Geocachingverhalen uit het verleden: Onze eerste geocachingtrail

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 12 mei 2007:

Het begrip powertrail kwam binnen in de geocachingwereld: series van meerdere caches die je achter elkaar kon loggen voor veel puntjes. Onze eerste ervaring hiermee was Rondje Bernheze.

Het verhaal:

Anke stuurde mij een berichtje: dat er erg veel caches bij waren bijgekomen in de buurt van Den Bosch. Toen ik dat ging bekijken op geocaching.nl werd ik helemaal enthousiast. Team Flet had maar liefst 51 traditionals in de gemeente Bernheze geplaatst. (Tegenwoordig zijn geocachingtrails niet meer weg te denken, in 2007 was Rondje Bernheze voer voor een heftige discussie op het forum van geocaching.nl of zoiets wel zou mogen). De discussie ging een beetje langs ons heen; wij dachten gewoon lekker veel nieuwe caches en relatief dichtbij huis. Leuk!

Het liefst had ik al die caches nog die nacht gevonden, maar ik moest toch echt wachten tot het weekend. We hadden toen ook een auto tot onze beschikking. We begonnen met de serie Dat gaat naar Den Bosch toe 1 t/m 8 plus een bonuscache en begonnen daarna aan Rondje Bernheze. Dat gaat naar Den Bosch toe (zoete, lieve Gerritje) was heel leuk tot de bonuscache. Toen kwamen we bij het beroemde blok in de weg. Je moet dan helemaal omrijden over Sint Michielsgestel om naar Den Bosch te kunnen en bij de bonuscache die op een bekend plekje bij de Pettelaer lag te komen. Oh, wat heb ik zitten vloeken op ‘die stomme versperringen in de weg’. 

Daarna kwam Rondje Bernheze. Dat was erg verslavend en we stopten pas om tien uur ’s avonds. Toen waren we ongeveer op de helft van het Rondje Bernheze en we stopten nog met tegenzin ook. Leve de zomeravonden. Ik kan niet veel meer vertellen over elke afzonderlijke cache. Wel dat de meesten op leuke plekjes lagen. Sommige waren drive-in, voor anderen moest je een stukje lopen. Ik weet ook niet meer in welke volgorde we ze gevonden hebben. Een van de caches was onze 200ste cache.

Avonturenbos was de eerste en daar kwamen we een ander team tegen, die we daarna nog een paar keer tegen kwamen. We konden alles goed vinden, behalve Topwortel, waar we de volgende dag voor terug zijn gegaan. Dat werd de laatste found van de serie.

Ik heb ze uiteindelijk gelogd in volgorde van de nummering van de maker. Deze dag vonden we 31 caches, tot nu toe ons dagrecord. Technisch gezien zou je nog veel meer caches op een dag kunnen vinden, omdat wij pas rond een uur ’s middags zijn begonnen…

Wat ik hier op 12 mei 2022 nog aan toe te voegen heb:

Tja, tegenwoordig zijn trails niet meer weg te denken uit de geocachingwereld. Puntjes scoren lijkt vaak belangrijker dan de route. En ja, ook ik maak mij daar wel eens schuldig aan. Wel ben ik van dat autocachen afgestapt. In de eerste plaats omdat ik al bijna 10 jaar geen auto meer heb. Maar ook omdat ik tegenwoordig veel liever ga wandelen of fietsen.

Het dagrecord is nog wel verbeterd naar 101 founds, met dank aan de 100 van Someren. Wel per fiets, dat dan weer wel. Maar 101 geocaches is echt veel te veel op een dag. 20-25 caches is echt meer dan genoeg.

Geocachingverhalen uit het verleden: Sunnoa

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 5 mei 2018

Mijn moeder en ik deden een geocachingronde per fiets.

Het verhaal:

Mijn moeder en ik waren een week op vakantie in de omgeving van de Sallandse Heuvelrug. We hadden al veel gewandeld, maar vandaag gingen we fietsen. En wel de Sunnoa-serie een fietstocht van twaalf kilometer rondom het gehucht Zuna. Sunnoa vond ik aanvankelijk klinken als de naam van een tropisch zwemparadijs, maar het blijkt gewoon de oude, Saksische benaming van Zuna te zijn. Zuna lag een paar kilometer van het huisjespark af, we hoefden niet eens over de heuvelrug te fietsen om er te komen, dus even geen hellingen. We startten midden in de route, bij nummertje 10, omdat die het dichtste bij was. Dit was meteen een mooi stukje van de route, langs het verdronken bos, overblijfsel van het moeras de Mors.

De Sunnoa-caches waren niet al te moeilijk te vinden, ze hadden goede hints en de kokertjes waren goed onderhouden. Voor veel caches had je een magneetstok nodig, maar die zit standaard in mijn tas, dus ook dat is geen probleem. Het enige moeilijke waren de hints voor de bonus. Die hebben we dus nergens kunnen vinden, alle logrollen en kokertjes naar ons idee bekeken, maar nergens iets kunnen ontdekken. Daardoor moesten we de bonus laten gaan. De overige 24 caches allemaal keurig kunnen vinden en zelfs nog een paar extraatjes erbij. Al vrij in het begin waren dat twee War Relics. Eentje met een batterij en eentje bij een dikke boom in een grappig vogelhuisje. We hadden deze week al meerdere caches van de serie War Relics gevonden, die zoals de naam al aangeeft, bij oorlogsmonumenten lagen of bij locaties die in de oorlog een rol hadden gespeeld.

De fietsroute ging voor een groot deel langs een riviertje. Het was prachtig weer en ik miste eigenlijk weer mijn korte broek. We wilden even gaan kijken naar de hengelcache op de route en fietsten eerst helemaal verkeerd: we strandden op water. Het fietspad bleek aan de andere kant van de brug verder te gaan, maar dat stond dus niet op de kaart in Smaug. Best wel gek, want over het algemeen is de kaart van Smaug echt heel erg nauwkeurig. Dus het fietspad is vermoedelijk nog vers van de pers, ook al zag het er niet splinternieuw uit. Het was in ieder geval een lekker stukje om te fietsen. Bij de boom aangekomen zagen we de cache hangen. Hij hing niet zo heel erg hoog, dus we besloten om een poging te wagen en bonden de magneetstok aan de prikstok. Helaas was deze constructie te wankel. Ik zag iets verderop een tak liggen, half in het water en besloot die te gaan pakken. Hiervoor moest ik wel onder het prikkeldraad doorkruipen, de boom stond tussen de rivier en het prikkeldraad in. De tak had zo’n gevorkt uiteinde en hij bleek precies de goede lengte te hebben. Hiermee hengelde ik de cache vrij gemakkelijk uit de boom. Het terughangen was eigenlijk het moeilijkste, maar ook dat lukte.

Verderop was nog een tweede hengelcache, dus ik besloot mijn tak mee te nemen op de fiets. Volgens mijn moeder zag ik eruit als een ridder die aan een toernooi mee ging doen met mijn lans. Helaas bleek de tweede hengelcache offline te zijn, we konden hem dan ook niet zien hangen. Dus ik nam afscheid van mijn tak en we gingen verder met de Sunnoa-serie. Een paar zaten best geniepig verstopt in buisjes die onder het gras aan de rand van het fietspad zaten. Toch hebben we ook die gevonden. Later kwamen we nog een gezin tegen, die een gedeelte van de serie te voet aan het doen waren. Zij hadden geen magneetstok, dus vertelden wij hun enthousiast waar je die kon kopen. Later hoorde ik de vrouw nog mompelen dat wij wel heel fanatiek waren. Tja, soms wel ja. Vandaag best wel. We kwamen langs een weiland vol koeien en daar bleek net een kalfje geboren te zijn. We hebben een tijdje staan kijken hoe moederkoe het vlies van het kalfje af likte en of het wel ging staan. Dat lukte nog niet echt, omdat het vlies deels om de poten heen zat, maar het kalfje wilde wel heel graag, dus we gaan ervan uit dat het wel gelukt is.

Na een tijdje fietste wij tussen de koeien door naar het pontje. Dit bleek een Moerasdraak te zijn (zo heet het pontje in Den Bosch en ik vind dat een geweldige naam), een pontje dat je met behulp van kabels en een draaischijf zelf handmatig naar de overkant kan trekken. Fanatiek draaide ik mijn moeder, mezelf en nog twee andere mensen inclusief fietsen naar de overkant. Er lag ook nog een extra cache bij het pontje in de buurt. En een Sunnoa waarvoor we een klein stukje moesten wandelen over het bospaadje over het dijkje langs de rivier. We vonden Sunnoa 24, de laatste van de serie, maar omdat wij middenin begonnen waren, hadden we er nog negen te gaan. De bonus ging dus niet lukken, maar we hadden al zoveel andere caches dat we het niet zo’n ramp vonden. Wel wilde ik Ergernis nog gaan proberen, een cache die je volgens de makers tot wanhoop zou drijven. Nou, ze kregen best wel gelijk. De logrol zat in een ijzeren buis, waar een klein gaatje in zat. Je moest de logrol dus uit dat gaatje zien te krijgen. Ik ben er een half uur mee bezig geweest, maar het lukte niet. Met een grote pincet zou het gelukt zijn, maar mijn moeders pincet was te klein. Na een half uur moest ik opgeven van mijn moeder en heeft ze bijna het bosje uit moeten slepen. Als troost logden we Stokkerskampje, een heel gemakkelijk cache aan de overkant van de weg bij Ergernis. En daarna nog de eerste negen Sunnoa’s.

Vlak voor de laatste lag er nog een cache op een rustpunt. De eigenaresse van dit rustpunt had het goed voor elkaar: ze zat hier zelf gewoon hele middagen met haar vriendinnen te kletsen en af en toe kwam er dan een klant langs. Ze had er ook nog een winkeltje bij met van die brokante borden met teksten. Niet mijn smaak, maar het zag er wel heel gezellig uit. Wij kochten een drankje en een ijsje. Ik wilde het stroopwafelijsje wel eens proeven, tussen twee stroopwafels zit dan ijs, net zoals bij die ijsjes met die koekjes die ik als kind graag at. Het smaakte best prima. We konden hier ook nog naar het toilet, wat ook best welkom was. Opgepept logden we de laatste Sunnoa en besloten ook nog naar Prikkelbaar te gaan kijken. Deze was van dezelfde makers als Ergernis, dus ik was er een beetje huiverig voor. Maar Prikkelbaar was gewoon een lange buis met een magnetische cache. We bonden de magneetstok weer aan de prikstok en daarmee lukte het meteen. Dus we werden er niet prikkelbaar van. Soms zit het mee en soms zit het tegen.

