd niet online, dus ik zit nu nog vast met mijn studienerd-planning. Als ik die drie vakken ga volgen, dan is het wel mijn intentie om ze ook echt te halen. En dat is ook nog een dingetje: ik wil die vakken dan ook vermeld op mijn ooit-te-behalen-diploma. En dat schijnt dus niet te kunnen, wat ik raar vind, want hoe moeilijk is het om drie regeltjes extra op een diploma te printen? Of om een extra vak in SIS (het puntensysteem) te vermelden? Volgens mij zijn het gewoon  extracurriculaire vakken en die worden wel degelijk genoemd in SIS. Dus daar moet ik het nog eens over hebben op school.

Kortom, ik ben nog wel even bezig met studeren.

De afbeeldingen zijn van internet geplukt en het leek me wel leuk om deze blog te laten verschijnen op de eerste schooldag van 2017 op het tijdstip waarop ik soms op moet staan om op tijd op school te zijn. Gelukkig hoef ik vandaag pas later te verschijnen :>)

Kennis Update Event

Vanmiddag woonde ik het Kennis Update Event van KEI-ip bij. Als een soort van hulpstudent/gastvrouw. KEI-ip staat voor Kennis en Imago van de Informatieprofessional. En hoe kwam ik daar dan weer terecht? Nou, een docent van mijn school – de Hogeschool van Amsterdam – zit in deze stuurgroep. Eigenlijk zou dit event al in april plaats vinden en de docent had toen aan onze klas gevraagd of er studenten waren die wilden helpen bij het event. Omdat ik iets moest doen voor Werkervaring en het evenement in Den Bosch zou plaats vinden, leek me dat wel wat. Een klasgenoot van mij meldde zich ook aan.

Goed, het event ging toen in april niet door en ik beloofde toen min of meer dat ik in augustus ook nog zou komen helpen. Daarna kwam heel de Werkevarings-ellende en omdat de betreffende docent daar wel een grote rol in heeft gespeeld, vond ik wel dat ik iets goed te maken had. Dus nam ik vrij van mijn werk en ging ik naar Den Bosch. Het event vond plaats bij Ricoh. Dat is een vrij markant gebouw met een uitstekend glazen balkon waar een grote plant op staat. Ik had het al vaak zien liggen vanuit de trein, nu ging ik er naar binnen.

Klasgenoot en ik waren gastvrouw, dus we ontvingen alle mensen en deelden naamkaartjes en programmaboekjes uit. Voor de catering werd vanuit Ricoh gezorgd. Na een welkomstwoord waren er zes masterclasses, steeds twee tegelijk, dus je kon er drie volgen. Klasgenoot en ik mochten hier ook aan deelnemen. Zaten we daar tussen de informatieprofessionals, waaronder diverse directeuren. Dan voel ik me toch wel een onwetend studentje, hoor.

DSC06327

Ik koos als eerste voor de masterclass Big Data. Dit verhaal was eigenlijk grotendeels al wel bekend van de colleges van het afgelopen schooljaar. Internet of things kwam bijvoorbeeld weer terug. De spreker had wel een paar grappige termen in zijn sheets staan, zoals e-waisting-time, de tijd die mensen verspillen aan o.a. hun telefoon.

DSC06330

De tweede masterclass die ik bijwoonde was Van Informatiespecialist naar Informatieprofessional met als ondertitel: Hoe word je een informatieheld? Dit was een spreker die het erg leuk bracht, met een programma’tje met vragen, die je ter plekke in kon vullen en de antwoorden verschenen dan meteen in een wordle. Verder was dit vooral een peptalk dat je je als informatieprofessional vooral niet moet laten onderschatten en dat het heel waardevol werk is. Nou, dat onthoud ik dan maar voor de dag dat ik zelf ooit een baan in dit wereldje heb.

DSC06332

De derde masterclass voor mij was Informatiemanagement. Hierin werden vooral problemen aan de kaak gesteld, waaronder ook weer die onderschatting van het beroep, maar er kwamen  geen concrete oplossingen naar voren. Ook werd het steeds warmer in de zaal, waardoor de meeste mensen er niet meer zo’n zin in hadden, denk ik.

De masterclasses die ik niet heb bijgewoond waren:

  • Informatiebeveiliging voor niet ICT-ers
  • Informatie op uw netwerkschijf onder controle krijgen
  • Datavisualisatie

De bovenste twee leken mij meer iets voor mensen die echt al in dit werkveld werken en hiermee te maken hebben. Hoewel mijn eigen laptop ook best een chaotische bende is van documenten… En Datavisualisatie werd gegeven door een docent van mijn school en dat vak heb ik vanaf volgende week een heel blok lang, dus vandaar dat ik het nu overgeslagen heb. Het lijkt me wel interessant.

Na de masterclasses was er nog een gastspreker uit het werkveld die een soort van lezing gaf die ook weer over het belang van goede informatieprofessionals ging.

En na de afsluitende borrel was het tijd om weer met de trein naar huis te gaan.

Uit mezelf zou ik hier niet naartoe durven te gaan, omdat ik me dan niet ervaren genoeg voel tussen al dat soort mensen. Maar eigenlijk zijn het gewoon als masterclasses verpakte colleges. Een goede voorbereiding op het schooljaar dat volgende week weer begint.

Foto’s bij dit verslag zijn door mijzelf gemaakt. En vanwege de privacy van mensen, noem ik verder geen persoonsnamen in deze blog.

MIC-deeltijd, leerjaar 1, blok 4

Een tijdje terug had ik gezegd dat ik nog een review ging schrijven over wat ik vond van de vakken tijdens het eerste leerjaar van de hbo-deeltijdopleiding Media, Informatie & Communicatie. Een opleiding die je in deeltijd alleen kan volgen aan de Hogeschool van Amsterdam. Er is dus meestal maar 1 klas per studiejaar die deze studie doet.

Je kunt de opleiding overigens ook in voltijd doen en dan zijn er iets meer klassen (en kan het ook bij Saxion Hogescholen). Er is ons gezegd dat deeltijd wel iets andere vakken heeft, dan voltijd, maar ik weet dus niet precies wat het verschil is.

