Geocachingverhalen uit het verleden: De vos in het bos

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 30 april 2008

Ik was met familieleden van Anke een week in Londen, maar ging een middag alleen op geocachingjacht rondom het huis, omdat ik even alleen wilde zijn.

Geocachingverhaal uit het verleden:

  1. Birds of a feather #1
  2. Birds of a feather #3 view from a log
  3. Birds of a feather #2 Chigwell Row
  • Maker: Siloans aka Daddy
  • Type: Traditionals
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 30 april 2008
  • Plaats: Londen, Engeland

Nadat de anderen per metro naar het centrum van Londen waren vertrokken, besloot ik om te gaan geocachen. Er lag een mini-serie van drie caches in de omgeving van het huis, die Bird of a feather heetten en die ik te voet kon bereiken. Ik kwam weer op vreemde plaatsen uit, zoals een brug over een spoorlijn die helemaal ingebouwd was met hekken, ik denk om zelfmoordpogingen te voorkomen. De eerste cache lag in een vreemd stukje bos dat om een huis heenliep. Om dat huis lag een stuk bos en dan kwam er een hek. En om dat hek liep dan weer een wandelpad. Maar omdat ik nogal afwijking had (waarschijnlijk door de hevige regen), heb ik twee rondjes om het hek moeten lopen (aan de andere kant van het hek achtervolgd door blaffende waakhonden) voordat ik de cache eindelijk gevonden had.

Ondertussen was ik doorweekt, natter kon ik niet meer worden, dus ging ik door voor nummer twee van de serie (die in de naam trouwens nummer 3 was). Die lag in het heuvelachtige weiland achter het “privé-bos-huis”. Hier had je ondanks de regen en de bewolking toch wel een aardig uitzicht over de weilanden, de huizen en de Engelse velden vol gele bloemetjes. Ook hier had ik weer een afwijking en moest ik een tijdje zoeken voor ik de cache had.

Nou ja, toen wilde ik de laatste van de serie ook hebben, maar daar moest ik wel een paar kilometer voor lopen. Ik kwam uit in een groot bos. Tot mijn grote verbazing stond er ineens een beest voor mijn neus. Ik dacht eerst dat het een hond was, maar toen ik beter keek, zag ik dat het een vos was. Toen ik mijn fototoestel wilde pakken, rende hij heel hard weg. Maar ik vond het wel heel gaaf om een echte vos te zien. In Nederland heb ik ook al ooit een vos gezien tijdens het geocachen, maar deze was veel dichterbij.

Ik vond de laatste Bird of a feather. Nu was ik weer in de buurt van een andere cache. Die heb ik ook nog geprobeerd, maar na een half uur zoeken heb ik het opgegeven. Zoveel bomen, zoveel struiken, een stroompje water waar ik tig keer over gesprongen ben, maar geen cache en ik kon niets met de hint. Andere caches waren te ver uit de buurt en ik was ook al weer enkele kilometers van het huis af, dus besloot ik maar te stoppen en terug te gaan lopen. Opnieuw veel van het Engelse landschap gezien. De Engelse kinderen hadden trouwens geen vakantie en het is wel grappig om van die kinderen te zien in een keurig uniform. Ik vind dat trouwens maar ouderwets, die uniformen.

Kleddernat kwam ik bij het huis uit. Omdat de anderen nog niet terug waren, had ik de badkamer mooi voor mezelf.

Wat ik hier op 30 april 2019 nog aan toe te voegen heb:

Ondanks dat het bijna de hele week geregend heeft, vonden we toch een stuk of 30 Engelse caches. Omdat niemand van ons sindsdien nog in Engeland is geweest zijn dat ook nog steeds onze enige founds in dat land.

 

Wie is de Mol (NL) versus De Mol (B)

Ik kijk bijna geen televisie, maar er is één programma waar ik al jarenlang helemaal blij van word en dat is Wie is de Mol? Het concept van het programma is echter bedacht door de Belgische productiemaatschappij Woestijnvis en werd aan meer dan vijftig landen verkocht, waaronder dus Nederland. Bij de zuiderburen heet het programma De Mol. In België was de allereerste aflevering in december 1998, Nederland volgde ongeveer een jaar later, in november 1999.

In Nederland was het programma zo’n succes dat er tot op heden elk jaar een seizoen is uitgezonden (behalve in 2004), ondertussen dus al twintig seizoenen. Ook bij ons buurland was het een groot succes, toch werd besloten om na drie seizoenen te stoppen, omdat het de gewoonte van Woestijnvis was om elk nieuw programma slechts twee seizoenen uit te zenden (dat derde seizoen was dus al een cadeautje). Na lang overleg werd uiteindelijk besloten om De Mol weer terug te halen en vanaf 2016 tot nu is er elk jaar een nieuw seizoen geweest, wat de stand op acht seizoenen brengt.

Pas in 2019 heb ik voor het eerst De Mol gevolgd en 2020 was dus mijn tweede seizoen. Tijd voor een vergelijking. Wat zijn de verschillen? Welk programma is het leukste om naar te kijken?

De kandidaten

De eerste vier seizoenen in Nederland waren met onbekende mensen. Vanaf 2005 werd er echter overgegaan op bekende Nederlanders. De Belgen hebben alle seizoenen tot nu gespeeld met onbekende Vlamingen. Persoonlijk vind ik dat eigenlijk leuker. Bij de BN’ers heb je toch vaak al een bepaald beeld en zij hebben vaak al veel privileges van hun roem. Onbekende kandidaten zijn in mijn ogen leuker en ook veel fanatieker. Misschien omdat het hun veel meer om het spel gaat. De BN’ers zijn (meestal) al zo vaak met hun hoofd op de tv. Waarom wordt die kans dan niet aan onbekende Nederlanders gegeven?

Punt voor België dus.

Het geld

De bekende Nederlanders lijken zich helemaal niet druk te maken om het geld. Vermoedelijk doet er in ons land ook niemand mee om het geld, maar vooral om de naamsbekendheid. Volgens mij doen ze (vooral de laatste jaren) vooral een wedstrijd om de pot “historisch laag” te houden. Het geld is voor de gemiddelde, goedbetaalde BN’er waarschijnlijk ook geen motivatie om hun best te doen, omdat ze toch al een dik salaris hebben. Wat wel opvallend is: in Nederland is er altijd een penningmeester en wordt het gewonnen geld (wel in nepgeld) na een goed vervulde opdracht daadwerkelijk uitgekeerd. Soms bevat dit nepgeld ook een hint naar de Mol. In België heb ik nog nooit daadwerkelijk (nep)geld in beeld gezien (ok, ik schreef dit voor de laatste aflevering, toen er ineens heel erg veel geld door het beeld fladderde).

In België gaat het gesprek tussen de kandidaten juist veel vaker over het geld. Er vallen vaak grotere bedragen te winnen dan in het Nederlandse spel. Je merkt dat de onbekende kandidaten echt veel harder gaan voor het geld. Geen wonder ook, in 2019 won de winnaar (Axel) 34.050 euro, wat voor hem waarschijnlijk een ruim jaarsalaris was. Ik weet niet wat er nog af gaat aan belasting en kansspelberekening, maar het lijkt mij zeker wel een tof bedrag om te winnen en iets leuks van te doen (of in mijn geval investeren in een koophuis).

Ik geef hier een half punt aan België, omdat het te winnen geld hier veel belangrijker is en de kandidaten daardoor fanatieker zijn. Maar Nederland krijgt ook een half punt, omdat ik het concept van het nepgeld met eventuele hints naar de Mol dan wel weer heel tof vind. Verder krijgt de penningmeester ook vaak bepaalde taken toegewezen tijdens opdrachten, dus deze rol kan privileges opleveren voor een kandidaat. Dat vind ik ook leuk.