Tja, gingen we al terug naar ons huisje? Ik wilde graag nog een earthcache, omdat ik die leuk vind en vanwege mijn Day Zero Project. De Friezenberg lag met een omweg nog wel op de route en dit zou ook nog een mooi gebied zijn. Het was een beetje een lastige route er naartoe, met veel weggetjes en fietspaden. Daardoor kwamen we nog wel langs Old Tree, een supermooie cachebehuizing in de uitgeholde stam van een heel oude boom. Er zat een ingewikkeld uitziend cijferslot op, maar mijn moeder en ik zijn een goed team, dus we deden het in 1x goed. Op naar de Friezenberg. Dit bleek nog een mooi gebied te zijn. Weer net iets anders qua beplanting dan de Sallandse Heuvelrug. Op het uitzichtpunt van de Friezenberg zelf kon je niet komen per fiets. Dus het laatste stukje moest te voet, dit waren traptreden. Het uitzicht was de moeite waard, je kon heel ver kijken. Er zat een hele familie te picknicken, ze waren er ter ere van de verjaardag van de oma, die als wens had om de Friezenberg nog eens te beklimmen. Dat vind ik nou een mooi cadeau, ik denk dat ik ook zoiets wil als ik zo oud mag worden. Na even genoten te hebben van het uitzicht en foto’s gemaakt, daalden wij de trap weer af naar onze fietsen.

We fietsten via de andere kant van de berg terug naar het huisjespark. Grappig, want nu fietsten we dus door het dal waar we vanaf de Friezenberg op uitgekeken hadden. In de verte zagen we de familie nog zitten. Ook in dit gebied waren paddo’s (ANWB-fietspaddestoelen), dus af en toe sprong ik van mijn fiets af om ze te waymarken. We kwamen via de achterzijde terug bij het park, via Borkeld. Mijn moeder wilde over het park fietsen, om te kijken of dat sneller was, maar ik was bang voor een blokkade. Daarom wilde ik gewoon over de straatweg fietsen. We maakten er een wedstrijd van, maar uiteindelijk kwamen we zo’n beetje tegelijkertijd bij ons huisje aan.

Het was een mooie cachedag geweest.

MaandMoves: maart en april 2022

Net als vorig jaar ga ik proberen om elke maand op de laatste dag een soort van maandoverzicht te geven.

Dit keer twee maanden samen. Er zijn in april niet veel blogs verschenen en dat komt omdat het werkgeheugen van mijn WordPress-account vol was. Dan heb je een paar keuzes:

  • stoppen met bloggen; dat is een serieuze optie geweest, maar vond ik uiteindelijk toch jammer
  • een andere blog beginnen met nieuw werkgeheugen; dat vond ik dan weer jammer van wat ik hier heb opgebouwd
  • een abonnement afsluiten met meer opties; dit is het dus uiteindelijk geworden, maar omdat WordPress de prijs van het abonnement (en je geen echte keuze meer hebt binnen abonnementen) flink heeft opgehoogd vond ik het wel echt een financieel twijfelgeval. Uiteindelijk gewacht tot er een korting op kwam en toen toch maar betaald. Helaas is dit maar voor een jaar, dus dan sta ik opnieuw voor die keuze.

Maart en april

Maart begon nog met veel somber en grauw weer en ik keek echt uit naar de lente. Zowel naar het langere licht als de betere weersomstandigheden. Die kwamen uiteindelijk, maar op mijn verjaardag (op de laatste dag van maart) was het echt weer heel slecht. Op 1 april viel dan de sneeuw die de hele winter achterwege is gebleven. Hier in Noord-Brabant hebben we toch nog veel geluk gehad, want het bleef hier bij natte sneeuw die vrijwel meteen weer smolt. Op andere plaatsen kwam een veel dikker sneeuwdek naar beneden. Ik heb echt een ontzettende hekel aan sneeuw, dus ik was heel blij met een vrijwel sneeuwloze winter. En voorlopig lekker geen sneeuw meer!

Ik houd wel van het weer zoals het nu is: overdag lekker maar niet te warm en ’s avonds en ’s nachts koelt het af. En af en toe een regenbui voor de natuur.

Wandelen, geocaching en Munzee

De maand maart had nog vijf data en die heb ik allemaal opgelost, op eentje na. Die valt volgend jaar op een zondag, dus de kans is vrij groot dat ik die dan alsnog weg kan werken. Verder wilde ik maart graag over de 1000 maandfounds (alle founds in de maand maart door de jaren heen bij elkaar opgeteld) krijgen. Daarvoor moest ik nog 60 caches vinden en dat is ruimschoots gelukt, want in maart vond ik 85 caches. In april stond geocaching op een vrij laag pitje. Er moest nog één datum voor het Geocaching Datum Project, maar die viel op een doordeweekse werkdag en het was zo’n slecht weer dat ik geen zin meer had om ’s avonds op pad te gaan. Precies hetzelfde probleem als vorig jaar. Dit is dus ondertussen een behoorlijke frustratiedatum geworden en ik hoop dat het volgend jaar eindelijk eens gaat lukken, hoewel het dan nog steeds een doordeweekse werkdag zal zijn. Er werd uiteindelijk slechts op twee dagen aan geocaching gedaan in april, maar die leverden wel veel caches op, namelijk 40 founds. Verder is er een nieuwe souvenir-serie van start gegaan over virtuele doolhoven die Signal (de kikkermascotte van Groundspeak, de organisatie achter geocaching) moet doorkruisen. De reeks loopt een jaar lang en je krijgt steeds twee maanden de tijd voor een doolhof en dat levert dan twee souvenirs op. De eerste twee souvenirs zijn al binnengehaald.

Ik heb vooral heel veel gewandeld in mijn achtertuin: de Oisterwijkse bossen en vennen. In het weekend, maar nu het weer langer licht is ook vaak nog een avondrondje. Begin maart had ik nog last van een slechte conditie, nadat ik corona had gehad. Dat moest ik echt wel weer een beetje opbouwen. Daarom koos ik tijdens een paar geocachingdagen in maart voor de fiets in plaats van lopen. Ik geo-fietste (met een OV-fiets) rondom Zevenbergen en bij Zaltbommel.

In april wel weer een paar keer gewandeld op een andere locatie. Met Pasen wandelde ik met mijn moeder een bloesemroute; een rondwandeling vanaf station Geldermalsen. Het was er op een zonnige feestdag natuurlijk heel erg druk, maar wel lekker gewandeld en veel bloesem gezien en ook nog veel caches gevonden onderweg. Op Koningsdag wandelde ik rondom Kasteel Heeswijk, een Brabants topmonument. Beetje jammer dat de labcaches op de route een verplichte volgorde hadden, waardoor ik de route niet helemaal op de goede manier kon lopen. Evengoed wel lekker gewandeld.

Hoewel ik niet speciaal op Munzee-jacht ben geweest ben ik toch een level verder gekomen en zit ik nu in level 118.

Spelletjes

Ja, dat wil niet altijd even goed lukken. Gezondheidsperikelen gooiden veel roet in het eten. Wel ben ik op Zuiderspel geweest, de Brabantse spellenbeurs in Veldhoven die na drie jaar weer door mocht gaan. Drie jaar geleden waren we er met precies hetzelfde groepje, alleen mocht kleine F. nu ook mee; zijn eerste spellenbeurs. En we hebben ondertussen zelfs kennissen in de spellenwereld en die waren er ook. Ik kocht uiteindelijk drie kleine kaarspellen van Jolly Dutch, waarvan ik Click – The Great Wall vooralsnog de leukste vind. Na de beurs bestelde ik met cadeaubonnen ook nog Cascadia. Die speelden we ook op de beurs, maar de Nederlandse editie was daar nog niet te verkrijgen (of al uitverkocht, ik weet het niet precies).

Kijken

Ik volg ondertussen mijn vierde seizoen van het Belgische De Mol. Helaas wordt dit seizoen geteisterd door uitvallende kandidaten om uiteenlopende redenen. Evengoed hebben ze er toch nog best een aardig seizoen van weten te maken, maar het is heel lastig om het geweldige Duitsland-seizoen met topmol Lennart nog ooit te overtreffen. Grootste pluspunt tegenover Wie is de Mol? vind ik toch echt de onbekende kandidaten; die doen veel harder hun best voor het geld.

Ook kijk ik Floortje naar het einde van de wereld, maar ik loop een beetje achter, want heb pas twee van de zes afleveringen gezien.

Ik wil ook nog dat Dwars door de Lage Landen terug gaan kijken, maar het moet allemaal op mijn laptop en die hapert aan alle kanten en valt soms uit.

In april ging ik twee keer naar de bioscoop. Als WizardWorld fan natuurlijk naar de derde Fantastic Beast: The Secrets of Dumbledore. Tja, wat zal ik ervan zeggen; het is een beetje een plotgestoorde film, omdat ze lieve/leuke fabeldieren willen combineren met de opkomst van Grindelwald en er ook nog verwijzingen in moeten zitten naar Harry Potter. En waar was Tina het grootste gedeelte van deze film??? Als je al zoveel personages hebt, waarom dan nog meer nieuwe introduceren? Wel was mijn favoriete fabeldier – Teddy – de Niffler weer geweldig.

De tweede film was The Northman en die vond ik vreselijk. Te veel psychedelisch goddelijk gezever en te veel rondvliegende ingewanden. Alleen de kostuums, de schepen en het landschap waren wel ok, maar daar kwam vast veel van uit de computer.

Verder

Spelen er nog wat dingen waar ik nu nog niet over wil bloggen.

Was ik jarig op de laatste dag van maart en kreeg ik vreselijk slecht weer. Gelukkig was er ook een klein feestje met cadeautjes en werden er spelletjes gespeeld.

En om dan toch met iets positiefs te eindigen: mensen vragen mij vaak hoe het met mijn cavia’s gaat. Nou, met Fenno en Frido gaat het uitstekend. Frido werd begin maart 1 jaar en woont dus ook alweer een jaar bij mij. En Fenno is ondertussen 2,5 jaar oud en is daarmee al ouder geworden dan de cavia waar hij voor in de plaats kwam (Frinn). Ze zijn dol op andijvie uit de koopjesbak van de Jumbo en dat ligt er best vaak in, dus het zijn lucky guineapigs.

