Dierendag: 10 weetjes over mijn cavia’s

Vandaag is het 4 oktober en dat betekent dat het Dierendag is. Daarom leek het mij leuk om vandaag 10 random feitjes te vertellen over mijn cavia’s. Op dit moment heb ik twee cavia’s. Ze heten Fenno en Frido. Fenno is 2 jaar oud (nou ja eigenlijk pas 11 oktober) en Frido is 7 maanden oud.

Kan een afbeelding zijn van binnen
Fenno (links) en Frido

Weetje 1: Varkentjes?

In het Engels heten cavia’s guineapigs. Onze huiscavia’s stammen af van de wilde Zuid-Amerikaanse variant, die door ontdekkingsreizigers mee naar Europa werd gebracht. De naamgever vond blijkbaar dat de beestjes op varkens leken en dus werd het Guinees biggetje… Ook in de Middeleeuwen werden cavia’s al als huisdier gehouden door (rijke) mensen. In Nederland wordt de benaming cavia gebruikt, wat een afkorting is van de Latijnse soortnaam: cavia porcellus. De varkensbenaming komt nog wel terug om het geslacht aan te geven. Beertjes zijn mannetjes en zeugjes zijn vrouwtjes. Net als bij varkens dus. Fenno en Frido zijn beertjes.

Weetje 2: Crazyguineapiglady

Veel bloggers zijn crazycatladys en lopen over van de liefde voor hun kat. Ik besloot dus om als tegengeluid voortaan de hashtag #crazyguineapiglady te gebruiken op mijn social media, maar die bleek al te bestaan. Wereldwijd is de cavia best een populair huisdier en als je een beetje zoekt stikt het op de social media van de schattige caviafoto’s en -filmpjes. Zelf kreeg ik mijn eerste cavia toen ik acht jaar oud was. Dat was Pluis. Samen met Pluus en Vlekje was dat de eerste ronde cavia’s. Daarna had ik even hamsters tot ik voor mijn zestiende verjaardag weer een cavia kreeg (Willie) en sindsdien heb ik non-stop cavia’s gehad op een kleine maand in 2017 na toen twee cavia’s (Fabin en Fluff) in dezelfde week overleden en de opvolgers (Freek en Frinn) nog niet weg mochten bij hun moeder. Ik weet nog van alle cavia’s die ik heb gehad de naam, hoe ze eruit zagen, hun karaktertrekken en hoe oud ze zijn geworden. Ik kan het dus niet nalaten om hier even alle namen op te noemen: Pluis, Pluus, Vlekje, Willie, Ivy, Fleur, Harry, Frodo, Tijger, Frank, Flint, Figo, Farah, Finne, Fidro, Fabin, Fluff, Frinn, Fjord, Freek. Fenno en Frido zijn dus cavia nummer 21 en 22 in mijn leven.

Weetje 3: F-namen

Zoals je hierboven al kan lezen krijgen mijn cavia’s vanaf een bepaald tijdstip altijd een naam die begint met de letter F (en meestal ook nog vijf letters, maar dat is dan weer niet bewust). Dat is ooit als grapje begonnen, maar tegenwoordig is het uitkiezen van een F-naam serious business. De meeste van mijn vrienden en familieleden weten hiervan, dus als ik dan een nieuwe cavia heb is de vraag vaak: En hoe heet de nieuwe F? Je hebt ook mensen die mijn cavia’s standaard aanduiden als F&F, dan zitten ze nooit verkeerd. Nog een grappig extra weetje: Ik koos Fabin (oorspronkelijk Fabian, maar dat vond ik te kakkerig klinken) en Fluff destijds uit in de opvang vanwege de F-namen… (ok, ze waren ook een bloedmooi stel).

Weetje 4: Vegetariër

Cavia’s zijn vegetariër, net als ikzelf dus. We delen vaak dezelfde groente: zij de restjes. Ik noem ze vaak mijn levende groencontainers. Hun favoriete groenten zijn andijvie, paprika (ook de witte stukken en de zaadjes, die je anders weg zou gooien), wortel, komkommer, witlof en de stronk van de broccoli (nooit teveel tegelijk geven, omdat het kool is!) Door hen heb ik van de ene kant minder groenafval, omdat ze zoveel groenterestjes eten. Maar door de bodembedekking uit hun hok zorgen ze meteen ook weer voor heel veel groenafval. Verder eten ze heel erg veel hooi (nee, dat lust ik niet). Het is verbazingwekkend wat voor hoeveelheden hooi ze naar binnen kunnen knabbelen op een dag. Ze krijgen ook nog caviabrokjes, maar dat is niet hun hoofdvoeding. Dat zijn hooi en groenten. Ook krijgen ze soms een stukje hard geworden brood, dat is dan bedoeld als lekkernij.