De duur van het seizoen

Bij Wie is de Mol telt een seizoen altijd tien afleveringen die gemiddeld een uur duren. Uitgezonden door de publieke omroep (AVROTROS) De eerste negen afleveringen spelen zich af in het buitenland, de tiende is de finale, die de laatste jaren live wordt uitgezonden vanuit het Vondelpark in Amsterdam. De Mol wordt pas tijdens die finale onthuld. Alle Molloten haten dat zinnetje aan het einde van aflevering 9 vreselijk: “Dat zien jullie volgende week…”

De Mol telt maar negen afleveringen, maar ze duren vaak wel iets langer dan een uur (maar dat kan zijn omdat er in de reguliere uitzending reclame tussen zit, omdat ik online kijk, krijg ik geen reclame). Uitgezonden door VIER, wat dus een commerciële zender is. Ook hier acht afleveringen in het buitenland en de negende aflevering is een terugblik op de molacties. In tegenstelling tot Nederland wordt de Mol hier wel al aan het einde van de achtste aflevering aan de kijkers onthuld.

Persoonlijk ben ik niet echt fan van de live-finale. Misschien leuk als je in Amsterdam woont en in het Vondelpark kan gaan staan schreeuwen, maar ik kijk liever rustig thuis op de bank. Daarnaast is er door al die zendtijd die op gaat aan de theorieën van krijsende fans, veel te weinig tijd om de molacties te belichten. (Ondanks dat de aanleiding corona niet leuk was, vond ik de finale zonder publiek in 2020 echt heerlijk; eindelijk gewoon tijd voor de Mol, de molacties, de winnaar en de andere kandidaten). In België is de reünie zonder publiek en dat is dus prettig: ook daar veel aandacht om terug te blikken en voor de molacties.

Weer een punt voor De Mol dus, omdat ze met minder afleveringen wel beter to the point weten te komen. En een extra plus voor het ter plekke onthullen van de Mol. Dat was voor mij echt een verrassing, vorig jaar toen ik voor het eerst keek, dat je gewoon te zien krijgt wie de Mol is.

De opdrachten

Zowel Wie is de Mol als De Mol hebben ongeveer dezelfde indeling. In de meeste afleveringen worden drie opdrachten gespeeld, waarna er een test volgt met executie. Beide landen gebruiken daarvoor de rode en de groene schermen. In België is er soms wel een langere opdracht en dan zijn er maar twee opdrachten tijdens een aflevering. Wat ik ook opvallend vond is dat de kandidaten bij De Mol vaak in groepjes worden opgesplitst die dan totaal iets anders moeten gaan doen. Dat was in het seizoen van 2019 wel nog erger dan in het seizoen van 2020. In Vietnam (2019) leek er soms totaal geen samenhang te zijn tussen de opdrachten van de verschillende groepjes. In Griekenland (2020) was dat al wel beter. Ik vroeg me bij dat seizoen in Vietnam soms af hoe kandidaten molacties moesten zien als ze elkaar een hele dag amper niet zagen.

De laatste jaren lijken de opdrachten van Wie is de Mol steeds onbegrijpelijker te worden. Zowel voor de kandidaten – die dus maar wat doen – als voor de kijker. Vooral het laatste seizoen (China, 2020) was een ramp, volgens mij hebben de kandidaten dus maar één opdracht volledig goed opgelost (die met dat theeservies). Met zulke onbegrijpelijke opdrachten hoeft de Mol niet veel meer te doen.

In de Mol wordt er meer uitleg gegeven; soms zelfs met een uitleg boven in beeld, maar ik vind de opdrachten sowieso duidelijker voor de kijker. De kandidaten weten dan ook vrij regelmatig het volledige bedrag te winnen bij een opdracht. Als kijker vind ik het leuk als de kandidaten een keer succes hebben, het is ook leuker voor het groepsgevoel, lijkt mij. En de Mol moet dus ook veel harder werken om opdrachten te verknallen.

Tja, ik vind het lastig om het punt hier uit te delen. Op basis van puur de seizoenen van dit jaar zou De Mol winnen, maar ik vond de opdrachten van 2019 in de Mol juist veel minder (enkele uitzonderingen) en in Wie is de Mol heb ik door de jaren heen ook wel heel veel echt leuke en geslaagde opdrachten gezien. Ik vind het zeker ook leuker dat de Nederlandse opdrachten vaak wel met de hele groep worden uitgevoerd.

Dus het punt gaat naar Nederland, maar dan moeten ze beloven om in het volgende seizoen wel weer opdrachten te gaan doen die te doen zijn voor de kandidaten en ook duidelijk zijn voor de kijkers.

De test en de hulpmiddelen

De test is dus in beiden landen hetzelfde. Aan het einde van de aflevering, groene schermen voor de kandidaten die door zijn, een rood scherm voor de afvaller. In beide landen zit er soms nog een twist aan de test. Wat ik wel opvallend vind is dat in Nederland vaak op de vragen wordt gefilmd en dat je meestal ook van enkele kandidaten ziet wie ze als Mol invullen. In België krijg je nooit een blik op de testvragen en wordt er nooit verteld wie wie verdenkt als Mol.

Dan de hulpmiddelen. Beide landen hebben vrijstellingen, die je in kan zetten om door te gaan naar de volgende aflevering. Nederland kent dan nog de variant groene vrijstelling (als de kandidaat die inzet is hij/zij door naar de volgende aflevering) en de zwarte vrijstelling, die bij inzet alle overige hulpmiddelen ongeldig maakt.

Nederland kent de joker, die je in kan zetten om een foute antwoord goed te rekenen. In België noemen ze dit pasvragen en die hebben hetzelfde effect. Persoonlijk vind ik joker wel een leukere naam.

In beide landen kunnen hulpmiddelen verdiend worden tijdens opdrachten. In Nederland is het voor de kandidaten vaak een geheim wie welk hulpmiddel in het bezit heeft. In België worden de hulpmiddelen vaak open en bloot uitgedeeld, waar de hele groep bij staat.

Overigens heb ik bij De Mol nog nooit gezien dat er een groepsvrijstelling werd verdiend, terwijl dit bij Wie is de Mol minimaal 1x per seizoen voorkomt.

Ik geef het punt aan Nederland, omdat ik de variatie in hulpmiddelen hier leuker vind (je weet nooit of je je groene vrijstelling verliest door inzet van een zwarte vrijstelling) en het mysterie wat er om heen hangt de spanning vaak flink opvoert.

De seizoensopening

Nederland had dit seizoen (China, 2020) een opening die er visueel mooi uitzag op beeld, vanwege de inzet van honderden Chinese figuranten die stonden te zingen en te trommelen. Maar de opdracht op zich was verder niet heel spannend, omdat je uit de gemaakte keuzes eigenlijk geen info kon halen en de te winnen hulpmiddelen werden dan ook rijkelijk verdiend en de meesten verloren hun waarde direct al aan het einde van deze aflevering.

Ik vond de openingsopdracht van België  die seizoen (Griekenland, 2020) echt veel spectaculairder. Alle kandidaten stonden gehuld in monnikspijen met kap op bergtoppen, ze zaten aan elkaar vastgebonden met kettingen en moesten binnen de tijd los komen om op een andere bergtop een groepsfoto te maken, waarvoor het fototoestel klaar stond met een timer. Onderweg moesten ze ook nog even wat opdrachten oplossen. De spanning zat er meteen goed in en de opdracht lukte maar op het nippertje. Maar ze kregen geen geld, want de Mol bleek al in actie te zijn geweest: er was door iemand een vrijstelling gekocht met geld uit de pot…

Verder had dit seizoen in Griekenland ook echt een doorlopend thema, wat te maken had met de Griekse mythologie. Ik vind zo’n doorlopend thema erg leuk, volgens mij is dat in Nederland nog nooit zo geweest (een klein beetje tijdens het seizoen in Oregon). Maar vorig jaar, in Vietnam, was het ook niet zo, dus misschien was het iets typisch voor dit jaar.