Geocachingverhalen uit het verleden: De groene gordel van Hoogvliet

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 28 april 2009:

Stephanie en ik reden best wel een eind om een 15-in-1-multi te gaan doen.

Het verhaal:

Aan het einde van de dag gaf de teller aan dat we 22,7 km gelopen hadden. Dat wisten we niet van tevoren. Anders waren we er misschien wel nooit aan begonnen, haha.

Maar goed, het hele verhaal. Een tijdje terug ontdekten we dat er een 15-in-1-multi bestond. Die lag alleen wel een eindje bij ons uit de buurt, namelijk in Hoogvliet. Stephanie en ik vonden dat wel een uitdaging, dus we besloten om de Groene Gordel van Hoogvliet te gaan doen.

’s Morgens toen we weg reden, zag het er een beetje bewolkt uit, maar we namen paraplu’s mee en besloten toch te gaan. Het was wel verder rijden dan we verwacht hadden, maar ja, nu waren we toch al onderweg. Aangekomen op de plaats van bestemming miezerde het al. Gedurende de hele dag heeft het steeds geregend, afgewisseld door korte, droge periodes. Pas tegen de avond brak de zon door. Dus die paraplu’s kwamen goed van pas.

De multi was 15 km lang en op de route lagen 14 traditionals. Die waren niet allemaal van de maker van de multi-cache. Sommigen maakten de route ook nog langer. Daarnaast zijn we ook nog een keertje verkeerd gelopen, een doodlopende weg in. Dat was 1,5 km om.

Van de 14 regulars hebben we er vier niet gevonden. Of eigenlijk: 3 niet gevonden, want eentje hebben we wel gezien, maar die zat onder in een paal en daar konden we zonder touw en magneet niet bij.

Onze voettocht begon met de eerste waypoints van de Groene Gordel in de regen. Daarna gingen we zo’n 8x de schapendijk over om Het Grasveld te vinden en daarna Pittig Hoogvliet. Het Grasveld was een simpele oppikker, maar Pittig Hoogvliet was moeilijker. Eerst moesten we tussen het prikkeldraad doorkruipen, om daarna door een moerassig stukje bos te lopen, langs de rivier. Het duurde even voor we de cache gevonden hadden, die midden in het moerasgebied aan een boomtak hing, met een dik touw.

De volgende traditional was nog leuker. Deze heette de Oostpuntgriend. En die was aan de overkant van een soort van uitloper van de rivier. Die uitloper was ongeveer zo breed als de stroom. Het water stond vrij laag en over het water lag een omgevallen boom die een soort van brug vormde. De cache lag aan de overkant. Stephanie offerde zich op om naar de overkant te gaan. Eerst probeerde ze over de natte boomstam te gaan, maar die was zo glad en zo vies, dat ze besloot om door het water te gaan lopen. Ik maakte foto’s. Ze vond de cache en kwam weer terug, half doorweekt. Mijn eigen schoenen hadden hun waterdichtheid ook al opgegeven in het natte gras van de schapenwei. Stephanie werd door mij tot held van de dag gekroond en we gingen weer verder.

Het Wiel zat onder een bruggetje verstopt en daarna kregen we ons eerste probleem met de Groene Gordel, namelijk welke fietsroute het zou moeten zijn. Vlak daarna kwam de eerste domper, want we vonden een tradi (Polderzicht Hoogvliet) niet, nadat we een hele tijd hebben staan zoeken bij een vies slootje. Uit logs begrijpen we nu waar hij wel moet zijn: op een originele, maar vrij vreemde plek.

Het eerste stuk van de multi had door vrij natuurlijk gebied gelopen, maar nu begonnen we door stadsparken te lopen. Door de regen en de hoge bomen had de GPS last van afwijkingen. Gelukkig vonden we het Boomgaardhoekseparkje nog wel onder een bruggetje en vlak daarna de Gadering. Bij deze cache leerden we wat een “vloerpot” is. Dit is dus een soort van klepje in de grond waar de cache inzit. Is trouwens wel waterdicht, want de cache was kurkdroog, terwijl het al uren aan het regenen was.

Hierna kregen we een dipje. We hadden al ruim 10 km gelopen en nu liepen we ook nog verkeerd. We waren op een bepaald punt op 40 meter van een waypoint af. Alleen stonden er kantoren tussen met hekken en achter die hekken een brede sloot. Dat betekende dat we helemaal terug moesten lopen (ruim 500 meter) en aan de andere kant van de gebouwen die afstand nog eens moesten gaan lopen. Aaargh!

Toen we eindelijk op dat waypoint aangekomen waren, hadden we een afwijking van over de 100 meter, dus waren we bang dat we ergens een fout hadden gemaakt. Toch doorgegaan naar het Gaderingviaduct. Die lag ook midden in het bos, in een koeiengebied waar het ontzettend modderig en vies was. Hier ontmoetten we ook nog een andere geocacher. Deze man was alleen en niet erg spraakzaam. Het leek meer alsof hij zo snel mogelijk van ons af wilde. Hij deed niet de Groene Gordel, maar wat losse caches. Dus Steef en ik hadden zoiets van: “nou, dan hoeft hij ons ook niet te discoveren”, dus liepen door zonder onze nummers te laten zien.

We konden ook Natuurlijk Hoogvliet 1 niet vinden. Deze zou op een steigertje bij een klein meertje moeten liggen en het formaat van de cache was onduidelijk, waarschijnlijk zou het een nano zijn. De steiger was nat en vies en na een tijdje zoeken hebben we het opgegeven. De cache zal er vast zijn, maar we hadden geen zin om allerlei gekke toeren uit te halen op die steiger in de regen.

Ondertussen was het al half vijf en we waren nog lang niet klaar. Toen er een McDonald’s in zicht kwam, namen we het besluit om daar te gaan eten. We waren wel toe aan een pauze met eten, drinken en een wc. Dus belden we allebei naar huis om dat aan te kondigen; gelukkig deden onze ouders niet zo moeilijk. Bij de McDonalds hebben we onszelf gevoerd en gedrenkt en zijn we even opgewarmd. Hierna hadden we weer volop zin om verder te gaan.

Ik had er niet veel vertrouwen in dat we Natuurlijk Hoogvliet 2 wel zouden gaan vinden, maar we gingen toch even kijken. Er stond een boom van top tot teen begroeid met klimop. Ik zei dat het onmogelijk was om hierop een nanocache te vinden, maar nog voor ik de zin uitgesproken had, had Steef de nano-cache al in haar handen…Voortaan neem ik Stephanie dus altijd mee als ik een nano-cache ga zoeken :>) De vorige keer had ze het kleine rotding namelijk ook al binnen 5 seconden in handen…

Onze route vervolgde zich door het Bonairepark. Hier was het best wel mooi, maar we hadden last van een afwijking. Gelukkig hebben we de cache hier wel gevonden, met een travelbug erin zelfs.

Toen we uit de jungle van het Bonairepark waren gekomen, was het droog en liet het zonnetje zich zowaar zien.

We waren vantevoren al bang geweest dat we Spelen met de M niet zouden kunnen vinden. Stephanie vond dat die m voor “Maartje” stond en wilde mij wel in een paaltje stoppen om de cache te kunnen pakken, maar ik vermoedde dat M voor “magneet” stond en ik had gelijk. We hebben met behulp van mijn zaklampje de cache wel onderin het paaltje zien liggen, maar we konden er met geen mogelijkheid bij. Jammer dus. Een paar honderd meter verderop lag De Oude Zwemplek en die hebben we wel gevonden.

Op naar de laatste loodjes van de Groene Gordel. Die leverde problemen op. We moesten een veerooster hebben, maar volgens de GPS lag het 0-punt in de Maas. Damned. We probeerden van alles, omdat we niet zeker wisten wat we fout zouden hebben. Uiteindelijk kwamen we bij een geloofwaardig veerooster uit, dus hebben we die waarde gebruikt. Dit veerooster was vlak bij de WK-cache, de veertiende regular op de route. Hier hebben we echt wel lang gezocht, maar de pijlen van allebei de GPS’sen schoten alle kanten op en er lagen heel veel omgevallen bomen (de hint) en we hebben het zonder hem te vinden op moeten geven. Later las ik in de logs dat er meer mensen problemen hadden met deze cache.

Dan maar de Groene Gordel af gaan maken. Op het laatste waypoint moesten we een belachelijk lange eindberekening maken. Deze voerde ons langs de auto naar het bos bij het beginpunt. We moesten vanaf DE boom de cache gaan zoeken in een bepaalde richting. We hadden geen idee wat DE boom zou zijn, want er was geen spoilerfoto ofzo. We hebben het bosje uitgekamt, maar er was geen cache te vinden. Ook nog een ander bosje onderzocht en weer niets. We wilden de cache nu eigenlijk wel vinden, na al die kilometers gelopen te hebben. Het nummer van de maker stond bij de hint. Eerst durfden we niet te bellen, maar uiteindelijk heeft Stephanie (had ik al gezegd dat zij de held van de dag was?) dat toch gedaan. De maker was erg aardig en heeft ons het goede coördinaat gegeven. We bleken 1 getal fout te hebben en moesten 200 meter terug. De cache lag niet in het bos daar, maar in een ander bosje, vlakbij en met uitzicht op de Maas. We waren erg blij toen we de cache gevonden hadden. Onze missie was geslaagd.

Bij de auto keken we pas op de tripteller van de GPS. 22,7 km.

Onderweg naar huis hebben we nog een oppikkertje gedaan van de Hg & dirty-serie. Voor de Heideroosjes was dit de laatste (als we ooit nog aan alle gegevens kunnen komen, zouden we de bonus nog kunnen doen).

Wat ik hier op 28 april 2022 nog aan toe te voegen heb:

Hoewel ik nu nooit meer zover zou gaan rijden (nou ja, misschien met de trein) voor een cache, vind ik een wandeling met meerdere caches nog altijd wel heel leuk. Aan het einde van een lange multi de cache niet kunnen vinden blijft frustrerend, gelukkig is het hier nog goed gekomen.

En waar ik in 2009 helemaal verbaasd ben over de gelopen afstand, zou ik daar nu niet zoveel moeite meer mee hebben. Maar ik ben in die 13 jaar tijd dan ook veel meer geen wandelen.