Weetje 5: Vitamine C

Cavia’s zijn niet voor niets dol op groenten. Ze hebben ze ook dagelijks nodig, omdat ze als een van de weinige diersoorten zelf geen vitamine C aan kunnen maken. Ik ken ook wel mensen die vitamine C druppels in het drinkwater doen of die hun cavia’s vitamine C tabletjes geven, maar ik ben voorstander van groenten voeren. Wel zit er in de ene soort groente meer vitamine C, dan in de andere soort. Dus dat is altijd even opzoeken en vooral afwisselen.

Weetje 6: Cavia’s slapen nooit

Wat veel mensen niet weten, is dat cavia’s niet echt slapen. Ze slapen nooit uren achter elkaar door, zoals wij mensen en veel andere zoogdieren. In plaats daarvan houden cavia’s een soort van rustpauzes van ongeveer 10 minuten per uur. Dan liggen ze erbij als een soort van theemuts, maar vaak hebben ze wel hun ogen open; ik zie mijn cavia’s zelden tot nooit met hun ogen dicht. Dat ze altijd wakker zijn is ook wel eens maf; dan moet ik ’s nachts naar het toilet en lopen zij vrolijk door hun hok. Of ik kom heel laat thuis en dan vinden zij dat het tijd is voor een middernachtelijk hapje.

Weetje 7: Fluiten

Er is nog iets wat veel mensen niet weten: cavia’s maken geluid. Officieel heet het fluiten; het is een soort gepiep op verschillende toonhoogten. Als kind vond ik het klinken alsof ze wiet, wiet, wiet riepen, dus daarom wordt het bij mij in de familie nog steeds wieten genoemd. Fenno en Frido brabbelen ook tegen elkaar met zachte piepgeluidjes. Het echt luide piepen laten ze vooral horen als ze honger hebben en soms ook als de koelkast open gaat (want daar zitten de groentehapjes in) of als er een zak knispert. Naast het piepen maken ze ook vaak een brommend prr-geluid tegen elkaar, wat ik helicopteren noem. Beertjes maken dit geluid wel veel meer dan zeugjes, want ze doen dat brommen ook als ze ruzie maken. Beertjes maken vaker ruzie dan zeugjes, want af en toe moet de macht even bepaald worden. De mijne maken ook nog een kort prr-geluid als ze iets niet prettig vinden, zo hebben ze een hekel aan het geklik van pennen.

Weetje 8: Cavia-opvang

Eigenlijk ben ik voorstander van dieren uit een opvang/asiel halen. In Amerika gebruiken ze hier de term adopt, don’t shop voor. In het verleden heb ik dan ook een aantal cavia’s uit de opvang gehad. Fenno en Frido komen echter van Marktplaats. Eigenlijk ben ik heel erg tegen dieren van Marktplaats halen, omdat er zoveel zielige beestjes op staan. Maar ja, als je voor beertjes kiest heb je een probleem: als er eentje doodgaat, kun je het overgebleven volwassen beertje alleen maar koppelen met een babybeertje. Twee volwassen beren zijn vrijwel nooit te koppelen: dat wordt vechten. Met volwassen zeugjes lukt het vaak wel.

Fenno en Frido zijn dus beide noodgevallen die met spoed moesten komen om de eenzaamheid van een overgebleven volwassen mannetje op te lossen. Fenno kwam als vriendje voor Freek (die in zeven weken tijd maar liefst twee vriendjes verloor) en Frido kwam dan weer als vriendje voor Fenno (nadat Freek dood ging).

Vanwege het leeftijdsverschil van 1,5 jaar tussen mijn cavia’s zit ik nu waarschijnlijk dus voor altijd met dit probleem. Goed, in de opvang zitten over het algemeen geen babybeertjes en die van oeps-nestjes worden uitgeplaatst via een wachtlijst. Ook fokkers van rascavia’s werken met wachtlijsten en het is natuurlijk niet te voorspellen wanneer er een cavia dood zal gaan. Dus dan blijft Marktplaats over en is het een zoektocht naar een babybeertje in de buurt wat weg mag bij de moeder, en die er gezond en een beetje leuk (het oog wil ook wat) uitziet en waarvan de aanbieder betrouwbaar overkomt.

