Geocachingverhalen uit het verleden: Onze eerste geocachingtrail

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 12 mei 2007:

Het begrip powertrail kwam binnen in de geocachingwereld: series van meerdere caches die je achter elkaar kon loggen voor veel puntjes. Onze eerste ervaring hiermee was Rondje Bernheze.

Het verhaal:

Anke stuurde mij een berichtje: dat er erg veel caches bij waren bijgekomen in de buurt van Den Bosch. Toen ik dat ging bekijken op geocaching.nl werd ik helemaal enthousiast. Team Flet had maar liefst 51 traditionals in de gemeente Bernheze geplaatst. (Tegenwoordig zijn geocachingtrails niet meer weg te denken, in 2007 was Rondje Bernheze voer voor een heftige discussie op het forum van geocaching.nl of zoiets wel zou mogen). De discussie ging een beetje langs ons heen; wij dachten gewoon lekker veel nieuwe caches en relatief dichtbij huis. Leuk!

Het liefst had ik al die caches nog die nacht gevonden, maar ik moest toch echt wachten tot het weekend. We hadden toen ook een auto tot onze beschikking. We begonnen met de serie Dat gaat naar Den Bosch toe 1 t/m 8 plus een bonuscache en begonnen daarna aan Rondje Bernheze. Dat gaat naar Den Bosch toe (zoete, lieve Gerritje) was heel leuk tot de bonuscache. Toen kwamen we bij het beroemde blok in de weg. Je moet dan helemaal omrijden over Sint Michielsgestel om naar Den Bosch te kunnen en bij de bonuscache die op een bekend plekje bij de Pettelaer lag te komen. Oh, wat heb ik zitten vloeken op ‘die stomme versperringen in de weg’. 

Daarna kwam Rondje Bernheze. Dat was erg verslavend en we stopten pas om tien uur ’s avonds. Toen waren we ongeveer op de helft van het Rondje Bernheze en we stopten nog met tegenzin ook. Leve de zomeravonden. Ik kan niet veel meer vertellen over elke afzonderlijke cache. Wel dat de meesten op leuke plekjes lagen. Sommige waren drive-in, voor anderen moest je een stukje lopen. Ik weet ook niet meer in welke volgorde we ze gevonden hebben. Een van de caches was onze 200ste cache.

Avonturenbos was de eerste en daar kwamen we een ander team tegen, die we daarna nog een paar keer tegen kwamen. We konden alles goed vinden, behalve Topwortel, waar we de volgende dag voor terug zijn gegaan. Dat werd de laatste found van de serie.

Ik heb ze uiteindelijk gelogd in volgorde van de nummering van de maker. Deze dag vonden we 31 caches, tot nu toe ons dagrecord. Technisch gezien zou je nog veel meer caches op een dag kunnen vinden, omdat wij pas rond een uur ’s middags zijn begonnen…

Wat ik hier op 12 mei 2022 nog aan toe te voegen heb:

Tja, tegenwoordig zijn trails niet meer weg te denken uit de geocachingwereld. Puntjes scoren lijkt vaak belangrijker dan de route. En ja, ook ik maak mij daar wel eens schuldig aan. Wel ben ik van dat autocachen afgestapt. In de eerste plaats omdat ik al bijna 10 jaar geen auto meer heb. Maar ook omdat ik tegenwoordig veel liever ga wandelen of fietsen.

Het dagrecord is nog wel verbeterd naar 101 founds, met dank aan de 100 van Someren. Wel per fiets, dat dan weer wel. Maar 101 geocaches is echt veel te veel op een dag. 20-25 caches is echt meer dan genoeg.

Geocachingverhalen uit het verleden: Sunnoa

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 5 mei 2018

Mijn moeder en ik deden een geocachingronde per fiets.

Het verhaal:

Mijn moeder en ik waren een week op vakantie in de omgeving van de Sallandse Heuvelrug. We hadden al veel gewandeld, maar vandaag gingen we fietsen. En wel de Sunnoa-serie een fietstocht van twaalf kilometer rondom het gehucht Zuna. Sunnoa vond ik aanvankelijk klinken als de naam van een tropisch zwemparadijs, maar het blijkt gewoon de oude, Saksische benaming van Zuna te zijn. Zuna lag een paar kilometer van het huisjespark af, we hoefden niet eens over de heuvelrug te fietsen om er te komen, dus even geen hellingen. We startten midden in de route, bij nummertje 10, omdat die het dichtste bij was. Dit was meteen een mooi stukje van de route, langs het verdronken bos, overblijfsel van het moeras de Mors.