Het probleem met de magneet zou nu ook niet meer voorkomen. In mijn geocachingrugzak zitten standaard een magneetstok (een van mijn beste aankopen op geocachinggebied ooit) en ook nog een magneetje aan een touwtje (wat ik de dreigende bijnaam “de magneetklauw” heb gegeven).

Nano-caches blijven altijd een dingetje; soms vind je ze heel snel en vaak ook gewoon niet.

Deze cache is ondertussen al jarenlang gearchiveerd.

Geocachingverhalen uit het verleden: Elfia

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 21 april 2014

Verkleed en al gingen mijn moeder en ik geocachen vlakbij Elfia.

Het verhaal:

Voor het derde jaar achter elkaar bezochten we het fantasy-evenement Elfia op de datum 21 april. Dit jaar was het voor het eerst in de geschiedenis drie dagen achter elkaar, omdat het Pasen was. Het was vandaag dus tweede paasdag (grappig detail, want ik ben ooit op tweede paasdag geboren, maar omdat de datum elk jaar anders is, niet op 21 april). Traditiegetrouw deden we een paar caches rondom Kasteel De Haar waar Elfia plaats vindt. Dus wat doe je dan omstreeks 10 uur in de ochtend als de meeste mensen aan het paasontbijt zitten? Nou, dan loop je in je halve Elfia-kostuum met je GPS in de hand door de steegjes van een wijk in Vleuten. En vind je uiteindelijk op een schutting de cache Black Box.

Daarna reden we verder voor Birdy, een cache in het aangelegde natuurgebied naast kasteel De Haar. Eigenlijk wilden we deze cache vorig jaar al doen, maar toen was hij offline. Dit jaar was hij wel online, dus moest hij alsnog gevonden worden. We parkeerden de auto op de gratis parkeerplaats en begonnen aan de wandeling door het aangelegde natuurgebied. Het werd gebruikt als een soort van natuurlijke waterzuiveringsinstallatie en het water werd geloosd op de naastgelegen Haarrijnse Plassen. Helaas was het best wel koud door de wind en ik droeg alleen maar een t-shirt, dus ik had het best wel koud. De cache lag in de bosjes bij de vogelkijkhut en dit jaar was hij dus wel aanwezig en daarmee konden we hem van de frustratielijst afstrepen. Na een korte blik in de vogelkijkhut wandelden we op een andere manier terug naar de auto.

We besloten om de auto hier te laten staan en verder te lopen naar het kasteel, omdat we dan de parkeerkosten uit konden sparen. De rest van de dag brachten we door op het evenement.

Wat ik hier op 21 april 2022 nog aan toe te voegen heb:

Elfia blijft een leuk fantasy-evenement waar ik graag naartoe ga. Liefst in combinatie met een cache. Helaas gingen de edities van 2020 en 2021 niet door vanwege corona. En dit jaar is het ook nog maar de vraag of ik kan gaan (helaas niet 😢).

Geocachingverhalen uit het verleden: Rondjes rondom Dorst

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 14 april 2009:

Anke, Stephanie en ik gingen een paar caches lopen rondom Dorst in gezelschap van hondje Senna (van Stephanie).

Het verhaal:

Deze middag waren we toevallig alledrie vrij. Omdat het heel mooi weer was, besloten we op geocachingjacht te gaan.

Ik wilde graag af gaan rekenen met mijn frustratie van een paar weken geleden: Rondje Vliegveld.

Maar eerst zouden we een multi door het bos gaan doen. Deze heette het Vrije Bos.

Aan het begin al een stel Schotse Hooglanders ontmoet, die niet wegliepen als je dichtbij kwam, dus ik kon een paar mooie foto’s voor mijn collectie maken.

Onderweg ook nog geprobeerd om Kunstroute: Vleermuiskelders te vinden en hiermee heel veel tijd verloren. De cache ook niet gevonden, trouwens.

Bij 1 waypoint moest je iets pakken bij het schrikdraad. Ik raakte het en kreeg een fijne schok en ik kan je vertellen dat dat niet prettig aanvoelt. Ook die arme Senna (een west highlandterriër) werd bijna geëlektrocuteerd. Fijne cache hoor. Maar we hebben hem wel gevonden.

We gingen verder met Rondje Dorst, een simpele en zelfs een beetje saaie dorpscache door het plaatsje Dorst heen. Alleen de cache-locatie zelf lag in het bos en was wel aardig. Het kapelletje op het voorlaatste waypoint had ook een mooie bouwstijl. Maar goed, niet alle caches hoeven moeilijk of onmogelijk te zijn, een makkelijke is ook wel eens fijn.

Daarna was het tijd om af te rekenen met mijn Rondje Vliegveld. Stephanie omschreef hem als een oppikkertje, maar voor mij voelde dat echt niet zo. Een paar weken geleden had ik vrij, maar het regende nogal hard. Dus zocht ik op of er een autocache in de buurt was. Zo kwam ik uit bij Rondje Vliegveld. Ik ben de hele dag bezig geweest om rond het vliegveld te rijden met Reno en alle gegevens te verzamelen (die zaten onder bankjes en op een dorpsplein is dat heel erg voor schut om daar te staan zoeken op een zaterdagmiddag), enkel onderbroken door de lange en oersaaie wandeling van de multicache Wolfje Spelen.

Eerst heb ik een half bos omgeploegd, maar dit bleek de verkeerde locatie te zijn. Ik paste mijn coördinaat aan en kwam een kilometer verder uit, op zeer bekend terrein, namelijk de villawijk, van Rondje Villawijk. Het regende ondertussen weer en de boom bij het 0-punt leek niet echt een cache te verbergen. Ik vond het eigenlijk maar raar dat er twee caches zo dicht bij elkaar zouden liggen en twijfelde heel erg, dus heb ik maar opgegeven.

’s Avonds de eigenaars gemaild en die mailden terug dat ik dus wel goed zat. Grr.

Dus nu terug geweest met twee extra zoekhulpen erbij. De cache lag dus inderdaad aan hetzelfde pad, slechts 10 meter verderop. Door de regen had ik dus een bagger-ontvangst gehad. Grr, maar wel weer een frustratie uit de weg geruimd :>)

Wat ik hier op 14 april 2022 nog aan toe te voegen heb:

Het is altijd heel frustrerend om een cache niet te kunnen vinden na het lopen van een multi. Helaas komt dat ook nu nog wel eens voor.

Stroomdraden vind ik nog steeds niet prettig.

Senna was een heel schattig hondje, maar ze is helaas niet zo oud geworden.

Geocachingverhalen uit het verleden: Lachen rondom het Smalwater

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 7 april 2008

Anke en ik gingen proberen om de laatste multi van maker Wilp te vinden…

Het verhaal:

Anke en ik hadden alle nog actief zijnde caches van Wilp gevonden, behalve Roond Smalwater, de opvolger van de korte cache Smalwater. Ik was er ooit wel aan begonnen, maar toen was ik al heel snel vastgelopen. Omdat deze cache ook heel hoog stond in onze nearbiest-lijst, besloten we hem vandaag nog eens te gaan proberen.

Het was een zeer moeilijke klus, maar we hebben hem gevonden. Ook al zijn we dan kanoërs, het viel hier nog tegen om de stroomrichting van het water te bepalen. Later hadden we ook nog veel moeite met het verschil tussen motorvoertuigen en motorvoerrijtuigen. We zijn behoorlijk vaak verkeerd gelopen, maar steeds won het gezonde verstand het als het om de route ging.

Onderweg probeerde ik allerlei dieren op de foto te zetten. De schapen en de paarden poseerden gewillig. Toen kwam de zwaan. Hij was mij heel erg aan het ergeren door de hele tijd op en neer te zwemmen, maar de sluitertijd van mijn fototoestel is best traag, dus dan was hij steeds al voorbij. Anke lachte zich kapot.

Even later kwam mijn beurt om te lachen. We moesten over een pad dwars een weiland met koeien. Er stond een koe op het pad. Anke wilde wel even bewijzen dat ze niet bang is voor koeien, zoals de rest van haar familie. Dus ze wilde op de foto met de koe. Dat ging goed tot de koe onverwacht een stap vooruit deed, dat was toch te veel van het goede. Dus heb ik een erg leuke foto van Anke en de koe.

We waren best trots op onszelf toen we de cache uiteindelijk vonden, want we hadden er best veel moeite mee gehad.

Wat ik hier op 7 april 2022 nog aan toe te voegen heb:

Wha ja, #maartjeskoeienfotos is nog steeds een hashtag op instagram.

Geocachingverhalen uit het verleden: Brobbelbies in de regen

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 31 maart 2011:

31 maart is mijn verjaardag en natuurlijk wilde ik dolgraag gaan geocachen op deze dag. De regen hield ons niet tegen.

Het verhaal:

Ik was natuurlijk weer net jarig op de enige dag van maart dat het regende. Toch gingen Anke en ik op geocaching-jacht, want we hadden allebei speciaal vrij genomen om iets leuks te kunnen doen op mijn verjaardag. De area voor vandaag lag rondom Oss, want daar zouden we ’s avonds naar een concert gaan. Ik wilde het liefst een leuke multi lopen, aangevuld met wat andere caches. Op dinsdagnacht viel de last-minute-keuze op Brobbelbies op maat. Ik vond de naam van deze cache wel geinig klinken en hij was origineel omdat we van alles op moesten gaan meten. Gehuld in regenpak en bewapend met rolmaatje en meetlint gingen we op pad. Het regende niet hard, maar wel de hele tijd door. De route was eigenlijk heel mooi, door bos en heidevelden en natuurlijke weilanden. We passeerden veel wildhekken en ik wilde natuurlijk graag Grote Haarbalkoeien (Schotse Hooglanders) zien. Dus ik was teleurgesteld toen het om paarden bleek te gaan. Toch maar een paar foto’s gemaakt. Een paar waypoints verder werd ik weer helemaal blij, want daar waren wel Schotse Hooglanders; ze stonden zelfs met z’n allen midden op het pad. Ik kon een heleboel mooie foto’s maken en er waren zelfs kleine Haarbalkalfjes!!! Die waren echt heel erg sweety, maar mama Haarbal stond er heel dreigend bij, dus snel foto gemaakt en een paar stappen terug gedaan. Ik plaatste een paar foto’s op msn en volgens Anke deinsden haar familieleden terug bij het zien van mijn koeienfoto’s: haar familie heeft het niet zo op (grote) dieren.