Goed, de deeltijdstudenten moeten in het eerste jaar 13 vakken volgen en als je die allemaal haalt, heb je 60 studiepunten en je propedeuse. Om naar het volgende studiejaar door te mogen, moet je minimaal 50 studiepunten halen.

Blok 4

Media & Maatschappij: Het vervolg op het vak Medialandschap van blok 1. Zelfde docent, zelfde manier van lesgeven. Alleen vond ik het hier vervelend dat er heel veel gebruik werd gemaakt van losse teksten die online te lezen waren. Dat vond ik lastig leren, hoewel het wel fijn is dat je niet al die boeken apart hoefde te kopen. Omdat ik dacht dit vak wel makkelijk te halen, gezien mijn ervaringen met het eerdere vak, besteedde ik er niet zoveel aandacht aan. Er was ook simpelweg geen tijd voor in dit blok. Die deksel kreeg ik meteen zwaar op mijn neus, want ik haalde dus een totaal onverwachte onvoldoende, terwijl ik dacht het goed gemaakt te hebben. Bij de herkansing maakte ik dit wel goed. Overigens moest de halve klas herkansen, dus ik denk dat meer mensen dit vak op een zijspoor hadden gezet. Het was beter geweest als dit vak er in blok 2 bij had gezeten.

Dit vak leverde drie studiepunten op en bij de herkansing haalde ik een 7

Contentmanagement: Dit was wel mijn lievelingsvak. Tenminste, het WordPress-onderdeel. De andere colleges hadden van mij niet zo nodig gehoeven, daar zat weinig nieuwe informatie in. We moesten een blog maken over een eigen gekozen onderwerp met WordPress. Ik draaide er een beetje in door en besteedde er eigenlijk meer aandacht aan, dan had gemoeten. Maar ik werd er helemaal enthousiast van, vandaar dus ook dat ik nu deze blog heb. De Custom Fields hebben we me nog wel beziggehouden, maar ook dat werd opgehelderd.

Dit vak leverde vier studiepunten op en ik haalde dus een 9.

Audiovisuele Communicatie: Pfft, al mijn struggles met Digitale Media vielen in het niet bij mijn steeds verder groeiende haat voor dit vak. We moesten dus een filmpje maken. Vantevoren had ik bedacht – vanwege het markerting en communicatie-gehalte van de opleiding – dat we een promotiefilmpje moesten maken. Ik had ook al helemaal bedacht om dat voor de Kanovereniging te doen. Mooi niet dus, het moest een fictiefilmpje worden waarin nauwelijks gesproken mocht worden en eigenlijk ook geen muziek. Ik bleef eerst in het kanothema hangen en maakte een script over kanoën, dat zo’n beetje publiekelijk werd afgekraakt in de les. Uiteindelijk heb ik een filmpje gemaakt over eenzame mensen die elkaar ontmoeten en dan voorzichtig verliefd worden. Tegen die tijd had ik al zo’n grote haat voor dit vak ontwikkeld, dat ik het allemaal pure tijdsverspilling vond. Docent besteedde ook heel weinig tijd aan het daadwerkelijke omgaan met een camera of het editprogramma. We moesten vooral films kijken, ook veel van zijn eigen hand en die beoordelen. Het was duidelijk dat hij zelf helemaal gestoord was van films en films maken, maar hij kreeg dit niet overgebracht op de klas. Volgens mij vonden slechts enkele klasgenoten dit vak leuk. Goed, uiteindelijk was dit het laatste vak waarvoor het punt moest binnen komen. Er kwam een lijstje met punten online en ik had 55 punten. Ik hoopte maar dat dit rechtstreeks omgezet zou worden tot een 5,5, zodat ik niet opnieuw hoefde te gaan filmen in de zomervakantie. Nou, het werd zelfs afgerond naar een heel cijfers, dus zo had ik een 6.

Dit leverde drie studiepunten op en zo had ik dus uiteindelijk een 6.

Bedrijfskunde: Een onderdeel van Werkervaring. Van dezelfde docent als Organisatiekunde, deze colleges waren iets beter. Ik mocht dit dan wel weer over PostNL doen, ondanks mijn “minderwaardige mbo-baan” van postbode. Nou, voor PostNL heb ik zeker wel wat bedrijfsverbeterende oplossingen. Ook kwam er veel terug uit mijn cursus boekhouden en calculaties. Dat scheelde wel. Ik schreef dus een keurige bedrijfsanalyse met een verbeterplan voor PostNL en daar haalde ik een 8 voor. Die dus verder nergens mee zou tellen, alleen als voldoende/vinkje voor de Werkervaringslijst. Dat heeft mij nogal gefrustreerd.

Blok 4 was dus onevenredig zwaar ten opzichte van de andere blokken. De blog voor Contentmanagement was veel werk. Het filmgedoe was ook veel werk. Dan nog alles voor Media & Maatschappij. Ik moest dus ook nog Organisatiekunde opnieuw leren, want die herkansing zat ook bij dit blok. De bedrijfsanalyse…en dan nog alle andere ellende betreffende Werkervaring. Het was echt te veel. Daar waren alle klasgenoten het over eens.

Werkervaring: Het vak dat maar liefst 20 studiepunten opleverde en waar ik veel moeite voor heb moeten doen om die te krijgen. Ik ben er tot op mijn botten toe van doordrongen dat ik te laat ben begonnen voor dit vak en er te weinig voor gedaan heb. Dit omdat ik lang van plan ben geweest om na het eerste jaar hbo door te gaan naar Geschiedenis op de universiteit. De toelatingseisen en het feit dat het voltijd is, maakten uiteindelijk dat ik dat niet heb gedaan. Die beslissing kwam pas laat in het schooljaar. Ik ben ook heel boos geweest over de voortdurende denigrerende opmerkingen over mijn baan als postbode. Goed, ik heb het aan moeten vechten bij de Examencommissie. Ik ben last-minute met dingen begonnen: deze blog en het zoeken van vrijwilligerswerk. En uiteindelijk heb ik last-minute een 5,5 voor dit vak gekregen + de felbegeerde 20 studiepunten. Wel met de belofte voor ernstige beterschap in het tweede jaar en voortzetting van de begonnen dingen. Ik vind nog steeds dat de studiepunten van Werkervaring opgesplitst moeten worden. Dus dat je gewoon apart punten krijgt voor Bedrijfskunde en Office. Blijkbaar is dat iets wat volgend jaar ook gaat gebeuren. Goed, ik kan hier nog pagina’s vol over schrijven, maar dat is voor de lezer niet erg interessant. Ik heb mijn Werkervaringslesje wel geleerd.