Wat dit jaar betreft dus echt een dik punt voor België

De presentator

De Nederlandse presentator is Rik van de Westelaken (sinds 2019), de Belgische presentator is Gilles De Coster (sinds 2016).

In Wie is de Mol houdt de presentator veel meer afstand van de kandidaten. Hij is echt alleen maar de presentator en de spelleider en is vrij streng voor de kandidaten. Rik eet nooit samen met de kandidaten en slaapt ook niet in hetzelfde hotel.

Bij De Mol is de presentator veel meer in beeld als “vriend” van de kandidaten. Zo spreekt hij de kandidaten ook vaak aan: “Vrienden, vandaag gaan we….” Ook zie je vaak hoe Gilles samen met de kandidaten zit te eten. Of hij ook in hetzelfde hotel slaapt, weet ik niet. In ieder geval is hij wel erg familiair met de kandidaten, waardoor het bij vlagen meer op een vakantiereisje lijkt dan op een spel.

Persoonlijk vind ik dat strenge en afstandelijke beter passen bij het spel. Dit staat verder los van de presentators zelf, want volgens mij zijn dat allebei sympathieke figuren en ze presenteren het verder allebei prima.

Het punt gaat dus naar Nederland.

De luxe

De Nederlandse kandidaten overnachten vrijwel altijd in een hotel en eten is er in overvloed. Ze reizen gezellig met z’n allen samen in een bus met chauffeur.

Ook de Belgische kandidaten slapen regelmatig in een hotel, maar zij “winnen” ook wel eens een minder luxe slaapplaats. Zo moesten ze vorig jaar een nacht doorbrengen in een hutje met een “eng beest” en dit jaar moesten ze hun eigen tent en kampeerspullen via een hoge trap naar boven sjouwen. Ook was er een aflevering waarin “de volksvertegenwoordigers” in een luxe suite mochten overnachten en de rest in gewone hotelkamers moest slapen. Qua eten lijken ook de Belgen niets te kort te komen. Opvallend is dat de Belgische kandidaten zich verplaatsen in personenauto’s en dat ze zelf moeten rijden. Geen chauffeurs dus.

Ik vind het idee van dat je naast geld ook extra luxe kan winnen met een opdracht wel mooi, omdat je dan ziet dat de kandidaten fanatieker worden. Het verschil in vervoer maakt op zich niet zoveel uit; zowel in de bus als in de auto’s worden vaak interessante gesprekken gevoerd.

Het punt gaat naar België.

De montage en de Mol

Toen ik vorig jaar voor het eerst naar De Mol keek, vond ik de eerste aflevering vrij traag. Dit komt omdat Wie is de Mol wel een stukje sneller geknipt en gemonteerd lijkt te zijn. Volgens mij zitten in Wie is de Mol ook meer hints verstopt dan in De Mol. Op zich vind ik voor beide programma’s wel wat te zeggen. Omdat De Mol iets trager is, is er meer tijd voor uitleg van de opdrachten. Maar bij WIDM krijgen we daarintegen weer meer interactie tussen de kandidaten te zien buiten de opdrachten. WIDM kent ook de biecht, waarbij kandidaten in een afgesloten ruimte hun visie op de opdrachten en de andere kandidaten geven. Dat is bij De Mol wel een stuk minder. Beiden programma’s weten de spanning af en toe wel flink op te voeren.

Qua Mol zit er voor mij tot nu toe niet echt een verschil tussen de BN’er mol en de onbekende Vlaming mol. Ze doen allemaal wel echt hun best om verwarring te veroorzaken en te liegen alsof het gedrukt staat. En tja, ondanks het verschil in de programma’s zat ik dit jaar bij beide landen keihard op de verkeerde mol…

Voor allebei de landen een half punt.

Conclusie

De Mol heeft nu vijf punten, tegen Wie is de Mol vier punten. Daarmee wint De Mol nipt, maar als Nederland volgend seizoen een betere opening heeft, dan zouden zij winnen. De komende jaren blijf ik lekker beide programma’s kijken. Omdat De Mol nu steeds pas na afloop van WIDM begint, sluit dat leuk aan en kun je eerst 2,5 maand naar WIDM kijken en daarna twee maanden naar De Mol.

Nederland komt dit jaar met een extra seizoen wat al opgenomen is, maar ik vrees dat de uitzendingen daarvan doorgeschoven gaan worden naar 2021, omdat de opnames van het seizoen voor 2021, vanwege corona in gevaar zijn. Ditzelfde zal voor De Mol gelden, de kans is vrij groot dat die geen nieuw seizoen voor 2021 op kunnen nemen. Dus dan is het afwachten of er in 2022 nog een seizoen gaat komen, want gezondheid gaat natuurlijk voor entertainment. Wat er ook gebeurd, ik blijf een groot Mollenfan!

 

 

 

 

NS-wandeling Vuursche

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling liep ik in augustus 2019.

NS-wandeling Vuursche

Ik vond zowaar een NS-wandeling die ik nog nooit gedaan had: NS-wandeling Vuursche; 14 kilometer van station Baarn naar station Hollandsche Rading. Die laatste zou een nieuw station voor mijn lijstje worden.

Op station Baarn ben ik ondertussen al vaker geweest. Dit keer ging de wandeling echter de andere kant op. Al tegenover het station begon een park, volgens mij een warandepark met lange bomenlanen, een soort van doolhof met struiken aan weerszijden, een spiegelvijver en veel beelden, die o.a. wandelaars in verschillende tijdperken uitbeeldden. Het was hier behoorlijk druk, maar wat wil je op een zonnige zondag midden in de zomer. Eigenlijk was het op de hele route druk met fietsers, wandelaars en andere vervoersmiddelen.

Paleis Soestdijk

Aan de andere kant van het park kwam ik uit bij Paleis Soestdijk. Ik had het al vaak op tv gezien of op afbeeldingen, maar volgens mij nog nooit eerder in het echt. Het gebouw is niet mijn smaak, maar ik kan niet ontkennen dat het een leuk optrekje is. Hoewel je door het park rondom het paleis mocht wandelen, stonden er enorm veel mensen foto’s te maken buiten het hek. Ook veel toeristen. Ik maakte ook een foto, niet omdat ik het nou zo’n geweldige locatie vond, maar meer omdat het wel een trekpleister is op de route.

Utrechtse Heuvelrug

Mijn wandelroute ging verder door de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Ik was hier ooit al eerder geweest tijdens de cachewandeling van Den Dolder naar Baarn en ook een keer tijdens het Geocaching Multi Event (GME). Toen probeerden Anke en ik een Drakencache te vinden, maar die konden we niet vinden. Nu zit deze cache in het archief. Ik probeerde nog een andere, oude multi op te lossen, maar dat is mij uiteindelijk niet gelukt. Volgens mij ontbrak er een paddenstoel. Jammer, maar helaas. Ik verloor hier veel tijd mee.