We wisten vantevoren al dat de cache in het Natuurcentrum Slabroek zou liggen, want dat stond ook in de tekst. Onze berekening kwam echter niet uit. We waren aan het begin van de tocht al langs het centrum gelopen en hadden gezien dat je daar taart kon eten, dus we besloten om dat te gaan doen en ondertussen de formules na te rekenen. Anke nam taart en ik nam een heel lekkere tosti met kruidenkaas. Ondertussen van alles op de doorlopen cache-beschrijving gekrabbeld (ik was ook nog een velletje verloren, onderweg, mijn specialiteit) en er een code uitgekregen. Het coördinaat kreeg ik niet goed, maar de cache zou op een verdieping liggen volgens de hint en in de ruimte waar wij zaten te eten was een verdieping. We besloten die verdieping aan een nadere inspectie te onderwerpen en de cache stond er open en bloot. Er stonden zelfs krukjes bij, dus zittend op zo’n krukje probeerde ik mijn code. Het verjaardagsgeluk was met me, want hij ging meteen open. We waren het erover eens dat dit een erg leuke cache was, ook al was het nog leuker geweest in het zonnetje.

Onze volgende cache op het lijstje was een earthcache in de Maashorst. Ik herkende het bord nog, want dit was ook een waypoint van de multi door de Maashorst. Toen bestond deze earth helaas nog niet. Foto gemaakt, vragen beantwoord en weer terug naar Reno. Op naar het Ecoduct Slabroek dat over de snelweg loopt en we hoopten dat we aan de goede kant van de snelweg zaten. Dat bleek zo te zijn. Een opengesteld privaat zandpad bracht ons naar een paadje waar we het Ecoduct op konden klimmen. Heel raar, zo’n stuk aangelegde natuur boven de snelweg, maar wel een leuke plek voor een cache. We hadden hem snel gevonden. Ondertussen had ik geconcludeert dat ik vorig jaar op mijn verjaardag de 1850ste cache had gevonden en dat we nu heel dicht bij de 2850 waren. Het zou wel leuk zijn als we dat vandaag zouden halen, want dan hadden we precies 1000 caches gevonden in een tijdsbestek van een jaar. Anke vond het ook wel leuk om daar voor te gaan.

Dus op naar nog een earthcache, deze lag op een vaag paadje tussen de weilanden in een afgelegen gebied en ging wederom over de Peelrandbreuk, een veelgebruikt thema bij earthcaches in deze streek.

Daarna volgde een traditional –Oeverzwaluwwand- bij een recreatieplas in de buurt van Oss. Een soort van Staalbergven dus. Na een korte wandeling rondom een stukje ven vonden wij de cache. We kregen bij het zien van al dat water zin in kanoën. Gelukkig is het buitenseizoen weer begonnen.

De volgende op de lijst was een TB-hotel bij een rommelig stukje natuur met veel water, de Ossemeer. Voor de verandering zat er inhoud in het hotel, dus we konden ruilen. Wel zo leuk.

We moesten nog 1 cache om de 2850 te bereiken, maar hadden alleen nog multi’s over. Dus eerst maar eens gaan eten bij de McDonald’s in Oss. Niet zo’n geweldige Mac, want ze hadden geen groenteburgers. Dat was het enige minpuntje van de dag, haha (ok, die regen was ook minder).

Toen we klaar waren met eten was er nog te veel tijd over om al naar het theater te gaan, maar te weinig voor de Stadscache van Oss. We maakten toen de keuze om de korte Dorpscache van Geffen te gaan doen, die zou maar 1,5 km zijn. Ik had hem niet uitgeprint, dus draaiden we de cachebeschrijving af op Eragon en voerde Anke de berekende coords in op haar gps Oor. Het werd een race tegen de klok en we moesten veel meer rekenen dan we hadden verwacht. Zo veel sommetjes maken het vinden van de cache altijd twijfelachtig, maar toen we een molen zagen met een laan van knotwilgen ervoor (daar ging de hint ook over) wisten we dat we goed zaten. En we vonden inderdaad de cache. Nummer 2850, een milestone en dus 1000 in een jaar. We waren goed bezig.

We waren ook nog op tijd in het theater en hadden door een leuke avond.

Wat ik hier op 31 maart 2022 nog aan toe te voegen heb:

Whoohoo, vandaag ben ik dus weer jarig en hopelijk wordt dat eindelijk een niet-lockdown-verjaardag (zoals de afgelopen twee jaar wel het geval was). Op het moment dat ik deze blog schrijf heb ik nog geen flauw idee wat ik ga doen op mijn verjaardag, maar ik wil wel vrij nemen om iets leuks te gaan doen.

De verjaardag van 11 jaar geleden was in ieder geval een goed voorbeeld van een leuke dag, hoewel ik nu niet meer voor de McDonald’s zou kiezen ;>)

 

Geocachingverhalen uit het verleden: Hooibrug e.o.

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 24 maart 2007 

Op een middag besloten Anke en ik om nog na ons werk te gaan geocachen.

Het verhaal:

Eigenlijk zouden we die op de fiets gedaan, maar we mochten een auto llenen en daardoor konden we meer caches doen dan verwacht. De eerste was ’t Groene Woud, een cache die al een tijdje op het lijstje stond. Het was een hele simpele multi-cache. Dingen tellen op een hek en daarna een kilometer te voet heen en terug naar de cache die al van verre zichtbaar was aan een berg takjes.

Daarna door naar de Hooibrug, ook een korte multi die geen problemen opleverde.

De volgende was er eentje uit de serie Nice places from Wilp, dit was de nieuwste, maar het kwam er maar nooit van om hem op te gaan halen. Vandaag dus wel. Het was bij een betonnen bruggetje, want dit was de favoriete zwemplek van Wilps hond Waldo. Het zou Indy’s (onze toenmalige hond) favoriete plek in ieder geval niet zijn, want die houdt helemaal niet van water en het is nog wel een golden retriever… Voor we hier ergens in het buitengebied van Boxtel terecht kwamen, waren we nog verdwaald in het centrum. Niet leuk op een zaterdagmiddag.

Next one was Vlaggen, een mysteriepuzzel die al heel lang geleden door een vriend is opgelost, maar die we nooit opgehaald hadden. Ook daar rekenden we deze middag mee af. We kwamen tot 3x toe langs de plek, maar de eerste keer zaten er dreuzels te picknicken. De tweede keer konden we wel zoeken, hij zat erg origineel verstopt. Zonder de hint hadden we hem echt nooit gevonden. De derde keer was toen we naar huis reden.

Na Vlaggen begonnen we aan de Kienehoef, ook een cache van Papyrus, maar die was langer dan we dachten en toen we bij een puzzeltje aankwamen, hebben we dat mee naar huis genomen en zijn we gestopt. Dus die moeten we nog een keer af gaan maken. We hadden nog net tijd genoeg over voor de Vlagheide. Ik vind de naam van deze cache heel stoer en hij ligt ook wel op een gave plek. Een zestig meter hoge berg, een vuilnisbelt die omgewerkt is tot natuurgebied. Ik vind dit soort bergen wel wat hebben. Eerder zagen we er een bij Huis ter Heide.

Wat ik hier op 24 maart 2022 nog aan toe te voegen heb:

Pfft, 15 jaar geleden! Op de meeste plekken zijn we later nog eens terug geweest voor andere geocaches, want geocaches komen en gaan.

En hoewel hond Indy maar liefst 14,5 jaar oud is geworden, is hij ondertussen toch al tien jaar dood. Was wel een heel lief beest; soms mocht hij mee geocachen.

Geocachingverhalen uit het verleden: Fietscachen in West-Brabant

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 17 maart 2012:

Ik besloot om een dagje te gaan fietscachen in West-Brabant. Alleen mijn fiets mee krijgen was even lastig, ondanks dat ik toen nog een auto had (een paar maanden later deed ik de auto weg en sindsdien ga ik autoloos door het leven).

Het verhaal:

Tja, vanaf het moment dat de serie De Polders van Sint Philipsland online kwam had ik er zin in om die te gaan fietsen. 19 kilometer zou je ook nog wel kunnen lopen, maar gezien de omgeving leek fietsen me toch aantrekkelijker; het landschap bestaat vooral uit lange, brede wegen.

Het probleem met fietsen is altijd de overwinning om de fiets mee te krijgen in de auto, want ik heb geen fietsendrager. Als de achterbank plat gaat en de bijrijdersstoel naar voren, dan krijg ik er net mijn fiets schuin ingelegd. Ik heb twee fietsen: een blauwe en een groene. De laatste keer dat ik mijn blauwe fiets had meegenomen in de auto was de ketting eraf gelopen en dat was een heel gedoe en ik vond het vervelend om die fiets een paar dagen te moeten missen toen hij bij de fietsenmaker stond. Mijn reservefiets is groen en die is net een slagje kleiner dan mijn blauwe fiets. Hij fietst alleen lang niet zo lekker als de blauwe fiets, want er zit een slag in het voorwiel. Goed, uiteindelijk koos ik er dit keer toch voor om mijn groene fiets mee te nemen, vooral vanuit het oogpunt gezien dat die makkelijker in de auto past.

Het is ongeveer 90 km rijden naar dit stukje land, best ver, maar omdat het er zo lekker cachen is, heb ik het er voor over. De route startte op een rustige carpoolstrook in Zeeland. Vlakbij lag een bekende brug, de brug halverwege de route van Rondje de Eendracht. Vlak bij die brug lag de niet gevonden nummer #22, dus ik besloot dat ik daar nog een zoek-poging zou gaan wagen als ik op tijd klaar was met het rondje door de Polders. Op de rondrit door de Polders kon ik ook nog wat andere caches meenemen; de uitstapjes. Het tochtje begon zelfs met een uitstapje, deze cache heette Prins Hendrik. Daarna even over het dijkje gekeken bij een earthcache, maar Eragon (mijn gps) had de beschrijving verder niet ingeladen, dus ik kon er niets mee. Later zag ik op internet dat dit meer een soort van multi was, wel leuk met een uitkijktoren enzo, dus die moet ik eigenlijk nog wel eens gaan doen als ik hier weer eens in de buurt kom. Ik ben dol op uitkijktorens, wil er altijd meteen in klimmen.