Propedeuse: Ik geloof dit pas echt voor 100% als ik het papiertje in mijn handen heb. Maar ik heb dus de 60 studiepunten gehaald met twee negens, een acht, drie zessen en jawel zeven zevens. Gemiddeld levert dit een dikke 7 op. Ik heb dan ook het hele schooljaar gegrapt over mijn zeventjesmentaliteit (als reactie op de zesjesmentaliteit van studenten, waar vaak over gesproken wordt).

MIC-deeltijd, leerjaar 1, blok 3

Een tijdje terug had ik gezegd dat ik nog een review ging schrijven over wat ik vond van de vakken tijdens het eerste leerjaar van de hbo-deeltijdopleiding Media, Informatie & Communicatie. Een opleiding die je in deeltijd alleen kan volgen aan de Hogeschool van Amsterdam. Er is dus meestal maar 1 klas per studiejaar die deze studie doet.

Je kunt de opleiding overigens ook in voltijd doen en dan zijn er iets meer klassen (en kan het ook bij Saxion Hogescholen). Er is ons gezegd dat deeltijd wel iets andere vakken heeft, dan voltijd, maar ik weet dus niet precies wat het verschil is.

Goed, de deeltijdstudenten moeten in het eerste jaar 13 vakken volgen en als je die allemaal haalt, heb je 60 studiepunten en je propedeuse. Om naar het volgende studiejaar door te mogen, moet je minimaal 50 studiepunten halen.

Blok 3:

Informatie en Organisatie: Wij noemden dit vak gewoon Organisatiekunde. Ook weer een dik en duur boek (Toegepaste Organisatiekunde van Peter Thuis) met soms onmogelijke zinnen. Werd het dikke boek van Marketing nog in tweeën gesplitst, dit boek ging in 1x. De docent kon het ook allemaal niet zo goed brengen en vertelde vaak volslagen onzin, zoals over het kritieke pad bij de bereiding van lamsbout (wat mij dubbel niet interesseert daar ik vegetariër ben), dus eigenlijk had je niets aan de colleges. Het tentamen vond plaats op de ochtend na mijn verjaardag en was gruwelijk moeilijk. Het waren zowel meerkeuzevragen als open vragen. Die meerkeuze ging nog wel, maar de open vragen waren ook nog eens heel gedetailleerd. Ik had een totale black-out en wist helemaal niets meer, het werd dan ook een diepe onvoldoende. Uiteindelijk vind ik dat Organisatiekunde geen vak is, maar een studie op zich. Ik vrees dat er ook heel weinig blijft hangen van dit alles.

Dit vak leverde vier studiepunten op en bij de herkansing haalde ik (na 186 uur leren ofzo) een 7

Engels: Officieel heet dit vak Professional English en ik zag er een beetje tegenop, omdat ik op de middelbare school heel slecht was in Engels. Je moest een essay schrijven en een presentatie geven. In het Engels dus. De docent praatte vrijwel de hele tijd in het Engels, kwam zelf ook uit een Engelstalig land en was tweetalig opgevoed. Wow, ik wilde dat mijn ouders mij tweetalig hadden opgevoed…maar goed die zijn allebei Oer-Hollands. Essay en presentation mochten hetzelfde onderwerp hebben, iets wat in een museum voorkwam. Ik koos voor mammoets, omdat ik verschillende musea heb bezocht die o.a. over mammoets gingen, zoals het Hunebedcentrum in Borger, Drenthe, de tentoonstelling Giants of the Ice Age in Amsterdam Expo (dat vond ik toen een wereldreis, haha – nu doe ik het elke week) en een tentoonstelling over de ijstijd in het Noordbrabants Natuurmuseum in Tilburg. Verder vind ik mammoets sowieso geweldige beesten. Goed, de presentation was eigenlijk een soort van spreekbeurt over de mammoet. Je mocht je zelf begeleiden met een powerpointpresentation, maar verder moest het wel uit je hoofd. En het moest 5 minuten duren. Volgens de Ignite-methode. Ik kreeg hier helemaal de zenuwen van. Het scheelde dat het in groepjes moest en mijn groepje bestond maar uit 3 mensen (inclusief mijzelf) en de docent. Ook dit was op de dag na mijn verjaardag, na het desastreuze tentamen. Tot mijn grote verbazing ging het best wel goed, ik bleef in ieder geval 5 minuten lang praten en heb ook wel vrijwel heel mijn voorbereide verhaal verteld. Omdat veel mensen hun presentations pas een week later hadden, moesten we een week wachten op de uitslag. Ik haalde een 6, waar ik al heel blij mee was, want voor mijn doen voor de combinatie spreekbeurt met Engels is dit al heel wat. Toen het essay nog. Ik heb het eerst in het Nederlands geschreven en daarna in het Engels vertaald. Verder ook nog veel dank aan mijn broertje, die mijn Engelse verhalen nog eens gecontroleerd heeft. De docent vond mijn essay strange argumentive but interesting en ik haalde een 6,3. Stiekem had ik op een 7 gehoopt, maar goed het was een voldoende en veel klasgenoten hadden het niet in 1x gehaald.