Lage Vuursche

Ik pakte de route weer op en kwam uit in Lage Vuursche. Hier was het echt supertoeristisch, de mensen hingen letterlijk met de benen buiten. Ik maakte een omweggetje om een cache te loggen: Met stip op de kaart…Lage Vuursche. Ik weet niet of het mij gelukt is om de cache ongezien te loggen, want jeetje wat een drukte hier. Anderzijds zijn mensen vooral geïnteresseerd in zichzelf, dus wat dat betreft viel ik niet zo op. Ik keek nog even rond in een winkeltje, maar ik moet echt minderen in spullen, dus niets gekocht. Ik pakte de route weer op en ging weer het bos in. Ik maakte nog een omweg voor de cache Boswandeling. Hier was het juist heel erg rustig, was vast meer dan een kilometer van een horeca-gelegenheid af…

Waymarking

Na het loggen van de cache pakte ik de route weer op, die liep een heel eind over een fietsroute en ik kwam een aantal paddo’s tegen. Een paar daarvan bleken nog niet geclaimd te zijn, dus die zijn nu van mij, net als een paar fietsknooppuntborden. Ik werd een paar keer bijna omver gefietst door groepjes bejaarden. Voor ik het wist stond ik al op station Hollandsche Rading. De route was dan ook maar 14 kilometer, dus dat is niet zo heel lang. De trein kwam al na vijf minuten aan, dus ik hoefde niet lang te wachten en moest zelfs haasten met mijn foto van het stationsbordje en mijn OV-kaart opgraven uit mijn rugzak om in te kunnen checken.

Op zich vond ik het wel een leuke wandeling, alleen jammer dat het zo druk was. Misschien ooit in de winter nog eens doen, dan zal het wel rustiger zijn. En ik blijf het heerlijk vinden dat je op een zondag geen rekening hoeft te houden met de spitstijden.

Deze diashow vereist JavaScript.

Geocachingverhalen uit het verleden: 23 april 2017

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 23 april 2017

Ik bezocht Kasteel Doorwerth met mijn museumkaart en loste ook nog een 2-cache-datum op voor het Geocaching Datum Project.

Geocachingverhaal uit het verleden:

  1. De Slijpbeek
  • Maker: rderksen & jannette-geo
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 23 april 2017
  • Plaats: Arnhem
  1. Paaseieren op de Boersberg 1
  2. Paaseieren op de Boersberg 2
  3. Paaseieren op de Boersberg 3
  4. Paaseieren op de Boersberg 4
  5. Paaseieren op de Boersberg 5
  6. Paaseieren op de Boersberg 6
  • Maker: FransenMarjo & Efzet
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 23 april 2017
  • Plaats: Doorwerth 
  1. De Boersberg
  • Maker: Urban Vlo
  • Type: Earthcache
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 23 april 2017
  • Plaats: Doorwerth
  1. Paaseieren op de Boersberg 8
  2. Paaseieren op de Boersberg 9
  • Maker: FransenMarjo & Efzet
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 23 april 2017
  • Plaats: Doorwerth
  1. Een ridderlijk leven
  • Maker: Team FantasyWalkers
  • Type: Multi
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 23 april 2017
  • Plaats: Doorwerth
  1. De adel van Doorwerth
  • Maker: geospaap & Alice in Wonderland & Team Spaapen
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 23 april 2017
  • Plaats: Doorwerth

23 april was een 2-cache-datum. Er moest dus gecachet worden, liefst met veel founds om de datum in 1x voor altijd te saven (daarmee bedoel ik dat ik de datum naar minstens 10 founds wil “upgraden”). Ik wilde al een paar maanden naar Kasteel Doorwerth, maar daar kun je niet komen met het openbaar vervoer, dus had ik bedacht om vanuit Arnhem te fietsen en dan moest het weer wel een beetje fatsoenlijk zijn. Vandaag leek het zover te zijn, achteraf vielen er een paar regenbuien en was het eigenlijk koud genoeg voor een winterjas, terwijl ik al een maand lang fanatiek mijn zomerjas draag (maar het was dus slechts 8 graden, bewolkt en met wind…). Ik zat al om 8.46 uur in de trein en daarmee was ik iets over 10 op Arnhem Centraal. Hier waren nog plenty off OV-fietsen, dus ik kon zo wegfietsen. Ik vond al vrij snel een cache bij een kunstmatig beekje langs het fietspad: de Slijpbeek. Hiermee had ik de datum in principe al gered, maar ik had wilde plannen voor meer. Ik moest echter eerst gaan schuilen voor een regenbui, gelukkig was er een afdakje in de buurt. Ik baalde wel een beetje, want ik wilde zoveel doen, dat 10 minuten schuilen voor een regenbui niet echt in het plaatje paste. Van de andere kant was ik mijn regenbroek vergeten, dus eigen schuld, dikke bult. Toen de regenbui voorbij was, kon ik weer verder fietsen. Wat een hoogteverschillen zeg, zo tussen Arnhem en Doorwerth. En die OV-fietsen hebben geen versnellingen, dus het was een pittig tochtje. Af en toe ben ik afgestapt en lopend naar boven gegaan, omdat dat sneller ging, dan mezelf helemaal over de kop trappen. Persoonlijk vind ik dat heuvelopwaarts wandelen veel minder vermoeiend is, dan heuvelopwaarts fietsen. Afdalen is dan weer wel leuker met de fiets, net of je vliegt.

Op de Boersberg, vlakbij het kasteel, was een paaseieren-trail weggegelegd. Online gekomen op mijn verjaardag. En ik ben natuurlijk ooit op tweede paasdag geboren, daarom werd ik aangetrokken door deze trail (grapje). Ook de Boersberg kent de nodige hoogteverschillen. Het is er wel erg mooi. En gelukkig ben ik voor de bomen hier een stuk minder allergisch, dan voor de bomen in Berkel-Enschot (stuifmeel, hooikoorts). Ik vond het ene na het andere paasei, maar het lukte me niet om een chocoladepaasei te maken van de bonus. Ook nummertje 7 bleef een mysterie, maar niet alleen voor mij. Er waren meerdere geocachers op pad en niemand heeft hem gevonden. Ik maakte ook nog een uitstapje naar de uitkijktoren op de Boersberg. Omdat ik dol ben op uitkijktorens – en hier had je ook echt een goed uitzicht, ondanks de bewolking. Maar er lag ook een earthcache, dus dat is goed voor mijn Day Zero Project.

Alles bij elkaar kostte het wandelen meer tijd dan ingepland, dus pas rond 14 uur fietste ik de parkeerplaats van het kasteel op. De multi die hier lag, had ik voor het grootste gedeelte online opgelost. Ja, slecht, maar wel heerlijk tijdsbesparend. Ik hoefde nog maar drie vragen ter plekke op te lossen, voor het cijferslot. Dat ging voorspoedig. De cache was heel origineel verstopt. Omdat de cache nog gewoon online is, zal ik niet verraden hoe, maar het is erg leuk gedaan. Deze cache is van dezelfde makers als de caches bij kasteel Hernen en kasteel Ammersoyen. Je begrijpt dat ik nu weer een nieuw doel heb: alle caches van hun hand doen. Zeven in totaal, drie gevonden. Ik voel al een nieuw doel voor een Day Zero Project opkomen, terwijl deze pas krap vier maanden onderweg is.

Alle kastelen van het Geldersch Landschap zijn tegenwoordig te bezichtigen met de museumjaarkaart.  Van buiten vind ik Kasteel Doorwerth best mooi, van binnen was ik er vrij snel doorheen, in vergelijking tot het Muiderslot of Kasteel Hoensbroek. Maar hey, het was gratis en toch wel de moeite waard. Ik vind kastelen gewoon interessant. Dit kasteel is echter vrij modern, op deze plaats staat al wel eeuwenlang een kasteel, maar in de oorlog is het ernstig beschadigd en daarna gerestaureerd in zeventiende-eeuwse stijl. Dat zag je ook wel: het was veel moderner dan de andere kastelen die ik bezocht heb.