De Sunnoa-caches waren niet al te moeilijk te vinden, ze hadden goede hints en de kokertjes waren goed onderhouden. Voor veel caches had je een magneetstok nodig, maar die zit standaard in mijn tas, dus ook dat is geen probleem. Het enige moeilijke waren de hints voor de bonus. Die hebben we dus nergens kunnen vinden, alle logrollen en kokertjes naar ons idee bekeken, maar nergens iets kunnen ontdekken. Daardoor moesten we de bonus laten gaan. De overige 24 caches allemaal keurig kunnen vinden en zelfs nog een paar extraatjes erbij. Al vrij in het begin waren dat twee War Relics. Eentje met een batterij en eentje bij een dikke boom in een grappig vogelhuisje. We hadden deze week al meerdere caches van de serie War Relics gevonden, die zoals de naam al aangeeft, bij oorlogsmonumenten lagen of bij locaties die in de oorlog een rol hadden gespeeld.

De fietsroute ging voor een groot deel langs een riviertje. Het was prachtig weer en ik miste eigenlijk weer mijn korte broek. We wilden even gaan kijken naar de hengelcache op de route en fietsten eerst helemaal verkeerd: we strandden op water. Het fietspad bleek aan de andere kant van de brug verder te gaan, maar dat stond dus niet op de kaart in Smaug. Best wel gek, want over het algemeen is de kaart van Smaug echt heel erg nauwkeurig. Dus het fietspad is vermoedelijk nog vers van de pers, ook al zag het er niet splinternieuw uit. Het was in ieder geval een lekker stukje om te fietsen. Bij de boom aangekomen zagen we de cache hangen. Hij hing niet zo heel erg hoog, dus we besloten om een poging te wagen en bonden de magneetstok aan de prikstok. Helaas was deze constructie te wankel. Ik zag iets verderop een tak liggen, half in het water en besloot die te gaan pakken. Hiervoor moest ik wel onder het prikkeldraad doorkruipen, de boom stond tussen de rivier en het prikkeldraad in. De tak had zo’n gevorkt uiteinde en hij bleek precies de goede lengte te hebben. Hiermee hengelde ik de cache vrij gemakkelijk uit de boom. Het terughangen was eigenlijk het moeilijkste, maar ook dat lukte.

Verderop was nog een tweede hengelcache, dus ik besloot mijn tak mee te nemen op de fiets. Volgens mijn moeder zag ik eruit als een ridder die aan een toernooi mee ging doen met mijn lans. Helaas bleek de tweede hengelcache offline te zijn, we konden hem dan ook niet zien hangen. Dus ik nam afscheid van mijn tak en we gingen verder met de Sunnoa-serie. Een paar zaten best geniepig verstopt in buisjes die onder het gras aan de rand van het fietspad zaten. Toch hebben we ook die gevonden. Later kwamen we nog een gezin tegen, die een gedeelte van de serie te voet aan het doen waren. Zij hadden geen magneetstok, dus vertelden wij hun enthousiast waar je die kon kopen. Later hoorde ik de vrouw nog mompelen dat wij wel heel fanatiek waren. Tja, soms wel ja. Vandaag best wel. We kwamen langs een weiland vol koeien en daar bleek net een kalfje geboren te zijn. We hebben een tijdje staan kijken hoe moederkoe het vlies van het kalfje af likte en of het wel ging staan. Dat lukte nog niet echt, omdat het vlies deels om de poten heen zat, maar het kalfje wilde wel heel graag, dus we gaan ervan uit dat het wel gelukt is.