Met Fenno had ik geluk: die zag ik ’s morgens op Marktplaats en ’s middags was hij al in huis. De zoektocht naar Frido was een stuk problematischer en uiteindelijk heb ik best ver gereden om hem op te halen. Als je zoveel moeite doet om een babybeertje te verkrijgen, dan ben je wel zo blij als ze blijven leven. Zo ging Fjord al na drie weken dood, dus was ik met zowel Fenno als Frido daar ook heel bang voor. Gelukkig zijn zij wel blijven leven en hopelijk nog heel lang.

Een goede cavia-opvang hier in de buurt (Dongen) is Caviaplein. Ze verkopen ook voer en andere caviabenodigdheden. Ik heb nu ook voer van hen. Mijn cavia’s-of-the-past Fabin en Fluff kwamen van deze opvang.

Weetje 9: Leeftijd

Om heel eerlijk te zijn vind ik de leeftijd van cavia’s totaal onvoorspelbaar. Volgens de boekjes zouden ze 4 tot 7 jaar oud moeten worden, maar dat is met drie jaar nogal een flinke marge. Mijn oudste cavia ooit was Frank, die stierf letterlijk een week na zijn 7e verjaardag. Omdat hij ook bij mij geboren was, weet ik zeker dat hij zo oud is geworden. Zijn (half)zusje Rodney (die bij een vriendin van mij woonde) werd met 7 jaar en 3 maanden nog net iets ouder en is daarmee de oudste cavia die ik gekend heb. Op internet gaan wel verhalen rond over cavia’s die 8 of zelfs 9 jaar oud zijn geworden, maar of dat echt waar is, is de vraag. De meeste van mijn cavia’s zijn 4 of 5 jaar oud geworden. Dan zijn er een paar uitschieters naar boven, maar helaas ook een aantal cavia’s die de 4 jaar niet eens gehaald hebben.

Cavia’s zijn eigenlijk prooidieren en bevattelijk voor allerlei ziektes. Een cavia zal niet gauw laten merken dat hij/zij ziek is. Vaak is het als je erachter komt al te laat.

Met goed voer, en veel groenten en hooi en op tijd een schoon hok hoop ik ze gezond te houden. Maar ja, je kunt er niet inkijken en ze kunnen niet zelf vertellen wat er aan de hand is. En er zijn helaas maar weinig dierenartsen gespecialiseerd in cavia’s.

Weetje 10: De vachtstructuur en de kleurtjes

Ik heb cavia’s in alle kleuren van de cavia-regenboog gehad. De kleuren zijn zwart, wit en alle tinten bruin en grijs. Ook heb je nog agouti-tinten, dan hebben de haren twee kleuren.

Qua vacht kan er ook nog van alles. Je hebt gladharige cavia’s en ruwharige cavia’s. In ruwhaar heb je nog allerlei benamingen, zoals teddy, rex, coronet, sheltie, gekruind of met verschillende soorten borstels. Bij rascavia’s die meedoen aan shows (ik vind dat eigenlijk heel zielig) zijn de beharing en de kleurverdeling heel belangrijk.

Mijn cavia’s zijn gewone huis-tuin-en-keukencavia’s. Ze zijn allebei driekleurig en het is de eerste keer dat ik twee driekleurige cavia’s tegelijkertijd heb. Wit en zwart is natuurlijk hetzelfde, maar de bruintint is verschillend: Frido heeft een veel lichtere bruintint dan Fenno. Op hun kont is hun kleurverdeling bijna hetzelfde, maar de koppen zijn heel verschillend. Fenno heeft een zwarte kop met een witte streep tussen zijn ogen en over zijn neus (ik heb een enorme zwak voor cavia’s met zo’n streep). Frido heeft een lichtbuine kop en het is net of hij een ooglapje op heeft, omdat hij een zwart vlekje rond zijn ene oog heeft. Zijn bijnaam is dan ook de Piraatcavia.

Frido is gladharig, maar Fenno is ruwharig. Hij heeft niet echt heel ruige borstels, maar zijn haarstructuur is wel een beetje gegolfd. Ook heeft hij een soort van weerborstel bij zijn kont, die ik af en toe bij moeten knippen, omdat zijn haar blijft groeien. Frido’s haar groeit niet (of tenminste niet zichtbaar, ze ruien wel een klein beetje bij de overgang van winter naar lente).

Ze zijn dus verschillend genoeg om ze makkelijk uit elkaar te houden, nog los van de karakters, haha (Fenno is een watje, terwijl Frido stoerder is en vooral heel nieuwsgierig).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s