Na het kasteelbezoek nog een rondje om het kasteel gewandeld en mooie kasteel- en wolkenfoto’s gemaakt. Hierna nog de cache de adel van Doorwerth gedaan. Ik wilde ook nog de Duivelskolk doen, maar hier was een geocachegezinnetje bezig en ik had geen zin om samen met hun te zoeken en ze schoten niet op. Omdat de NS-wandeling de Hemelse Berg hier ook nog langs gaat, sloeg ik hem nu dus over. Met twaalf caches had ik een zeer aardige score en de datum goed gesaved. En met mijn bezoek aan Kasteel Doorwerth heb ik weer een doel van mijn Day Zero Project-lijst vervuld: het bezoeken van drie kastelen.

Wat ik hier op 23 april 2020 nog aan toe te voegen heb:

Het is altijd fijn als data met weinig caches op een zondag vallen. Als het weer dan meewerkt is het altijd goed te doen om ze op te lossen. En zo’n dag als deze vind ik geweldig: het combineren van verschillende hobbies.

Deze diashow vereist JavaScript.

Geocachingverhalen uit het verleden: 16 april 2006

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 16 april 2006:

Het was Pasen en Anke, ik en nog twee vrienden (omwille van hun privacy noem ik ze niet bij naam) deden een lange wandelcache over de Kampina. Het is maar een kort verslag, want ik was in die tijd nog niet zo gedetailleerd als tegenwoordig.

Geocachingverhaal uit het verleden:

  1. Holiday Kampina Wandelcache
  • Maker: Holiday
  • Type: Multi
  • Gevonden op: 16 april 2006
  • Heideroosjes: Anke en Maartje en twee gastzoekers
  • Plaats: Boxtel

Deze stond al heel lang op de wachtlijst en eerste paasdag was de ideale dag om hem te gaan zoeken. Het was een behoorlijk lange route dwars over de verschillende delen van de Kampina met heel veel waypoints. Gelukkig lette onze gastzoeker goed op, want ik miste de helft van de aanwijzingen, omdat ik zo druk bezig was met de gps.

Ik baalde dat ik het fototoestel was vergeten, want je kon mooie foto’s maken, vooral toen de wilde koeien recht voor onze neus op het pad stonden. Ook leuk was toen we het verkeerde pad hadden genomen en over een vrij brede sloot moesten survivallen, met behulp van een stevige tak.

Daarnaast blijkt de Beerze een wildwaterrivier te zijn. Nou ja, niet echt super wild natuurlijk, maar er zaten een paar vervalletjes in. Je mag er helaas niet op kanoën.

Ik vond het eigenlijk wel een wonder dat we uiteindelijk de cache vonden, omdat we onderweg zoveel hadden moeten rekenen en we niet over alle gevonden getallen zeker waren. Maar blijkbaar was alles goed. De cache was mooi goud geschilderd en vanwege Pasen hebben we er een paashaas in achter gelaten.

Wat ik hier op 16 april 2020 nog aan toe te voegen heb:

Ondanks het korte verslagje staan er dingen in die ik nu nog hetzelfde zijn. Ik vind de Kampina nog steeds een mooi gebied. Ik maak nog steeds graag foto’s van koeien. Ik vergeet nog steeds wel eens mijn fototoestel (hoewel ik nu ook een telefoon heb). En ik ben nog steeds de persoon die altijd met de gps rondloopt.

 

 

Ode aan de bibliotheek

Leren lezen

Het allermooiste van groep 3 is dat je leert lezen. En lezen was iets dat ik heel goed bleek te kunnen, want ik zat veel eerder dan het gemiddelde kind op het hoogste AVI-niveau. Nou heeft dat te maken met je vaardigheid van technisch lezen en ik vind het eigenlijk veel belangrijker dat iemand plezier heeft in het lezen. Dat laatste zit bij mij wel goed: ik heb altijd heel veel gelezen en heb waarschijnlijk een ernstige vorm van bibliobibuli. Als kind las ik zo’n beetje de halve jeugdbibliotheek uit en ik vind het nog steeds jammer dat ik toen niet bij hield welke boeken ik allemaal gelezen heb, want ik las toen echt heel erg veel en van alles en nog wat.

bibliobibuli1

Literatuur maakt lezen minder leuk

Als tiener trok mijn belangstelling wat meer richting de fantasy-boeken en de historische romans. Literatuur vond ik dan weer helemaal niets aan. Ik vond die verplichte leeslijst voor school maar saai en oubollig. En ik begreep het toen niet en nu nog steeds niet: waarom zou je geen boekverslag kunnen maken van een fantasy-boek? Daarnaast zijn er de afgelopen jaren ontzettend veel goede Young Adult-boeken op de markt gekomen, met goede onderwerpen. Toen ik op de middelbare school zat, bestond dit genre nog niet officieel, maar wat je wel had waren Harry Potter, de tienerboeken van Carry Slee en historische (jeugd)romans van Thea Beckman en Simone van der Vlugt. Maar die mocht je geen van allen lezen voor je lijst. Harry Potter niet omdat het niet oorspronkelijk Nederlands is (veel Young Adult is vertaald, omdat er heel weinig Nederlandse YA-schrijvers zijn) en de rest niet omdat ze niet onder literatuur vallen.

De oude bibliotheek

Ergens rond mijn twintigste heb ik mijn bibliotheekabonnement opgezegd, omdat ik een langlopende ruzie had over een boek wat ik niet ingeleverd zou hebben. Nou maakte dat boek onderdeel uit van een serie (ik weet zelfs nog precies dat het om de boeken van de “Morgen toen de oorlog begon”-serie van John Marsden ging) en ik had heel die serie tegelijkertijd geleend, gelezen en ook weer ingeleverd, dus vermoedelijk was er iets fout gegaan in het systeem. Ik kon de hele serie boeken zo aanwijzen in de kast, maar de bibliotheekmedewerkers bleven beweren dat ik een deel niet had ingeleverd en dat ik een boete moest betalen. Na een tijdje was ik hele gedoe zo beu dat ik mijn abonnement heb opgezegd en vele jaren lang geen voet meer in de bibliotheek heb gezet.

In die tijd was de bibliotheek in mijn woonplaats Oisterwijk nog een zelfstandige instelling. Ik weet nog dat ik toen ik op de middelbare school zat, ook nog een apart pasje van de bibliotheek in Tilburg had, want die was veel groter en had dus ook meer boeken.

biebmwb

Bibliotheek Midden-Brabant

Gelukkig is de bibliotheek ook met de tijd meegegaan en ondertussen zijn alle vestigingen van de bibliotheken hier in de omgeving al jarenlang gefuseerd tot de Bibliotheek Midden-Brabant. En dat brengt de nodige voordelen met zich mee: met één pasje mag je boeken lenen in alle vestigingen en je kunt ze ook inleveren bij een andere vestiging dan waar je ze geleend hebt. En je hebt natuurlijk de beschikking over een enorm grote collectie boeken, veel meer boeken dan de kleine bibliotheek Oisterwijk destijds had.

Studeren

In september 2015 begon ik als deeltijdstudent alsnog aan een hbo-opleiding. En ik besloot dat dat het moment was om weer lid te worden van de bibliotheek. Ik begon met een klein abonnement (45 euro per jaar), dat werkte als een soort van strippenkaart en je mocht dan 50 boeken per jaar lenen. Ik dacht dat ik daar wel genoeg aan zou hebben, maar dat bleek niet zo te zijn: een verlenging telde als een extra strip en omdat ik ook studieboeken en informatieve boeken leende, liep mijn teller snel op en had ik steeds maar net genoeg strippen. In de zomer van 2019 werd het zo erg dat mijn strippen echt op waren en ik nog bijna drie maanden over had voor ik nieuwe kreeg. Dus besloot ik om mijn kleine abonnement om te zetten in een standaardabonnement.