Na een tijdje fietste wij tussen de koeien door naar het pontje. Dit bleek een Moerasdraak te zijn (zo heet het pontje in Den Bosch en ik vind dat een geweldige naam), een pontje dat je met behulp van kabels en een draaischijf zelf handmatig naar de overkant kan trekken. Fanatiek draaide ik mijn moeder, mezelf en nog twee andere mensen inclusief fietsen naar de overkant. Er lag ook nog een extra cache bij het pontje in de buurt. En een Sunnoa waarvoor we een klein stukje moesten wandelen over het bospaadje over het dijkje langs de rivier. We vonden Sunnoa 24, de laatste van de serie, maar omdat wij middenin begonnen waren, hadden we er nog negen te gaan. De bonus ging dus niet lukken, maar we hadden al zoveel andere caches dat we het niet zo’n ramp vonden. Wel wilde ik Ergernis nog gaan proberen, een cache die je volgens de makers tot wanhoop zou drijven. Nou, ze kregen best wel gelijk. De logrol zat in een ijzeren buis, waar een klein gaatje in zat. Je moest de logrol dus uit dat gaatje zien te krijgen. Ik ben er een half uur mee bezig geweest, maar het lukte niet. Met een grote pincet zou het gelukt zijn, maar mijn moeders pincet was te klein. Na een half uur moest ik opgeven van mijn moeder en heeft ze bijna het bosje uit moeten slepen. Als troost logden we Stokkerskampje, een heel gemakkelijk cache aan de overkant van de weg bij Ergernis. En daarna nog de eerste negen Sunnoa’s.

Vlak voor de laatste lag er nog een cache op een rustpunt. De eigenaresse van dit rustpunt had het goed voor elkaar: ze zat hier zelf gewoon hele middagen met haar vriendinnen te kletsen en af en toe kwam er dan een klant langs. Ze had er ook nog een winkeltje bij met van die brokante borden met teksten. Niet mijn smaak, maar het zag er wel heel gezellig uit. Wij kochten een drankje en een ijsje. Ik wilde het stroopwafelijsje wel eens proeven, tussen twee stroopwafels zit dan ijs, net zoals bij die ijsjes met die koekjes die ik als kind graag at. Het smaakte best prima. We konden hier ook nog naar het toilet, wat ook best welkom was. Opgepept logden we de laatste Sunnoa en besloten ook nog naar Prikkelbaar te gaan kijken. Deze was van dezelfde makers als Ergernis, dus ik was er een beetje huiverig voor. Maar Prikkelbaar was gewoon een lange buis met een magnetische cache. We bonden de magneetstok weer aan de prikstok en daarmee lukte het meteen. Dus we werden er niet prikkelbaar van. Soms zit het mee en soms zit het tegen.

Tja, gingen we al terug naar ons huisje? Ik wilde graag nog een earthcache, omdat ik die leuk vind en vanwege mijn Day Zero Project. De Friezenberg lag met een omweg nog wel op de route en dit zou ook nog een mooi gebied zijn. Het was een beetje een lastige route er naartoe, met veel weggetjes en fietspaden. Daardoor kwamen we nog wel langs Old Tree, een supermooie cachebehuizing in de uitgeholde stam van een heel oude boom. Er zat een ingewikkeld uitziend cijferslot op, maar mijn moeder en ik zijn een goed team, dus we deden het in 1x goed. Op naar de Friezenberg. Dit bleek nog een mooi gebied te zijn. Weer net iets anders qua beplanting dan de Sallandse Heuvelrug. Op het uitzichtpunt van de Friezenberg zelf kon je niet komen per fiets. Dus het laatste stukje moest te voet, dit waren traptreden. Het uitzicht was de moeite waard, je kon heel ver kijken. Er zat een hele familie te picknicken, ze waren er ter ere van de verjaardag van de oma, die als wens had om de Friezenberg nog eens te beklimmen. Dat vind ik nou een mooi cadeau, ik denk dat ik ook zoiets wil als ik zo oud mag worden. Na even genoten te hebben van het uitzicht en foto’s gemaakt, daalden wij de trap weer af naar onze fietsen.

We fietsten via de andere kant van de berg terug naar het huisjespark. Grappig, want nu fietsten we dus door het dal waar we vanaf de Friezenberg op uitgekeken hadden. In de verte zagen we de familie nog zitten. Ook in dit gebied waren paddo’s (ANWB-fietspaddestoelen), dus af en toe sprong ik van mijn fiets af om ze te waymarken. We kwamen via de achterzijde terug bij het park, via Borkeld. Mijn moeder wilde over het park fietsen, om te kijken of dat sneller was, maar ik was bang voor een blokkade. Daarom wilde ik gewoon over de straatweg fietsen. We maakten er een wedstrijd van, maar uiteindelijk kwamen we zo’n beetje tegelijkertijd bij ons huisje aan.

Het was een mooie cachedag geweest.