Dit vak leverde drie studiepunten op en ik haalde dus een 6

Digitale Media: Voor ik aan deze opleiding begon, wist ik al voor 90% zeker dat ik in het tweede jaar voor de richting Archivistiek zou gaan kiezen. De andere richting is dus Digitale Media en dit vak zorgde er definitief voor dat ik niet voor die richting ging. De docenten (twee stuks maar liefst) waren lang wazig over wat we nu eigenlijk moesten doen voor dit vak. Of we maar even Muse wilde leren. Dat is een programma waarmee je websites kan ontwerpen, bijna programmeren. En programmeren is iets wat mij totaal niet boeit of aantrekt en waar ik het liefste zover mogelijk van weg blijf. Het moest aan de hand van een Amerikaans instructieprogramma, met een een zeer snel sprekende stem en ik kon het simpelweg niet bij houden. Ook moesten we nog een online cursus HTML volgen, een programmeertaal. Ook dit was een Engels programma. Ik herkende een aantal dingen van de geocachingwebsite: hier moet je ook HTML gebruiken voor o.a. de opmaak van je profielpagina en voor het aanmaken van een nieuwe cachepagina. De HTML-cursus is me dus wel gelukt. We moesten die Muse-opdracht samen doen in groepjes. Alle groepswerk-frustraties van mijn vorige, afgebroken hbo-opleiding kwamen weer boven. Er is op school al genoeg over gesproken, maar kort samengevat: persoonlijk vond ik die samenwerkopdracht in heel veel opzichten diepe ellende. Het is vrijwel onmogelijk om buiten schooltijd om af te spreken als de een in Noord-Brabant woont en de andere in het topje van Noord-Holland. Maar alle schooldagen waren helemaal volgepland. De communicatie verliep ook niet altijd even goed en zoals bij veel dingen: te laat begonnen en de deadline riep. Er hoorde ook nog een persoonlijk dossier met opdrachten bij dit vak, wat je dus individueel moest inleveren. Je kreeg voor dat dossier een punt en voor die groepsopdracht en dat werd dan gemiddeld tot het uiteindelijke cijfer. Voor mijn persoonlijk dossier had ik een 7,6. Voor de groepsopdracht kregen we een 7. Na de evaluatie kreeg ik nog puntenaftrek, omdat ik mezelf niet mild beoordeeld had, maar uiteindelijk maakte dat voor het gemiddelde cijfer niet meer uit, want dat bleef een 7. Overigens was ik met een 6 ook al lang blij geweest, ik was heel blij toen dit vak voorbij was.

Dit vak leverde drie studiepunten op en ik haalde dus een 7.

Bij Blok 3 begonnen dus eigenlijk pas de problemen te komen. Door blok 1 en 2 ben ik vrij moeiteloos doorheen gerold.

MIC-deeltijd, leerjaar 1, blok 2

Een tijdje terug had ik gezegd dat ik nog een review ging schrijven over wat ik vond van de vakken tijdens het eerste leerjaar van de hbo-deeltijdopleiding Media, Informatie & Communicatie. Een opleiding die je in deeltijd alleen kan volgen aan de Hogeschool van Amsterdam. Er is dus meestal maar 1 klas per studiejaar die deze studie doet.

Je kunt de opleiding overigens ook in voltijd doen en dan zijn er iets meer klassen (en kan het ook bij Saxion Hogescholen). Er is ons gezegd dat deeltijd wel iets andere vakken heeft, dan voltijd, maar ik weet dus niet precies wat het verschil is.

Goed, de deeltijdstudenten moeten in het eerste jaar 13 vakken volgen en als je die allemaal haalt, heb je 60 studiepunten en je propedeuse. Om naar het volgende studiejaar door te mogen, moet je minimaal 50 studiepunten halen.

Blok 2:

Marketing 2: Zelfde boek (maar dan de andere helft), zelfde docent, zelfde manier van college geven. Dus heb ik verder niet veel meer over te vertellen. Als klas vonden wij dit tentamen (ook meerkeuzevragen) iets moeilijker dan die van het eerste deel.

Dit vak leverde drie studiepunten op en ik haalde het met een 7

Nederlandse spelling & stijl: Persoonlijk had ik deze colleges niet nodig gehad. Ik ben altijd van nature heel goed geweest in spelling en stijl. Voor dit vak heb ik dan ook niet zo veel uitgevoerd. Het was wel een aardige docent, die duidelijk aangaf wat ze van ons verwachtte. Het tentamen van dit vak was voor mij dan ook easy peasy.

Dit vak leverde drie studiepunten op en ik haalde het met een 9

Onderzoeksvaardigheden: Tja, dit vak had opstartproblemen, omdat de docent veel ziek was. Verder waren het erg warrige colleges en was lang onduidelijk wat je moest doen. Het kwam er op neer dat je drie mensen moest interviewen over de impact van reclamespotjes over/tegen kindermishandeling. Je moest van al die interviews dus transscripties maken. Het was best wel een hoop werk. Uiteindelijk heb ik uit een voorbeeldonderzoek gehaald wat ik nou eigenlijk precies moest doen. Er zat ook nog een tentamen aan dit vak vast. Dat was naar aanleiding van het oersaaie boek van Nel Verhoeven. Het was het tweede tentamen van de dag, we hadden tussenuren tussen tentamen 1 en 2 en ik heb eigenlijk niet meer hiervoor gedaan dan de samenvattingen lezen in die tussenuren…toen haalde ik een 8. Ik vond het vervelend dat je geen punt kreeg voor je onderzoek, alleen een voldoende en dat je vervolgens het cijfer kreeg van je tentamen. Dit voelde een beetje als een hoop onnodig werk. Maar goed, ik heb het gehaald.

Dit vak leverde vier studiepunten op en ik haalde dus een 8

We hadden dit blok verder geen andere dingen erbij en waren ook steeds al rond half drie klaar, dus dit was het rustigste blok van allemaal. Het was beter geweest als een van de vakken van blok 4 naar dit blok was verplaatst. Of dat er hier al meer was gehamerd op Werkervaring.

MIC-deeltijd, leerjaar 1, blok 1

Een tijdje terug had ik gezegd dat ik nog een review ging schrijven over wat ik vond van de vakken tijdens het eerste leerjaar van de hbo-deeltijdopleiding Media, Informatie & Communicatie. Een opleiding die je in deeltijd alleen kan volgen aan de Hogeschool van Amsterdam. Er is dus meestal maar 1 klas per studiejaar die deze studie doet.