Voordelen van het standaardabonnement

Een standaardabonnement is met 62 euro per jaar maar 17 euro duurder dan een klein abonnement, maar het heeft zo veel meer voordelen:

  • Je mag onbeperkt boeken (en andere media) lenen, zolang je maar niet meer dan 25 exemplaren tegelijkertijd in je bezit hebt (en 25 is veel)
  • Je mag de boeken maar liefst zes weken lenen, tegen maar drie weken bij het kleine abonnement (uitgezonderd bestsellers, maar dat wordt heel duidelijk aangegeven)
  • Verlengen is gratis
  • Je kunt ook e-books lenen (ik heb echter geen e-reader, dus dat doe ik nooit)
  • Je kunt ook nog gastlener worden bij een andere bibliotheek, ik ben dat bijvoorbeeld van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (ik zit op de Hogeschool van Amsterdam), dit kost geen extra geld, ik betaalde alleen 2 euro voor het pasje

En het beste van alles: Je kunt boeken reserveren en dan brengen ze die ook nog naar een afhaalbibliotheek naar keuze!

Ik maak dus heel veel gebruik van dat reserveren, ik denk dat ik gemiddeld 1 of 2 boeken per week reserveer. Als het boek beschikbaar is, is er het meestal binnen enkele werkdagen. Als het een populair boek is, kan het wel even duren, maar uiteindelijk komt het altijd wel.

Voordelen van de bibliotheek

Als je een boek niet leuk vind, breng je het ongelezen terug naar de bibliotheek en hoef je geen spijt te hebben van het aankoopbedrag.

Ik lees de meeste boeken maar 1x. Een enkele keer 2x. Er zijn maar heel weinig boeken die ik vaker dan 2x heb gelezen. In die zin is het eigenlijk helemaal niet efficiënt om boeken te kopen: ze zijn enorm duur, zeker als je omrekent dat je ze dus maar 1 tot 2 keer zal lezen. En sinds de btw-verhoging zijn boeken al helemaal niet meer te betalen. Voor het geld van mijn standaardabonnement kan ik nu wel 100 boeken per jaar lezen, maar als ik nieuwe boeken zou kopen voor dit bedrag, zou ik er maar 3 of 4 per jaar kunnen kopen.

Omdat gelezen boeken weer lekker terug gaan naar de bibliotheek, stapelen de boeken zich niet op in je huis. Het ruimt dus heerlijk op. Ook worden bibliotheekboeken door veel mensen gelezen, dus het is ook duurzamer dan zelf boeken kopen.

Mooie boekenkast

Vroeger was het goed voor je uitstraling om een goed gevulde boekenkast in je huis te hebben staan. Ik heb dus ook lange tijd boeken verzameld (vooral fantasy) en had op een bepaald moment vijf Billy-boekenkasten (je weet wel, die boekenkast van IKEA) vol. Maar boeken werden steeds duurder en duurder en ik kwam een jaar of vijf geleden tot het besef dat ik vrijwel al die boeken dus maar 1 of hoogstens 2x ging lezen. Dat boeken kopen dus eigenlijk geldverspilling was. Sinds die tijd koop ik bijna geen boeken meer, ik zit nu aan maximaal vijf boeken per jaar. Alleen nog boeken van mijn favoriete schrijvers, waarvan ik zeker weet dat ik ze vaker zal lezen. Sinds die tijd heb ik ook heel veel boeken verkocht; ik heb nu nog maar 3,5 boekenkast van die vijf boekenkasten over. De rest is verkocht of weggedaan en ik heb nog geen enkele van die verkochte boeken gemist. Het idee is om ongeveer drie boekenkasten over te houden, met de boeken die ik echt goed of mooi (ik heb ook een aantal boeken met afbeeldingen van kunstenaars en een paar prentenboeken) vind en waarvan ik denk dat ik ze ooit nog een keer zal gaan lezen. Want een huis zonder boeken past ook weer niet bij mij.

Minibieb

Mijn ouders hebben een minibieb aan hun huis, samen met de buren. Mijn vader heeft het boekenhuisje zelf gemaakt en mijn moeder en de buurvrouw beheren het. Ik dacht eerst dat er vooral troep in zou komen, maar dat valt best mee; ik heb er al een paar keer een leuk boek uitgehaald. Na lezing zet ik ze altijd weer terug in de minibibliotheek. Bij mijn toekomstige Droomhuis wil ik ook een boekenhopper.

Social Distancing

Helaas is de bibliotheek nu gesloten vanwege Social Distancing. Ik schreef dit stukje al een tijdje terug en ik merk nu dat ik de bibliotheek misschien wel het meeste mis van alles wat afgelast en gesloten is. Ik kwam gemiddeld 1x per week bij de bibliotheek hier in Oisterwijk om boeken om te ruilen of gereserveerde boeken op te halen. Gelukkig had ik net een paar boeken opgehaald toen de bibliotheek dicht ging, maar die heb ik nu uit en ik vrees dat het nog lang gaat duren voor de bibliotheek zijn deuren weer opent. Gezondheid gaat natuurlijk voor en ik begrijp wel waarom de grote vestigingen dicht zijn. Maar hier in Oisterwijk gaat het om een kleine bibliotheek waar niet zoveel mensen komen en waar je makkelijk 1,5 meter afstand kan houden. Dus ik hoop stiekem dat de kleinere vestigingen snel weer open gaan, zodat we lekker kunnen blijven lezen in deze “quarantaine-tijd”.

Aanvulling: Ondertussen is de Bibliotheek Midden-Brabant de “Afhaalbibliotheek” gestart. Je kunt dan een tas reserveren met daarin vijf “verrassingsboeken”, die samengesteld is aan de hand van een door jou gekozen thema. Ik heb mijn eerste tas al opgehaald, daarin zaten nog twee door mij gereserveerde boeken die al klaar stonden en drie verrassingsboeken, waarvan er twee mij echt wel leuk lijken. Goed initiatief dus van de bibliotheek!

Sociale evenementen in de bibliotheek

Ook was ik een paar dagen voor de lockdown nog naar een informatie-avond in de LocHal geweest over kweekvlees (tijdens de Week Zonder Vlees). Dat was interessant met sprekers, standpunten, discussie en een leuk gezelschap van vegetariërs, veganisten, flexitariërs en vleeseters. Er zou nog een vervolg komen op deze avond, maar dat ging dus niet meer door. Ik denk dat heel veel mensen ook de sociale evenementen in de bibliotheek zullen missen.

NS-wandeling Warnsborn

Nadat ik de 20 NS-wandelingen voor mijn Day Zero Project volbracht had, ging ik vrolijk door met NS-wandelen. Ik loop alleen enorm achter met de verslagen. Deze wandeling liep ik in de zomer van 2019.

NS-wandeling Warnsborn

18 kilometer van station Wolfheze, naar station Arnhem. Het was een doordeweekse dag en omdat ik graag voor 16 uur weer in de trein wilde zitten, vanwege mijn Dal Vrij abonnement, besloot ik al om 6 uur op te staan, zodat ik de trein van 6.45 uur kon pakken, dan kon ik net inchecken voor de spits (dat kan dus tot 6.35 uur en dan kun je nog steeds Dal Vrij reizen, ondanks dat je reis helemaal in de spits plaats vind.) Eigenlijk heb ik een hekel aan zou vroeg op staan, maar in de zomer als het al licht is en als het voor iets leuks is, dan lukt het wel.

Dwars door Gelderland

Het zou vandaag met 28 graden best wel warm worden en ’s morgens vroeg was het al zo warm dat ik geen jas mee hoefde te nemen. Helaas waren er problemen met de trein, waardoor ik alsnog een half uur later dan gepland aan de start van de wandeling stond, in Wolfheze. Ik was al eens eerder op station Wolfheze geweest – dus geen nieuw station voor mijn lijstje – om van daaruit te wandelen en later bleek dat deze NS-wandeling vrijwel helemaal gelijk liep met enkele etappes van Dwars door Gelderland, die ik in de zomer van 2016 heb gelopen. Ik had dan ook heel veel herkenningsmomenten op de route. Vanaf het station ga je vrijwel meteen de bossen in en je loopt dan meteen door een aantal mooie bomenlanen.