Dan maar beginnen aan de polder-serie. Die waren allemaal niet al te moeilijk verstopt. Het gebied was leuk om doorheen te fietsen, heel veel weilanden en akkers en weidse uitzichten. Het waaide een klein beetje, maar niet te hard, dus het was echt een lekker fietstochtje om uit te waaien. De caches hadden ook precies de goede onderlinge afstand. Je merkt wel dat je hier vlak bij de zee zit, want na een paar kilometer voelde ik al de smaak van zout op mijn lippen. En aan het einde van de tocht had ik het gevoel overdekt te zijn met een laagje van zout, zand en zweet.

Mijn eerste onderbreking was de traditional van het Gehucht aan de Noordweg, later in de route zou ik daar ook nummertje 2 nog van meepikken. Ik vond de locatie van de eerste cache mooier, dan die van de tweede.

De meeste geocachers doen dit rondje met de auto, maar ik vind dat je dan toch iets mist, met de fiets is echter en geeft meer voldoening achteraf, ook al deed ik het ook wel voor de puntjes, want we zijn dicht bij de #4000 geocaches.

Er was eentje van de Philipsland-serie die ik moest overslaan, nummertje #9. Dat was omdat er drie jongens aan het vissen waren, precies bij het paaltje waar de cache moest zitten. Dat paaltje stond ook nog voor een hotel, waar vermoedelijk de ouders van de jongens zaten. Tja, ik wilde er eerst nog later voor terug komen met de auto, maar heb dat niet meer gedaan, omdat het uit de richting was en de andere kant op meer niet gevonden caches lagen. Achteraf heb ik daar spijt van gekregen, toen ik op google-maps zag, dat dat nu de enige not-found is in die polder.

Bijna op het einde van de fietstocht nog een ommetje gemaakt door het dorpje Sint Philipsland om daar Luctor et emergo (“Ik worstel en kom boven”, de wapenspreuk van de provincie Zeeland) te doen, een cache die al heel vaak op mijn reserve-lijstje had gestaan, maar waar we nooit aan toegekomen waren tijdens onze cache-dagen vorig jaar in dit gebied. De cache was snel gevonden, in het kastje van een reddingsboei aan de kade van het dorpje. Er was geen hek of reling rondom die kade van een paar meter hoog en dan krijg ik altijd nogal een hoogtevrees-gevoel. Vreemd, ik heb dat niet op bergen of op trappen of in uitkijktorens, maar wel op van die kades zonder reling. Het was een heel gedoe om de cache uit de boei-kast te krijgen, maar uiteindelijk is het gelukt.

Daarna nog een uitstapje naar de cache bij de aartslelijke watertoren van Sint Philipsland. Hier waren nog andere cachers, maar die waren echt van het type puntjesjagers. Man bleef met draaiende motor in de auto zitten, terwijl vrouw als een gek de cache ging loggen en niet eens om zich heen keek. Okay, ik weet best dat wij ook wel eens op die manier hebben gecachet, maar ik vind dat nu eigenlijk niet meer leuk. Ik cache toch vooral om lekker buiten bezig te zijn en om op plekken te komen waar ik anders niet zou gauw kom. En daarna pas voor de puntjes.

Na de watertoren volgende de laatste Philipsland. Toen nog doorgefietst naar Rondje de Eendracht #22. Ik zag onderweg dat de hint nu aangepast was van ‘steen met mos’ (dat hebben ze daar allemaal) naar ‘helm’. Er lag nu dus gewoon een speelgoedhelmpje over de cache heen en dat viel meteen heel erg op. Kon deze frustratie ook mooi van de lijst. Nu ontbreekt alleen nummertje 10 nog, maar die was te ver fietsen vanaf hier. Wie weet komt die ook ooit nog eens aan de beurt. Of nooit, dan maakt het ook niet uit. Je kunt gewoonweg niet alles hebben.

Ik had in totaal 24 kilometer gefietst, wat eigenlijk niet eens zo heel veel is, ik heb de afgelopen tijd wel eens verder gefietst.

Omdat er nog tijd over was, als afsluiter en een beetje voor de puntjes nog wat caches gedaan een polder verderop. De twee caches in de Van Haaften Polder hadden ook al vaker op mijn lijstje gestaan. Ik kon nummertje 1 eerst niet vinden, dus ben ik eerst nummertje 2 en de N.o.e.r.h.e.T. De Krabbenbeek gaan doen. Van die N.o.e.r.h.e.T. hadden we er ook al eentje gedaan tijdens Rondje de Eendracht, dus wel leuk om er nu nog eentje te hebben. De cache zat trouwens verstopt in een hagedis, dus daar werd ik helemaal vrolijk van. De Van Haaftens zaten in schattige vogeltjes verstopt, ze hadden alleen een afwijking, want op de terugweg vond ik nummertje 1 alsnog. Helaas had mijn fototoestel het begeven en was ik helemaal door mijn batterijen heen, die van Eragon hadden nog maar 1 streepje en dan gaat de GPS natuurlijk altijd voor het fototoestel. Dus ik kon niet zoveel foto’s maken vandaag. Na de wandeling langs de drie polder-caches nog doorgelopen naar een cache in grappige puzzelverpakking in een holle boom aan de Hollaereweg. Niet zo heel handig, want daar kwam ik even later weer langs met Reno (mijn ex-auto) onderweg naar de laatste drie oppikkertjes. Twee onder picknickbanken en een hele schattige in een wijze uil beeldje bij een kleine poel. Die was ook nog van N.o.e.r.h.e.T. Dus die hebben we in totaal nu drie. Nu had ik alle caches in dit gebied gevonden en het begon al een beetje te schemeren. Ook had ik wel genoeg van het cachen. Ik kom vast nog een keer terug in dit gebied, dat zal niet eens al te lang duren waarschijnlijk. Maar voor vandaag vond ik het met 32 founds wel genoeg eigenlijk. Het was een prettige cachedag geweest en ik moest nog een eindje terug rijden naar huis.

Wat ik hier op 17 maart 2022 nog aan toe te voegen heb:

Tja, ondertussen ga ik al bijna 10 jaar autoloos door het leven. Dus als ik verder weg ga geocachen is het altijd met de trein of tijdens vakanties. Meestal blijven we nu veel dichter bij huis in de buurt, omdat daar ook nog genoeg te geocachen is. De groene fiets heb ik niet meer, maar de blauwe fiets (ook wel bekend als Gazzy de Gazelle) is er nog steeds en heeft nu gezelschap van grijze fiets (Bat de Batavus).

En wel grappig dat ik toen overal nog een echt fototoestel mee naartoe sleepte. Tegenwoordig maak ik alleen nog maar foto’s met mijn telefoon.

365 Vragen: februari 2022

365 Vragen

Ik kwam dit tegen op andere blogs, maar weet niet waar de vragen oorspronkelijk vandaan komen. Het idee is om elke maand een aantal vragen te beantwoorden, een voor elke dag van het jaar. Elk jaar komen dezelfde vragen terug en dan kun je kijken of er iets veranderd is.

1. Waar voel je je het best?

De meeste mensen zullen hier thuis zeggen. Probleem is dat ik mij vaak niet heel erg thuis voel in mijn huidige woning. Sociale huurwoning uit 1948 met energielabel G, nauwelijks geïsoleerd, zeer slecht onderhouden door de huurdersvereniging en ontzettend gehorig. Alles wat de buren doen kan ik horen en dat is echt supervervelend. Daar komt dan nog de verkeersoverlast en de hinder van de spoorlijn (100 meter verderop) bij.

Dus ik voel mij het beste als ik buiten ben, in de natuur. Meestal dus de Oisterwijkse bossen en vennen, want die zijn dichtbij. Daar is het tenminste rustig.

2. Van welk moment van de dag geniet je het meest?

Ik ben in ieder geval geen ochtendmens. Op werkdagen vind ik de avond het fijnste, dat het werk gedaan is, het eten gekookt is, de boel opgeruimd is en je de rest van de avond kan doen en laten wat je wil. Op vrije dagen kunnen middagen ook al prima zijn, ligt een beetje aan de activiteit van de dag.

3. Welke plannen heb je voor vanavond?

Nou, het is nu al vrij laat. Maar ik heb deze avond blogs geschreven en wat dingetjes terug gekeken op Uitzending Gemist en YouTube.

4. Hoe voelde je je het grootste gedeelte van de dag?

Goed. Het was een vrije dag, dus ik kon lekker gaan wandelen. Mijn conditie lijkt weer beter te worden, die was heel slecht nadat ik een paar weken geleden corona had gehad.

5. Waar heb je de laatste tijd erg van genoten?

Dat het eindelijk weer eens lekker weer is en dat de lente op gang aan het komen is, dat het weer langer licht is. Ik was die grauwe, donkere, stormachtige winter echt helemaal beu.

6. Hoe vaak heb je contact met je familie?

Met mijn moeder het meeste, daar app ik zo’n beetje dagelijks mee. Mijn ouders wonen praktisch bij mij om de hoek, dus ik zie hen vrij vaak. Ook mijn broeders en hun partners zie ik wel regelmatig, maar minder vaak dan de ouders.

7. Wat heb je vandaag gedaan? 

Zoals gezegd gewandeld. Maar ook wat dingen opgehaald en weggebracht. Beetje huishouden. Weekboodschappen. Naar de bibliotheek om boeken te ruilen. Kaarten geschreven en gepost. Geblogd dus. En “tv” gekeken op mijn laptop.

8. Als je een extra dag vrij had elke maand, wat zou je dan doen?

Waarschijnlijk wandelen of geocaching of een combinatie van beide.

9. Waar ben je vandaag dankbaar voor?

Voor het mooie weer en het langere licht.

10. Wat heb je vandaag in je vrije tijd gedaan?

Zie hierboven. (vragen vallen in herhaling?)

11. Wanneer gaf je iemand voor het laatst een cadeau?

Echte grote cadeaus met Sinterklaas. Geen verjaardagen de laatste tijd.

12. Wat zou je missen als je in het buitenland zou wonen?

Vrienden, familie en kennissen. Sociale contacten dus. En ik denk dat ik het het ook lastig zou vinden om steeds een andere taal te spreken. Natuurlijk kan ik wel Engels, maar gewoon kletsen is veel fijner in je eigen taal.

13. Hoe tevreden ben je tegenwoordig?

Haha, dat ligt erg aan op welk vlak. Over bepaalde dingen ben ik zeer tevreden en over andere zaken is tevredenheid ver te zoeken. En dan gaat dat nog over persoonlijke dingen. Als we de wereldzaken erbij gaan betrekken is het helemaal hopeloos.