Je kunt de opleiding overigens ook in voltijd doen en dan zijn er iets meer klassen (en kan het ook bij Saxion Hogescholen). Er is ons gezegd dat deeltijd wel iets andere vakken heeft, dan voltijd, maar ik weet dus niet precies wat het verschil is.

Goed, de deeltijdstudenten moeten in het eerste jaar 13 vakken volgen en als je die allemaal haalt, heb je 60 studiepunten en je propedeuse. Om naar het volgende studiejaar door te mogen, moet je minimaal 50 studiepunten halen.

Blok 1

Desk Research: Bij Desk Research moet je een onderzoek schrijven naar aanleiding van een onderwerp uit een aflevering van Brandpunt Reporter. Het is de bedoeling dat je daarbij uit bronnen put die dieper zijn dan Google alleen, dus  leer je van alles over databanken. Voor dit vak heb je ook een begeleidings (tutor)-uur, waarin je vragen kan stellen. Persoonlijk vond ik dit wel een interessant vak, maar het was wel lang onduidelijk hoe het uiteindelijke onderzoek eruit moest komen te zien. De klas was in tweeën verdeeld en de ene helft had de docent als tutor en mijn clubje had een andere tutor. Het bleek dat de twee tutors er wel een iets andere methode op na hielden, wat weer verwarrend was voor ons, kersverse studenten. Bij dit vak hoorde ook een excursie naar de bibliotheek van de Hogeschool van Amsterdam. En een interessant gastcollege van een privé-detective (wat verder niet zo nuttig was voor onze onderzoeken, maar wel een erg goed college was).

Dit vak leverde vier studiepunten op en ik haalde het met een 7

Marketing 1: Volgens mij is Marketing zo’n vak dat zo’n beetje bij elke hbo-opleiding wel een keer voorbij komt. We kregen les uit een heel dik en duur boek (De grondslagen van de marketing – Bronis Verhage). De docent bracht de lesstof leuk, hij was heel duidelijk in hoe de vraagstelling tijdens het tentamen zou zijn (meerkeuze) en gaf ook elk college voorbeeldvragen. Voor dit vak hoefde we nooit opdrachten te maken, maar hij hoopte wel dat we de betreffende hoofdstukken zouden lezen.

Dit vak leverde drie studiepunten op en ik haalde het met een 7

Medialandschap: Dit was wel echt een typische MIC-vak. Over de geschiedenis en opkomst van de verschillende media. Wel vrij theoretisch, maar persoonlijk vond ik het wel interessant. Toch dat stukje geschiedenis. Verder zat er een stuk over de verzuiling in en dat was ook een van de onderwerpen bij mijn examen geschiedenis op de havo, dus dat kwam me bekend voor. Voor dit vak moesten we wel vrij veel doen: elke week een door de docent opgenomen webcollege bekijken en opdrachten maken. Het college zelf was dan voor herhaling, vragen, bespreking van de opdrachten. En ook wel vaak een discussie, panel of presentatie-opdracht. Presenteren voor de klas is absoluut niet mijn hobby en zal het ook nooit worden, maar bij dit vak moest iedereen, dus dat scheelde wel weer. Wat stiekem ook wel fijn was, was dat er enkele vragen uit de weekopdrachten gewoon ook zo in het tentamen zaten, dus dat was punten scoren.

Dit vak leverde drie studiepunten op en ik haalde het met een 7

Verder moesten we in blok 1 nog bewijzen dat we Microsoft Office kenden. Dus we moesten een Word-opdracht doen, een PowerPoint-opdracht en een Excel-opdracht. Word en PowerPoint is geen probleem voor mij. Excel vond ik wel pittig en daar zijn wel wat uren in gaan zitten. Ik vind dat een lastig programma, ik heb altijd het idee dat ik langer bezig ben met formules verzinnen, dan als ik het zelf gewoon uit zou rekenen. Maar ja, bij veel bedrijven wordt deze kennis wel gevraagd.

Het Microsoft Office gedeelte hoorde bij Werkervaring en je kreeg er dus geen cijfer voor, maar alleen een voldoende/vinkje op de Werkervaringslijst. Dat haalde ik dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

I will study and I will win!

keep-calm-because-i-have-my-propedeuse-2 Gisterenavond kwam het laatste officiële cijfer binnen in het studentenregistratiesysteem van mijn opleiding. Ik twijfelde erg of ik dit vak (Audivisuele Communicatie) wel gehaald zou hebben, maar het werd uiteindelijk een afgeronde 6. Daarmee had ik ineens 60 studiepunten binnen en mijn propedeuse behaald. Ik kan het zelf nog steeds niet helemaal geloven, want nog maar een week geleden, zag het er allemaal helemaal niet zo rooskleurig uit. Daarover schreef ik al eerder een artikel.

 

In de laatste schoolweek maakte ik me nog druk om het afronden van mijn Werkervaringsdossier. Er moesten namelijk arbeidsovereenkomsten in van mijn vorige baan en die had ik niet online. Destijds kwamen die nog met de post en ik heb al die papieren weggegooid toen ik ging verhuizen, want wat moet je dan nog met arbeidsovereenkomsten van een bedrijf waar je niet meer werkt? Dat was dus niet zo’n slimme actie van mij. Ik stuurde een mailtje naar de personeelsadministratie van het bedrijf of ik nog aan een kopie van een arbeidsovereenkomst kon komen. Dat was op maandag en de modulecoördinator had woensdag als deadline opgesteld. Toen ik op woensdag thuis kwam van mijn werk zat mijn mailbox echter vol arbeidsovereenkomsten. Ik kroonde deze – mij geheel onbekende – man van de personeelsadministratie tot mijn held van de week en stuurde hem meteen een dankbaar mailtje terug. Meteen al die arbeidsovereenkomsten toegevoegd aan mijn Werkervaringsdossier en weer ingestuurd. Ja, nu voldeed het aan alle eisen minus de werkervaringsuren, maar ja, ook die baan was natuurlijk geen MIC-gerelateerde baan. Dat had ik zelf ook al bedacht. Dus moest ik nog langs bij de decaan, want mijn verdediging bij de Examencommissie was niet genoeg, het verhaal moest ook nog een keer verteld worden aan de decaan. Dat moest dan nog op de allerlaatste schooldag van het jaar. Zuchtend begon ik maar weer al mijn papieren te verzamelen. Op een bepaald moment word je er namelijk moe van als je steeds maar meer hetzelfde verhaal moet vertellen, vooral omdat ik zelf al tot op het bot doordrongen was van het feit wat ik verkeerd had gedaan en me een soort van studie-crimineel voelde.