Ecoduct Wolfhezerheide

Het eerste stuk loopt over de Wolfhezerheide, dit is wel een mooi gebied om te wandelen.  Afwisselend met bossen, heide en smalle waterstroompjes. Je steekt de snelweg over via het ecoduct Wolfhezerheide, dit is een van de weinige ecoducten in Nederland waar je als wandelaar ook overheen mag; de meesten zijn alleen als oversteekplaats voor dieren bedoeld. Het ecoduct verbindt beide delen van de Wolfhezerheide, waardoor de populaties van dieren aan weerszijden elkaar kunnen ontmoeten. O.a. de ringslang en de zandhagedis maken hier gebruik van.

Wodanseiken

Vervolgens passeer je op de heide de Middeleeuwse landweren. Dit zijn twee evenwijdig lopende, aarden wallen, bedoeld als grensmarkering of omheining. De wallen waren vroeger hoger en begroeid met doornige struiken, zodat het de enige doorgang was voor wagens. Op deze plek werd dan waarschijnlijk tol geëist. Je zou hier ook nog oude karrensporen moeten kunnen zien. Deze weg werd ook wel de Schelmseweg genoemd, omdat boeven (schelmen) via deze weg naar het gerecht in Arnhem werden gebracht.

Op een bepaald moment ga je het bos weer in en kom je langs de Wodanseiken, een paar bomen die al 450 tot 500 jaar oud zouden zijn. Ze kregen hun naam van een aantal romantische landschapsschilders van de Oosterbeekse School, die de bomen schilderden rond 1850. Wodan is ook een Germaanse god en de naam woensdag is van zijn naam afgeleid. Bijzonder, zulke oude bomen, maar eigenlijk waren de imposante bomen eromheen mooier om te zien. Want die Wodanseiken zijn dus niet zo heel groot.

De Duizendjarige Den

Iets verderop vind je nog een markante boom op de route, ook al staat deze niet meer overeind. Het zijn de resten van de Duizendjarige Den. Deze den is niet echt 1000 jaar uit, maar onderzoek heeft uitgewezen dat hij wel zo’n 400 jaar oud is geworden, wat ook een respectabele leeftijd is, die wij mensen nooit zullen bereiken. En ook voor een dennenboom is het een behoorlijke leeftijd. De den is waarschijnlijk rond 1600 gekiemd, midden in de Tachtigjarige Oorlog. In 2006 is hij omgewaaid en nu blijft de stam liggen als voedselbron voor planten en insecten. Het duurt enkele tientallen jaren voor de boom helemaal verteerd zal zijn.

Airborne Oorlogbegraafplaats Oosterbeek

Er waren geen caches meer op de route (die heb ik in 2016 allemaal al gevonden), dus ik kon flink doorlopen. Voor mijn doen dan, want ik ben geen snelwandelaar. Ik had de gpx-track natuurlijk ingeladen, maar de route was ook vrij goed gemarkeerd met pijltjes, dus ik kon bijna niet verkeerd lopen. Voor ik het wist stond ik al bij station Oosterbeek, ongeveer op de helft van de route. Je moet dan door een heel lange straat door het dorp lopen, wat een beetje een saai stukje is. Daarna ga je weer de bossen in en kom je langs de Airborne oorlogbegraafplaats in Oosterbeek. Hier liggen zo’n 1750 geallieerde militairen begraven, die sneuvelden bij de Slag om Arnhem. Ik heb ondertussen al verschillende oorlogsbegraafplaatsen gezien, maar het blijft moeilijk te bevatten hoeveel levens de Tweede Wereldoorlog heeft geëist.

Ondertussen was het een stuk warmer geworden en hoe heter, hoe minder fijn ik loop. Ook nu begon ik last te krijgen van de hitte. Mijn water was op en mijn eten was ook op en er waren geen punten om water bij te krijgen onderweg.

Park Sonsbeek

Uiteindelijk kwam ik via de bomenlanen van Landgoed Lichtenbeek en Landgoed Warnsborn weer uit in de parken bij Zypendaal en Sonsbeek. Hier lagen nog twee caches die ik mee zou kunnen pakken, als ik af zou wijken van de route. Omdat ik de “onderroute” vorige week al drie keer had gelopen (toen bezocht ik in dit park Huize Zypendaal en het Watermuseum en deed ik een multi-cache over het Mannetje van de Zyp), besloot ik nu de “bovenroute” te nemen voor de caches. Infiltratie werd na even zoeken gevonden. Ik had een beetje afwijking op ground zero en er waren veel hint-objecten aanwezig. Maar als beloning wel een grote munitiekist.

Daarna was het nog 2 kilometer naar de ABC-cache van Sonsbeek. Het was een “zware” wandeling met flinke hoogteverschillen en ik kwam nog langs de oude brandtoren in het park en toen ik eindelijk op ground zero was…kon ik de cache niet vinden. Jammer de bammer. Het was best wel druk daar en er waren overal netelige planten en ik had een korte broek aan.

Daarnaast begon de tijd te dringen voor de trein. Ik had eerst nog wilde plannen om ook nog de Eusebiuskerk te gaan beklimmen, omdat ik nieuwsgierig ben naar de glazen balkons en er ook een virtuele cache te doen is, maar uiteindelijk zat ik pas om 15.23 uur in de trein, dus dat was nooit meer gelukt. Moet ik nog eens terug naar Arnhem; wat vervelend nou toch.

Deze diashow vereist JavaScript.

Geocachingverhalen uit het verleden: 9 april 2015

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 9 april 2015:

Ik volgde een basiscursus Latijn in Oss (dichterbij kon niet). Dat was in de namiddag en ik had mij voorgenomen om een keer per OV-fiets te gaan geocachen in die omgeving, na de les. Dat was dus vandaag.

Geocachingverhaal uit het verleden:

  1. Fietsen in Oss 2
  • Maker: Jonahhf
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 9 april 2015
  • Plaats: Oss
  1. Hertogswetering 1
  2. Hertogswetering 2
  3. Hertogswetering 3
  4. Hertogswetering 5
  5. TB Hotelletje Opgeheven
  6. Hertogswetering 6
  • Maker: Casa la Fonda
  • Type: Traditionals
  • Heideroosjes: Maartje
  • Gevonden op: 9 april 2015
  • Plaats: Oss

De klok was eindelijk verzet en daardoor is het ’s avonds langer licht. Ik had me voorgenomen om dan na de les Latijn de serie Hertogswetering te gaan doen per OV-fiets. Helemaal zou waarschijnlijk niet gaan lukken, wat de serie loopt niet in een rondje, maar in een lijn van 17 kilometer, helemaal tot Rosmalen en dan zou ik diezelfde afstand dus ook nog helemaal terug moeten fietsen. Dat zou op een avond toch een stuk lastiger worden. Dus had ik mijn focus gelegd op de eerste 6 caches van die serie.

Omdat ik vast zit aan treintijden was ik altijd al ruim op tijd in Oss. Dus had ik voor de les al een OV-fiets gehuurd. Voor de les heb ik al Fietsen in Oss 2 gelogd, omdat die ongeveer tussen het station en de open universiteit van Oss (daar vonden de lessen plaats) in lag.