14. Ben je financieel onafhankelijk?

Ja, maar het is wel ronddraaien rondom de armoedegrens, dus lang niet alle dingen kunnen zomaar. Gelukkig kan er ook veel wel.

15. Hoe zag je Valentijn er uit?

Nou, ik heb geen partner, dus op dat gebied was er niets. Maar ik deed wel mee aan een Valentijnswap en een Valentijnkaartenbingo, dus ik had wel veel gezellige post op de mat.

16. Waar moest je vandaag door lachen?

Om mijn cavia’s die vol enthousiasme aanvielen op de zak andijvie die ik voor hen had gescoord uit de voedselverspillingsbak in de supermarkt.

17. Wat is het lekkerste dat je vandaag at?

Pitabroodje met hummus, groenteburger en aardappeltjes met (vegan) pesto. Ja, ik eet aardappel op brood; guilty pleasure.

18. Wanneer heb je voor het laatst je haar gewassen?

Gisterenavond.

19. Hoe was je dag vandaag?

Goed dus. Weer een herhalingsvraag.

20. Heb je vandaag bewogen?

Ja dus. Gewandeld en gefietst. Ik ben geen auto, dus alles moet per fiets.

21. Wat doe je heel graag maar doe je te weinig?

Schrijven. Zowel bloggen als creatief schrijven.

22. Wanneer ging je laatst winkelen?

Echt winkelen voor de lol is al wel even geleden. Over het algemeen winkel ik alleen functioneel of ik ga alleen naar een paar winkels die ik echt heel erg leuk vind (boekhandel, spellenwinkels en winkels zoals Sostrene Grene of Dille en Kamille). Zeker tijdens de lockdowns vond ik dat funwinkelen echt vreselijk, met die mondkapjes en niet op een terras mogen zitten en aantallen mensen in winkels en drukte in de winkelstraten.

23. Hoeveel tijd bracht je vandaag alleen door?

De hele dag. Dat heb je als je single bent en dus alleen woont (ok, er wonen hier ook twee cavia’s, dus wel iets van gezelschap). Natuurlijk wel mensen gezien in de supermarkt en onderweg enzo.

24. Draag je thuis ‘normale’ kleren of comfy kleding zoals een legging of jogging?

Eigenlijk altijd normale kleding. Soms trek ik een warmere trui of een andere broek aan, meestal in de winter als het koud is. En sloffen of slippers, dat wel. Maar ik heb geen joggingbroek ofzoiets, want dat vind ik afschuwelijke kledingstukken.

25. Wat is verwennerij voor jou?

Dat heeft over het algemeen wel te maken met lekker vegetarisch eten.

26. Wat heb je deze maand puur voor jezelf gedaan?

Dit zijn eigenlijk de vragen van februari en vorige maand ging ik last minute een week op vakantie met mezelf en als hoofdactiviteit geocaching.

27. Wanneer ging je voor het laatst uiteten?

Avondeten is al lang geleden, dat was in augustus vorig jaar met de family. Daarna moest de horeca weer dicht, dus kon het ook niet. Lunchen is minder lang geleden, dat is pas een paar weken geleden.

28. Als je van deze maand iets meeneemt naar volgende maand, wat is het dan?

Nou van februari wil ik wel het gevoel van vrijheid. Maar de coronafeelings die daarna kwamen hoef ik dan weer niet.

Gelezen boeken in februari 2022

In februari las ik vrij veel boeken (17 stuks), dat komt vooral omdat ik corona kreeg en vijf dagen mijn huis niet uit mocht (dat was in de stormweek en ik was best wel ziek, dus het kostte mij niet zoveel moeite om binnen te blijven). Ik heb toen veel boeken gelezen.

Alleen op de wereld – Hector Malot

Dit is natuurlijk een klassieker, de originele editie stamt al uit 1870. Ik heb besloten (toen het eind vorig jaar een mooie aanbieding was) om de geïllustreerde editie (illustraties door Charlotte Dematons) uit 2016 aan te schaffen. Om de een of andere reden had ik dit boek nog nooit gelezen en dat is best apart, want ik heb als kind toch echt wel een groot gedeelte van de jeugdbibliotheek verslonden. Ik was een beetje bang dat ik de schrijfstijl niet prettig zou vinden (dat vind ik vaak bij klassiekers), maar het is herschreven, dus dat is prima. Wel vind ik dat je heel erg merkt dat het oorspronkelijk een feuilleton-verhaal was, sommige hoofdstukken lijken een beetje abrupt afgebroken te zijn en ook het einde vond ik een beetje afgeraffeld. Het verhaal doet ook wel een beetje denken aan het Nederlandse Kruimeltje, maar dat is van latere datum, dus waarschijnlijk haalde Chris van Abkoude zijn inspiratie deels bij Hector Malot. In ieder geval maakt de vondeling Rémi behoorlijk veel mee op zijn zwerftochten door Frankrijk, maar uiteindelijk blijkt hij natuurlijk – ietwat cliché – bij een rijke familie te horen en komt alles goed.

Zolang er sterren aan de hemel staan – Kristin Harmel

Waar ik Hier ben je veilig op sommige punten nogal ongeloofwaardig vond, vond ik dit boek wel weer heel mooi. Ook dit boek gaat over de oorlog. De bejaarde Rose is dementerend en doet ineens uitspraken over mensen waar haar kleindochter Hope nog nooit van gehoord heeft. Rose blijkt van Joodse afkomst te zijn en is in de oorlog gevlucht naar Amerika. Maar ze is er nooit achter gekomen wat er met haar familie en haar geliefde is gebeurt. Kleindochter Hope probeert hier achter te komen en dan blijkt dat Rose een behoorlijk heftige oorlogsgeschiedenis heeft. Ook mooi zijn de traditionele recepten van de familiebakkerij die door het boek verweven zijn en die invloeden hebben uit verschillende richtingen. En net als in Het meisje uit de trein wordt hier meer gehamerd op de overeenkomsten tussen godsdiensten, dan op de verschillen. En dat vind ik heel goed.

De zonde waard – Simone van der Vlugt

Hij stond in de bibliotheek bij de bestsellers, dus ik besloot nog maar eens een thriller te proberen. Door de korte hoofdstukken leest het boek vlot weg en het heeft zeker een spanningsboog, maar ik vond het een zeer ongeloofwaardig verhaal met veel te veel lijken. Gek is dat, dat de historische boeken van deze schrijfster mij wel aanspreken en dat ik de thrillers echt vreselijk vind.

De belofte van het weesmeisje – Anne Jacobs

Deel 5 in de serie van het weesmeisje. De titels vind ik een beetje ongelukkig gekozen, want Marie was in deel 1 eigenlijk al geen weesmeisje meer. Omdat het verhaal om diverse leden van de familie Melzer draait, hadden de titels beter anders kunnen zijn. Ondanks dat de spanningen in het Duitsland tussen de twee wereldoorlogen behoorlijk toenemen (en bepaalde regels ook zwaar absurd zijn; zo krijgt Paul het advies om te scheiden van de zijn Joodse vrouw Marie…), leest het boek wel weer heerlijk weg. Ik gok dat er minstens nog een boek gaat komen in deze serie, misschien zelfs nog wel twee. Ik ben ook best benieuwd hoe het verder gaat met de diverse personages en dan vooral met Dodo, dus ik heb geen bezwaar tegen het verlengen van deze serie.

Een hart zo vurig – Brigid Kemmerer

Het vervolg op Een vloek zo eenzaam, de Belle en het Beest-bewerking die ik vorige maand las. Tja, het leest op zich wel lekker weg, maar ik heb niet echt het idee dat ze tot een oplossing komen. Dit boek heeft Grey, de lijfwacht uit deel 1, die toch iets anders blijkt te zijn, als hoofdpersoon en Lia Mara, de min of meer afgezette prinses van een vijandelijk buurland van Sinteldaal. Er is ook nog een deel 3 en die ga ik ook nog lezen, maar ik vind het allemaal vrij chaotisch en zeker niet de beste boeken die ik ooit gelezen heb.

Achtste-groepers huilen niet – Jacques Vriens

Dit is een klassieker (hoewel pas in 1999 verschenen) en toch had ik het boek nog nooit gelezen. Maar het staat in de Grote Vriendelijke Top-100 en het stond in de MiniBieb van mijn ouders, dus twee redenen om het eindelijk eens te lezen. Ook was ik vorig jaar in Helmond en daar heeft schrijver Jacques Vriens gewoond, dus was er een labcache over hem te doen. Het is natuurlijk een heel zielig boek, een beetje The Fault in Our Stars, maar dan met jongere kinderen (groep 8) en in Nederland. Ondanks dat het heel verdrietig is dat het stoere meisje Akkie ongeneeslijke leukemie blijkt te hebben, zitten er ook mooie dingen in en het is herkenbaar voor iedereen die ooit in groep 8 heeft gezeten, want natuurlijk heeft ook deze groep 8 een musical, een kamp en is er een cito-toets. Het is ook verfilmd, dus stiekem wil ik die film nu ook zien. Hij staat zowaar op Netflix.

Momo en de Tijdspaarders – Michael Ende

Ook Momo en de Tijdspaarders staat in de Grote Vriendelijke Top-100 en was een boek dat ik nog niet eerder gelezen had. De schrijver, Michael Ende, is vooral bekend van Het Oneindige Verhaal/The Neverending Story en dat heb ik wel gelezen. Momo is een soort van modern sprookje, waarin het meisje Momo helemaal alleen (a la Pluk van de Petteflet) in een vervallen amfitheater woont. De mensen uit de nabijgelegen stad komen naar haar toe om raad en de kinderen voor haar eindeloze fantasie. Tot op een dag de Tijdspaarders komen die alle volwassenen willen dwingen om tijd op te sparen. Momo is als een van de weinigen niet bevattelijk voor de Tijdspaarders en moet het probleem oplossen. Het verhaal is mij op sommige punten een beetje te vaag of te langdradig. Wel leuk dat er afbeeldingen in staan. Toch geef ik de voorkeur aan Het Oneindige Verhaal.