MIC logoToen ik donderdag thuis kwam van mijn werk, zat er echter weer een mailtje van de modulecoördinator in mijn mailbox. Ik vroeg me af wat ze nu weer van me nodig had, maar bij het lezen van de mail kreeg ik ogen als schoteltjes. Alles was ineens 180 graden gedraaid. Mede op advies van mijn studieloopbaanbegeleider had ze besloten om mij toch de studiepunten van Werkervaring toe te kennen. Weliswaar dan wel maar met een 5,5, maar goed, een voldoende is een voldoende. Dit omdat ik de afgelopen zes weken goede initiatieven had getoond in haar ogen. Natuurlijk moet ik deze initiatieven wel doorzetten en daarover meteen aan het begin van het volgende schooljaar in gesprek met haar. Ik geloofde mijn eigen ogen niet. Ik mailde haar om bevestiging en kreeg vrijwel meteen en mail terug: ja, ik kreeg echt alle punten en ja ze ging het zo in het systeem zetten en ja nu kon ik door naar het volgende studiejaar, mits ik de andere vakken had gehaald. Nou, die andere vakken had ik al bijna allemaal gehaald. Gisteren haalde ik dus het laatste vak en daarmee had ik dus ineens een propedeuse.

journey

Het behalen van die propedeuse ging absoluut niet over rozen. Natuurlijk is het vleiend als mensen zeggen dat je geweldig bezig bent door nog op latere leeftijd te gaan studeren. Maar met de wijsheid die ik nu heb, zou ik het liefste terug in de tijd gaan om het gewoon te doen direct na de havo. Of met maar 1 tussenjaar. Dan was ik nu al lang klaar geweest, had ik een normale studententijd gehad en had ik nu misschien wel gewoon een fatsoenlijke baan en een koophuis, net zoals mijn leeftijdgenoten. Ik zou tegen de 17-jarige Maartje van toen willen schreeuwen: “Ga studeren. Nu meteen! Wat het je ook kost.” Mezelf kan ik er niet meer mee helpen, maar aan alle mensen die dit jaar hun middelbare schooldiploma hebben gehaald: Ga studeren nu je nog jong bent. Je bent dan echt beter af.

Goed, voor mezelf is het dus nakaarten. Ik moet het doen met de kaarten die ik nu heb en dat is mijn eigen schuld, door stomme, foute keuzes gemaakt in het verleden.

Op mijn facebook schreef ik al: het behalen van deze propedeuse kostte mij heel veel tijd, boosheid, frustratie, zweet, tranen en geld. Soms was het ook leuk en leerzaam. Ik wil deze punten hier nog verder toelichten. Laten we beginnen met de positieve punten.

Leerzaam: Natuurlijk hoort een studie leerzaam te zijn, maar bij sommige colleges vond het ik het leerzame aspect ver te zoeken. Soms had ik echt het gevoel: wat zit ik hier te doen? Ik wil in een andere post nog ingaan op wat ik van alle vakken afzonderlijk vond. Van veel dingen had ik ook al wel eens eerder gehoord. Van andere ook weer niet. Waar ik vooral in bij heb geleerd is presenteren. Bij bijna alle vakken kwam er wel een moment dat je iets moest presenteren voor de klas. Met een kleine klas kom je nou eenmaal regelmatig aan de beurt. Presenteren is niet mijn sterkste kant en zal ook nooit mijn hobby worden. Maar ik heb het wel gedaan. Zelfs in het Engels. Uit mijn hoofd. Vijf minuten lang.

Leuk: Ik ben niet de sterkste persoon in sociale contacten, maar ik geloof dat ik er dit jaar aardig in ben geslaagd met mijn klasgenoten. Je bent tot elkaar veroordeeld en gaat elkaar vanzelf aardig vinden als je door hetzelfde heen gaat. We komen uit alle delen van het land en er zijn heel verschillende motivaties waarom we hier aan begonnen zijn. Ik vond het wel leuk om in de loop van het jaar al die motivatie-verhalen te weten te komen. En mocht ik het soms al druk vinden met mijn part-timebaan en mijn relatieloze bestaan: ik heb echt grote bewondering voor die mensen uit mijn klas die en 32 uur werken en een gezin hebben met man en kinderen. Ik denk dat je dan echt geen sociaal leven meer over hebt.

Dan de negatieve punten.

Tijd: Ik bedoel hier niet zozeer de studietijd. Ik wist toen ik hier aan begon dat het tijd zou kosten, je krijgt een hbo-opleiding niet voor niets. Er stond dat je 20 uur per week kwijt zou zijn. Natuurlijk is dat niet altijd zo, maar er zijn zeker weken bij geweest dat het wel degelijk zoveel tijd kostte, vooral het laatste blok slurpte echt tijd. Wat mij echter het meeste tegen stond is de reistijd. MIC is een opleiding die je alleen kan volgen aan de Hogeschool van Amsterdam. En ik woon in Noord-Brabant. Dat betekend dat ik twee uur aan het heen reizen ben en ook weer twee uur terug. Het meeste daarvan met de trein. Als de collegedag om 8.30 uur begint, betekend dat, dat ik om 6.26 uur in de trein moet zitten. Ik kan heel slecht tegen vroeg opstaan (ondanks dat ik het veelvuldig heb gedaan voor werk in het verleden) dus elke vrijdagochtend als die wekker om 5.45 uur ging, vervloekte ik alles en iedereen. Waarom moest ik zonodig een deeltijdopleiding gaan doen in fi-fa-fucking Amsterdam? Nou ja, omdat het dus alleen daar is. Ondertussen ken ik alle treintijden van het traject Oisterwijk – Amsterdam Amstel uit mijn hoofd. En kan ik een boek volschrijven over alle vertragingen. Mijn tweets hierover haalde wel enkele keren de twitter van #treinleven. Vanwege mijn 40% korting op treinreizen buiten de spits, moest ik vaak tot 18.30 uur in Amsterdam blijven. En om 6.26 uur ’s morgens al in de trein zitten. Lange dagen dus. Ik heb ook meerdere dagen daadwerkelijk college gehad van 8.30 of 9.20 uur tot 17.50 uur. Zonder pauze.