Na de les naar Hertogswetering 1 gefietst. Het was veel mooier weer dan verwacht, dus mijn winterjas zat in de weg. Hij ging onder mijn snelbinders. Het idee van de Hertogswetering, dat je het gelijknamige water volgt, is leuk bedacht, maar helaas moet je daarvoor over landwegen fietsen waar superhard gereden wordt en ik had voortdurend het idee dat ik aangereden zou worden. Gelukkig is dat niet gebeurd. De caches waren niet allemaal heel makkelijk verstopt, dus naar sommige moest ik even zoeken. De nummer 4, die op een stuw moest zitten, heb ik niet kunnen vinden, ondanks het languit liggen op de stuwwand met een spiegeltje. In de hondenstront, daar heb ik echt een vloek op, de laatste tijd.

Ik vond wel nummer 1, 2, 3, 5 en 6. Een een verlaten TB-hotel van dezelfde co, dat ook aan zo’n landweg lag in een holle boom. Omdat het qua tijd nog wel kon, heb ik een poging gedaan om nummer 7 te bereiken, dwars door een weiland heen, waarvan ik het dubieus vond of het privaat was of niet. Halverwege het weiland hield het asfalt op, was er een blokkade opgeworpen van prikkeldraad en puin en was er volgens mij ook nog een sloot. Dus dat zou kilometers omfietsen betekenen en daar had ik geen zin meer in.

Daarom ben ik terug naar Oss gefietst om Fietsen in Oss 3 te proberen, maar die was geript, dus een not-found. Ondertussen had ik honger en dorst gekregen, dus fietste ik richting het centrum in de hoop dat daar nog iets open was. Het bleek koopavond te zijn in Oss, dus met dat eten kwam het helemaal goed.

Wat ik hier op 9 april 2020 nog aan toe te voegen heb:

Ha, dit is wel heel erg mij. Altijd en overal proberen een cache mee te pakken.

Geocachingverhalen uit het verleden: 2 april 2012

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 2 april 2012:

Anke en ik waren op vakantie in Denemarken en ook daar moest caches gevonden worden.

Geocachingverhaal uit het verleden:

  1. Risbyvejen
  • Maker: Hansok.dk aka HOK
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Tænkebænk 28 Frederiksminde
  • Maker: Ejlif
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Daginstitutionen Nøddebo
  • Maker: Klaphat
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Næbskoven – Præstø/Sjællandsleden
  • Maker: Sjaellandsleden.dk
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Roneklint
  • Maker: Hansok.dk aka HOK
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken 
  1. Herregården Nysø
  • Maker: Sandlopperne
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Even Bro
  • Maker: Hansok.dk aka HOK
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Mogenstrup Ǻs
  • Maker: Lechef69
  • Type: Earthcache
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken
  1. Følg Trolden #1
  • Maker: Dipy/GeodudeDK
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken 
  1. Lagunestien – Båkerne
  2. Borgnakke
  • Maker: Sandlopperne
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 2 april 2012
  • Plaats: Denemarken

We gingen vandaag het derde en laatste Middeleeuwse plaatsje uit het reclame-tijdschrift dat we hadden gekregen van het huisjespark bezoeken: Præstø. Die had ik eigenlijk niet hoog op mijn lijstje staan, omdat er maar weinig caches lagen. Onderweg stopte we bij een oude viking-nederzetting, omdat daar een cache lag, maar buiten een kleine kuil in het landschap, was daar niets meer van te zien, dus niet zo boeiend als dat we verwacht hadden. Verder naar het stadje.

Præstø was inderdaad niet heel bijzonder vergeleken met de andere twee plaatsen die we eerder die week bezocht hadden (Vordingborg en Stege). Er waren maar een paar winkeltjes, dus dat hadden we al gauw gezien.

We deden de drie caches in Præstø, waarvan die bij Frederiksminde wel een mooi uitzicht had over de baai. Hier maakten we een korte wandeling. Eén van de drie caches lag bij het dagbestedingscentrum in Præstø, genaamd Nøddebo.

De derde cache lag in het buitengebied in een bos, maar er was niet echt een parkeerplaats. Dus dit werd de enige cache tijdens de vakantie waar Anke in de auto bleef zitten (en werd weggejaagd door een boze bewoner) en ik de cache ging loggen.

Hierna hadden we nog veel tijd over en zijn we nog wat in de omgeving gaan cachen. Bij Roneklint hadden we eigenlijk een soort van rots of klif verwacht, gelijk aan de White Cliffs. Dat leek ons wel mooi om te zien, maar het viel heel erg tegen. Wel een mooi uitzicht, maar geen rots, het was zelfs bijna drive-in. Wel grappig was het clubje mannen in outdoor-kleding dat daar aan het wandelen was. We dachten even dat het cachers waren, maar helaas. Uiteindelijk zijn we geen enkele andere cacher in Denemarken tegengekomen. We waren in ieder geval pas de eerste buitenlanders die Roneklint logden, maar we waren overall pas de zesde vinders ofzo, dus dat is niet zo gek.

We reden weer terug richting ons huisje en maakte een korte wandeling langs het water naar de cache van Herregården Nysø. Hier groeide vreemdgevormde, dikke bomen langs het pad, best wel mooi om te zien.

Even Bro lag op een brug en we kwamen er toevallig langs, en als er een cache op de route ligt, dan nemen we die natuurlijk mee.

Nadat we op verschillende dagen twee van de Volg-de-trol-caches hadden gevonden, wilden we ook graag de derde hebben. Die lag op de berg (nou ja heuvel) de Mogenstrup Ǻs, waar ook meteen een earthcache was.  In de trollen-cache vonden we onze enige travelbug van de vakantie. Wel eentje die op slag in de top-10 terecht kwam, een schattige pinguïn. Hij heeft de rest van de vakantie op de tafel in het huisje gestaan, bij mijn 3-Oog-Alien en op de terugweg naar Nederland zat de pinguïn op het dashboard van de auto.

Wij hebben ter afsluiting van de dag nog twee caches gedaan langs “onze weg”. Dat was de weg van Næstved naar Karrebæksminde en daar reden we dus elke dag overheen, vandaar dat we ons die weg ” toegeëigend” hadden.

De eerste cache was bij de golfbaan. Golven is in Denemarken een geliefde bezigheid, vooral voor de mensen in de pensioengerechtigde leeftijd. Alle dagen was het vreselijk druk bij de golfbaan, maar blijkbaar is maandag een rustdag, want vandaag was er niemand. Dus konden we zonder dat de golfballen ons om de oren vlogen een stukje van de lagunestien lopen, het wandelpad langs de baai van Karrebæksminde. De cache werd bijna nooit gelogd, terwijl het toch een leuk stukje lopen was, met een prachtig uitzicht over de baai. Maar er werd in Denemarken sowieso een stuk minder gecachet dan in Nederland.

De laatste cache van de dag werd Borgnakke, dat was een bosgebied tussen “onze weg” en de baai in. In het bos van Borgnakke bleken grafheuvels te liggen en die waren precies zoals de grafheuvels in Nederland, bijvoorbeeld die van Toterfout (vlakbij Hilvarenbeek) of die van het Vorstengraf in Oss. Vond ik wel grappig, omdat deze plaatsen dus zo’n 600 kilometer hemelsbreed van elkaar afliggen. Die volkeren hadden dus wel dezelfde levensstijl of misschien was het hetzelfde volk, helaas begrepen wij niet veel van het Deens informatiebordje.

Na deze cache wandelden we terug naar de auto en reden terug naar het huisje.

Wat ik hier op 2 april 2020 nog aan toe te voegen heb:

Wij zaten eigenlijk op het verkeerde tijdstip in Denemarken. Veel dingen in de omgeving waar we naartoe hadden gewild bleken nog niet open te zijn, zoals het pretpark BonBiniLand en de dierentuin Knutenborg. Daardoor hebben we wel heel veel caches gevonden, 119 stuks in 10 dagen tijd.

Deze diashow vereist JavaScript.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt, behalve die waar ik zelf op sta, die is natuurlijk door Anke gemaakt.