Het meisje uit de trein – Irma Joubert

De 6-jarige Gretl overleeft als enige een treinramp waarbij de rest van haar familie om het leven komt. Het gaat om een trein die op weg was naar een concentratiekamp. Ze komt in huis bij de jonge, Poolse verzetsstrijder Jakob en zijn familie en hoewel ze best wel verwaarloosd wordt door dit gezin, overleeft ze op deze manier wel de oorlog. Na de oorlog wil de familie eigenlijk van haar af en wordt ze met een Duits adoptie-programma naar Zuid-Afrika gestuurd. Vind ze hier dan eindelijk het geluk? Het idee achter het boek vind ik wel interessant, maar het las niet overal heel lekker weg. Het is soms langdradig en op andere punten weer iets te snel. Verder vond ik het ook wel heel erg leunen op het geloof. Gretl worstelt ook wel met al die verschillende geloven waar ze mee te maken krijgt, zo erg dat je bijna zou verwachten dat ze atheïst wordt, maar dat gebeurt toch niet. Dat had ik misschien mooier gevonden, nu leunde het allemaal toch te veel op: geloof maakt alles goed. En daar sta ik als atheïst niet achter. Het boek is het eerste van een trilogie, maar ik weet nog niet zeker of ik de overige boeken nog wil gaan lezen.

Hier ben je veilig – Kristin Harmel

Ook dit boek gaat over de oorlog. Van de ene kant vond ik het heel interessant, het is namelijk op waarheid gebaseerd: in de uitgestrekte Poolse bossen overleefden grote groepen Joodse mensen de oorlog door zich te verstoppen in holen onder de grond en zich vaak te verplaatsen. Dit gedeelte van het verhaal was dan ook prima in orde. Maar Harmel koos met haar hoofdpersoon Yona voor een nogal vreemde invalshoek. Yona is de dochter van een man die later in de oorlog een hoge nazi wordt, maar ze wordt op 2-jarige leeftijd gestolen door een vreemde vrouw die al jaren in de bossen leeft. Ze verkiest Yona min of meer als haar opvolgster. Dit hele gedeelte is vaag en een beetje bovennatuurlijk en ook wel ongeloofwaardig. Als de vrouw is overleden blijft Yona alleen over en komt ze dus terecht bij zo’n groep verstopte Joden. Het meest ongeloofwaardige gedeelte in het boek is echter als Yona haar biologische vader weer ontmoet. Het hele gegeven van dit boek was in mijn boek beter uit de verf gekomen als gekozen was voor een andere soort hoofdpersoon. Nu zat ik echt vaak met opgetrokken wenkbrauwen van de ongeloofwaardigheid en werd mijn aandacht afgeleid van waar het eigenlijk echt om ging. Dus beetje gemengde gevoelens over dit boek, terwijl ik bijvoorbeeld Het boek van verloren namen van dezelfde schrijfster wel heel mooi vond.

Een recept voor geluk – Veronica Henry

Dit is het derde boek dat ik van Veronica Henry heb gelezen en helaas ook het slechtste. Het boek komt heel langzaam op gang. Pas als de historische verhaallijn begint – die speelt tijdens de bombardementen op Bath (Engeland) in de tweede wereldoorlog – wordt het echt interessant. Die historische verhaallijn is dan ook de reden dat ik het boek heb uitgelezen, want de verhaallijn in het heden is hoofdzakelijk een eindeloze herhaling van diverse problemen van de hoofdpersoon. Wel mooi is dat het huis zowel in de historische verhaallijn als de hedendaagse verhaallijn een grote rol speelt in het opvangen van mensen.

Honderd uur nacht – Anna Woltz

Dit boek las ik ook ter ere van de Grote Vriendelijke Top-100 en het was na het kinderboekenweekgeschenk Haaientanden pas mijn tweede Anna Woltz. Het is een jeugdboek, maar wel een heerlijk weglezend jeugdboek. Terwijl storm Eunice over Nederland raasde las ik over de orkaan die New York in 2012 trof en hoe dat werd beleefd door een uit Nederland gevluchte tiener en haar brandnieuwe Amerikaanse vrienden. Natuurlijk zijn er de nodige problemen op te lossen, maar de de door de orkaan veroorzaakte ongemakken (de elektriciteit valt uit) brengen de tieners snel nader tot elkaar. Goed boek. Ik hoop dat de jeugd van tegenwoordig dit mag lezen voor hun literatuurlijst, want dit is veel interessanter dan al die verouderde, saaie literatuur.

De stad van de tsaar – Martina Sahler

Een historische roman over de (in mijn ogen) zeer narcistische tsaar Peter de Grote die een stad gaat bouwen die Sint Petersburg zal gaan heten. We volgen de bouw van de stad door de ogen van enkele inwoners van het eerste uur. Het doktersgezin had daarbij mijn grootste sympathie, naast de lijfeigenen en de Zweedse krijgsgevangene. De tsaar zelf vond ik maar een arrogante klootzak met grootheidswaanzin, hoewel hij af en toe ook wel iets goeds deed. En ook de adellijke dame vond ik een zeer irritant personage. Het boek las wel lekker weg, maar het haalt het niet bij de boeken bij Ken Follett die een vergelijkbaar onderwerp hebben, hoewel die zich afspelen in Engeland.

Het familiegeheim van Florence Grace – Tracy Rees

Vorig jaar las ik van dezelfde schrijfster Het geheim van Silvermoor en dat vond ik een leuke kruising tussen een historische roman en een feelgoodboek. Helaas haalt Florence Grace het niet bij Silvermoor. Misschien omdat het verhaal uiteindelijk nergens echt toe leidt. Florence groeit op in een arm dorpje op de heide bij haar grootmoeder. Als zij sterft blijkt Florence bij de rijke familie Grace te horen en wordt ze opgehaald om verder opgevoed te worden in de familievilla in de grote stad. Een totaal ander leven dan Florence gewend is en niet alle familieleden zijn haar goed gezind. De grootvader speelt iedereen tegen elkaar uit met als inzet de erfenis. Houdt Florence dit vol of gaat ze terug naar de heide? En dan is er nog de liefdesrelatie met een totaal ongeschikte man (in mijn ogen dan he en dat ligt aan zijn karakter, niet aan de familieband). Het leest wel vlot weg, maar vond het geen hoogvlieger binnen het genre.

Het stof dat van dromen valt – Louis de Bernieres

Mooie titel, maar pfft wat heb ik lang over dit boek gedaan. Ik begon er al in januari mee, maar heb het een paar keer weggelegd voor een ander boek. Uiteindelijk dan toch uitgelezen. Het boek gaat over een aantal Engelse buurkinderen die in hun jeugd bevriend raken. Dan breekt de eerste wereldoorlog uit en die beleven ze allemaal anders. Ze overleven ook niet allemaal. Vervolgens komen de jaren na de oorlog die ook niet makkelijk zijn. De schrijfstijl van het boek is heel vermoeiend. Soms in dagboekvorm. Soms in briefvorm. Te veel hoofdpersonages. Op veel punten te langdradig. Er zitten een paar tegenstrijdigheden in het boek. Rosie is een bloedirritant personage met al haar heiligheid. Haar ouders zijn ook raar. Daniel vind ik best wel aardig, maar de schrijver vervalt heel vaak in eindeloze technische verhandelingen over gevechtsvliegtuigen die mij niet echt interesseren. Kortom, een moeizaam boek om door te komen. Er is nog een vervolg, maar ik betwijfel of ik dat nog ga lezen.

De boekbinder – Bridget Collins

Dit boek kreeg de meest prachtige recensies, maar om heel eerlijk te zijn vond ik het tegenvallen. Het eerste deel is interessant, dat roept veel vragen op en maakt je nieuwsgierig naar het ambt van boekbinden. Maar dan volgt er een deel wat meer een boeketreeksroman is, zij het dan dat het om een regenboogliefde gaat en in die zin dan nog origineel is. En in het laatste deel zou alles samen moeten komen, maar dat is vooral heel chaotisch en laat mij als lezer met veel vragen achter. Bijvoorbeeld de vraag wat Emmett nou met zijn gave gaat doen? Kan hij die gewoonweg niet gebruiken of krijgt hij dan problemen? En vinden Emmett en Lucian in deze middeleeuws aandoende wereld ergens een plek waar ze wel samen mogen zijn? En zo zijn er nog wel wat dingen. Er wordt nu te veel open gelaten.

Eva’s dochters – Lynn Austin

Het boek gaat over vier generaties vrouwen (overgrootmoeder, grootmoeder, dochter, kleindochter) en hoe die hun relatie/huwelijk en de rol van de vrouw daarin beleven. Dan is er het grote familieraadsel wie nu de vader is van Grace. Helaas wel met een erg godsdienstige inslag, want om de haverklap wordt er geciteerd uit de bijbel. Het geloof speelt in deze familie dan ook een erg grote rol. Daar had ik als atheïst enige moeite mee. Maar tussen dat gelovige door zat nog wel een aardige familiegeschiedenis verscholen en daarvoor heb ik het boek uitgelezen. Toch ga ik verder geen boeken van deze schrijfster meer lezen. Ik zag later ook pas dat er aanbevelingen in stonden van de EO en het Reformatisch Dagblad. Wel nog leuk; ik haalde dit boek uit de MiniBieb van mijn moeder, las het op vakantie en liet het vervolgens achter in een MiniBieb daar.

Het afscheid van de tropen – Dinah Jefferies

De saffierweduwe – Dinah Jefferies

Het ene boek las ik eigenlijk al in januari, maar had ik nog niet meegenomen in mijn recensies. Deze twee boeken lijken ook ergens op elkaar; in beiden wordt een vrij naïeve vrouw ernstig bedrogen door haar echtgenoot. De roots van beide vrouwen liggen in Engeland, maar het ene boek speelt in Ceylon in de jaren ’30 en het andere in Maleisië in de jaren ’50. De vrouwen wonen daar voor het werk van hun mannen. Ik vind het vooral interessant hoe mensen daar toen leefden zonder de moderne communicatie- en vervoersmiddelen van nu. Wel wordt er behoorlijk neergekeken op de plaatselijke bevolking, want het zijn Engelse kolonies en dat volk is superieur (zo wordt het niet letterlijk geschreven, maar dat is het gevoel). In beide boeken zit ook nog een lichte thrillerachtige verhaallijn. Alles bij elkaar boeiend genoeg om de boeken uit te lezen, maar ik vond eerdere boeken – Dochters van de Dordogne en De dochter van de zijdekoopman – die ik van Dinah Jefferies heb gelezen beter.