Boosheid: Ik ben heel boos geweest op mezelf dat ik niet initiatiefrijk genoeg ben geweest voor de werkervaringsuren. Ik had deze blog meteen op de dag van de studiekeuzecheck moeten beginnen. Tegelijkertijd ben ik ook heel boos geweest op het schoolsysteem dat voorschrijft waar jij wel of niet zou mogen werken. Ik ben deze studie juist begonnen om hogerop te komen, maar zonder het door mij af en toe zo vervloekte hbo werk- en denkniveau kom je nergens. Ik blijf solliciteren, maar als je iedere keer maar weer een afwijzing krijgt vanwege een gebrek aan werkervaring, dan zit dat op een bepaald moment heel erg hoog.

Frustratie: Ik ben heel erg gefrustreerd geweest over het feit dat mijn baan als postbode steeds maar ten voorbeeld werd gesteld. “Minderwaardige mbo-baan” is denk ik wel de meest denigrerende term die voorbij is gekomen. Natuurlijk weet ik zelf ook wel dat postbesteller geen droombaan is. Maar is een baan op mbo-niveau dan minderwaardig? Ik ken toevallig heel veel mensen die een geweldig leuke mbo-baan hebben en die al veel meer dingen in hun leven hebben bereikt dan ikzelf. Dus ik kijk daar zelf zeker niet op neer. Overigens heb ik best plezier in het bezorgen van post. Maar als ik dat zeg, dan word ik al helemaal vreemd aangekeken. “Een leven lang leren” klinkt heel leuk, maar uiteindelijk gaat het erom dat je gelukkig bent.

Van sommige reacties van mensen kan ik ook heel gefrustreerd raken. Tegen sommige mensen heb ik dan ook uiteindelijk geschreeuwd: “Ik doe dit niet voor jou, ik doe dit voor mezelf!” En zo is het ook, je begint hier niet aan voor de buitenwereld, maar voor jezelf. Alleen maar voor jezelf. Het is voor je eigen zelfvertrouwen, je eigen bewijs van kunnen en het is voor jouw toekomst. Daar heeft verder niemand zich mee te bemoeien.

Ook sommige vakken en/of docenten hebben me ernstig gefrustreerd en dan heb ik het vooral over Werkervaring, Digitale Media en Audiovisuele Communicatie. Maar hierover zal ik in een andere post nog meer schrijven.

Zweet: Ja, de tijd tikte altijd door voor deadlines. Ik ben over het algemeen wel iemand die op tijd begint, maar aan het einde lijkt het toch altijd nog veel. En ja zweten deed ik ook voor de eerdergenoemde presentaties, met name die van Engels. En natuurlijk voor alle uitslagen, als ik met trillende vingers de hva-app opstartte om een cijfer te bekijken.

Tranen: Tranen van boosheid, tranen van frustratie en tranen van blijdschap. Ik heb ze allemaal wel eens gehad, het afgelopen schooljaar. Gelukkig niet op school, op 1x na (dat was toen ik te horen had gekregen dat ik vanwege de werkervaringsuren kans liep te moeten stoppen met de opleiding. Nu wilde ik verdomme studeren na veel te veel jaren wachten, haalde ik goede punten en nu mocht het misschien niet meer. Wat was ik toen gefrustreerd en kwaad op mezelf.)

Geld: Ja, ik weet dat de wet ondertussen is veranderd. Maar hoe dan ook, je krijgt voor een deeltijdopleiding geen studiefinanciering. Want ze gaan ervanuit dat je dan een baan hebt om je studie te financieren. Nou, mijn baan voldoet daar dus niet aan. Niet om mijn volledige levensonderhoud te financieren in ieder geval. Ik betaal het collegegeld dus van mijn spaargeld.  Ik vind het overigens logisch dat je collegegeld moet betalen. Waar ik wel heel erg kwaad over kan worden is dat je als deeltijdstudent geen recht hebt op gratis reizen met het openbaar vervoer. Ik heb geen auto (dat kan ik echt niet betalen, nog afgezien van de parkeerkosten in Amsterdam) en ben dus afhankelijk van het openbaar vervoer. Ik heb al jaren een voordeelurenabonnement bij de NS. Ondanks dat kost een dagje school mij toch bijna 22 euro retour. 22 x 40 dagen school maakt 880 euro aan reiskosten. Dan reken ik de metro nog niet eens mee, omdat ik meestal naar school heb gewandeld. Ik had het dus best wel heel fijn gevonden als ik nog wel recht had gehad op een studenten-ov. Ik heb dat namelijk maar zes weken gehad, bij mijn vorige poging tot een hbo-studie, toen ik 18 was. Dan zijn er nog de kosten voor de schoolboeken. Ik heb ze allemaal tweedehands gekocht en zodra ik het vak gehaald had, weer doorverkocht. Evengoed zaten daar nog boeken bij die 50 euro kostte.

iwillstudyandiwillwin

Ondanks dit alles heb ik dus mijn propedeuse en ga ik verder met de bachelor-fase. Natuurlijk zullen alle punten van het bovenstaande lijstje de komende drie jaar nog regelmatig voorbij komen. Wel hoop ik iets minder boosheid en frustratie te hebben, doordat ik o.a. door deze blog al gegarandeerde werkervaringsuren maak. Ook heb ik een ander NS-abonnement, waardoor het reizen iets goedkoper wordt.

En dan hoop ik over drie jaar een triomfantelijke blog te kunnen schrijven dat ik mijn diploma MIC heb gehaald.

Loesje en visie op school

Boos

Vandaag kwamen de cijfers voor Bedrijfskunde online. Ik heb een 8. Een cijfer waar je een gat van in de lucht zou moeten springen. Maar helaas voor mij een cijfer waar ik op dit moment helemaal niets aan heb. Bedrijfskunde is namelijk onderdeel van het grotere vak Werkervaring. En ik ga Werkervaring niet halen, omdat mijn werk niet voldoet en ik niet voldoende activiteiten heb gedaan om als vervanging te dienen. En bij Werkervaring is het alles of niets: je krijgt alle studiepunten of je krijgt niets. Dus met deze 8 voor Bedrijfskunde koop ik op dit moment helemaal niets. Alleen maar een  “voldaan” op het lijstje, voor in mijn Werkervaringsdossier. Ook nog een leuk weetje: we moesten voor Bedrijfskunde dus een bedrijfsanalyse + projectbegroting maken en ik deed dat over het bedrijf waar ik nu werk: PostNL. Het werk dus, dat niet voldoet voor Werkervaring. Het is soms zo krom.

Het zou eerlijker zijn als je de studiepunten van Werkervaring wel in delen zou kunnen verdienen. Zodat ik nu gewoon wat punten had verdient met die 8 voor Bedrijfskunde. En ook wat punten door het afronden van Automatisering (bewijzen dat je Word, Excel en PowerPoint kan gebruiken). En dan nog wat punten voor deelname aan de excursies en de verslagen daarvan en voor alle andere lijstjes die in dat dossier moeten.

Dan had ik namelijk gewoon 50 studiepunten gehad en mocht ik zonder twijfels door naar het tweede studiejaar. Wat nu dus niet gaat lukken. Als ik alle andere vakken ga halen, haal ik 40 punten studiepunten. En dan krijg je dus een negatief BSA. En moet je jezelf gaan verdedigen voor de Examencommissie, alsof je een soort van zware studie-misdadiger bent. Terwijl ik dus alle vakken tot nu toe met positieve resultaten heb behaald, op één herkansing na, die ik volgende week alsnog hoop te behalen.

Natuurlijk is het ook deels mijn eigen schuld. Ik had bijvoorbeeld meteen met een blog moeten beginnen op de dag van de Studiekeuzecheckdag, vorig jaar juni. Met deze blog ben ik simpelweg 11 maanden te laat begonnen dus. En ik had een stage of vrijwilligerswerk moeten zoeken. Maar ik ben te lang bezig geweest met focus op een universitaire studie en met sollicitaties die toch geen nut bleken te hebben, want geen bewezen hbo werk- en denkniveau en geen werkervaring in deze sector.

Goed, met deze blog en de uitnodiging voor een bijeenkomst voor vrijwilligerswerk voor een project van de bibliotheek heb ik in ieder geval vast ijzers in het vuur voor het komende schooljaar Werkervaring. Als ik naar dat tweede studiejaar mag, tenminste. Dus duim maar dat de Examencommissie morgen een beetje aardig voor mij is. En duim dan meteen dat ik mijn tentamen Media & Maatschappij haal, want dat zijn ook weer een paar studiepunten erbij. Dit alles al in de ochtenduren in Amsterdam, dus de wekker staat weer vroeg.

school-year

Ehm ja, maar eerst dus nog:

  • Tentamen Media & Maatschappij
  • Verdediging negatief BSA bij de Examencommissie
  • Assessment voor Werkervaring
  • Herkansing tentamen Organisatiekunde
  • Film afmaken voor Audiovisuele Media
  • Werkervaringsdossier compleet maken

Amsterdam

Amsterdam is de hoofdstad van Nederland. Dat weet iedereen. De keren dat ik er voor 2015 geweest was, zijn op twee handen te tellen, maar het afgelopen schooljaar was ik er wekelijks te vinden. Dit omdat ik een deeltijdopleiding volg aan de Hogeschool van Amsterdam. Waarom dan helemaal daar? Nou, omdat je deze opleiding – Media, Informatie & Communicatie – alleen in Amsterdam kan volgen. Op vrijdag zit ik dus meestal van ’s morgens vroeg tot in de avond in Amsterdam.

Eigenlijk heb ik niets met Amsterdam. Ciske de Rat zingt in de musical: “Amsterdam, hé pak me dan!” Maar deze stad heeft mij nog steeds niet gepakt. Ik vind het een veel te grote en drukke stad. Natuurlijk, die grachtenpanden zijn best mooi om eens langs te lopen, het is leuk om er een keer te shoppen, het barst er van de musea, dierentuin Artis is wel leuk… maar verder? Al die mensen, al dat verkeer. Vergeleken met een gemiddeld dorp in de provincie Noord-Brabant is er geen boom te bekennen. Voortuin? Nee. Struiken als afscheiding in de straten? Is ook bijna nergens op het stuk waar ik het meeste kom (Amstel). Groen is er wel in de parken, maar daar staat een hek omheen en de wandelpanden zijn geasfalteerd. Voor een bos moet je toch echt een heel stuk verderop zijn, laat staan voor heide of de duinen. Ik zou er wel kunnen kanoën op de Amstel, dat dan weer wel.

De school zit het dichtste bij station Amsterdam Amstel. Je kunt dan verder met de metro, maar dat is niet echt mijn favoriete vervoersmiddel. Meestal wandel ik het stukje van station naar school door de Wibautstraat. Dat stuk Amsterdam heb ik dus ondertussen oneindig vaak gezien.

Na bijna een jaar weet ik dus de weg in stukken Amsterdam en ben ik de stad iets meer gaan waarderen. Als het een beetje meezit ga ik hier nog drie jaar naar school. Wie weet ben ik tegen de tijd dat ik afgestudeerd ben wel een enorme fan van de hoofdstad geworden.

Tot die tijd blijf ik een natuurminnend provinciaaltje ;>)

i_amsterdam_by_malmos